blog

Column: Gelijke behandeling

Publicatie

12 dec 2014

Auteur

Katrien Bogaerts

Categorie

Petrochem

Soort

blog

Tags

Ik ben opgegroeid met twee broers, heb vervolgens in een jeugdbeweging gezeten en kwam terecht in de meest mannelijke studierichting tussen tien andere vrouwen en 650 mannen. Vervolgens ging ik aan de slag op een chemiebedrijf en ik merk soms op dat ik als enige vrouw tussen vijftien mannen zit te vergaderen. Als ik het niet merk, is het niet omdat het niet zo is, maar omdat ik het gewend ben.

Ik zat een jaar of twee geleden te eten in een grote kantine, samen met de personeelsverantwoordelijke. Op een bepaald moment vroeg hij: ‘Ken je die twee van ergens?’, waarop ik negatief antwoordde. Even later moest hij lachen en zei hij: ‘Je ziet het al niet meer, nú begrijp ik het!’ Hij praat er nog steeds over als ik hem tegenkom, hoewel ik er ondertussen niet meer werk. ‘Weet je nog, die vergadering in de refter toen we zo moesten lachen?’ We kwamen uiteindelijk niet meer bij, omdat hij mij telkens attent maakte op het gestaar van passerende werknemers.

Evenwaardig

Meestal vind ik het allemaal niet zo erg, omdat het merendeel van deze gebeurtenissen plaatsvindt met mensen die ik voor het eerst of zelden zie. En eerlijk is eerlijk: ik heb ook vreemd gekeken in het ziekenhuis toen mijn vroedvrouw een vroedman bleek te zijn. Of als je kindje op school geen kleuterjuf, maar een kleutermeester heeft. Daarom stoor ik me er niet aan, want vreemde eenden in de bijt trekken altijd aandacht. Dat weet je op voorhand.

Er zijn ook nog steeds collega’s die mij niet als evenwaardig beschouwen. Ze zullen het nooit zeggen, maar maken het duidelijk door mij te negeren, niet aan het woord te laten en ideeën af te kraken. Collega’s waar ik elke dag mee samenwerk en die goed genoeg weten dat op mijn diploma burgerlijk ingenieur vermeld staat en niet schoonheidsspecialiste. Al een geluk dat ik stevig in mijn schoenen sta en mij niet omver laat blazen door wat hoog uitgevallen bomen, die naar hun zin te weinig wind vangen.

Gezucht

Wat ik wél erg vind, is dat er afspraken worden gemaakt over de wachtdienst buiten mij om, om ‘mij te ontzien’. Dat ik apart word geroepen om te melden dat het eigenlijk niet kan voor een kaderlid om tachtig procent te werken, om op die manier soms thuis te kunnen zijn voor mijn kind. In België heb je er wettelijk recht op en ze mogen het je niet ontzeggen, maar ze wrijven het er wel graag in en zullen het voor elke fout of vergissing die je begaat – ja, dat gebeurt nu eenmaal af en toe bij iedereen – gebruiken, omdat ‘je niet ten volle met het bedrijf bezig bent’. Dat er door de heren van het management met de ogen wordt gerold als ik zeg dat ik zwanger ben, in plaats van mij te feliciteren. Er wordt gezucht en gevraagd: ‘Hoe gaan we dit aanpakken?’

Aanvaarden

Neen, er is geen glazen plafond in de industrie. Er is een metersdikke glazen kooi, waar het zonlicht zelfs niet doorgeraakt, omdat er nog een betonnen dek op gegoten is. Zo zijn we zeker dat iedereen op zijn plaats blijft. Gelukkig heb ik ook nog collega’s die dat gegeven straal negeren in plaats van mij. Die mij een kaartje geven op secretaressedag, omdat dat gewoon hilarisch is. Die mij gelijk behandelen, zonder er moeite voor te doen. Opvallend is dat vooral de arbeiders en technici er na een tijdje geen probleem van maken en mij aanvaarden als één van hen. Het zijn de managers en zelfverklaarde toplui die denken dat zij de zwanen zijn en ik het lelijke eendje.

Katrien Bogaerts werkt sinds juni 2013 als process engineer bij Kaneka in Westerlo, België, en is expert bij het Petrochem Platform.

Wellicht vindt u deze artikelen ook interessant

Schrijft u in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.