blog

Column: ‘T’ van transitie en tijd

Publicatie

22 mei 2019

Auteur

Jan Van Doorslaer

Categorie

Petrochem

Soort

blog

Tags

CO2-reductie, energietransitie

We konden er de voorbije maanden – zeker in Belgenland – niet naast kijken: het succes van de klimaatspijbelaars. Tieners onder aanvoering van doorzettende en communicatief sterke leiders trokken door de straten van menig Europese centrumstad om aandacht op te eisen voor het klimaat en de noodzaak om aan de steeds duidelijk wordende klimaatverandering iets te doen. Ze waren met duizenden, soms met tienduizenden, die bewust hun lesuren lieten vallen om hun stem op straat en in de media te verheffen.

De klimaatspijbelaars, bijgestaan door alle andere generaties, willen dat er sneller en vakkundiger opgetreden wordt om de klimaatverandering minstens onder controle te houden, liefst te stoppen. Hun verwijt aan de vorige generaties (die van hun ouders en grootouders): ‘Jullie hebben het te ver laten komen en te weinig gedaan.’ De acties leverden op de sociale (sic) media voldoende stof tot asociale verwijten en negationistische reacties.

Meebouwen

Wouter De Geest begrijpt als ‘captain of industry’ en inmiddels ook als zestiger volkomen de bezorgdheid van de jeugd voor haar toekomst. Maar dat het snel zal kunnen worden geregeld, nee, dat is volgens hem jeugdige overmoed. ‘Ook klimaatwetten zullen het niet redden. We hebben overigens al wetten genoeg en de doelstellingen om de CO2-uitstoot terug te dringen zijn er. We moeten ze alleen nog sneller en concreter omzetten in trajecten en die trajecten effectief uitvoeren. Daarin neemt de industrie en zeker de chemische industrie het voortouw en moet ze ook de leiding nemen. Met haar producten, innovaties en concepten allerhande en zeker met de kunststoffen worden aan de andere sectoren zoals de bouwsector, de transportsector, de land- en tuinbouwsector sleutels aangereikt voor de beperking van de broeikasgassen. De industrie zal mede de transitie van onze samenleving vorm moeten geven, maar transitie begint met een ‘t’ en die staat ook aan het begin van tijd. Transitie zal tijd vergen, wat alles behalve betekent dat we moeten wachten’, meent hij.

Toch wordt in de publieke discussie die in het zog van de klimaatspijbelaars ontstaan is rond de klimaatproblematiek vaak de industrie met de vinger gewezen als een van de grote ‘boosdoeners’. ‘Alleszins is de boodschap van de spijbelaars en de klimaatmarcheerders aangekomen en moeten we als industrie beter uitleggen dat wij ons bewust zijn van onze rol in de maatschappelijke transitie. Wij zijn als industriëlen geen ‘klimaatnegationisten’. Talloos zijn de projecten waar wij, zeker als chemische industrie, inzetten op een nieuwe industriële revolutie. Een nieuwe vorm van industrie met nieuwe grondstoffen als groene waterstof, met wellicht de elektrificering van de chemische processen om op een andere manier met molecules aan de slag te gaan. Maar om die 24/7 te laten draaien, nee daar zijn we nog niet, maar dat hebben we wel voor ogen. Tegelijk beseffen de spijbelaars dat ze het wellicht met iets minder comfort zullen moeten stellen, dat onmetelijke mobiliteit een prijs zal hebben, dat andere vormen van samenwonen, ons verplaatsen, ons vermaken noodzakelijk zullen worden. Ik kan hen maar een bijkomende raad geven: kies een STEM-studeerrichting (Science, Technology, Engineering & Mathematics) en bouw zelf mee aan die nieuwe en andere toekomst.’

Frank Zappa

De Geest denkt dat, naar analogie met het Emissions Trading System (ETS), waarbij wordt betaald voor de uitstoot van broeikasgassen op basis van benchmarks die de beste beschikbare technologie promoten, een prijssysteem van CO2 moet worden ingevoerd voor andere sectoren, zoals de transportsector. Zelfs de woonsector moet er bij worden betrokken. ‘Op die manier krijg je aanzetten om andere en vooral energiebesparende concepten op te zetten of het woonpark versneld te moderniseren of broeikasgasarm te maken. Zelfs de bankensector kan hier een rol spelen met financieringsformules. Op dat vlak is nog heel veel innovatie mogelijk’, bedenkt hij.

Met die gedachte dwaal ook ik als ‘68’-er terug naar de tijd dat wij als twintigers de straat opgingen om ons verlangen naar een ander maatschappelijk bouwwerk kenbaar te maken. Ik moet daarbij terugdenken aan een van onze pophelden, Frank Zappa. Hij zei ooit: ‘Mind is like a parachute. It only works when it’s open.’ Tja hoe heette zijn groep ook alweer? Juist: ‘The Mothers of Inventions’.

Bron: Petrochem 5-2019