blog

Column: Frietjes

Publicatie

10 okt 2012

Auteur

Katrien Bogaerts

Categorie

Petrochem

Soort

blog

Tags

Het is weer najaar. De regen kletst je om de oren, de wind waait veel te hard en je zit voor het eerst ’s avonds in de zetel (angstvallig in een dekentje gewikkeld) en staat vervolgens ’s ochtends in de badkamer (angstvallig op de badmat balancerend) te denken dat je misschien toch de verwarming eens moet inschakelen. Of op z’n minst moet controleren, want inschakelen brengt soms wat problemen met zich mee. Truien uit de kast, flipflops en zonnecrème er weer terug in, je kent het wel.

Ik haat dat gevoel. Niet dat ik liever altijd zomer heb, want ik kan de winter wel appreciëren. Maar die tussenseizoenen hoeven voor mij niet. Van mij mag het lekker warm blijven tot eind september om dan in één keer over te gaan naar sneeuw (met weliswaar nog steeds een blauwe hemel, we moeten redelijk blijven). Ik hou er ook niet van om niet te weten wat je moet aantrekken. Als ik om 05u vertrek naar het werk is het altijd koud, maar soms wordt het overdag verdorie nog twintig graden Celsius! Ik ben liever zomers gekleed óf volledig ingeduffeld. Eén van de twee, maar niet allebei. Vervelend.

Maar ik wijk af. Want waar ik wel van hou, zijn de afstellingen die het tussenseizoen met zich meebrengt. De mensen zijn net op verlof geweest en kunnen er weer volop tegenaan. Iedereen is weer terug beschikbaar en dus wordt het najaar (en ook de lente, maar meestal toch het najaar) gezien als een ideale afstelperiode. Tot nu toe heb ik geluk gehad en heb ik elk jaar – en dat zijn er ondertussen drie – een grote afstelling mogen meemaken en enorm veel kunnen bijleren.

Afstelling, turnaround, shutdown, iedereen heeft er zijn termen voor maar de meeste lezers weten wel wat ik bedoel en wat dat inhoudt. In mijn omgeving weten ze dat niet. Ze beseffen niet dat ik elke dag vanaf 06u de klok rond aanwezig ben. Dat ik dan nog eens een uur nodig heb om thuis te geraken, en dus ’s ochtends alweer om 05u moet vertrekken. Dat ik maar enkele uurtjes thuis ben waarvan ik, als ik slim zou zijn, het merendeel moet slapen. Maar ik vind het geweldig. De sfeer die er op de site hangt is anders. Tuurlijk geraken we soms wat geïrriteerd, maar iedereen werkt hard, iedereen is een beetje moe en dat weet je van elkaar.

Als je vanop grote hoogte kijkt, lijkt het juist een bende miertjes. Ongelooflijk hoeveel volk er op zo’n klein oppervlak in de weer kan zijn, vaak dan nog met kranen, stellingen en apparaten, met of zonder ademluchtmasker op, zonder in elkaars weg te komen en de situatie onveilig te maken. Want dat is de kunst natuurlijk: zo’n afstelling overbruggen zonder incidenten. Ik omring mij langs alle kanten met hout om vast te houden, maar tot nu toe loopt het vlot en dan moet de frietkraam nog langskomen!

Ja, u hoort het goed, de frietkraam. Enkele jaren geleden kregen mijn baas en ik het idee dat we iets terug moesten doen voor alle mensen die zich hier op onze blokvelden uit de naad stonden te werken. Ik heb toen alle regelingen getroffen (en op een chemisch bedrijf zijn dat er véél, geloof me) om een frietkraam ter plaatse te laten komen en de in totaal bijna driehonderd mannen én Cindy de kraanvrouw te trakteren op het gele goud. Veel werk, maar als je achteraf ziet hoe dat een boost kan geven aan de sfeer, ben je toch weer tevreden dat het allemaal is gelukt. Want zeg nu eerlijk: een goeie portie friet met mayonaise, wie wordt daar nu niet instant vrolijk van?

Katrien Bogaerts werkt sinds 2009 als productie-ingenieur op het MDI-bedrijf bij BASF Antwerpen

Wellicht vindt u deze artikelen ook interessant

Schrijft u in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.