nieuws

Europese Commissie mist argumenten pijpleidingproject

Publicatie

27 jan 2004

Categorie

Petrochem

Soort

nieuws

Tags

ROTTERDAM – De Europese Commissie vindt dat deugdelijke argumenten ontbreken voor subsidiëring van een nieuwe propyleenpijpleiding van Rotterdam via Antwerpen naar het Ruhrgebied. De milieuvoordelen zijn geen rechtvaardiging om overheidsgeld in het project te stoppen, zo heeft de Commissie laten weten aan de regeringen van Nederland, België en Duitsland. De voorlopige conclusie luidt dat de bijdragen onverenigbaar zijn met de regels voor staatssteun.
De drie landen hebben gezamenlijk 25,5 miljoen euro steun toegezegd voor de bouw van de pijpleiding, waarmee in totaal bijna 150 miljoen euro is gemoeid. Het Nederlandse aandeel in de steun bedraagt vier miljoen euro en heeft tot doel de veiligheid bij het vervoer van gevaarlijke stoffen te bevorderen. Het gebruik van een pijpleiding brengt minder risico's met zich mee, in vergelijking met vervoer per trein of binnenschip. Vooral het rangeren met wagons op een emplacement in Venlo vormt daarbij een punt van zorg. Een mogelijke verplaatsing van dit complex, waarmee 134 miljoen euro is gemoeid, wordt minder urgent als de pijpleiding beschikbaar komt.
Het leidingproject is een initiatief van grote chemieproducenten, waaronder Basf , Shell Nederland en DSM . Zij hebben de nieuwe verbinding nodig om beter opgewassen te zijn tegen concurrenten in de VS. De pijpleiding moet het vervoer van propyleen flexibeler maken. Propyleen is een restproduct van petroleum en wordt gebruikt voor de vervaardiging van kunststoffen.
De Europese Commissie heeft grote moeite met de steunverlening vanwege het gevaar van concurrentievervalsing ten opzichte van spoor en binnenvaart. Ook chemische industrieën, die niet betrokken zijn bij de investering, kunnen in een nadelige positie komen. Het argument van de betrokken lidstaten dat een pijpleiding het milieu dient, vindt Brussel niet steekhoudend. De verwerking van propyleen zal toenemen en daarmee ook de vervuiling, zo redeneert de Commissie. Het feit dat het vervoer per pijpleiding verloopt en minder per spoor en binnenschip doet niet terzake.
Alleen als de industrie zelf haar milieuvervuiling zou weten te beperken met het investeringsproject, zou Brussel de steun kunnen goedkeuren. De Commissie zegt daarom te betwijfelen of de subsidie op milieugronden te rechtvaardigen valt, 'ook al zou de pijpleiding een milieuvriendelijke manier zijn om propyleen te vervoeren'.
De vrees bestaat dat de steun uitmondt in een 'onevenredige rentabiliteit' van het project. De toezegging van de betrokken industrieën om de verbinding te exploiteren volgens het 'low-profit'-beginsel overtuigt Brussel niet. Het aanbod aan propyleen in het Duitse deel van de pijpleiding zou in de rentabiliteitsberekening te laag zijn ingeschat. Ook het uitgangspunt dat de nieuwe infrastructuur voor alle gebruikers van propyleen openstaat, neemt de bezwaren van de Commissie niet weg. De exploitanten van de pijpleiding zijn volgens Brussel de voornaamste gebruikers, 'of in ieder geval degenen die er het meest van profiteren'. Wat meespeelt bij de afwijzing van de subsidie is dat diverse bestaande pijpleidingen in Europa volledig uit particuliere bron zijn gefinancierd. Het gaat in dit geval om ondersteuning van particulier initiatief, waardoor volgens de Commissie het handelsverkeer in de EU negatief wordt beïnvloed.

Petrochem 3, 2022

29 juni 2022

Air Products en Gunvor werken aan Rotterdamse importterminal ammoniak

Wellicht vindt u deze artikelen ook interessant

Schrijft u in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.