blog

Column: Opgeven of doorgaan?

Publicatie

14 jun 2012

Auteur

Katrien Bogaerts

Categorie

Petrochem

Soort

blog

Tags

Ik schrijf deze column nu ik net terug ben van vijf weken rondtrekken in Oost-Afrika. Als je erbij nadenkt hoe het daar zou zijn, ik zal het je kort omschrijven: prachtig. Oeganda, Kenia en Tanzania zijn ongelooflijk mooie landen: de natuur, de dieren, de vriendelijke mensen en de sfeer zijn goud waard, ook al beseffen ze het zelf soms te goed, en soms helemaal niet. In de toeristische gedeeltes wordt je bekeken als een witte, wandelende portefeuille en achterna gezeten door verkopers van allerhande prullaria. In de bergen kom je terecht in dorpjes waar je ziet dat de kleintjes nog nooit in hun leven een blanke medemens gezien hebben, maar waar de oudere kinderen lachen en je thee krijgt aangeboden. Daar geef ik met plezier alles af wat ik bijheb en kan missen, zonder dat er om gevraagd en gebedeld wordt.

Het hoogtepunt van onze reis was echter de beklimming van de Kilimanjaro. De enige berg in de omtrek, die als je ervoor staat onmetelijk hoog lijkt te zijn. 5.895 meter, en we zijn gestart vanop 1.800 meter. Dat is niet valsspelen, maar de ingang van het Kilimanjaro Park bevond zich op die hoogte, ik kan er ook niets aan doen. Ook daar hebben we ongelooflijk mooie dingen gezien: de omgeving variƫrend van regenwoud met spelende aapjes in de bomen tot een soort maanlandschap waar geen enkel stromend water meer te vinden was.

In het begin lijkt alles vlot vooruit te gaan, maar na enkele dagen kruipt het wandelen en vooral de hoogte in je kleren. Er zijn geoefende marathonlopers die wegens hoogteziekte moeten opgeven terwijl mensen die dubbel zo oud zijn als jij en ik samen de top bereikten. Onze gids heeft vorig seizoen iemand van 82 nog geholpen de top te bereiken. (Hij had het al eens succesvol gedaan in 1972, maar wilde het nog een keertje doen.) Ik ben wel geen geoefende marathonloopster, maar kwam er van ons groepje toch het dichtst bij. Vanaf 4.600m was er geen houden aan: alles wat erin ging, kwam er langs dezelfde weg weer terug uit. Water, druivensuiker, thee, antimisselijkheidspilletjes, niks wou mijn lichaam nog aanvaarden. Wel een probleem als je nog 1,3 kilometer verticaal omhoog moet wandelen in 24 uur tijd.

Na enkele uren slaap waren de meningen verdeeld: mijn vriend was net als het Canadese meisje bezorgd en zag het niet zitten dat ik nog verder zou wandelen. Gelukkig vond de gids dat ik sterk genoeg leek, dus kreeg ik groen licht om eraan te beginnen. Om middernacht, met de Petzl als enige lichtbron, -20 graden Celsius en nog zeven uur te gaan, leek het mij toch een iets minder goed plan om absoluut niet te willen opgeven. Soit, ik ben eraan begonnen maar de uren daarna werden vager en vager. Ik was me niet meer bewust van de omgeving, de mensen achter mij, ik keek alleen maar naar de voeten van de gids die voor mij liep en mij regelmatig controleerde. Om vijf uur, nog steeds donker en koud, was het voor mij genoeg: ik wilde niet meer. Kreeg ik op 5.300 meter hoogte verdorie tegen mijn voeten dat ik nu ook niet moest opgeven, dat had ik beneden maar moeten doen. Dat zoveel mensen opgeven in dit stadium, maar dat ik ondanks alles al zover was gekomen. Dat het oneerlijk zou zijn ten opzichte van mezelf om nu niet meer door te gaan.

En toen begon het licht te worden. Ongelooflijk wat de zon met een mens kan doen. Helaas zag ik toen ook wel hoe hoog de top nog was, maar dat nam ik erbij door mezelf te dwingen niet omhoog te kijken. Om kwart over zeven stonden we samen op de top. Hoewel ik een kwartier eerder nog de thee die de gids bij zich had weer moest lozen, sta ik dolgelukkig op de foto. En dat herinner ik mij nog: glinsters van de sneeuw, gletsjers rondom mij, de zon op mijn gezicht en het bord van de top achter mij. Ik ben nog nooit zo trots en blij geweest.

Wellicht vindt u deze artikelen ook interessant

Schrijft u in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.