Minister voor Klimaat en Energie Rob Jetten maakte vandaag nieuwe plannen bekend voor de aanleg van een landelijk transportnetwerk voor waterstof. Gasunie-dochter HyNetwork Services (HNS) legt het waterstofnetwerk in Nederland de komende jaren aan. Daarna krijgt de aardgasnetbeheerder ook de rol van beheerder van het waterstofnetwerk.

HNS zal tevens een rol spelen in de opslag en import van waterstof. Vanwege de verwachte groei van de productie van waterstof via windparken op de Noordzee, onderzoekt de minister of er ook een publiek waterstofnet op zee moet komen.

Het waterstofnetwerk verbindt in de komende jaren de zeehavens met de grote industriële clusters in Nederland en met opslaglocaties voor waterstof. Ook realiseert HNS verbindingen met Duitsland (Ruhrgebied en Hamburg) en België.

Risico’s

Het kabinet heeft maximaal 750 miljoen euro gereserveerd voor de ontwikkeling van het transportnet. Jetten onderzoekt nog hoe het kabinet eventuele risico’s kan afdekken. Jetten: ‘Er zijn risico’s gemoeid met investeringen in energie-infrastructuur voor markten die zich nog moeten ontwikkelen. Deze infrastructuur moet toekomstbestendig gedimensioneerd worden met het oog op een toenemend aandeel hernieuwbaar opgewekte energie. Tijdelijke of gedeeltelijke leegstand is hierbij niet te vermijden, maar moet wel worden geminimaliseerd. Wachten is echter geen optie want zonder verbindende infrastructuur komen elektrolyse-, opslag- en importprojecten niet tot stand. Ik zoek daarom naar een balans tussen de bereidheid van het Rijk en HNS om ‘voor de markt uit’ het transportnet te ontwikkelen en het zoeken van voldoende commitment vanuit de markt om projecten te realiseren.’

De minister moet daarbij nog wel de versoepeling van de regels van de Europese Commissie afwachten met betrekking tot staatssteun.

Drie fases

In een eerste verkenning zijn in Nederland 59 bedrijven die gebruik willen maken van een waterstofinfrastructuur. De helft wil gas leveren terwijl de andere helft het gas wil inzetten in zijn processen.

Het net zal zoals het er nu naar uitziet in drie fases worden aangepast aan waterstoftransport. In de eerste fase zullen de grote industriële clusters aan de kust worden aangesloten. Zij kunnen dan groene waterstof van windparken gebruiken in hun processen. Deze fase zou rond 2025 of 2026 gereed moeten zijn.

In de tweede fase zal ook Chemelot en het zogenaamde zesde cluster worden aangesloten. Dit zou rond 2027 of 2028 klaar moeten zijn. In de derde en laatste fase sluit HNS het netwerk met een leiding tussen Zeeland en Chemelot. De leiding die men op het oog heeft, komt in 2030 vrij.

Schoon en zuinig

Bij de ontwikkeling van het waterstofnetwerk gebruikt HNS vooral bestaande leidingen die beschikbaar komen omdat er in de komende jaren steeds minder aardgastransport is. Circa 85 procent van het landelijke netwerk zal bestaan uit hergebruikte aardgasleidingen. Na de derde fase kunnen op deze manier nog meer gebruikers en producenten worden aangesloten.

De brutowinst voor belasting van niet-financiële bedrijven kwam in het eerste kwartaal van 2022 uit op 81,5 miljard euro. Dat is 13,7 miljard euro meer dan in het eerste kwartaal van 2021 en de hoogste winst geboekt in een eerste kwartaal sinds het begin van de tijdreeks in 1999. Dankzij de hoge energieprijzen boekten de delfstoffenwinning, de petrochemische industrie en de energiebedrijven meer winst. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe (voorlopige) cijfers.

De brutowinst voor belasting kan worden gesplitst in de operationele winst, de winsten van buitenlandse dochters en de overige winst. De operationele winst kwam in het eerste kwartaal van 2022 uit op 54,5 miljard euro, tegen 49,1 miljard euro in het eerste kwartaal van 2021. Doordat er minder coronagerelateerde subsidies werden verstrekt, waren de ontvangen niet-productgebonden subsidies 3,8 miljard euro lager. De operationele winst exclusief niet-productgebonden subsidies was 9,1 miljard euro hoger dan een jaar eerder.

Energieprijzen

Met name de delfstoffenwinning, de petrochemische industrie, de energiebedrijven, de groothandel, de horeca, de reisbureaus en de luchtvaart boekten meer winst. De stijging van de winst van de delfstoffenwinning, de petrochemie en de energiebedrijven hangt samen met de ontwikkeling van de energieprijzen. De horeca, de reisbureaus en de luchtvaart boekten meer winst door het op gang komen van het uitgaansleven en het reisverkeer.

De winsten van buitenlandse dochters namen met 7,3 miljard euro toe. Vooral de winsten van buitenlandse dochters van bedrijven in de petrochemische industrie stegen. De overige winst was 1,0 miljard euro hoger dan een jaar eerder. Dat komt doordat de binnenlandse dividendopbrengsten hoger waren dan in het eerste kwartaal van 2021. De renteontvangsten namen af terwijl de rentebetalingen nauwelijks veranderden.

Belasting en divident

Over de winst betalen bedrijven belasting, zoals de vennootschapsbelasting. In het eerste kwartaal van 2022 betaalden de niet-financiële bedrijven 3,2 miljard euro meer belasting over hun winst dan in het eerste kwartaal van 2021.

De winst na betaling van de belastingen kunnen bedrijven aanwenden voor investeringen en besparingen, of voor dividenduitkeringen aan aandeelhouders. De niet-financiële bedrijven hebben 3,0 miljard euro meer dividend uitgekeerd dan in het eerste kwartaal van 2021. De investeringen in vaste activa waren 1,2 miljard euro hoger.

Winstquote toch omlaag

Ondanks de forse stijging van de operationele winst was de winstquote, de operationele winst als percentage van de toegevoegde waarde, met 42,1 procent in het eerste kwartaal van 2022 iets lager dan in hetzelfde kwartaal van 2021 (42,8 procent). Dit komt doordat de procentuele stijging van de beloning van werknemers groter was dan die van de operationele winst.

Concurrenten Shell en TotalEnergies mogen samenwerken bij de CO2-opslag in lege gasvelden op de Noordzee. Dat stelt de Autoriteit Consument & Markt (ACM) vast na bestudering van de plannen. Door CO2 door buizen te vervoeren en in oude gasvelden op te slaan komt dit broeikasgas niet in de atmosfeer terecht. Dit initiatief draagt daarmee bij aan de klimaatdoelstellingen.

Omdat samenwerking noodzakelijk is om dit initiatief van de grond te krijgen en de klimaatvoordelen te realiseren, is het niet erg dat de concurrentie tussen Shell en TotalEnergies in geringe mate wordt beperkt. De voordelen voor de klanten van beide bedrijven en voor de maatschappij als geheel zijn groter dan de negatieve effecten van die beperking.

Aramis

Shell en TotalEnergies willen grootschalig CO2 opslaan in lege gasvelden in de Noordzee. Dit is een onderdeel van het project ‘Aramis’ waarbij overheid, Gasunie en Energie Beheer Nederland met Shell en TotalEnergies samenwerken om onder meer een pijplijn met hoge capaciteit aan te leggen om lege gasvelden daarop aan te sluiten.

Afvang en opslag van CO2 draagt bij aan de vermindering van de CO2-uitstoot van bedrijven gevestigd in Nederland die op dit moment nog weinig alternatieven hebben. Het vergt forse investeringen omdat het om een hoge capaciteit en nieuwe innovatieve methode gaat. Om het project op gang te krijgen, moeten Shell en TotalEnergies gezamenlijk de CO2-opslag aanbieden. En gezamenlijk daarvoor de prijs bepalen met het oog op de ingebruikname van de eerste twintig procent van de capaciteit van de pijplijn. Voor de resterende tachtig procent worden geen gezamenlijke afspraken gemaakt.

Concurrenten

Shell en TotalEnergies zijn concurrenten van elkaar. Een samenwerking tussen twee concurrenten kan de prijs, kwaliteit en innovatie negatief beïnvloeden maar dat kan worden gecompenseerd door bepaalde voordelen die de samenwerking biedt voor de klanten van de bedrijven en de samenleving als geheel. Daarom hebben de partijen aan de ACM een informeel oordeel gevraagd of deze samenwerking past binnen de concurrentieregels die een uitzondering bieden op het verbod om de concurrentie te beperken als, kort gezegd, de voordelen opwegen tegen de nadelen.

Besluit

De ACM ziet dat er bij dit project een nieuwe markt wordt gemaakt: die van de opslag van CO2 in lege gasvelden. De startfase waarbij Shell en TotalEnergies samen hun opslag aanbieden krijgt door het project ‘Aramis’ een grootschalig en commercieel vervolg waar ook andere bedrijven die lege gasvelden beheren kunnen aansluiten op de pijplijn. Bedrijven moeten daarvoor flink investeren.

De ACM heeft gekeken of het initiatief past in de uitzonderingen die de concurrentieregels bieden. De ACM heeft hierbij bekeken of de bedrijven zelfstandig tot hetzelfde resultaat zouden kunnen komen. Verder heeft de ACM  speciaal gelet op de voordelen voor klanten van beide bedrijven en op de bijdrage die dit project levert aan de vermindering van de CO2-uitstoot, en daarmee aan de bijdrage die het levert aan het klimaatakkoord van Parijs. De ACM concludeert dat deze samenwerking noodzakelijk is om dit project succesvol te laten zijn. Daarbij zijn de voordelen voor de klanten en de maatschappij als geheel groter dan de nadelen van de beperking van de concurrentie. Daarbij is van belang dat de concurrentie niet wordt beperkt bij de resterende 80% van de capaciteit van het transport en de opslag. Daarom mogen volgens de ACM zowel op grond van de Nederlandse als van de Europese mededingingsregels deze bedrijven hun onderlinge concurrentie beperken bij de verkoop van de eerste twintig procent van het transport en de opslag van CO2 in hun lege gasvelden.

Duurzaam

De ACM heeft bij de beoordeling onder andere de concept leidraad duurzaamheidsafspraken toegepast. Daarin staat onder andere dat als een project bijdraagt aan de klimaatdoelstellingen van Parijs, de voordelen voor de hele maatschappij mee mogen wegen als een uitzondering wordt gemaakt op de concurrentieregels. Op die manier kan samenwerking tussen bedrijven een bijdrage leveren aan de klimaatdoelen.

Minister Van Gennip (SZW) informeerde de Tweede Kamer over de maatregelen die zij wil nemen tegen de arbeidsmarktkrapte. De minister stuurt op het verminderen van de vraag naar arbeid, het vergroten van het arbeidsaanbod en het verbeteren van de match tussen vraag naar en aanbod van arbeid.

Er stond in het eerste kwartaal van 2022 een historisch hoog aantal vacatures open (451 duizend). Tegelijkertijd was de werkloosheid zeer laag: er waren 338 duizend mensen werkloos, oftewel 3,5 procent van de beroepsbevolking. Dat betekent dat er per 100 werklozen 133 vacatures openstonden.

In het verleden zijn er ook periodes van zeer lage werkloosheid en arbeidsmarktkrapte voorgekomen, zoals voorafgaand aan de financiële crisis en de coronacrisis. Door de gecompliceerde situatie die na afloop van de coronacrisis op de arbeidsmarkt is ontstaan en de transities waar Nederland nu voor staat, is de krapte nu echter veel urgenter.

Vergrijzing en transitie

Niet alleen de huidige situatie vraagt om actie: de arbeidsmarkt verandert ook structureel. Vanwege een nauwelijks stijgend arbeidsaanbod, een toenemende arbeidsvraag  en beperkte dynamiek op de arbeidsmarkt, zal de druk op de arbeidsmarkt de komende jaren groot blijven.

De toenemende vraag naar arbeid heeft deels te maken met noodzakelijke transities en de ambities van het kabinet. Daarnaast zorgt de vergrijzing voor een verschuiving op de arbeidsmarkt. Dat komt zowel doordat veel ouderen de arbeidsmarkt verlaten, als doordat de vraag naar specifieke diensten als (ouderen)zorg toeneemt.

Nieuwe banen

Als overheid en bedrijfsleven niets doen, zullen de tekorten op de arbeidsmarkt in verschillende sectoren de komende jaren alleen maar stijgen. Ook verwacht het kabinet dat door technologische en maatschappelijke ontwikkelingen nieuwe banen zullen ontstaan en bestaande banen zullen verdwijnen.

De minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) komt in het vierde kwartaal met een visie op de economie, waarin de gewenste richting van de economie op de lange termijn wordt beschreven. Hierin zal ook ingegaan worden op de betekenis voor de arbeidsmarkt. Op deze arbeidsmarkt is krapte niet alleen kwantitatief, maar ook een kwalitatief tekort aan werkenden met de juiste kennis en vaardigheden.

Techniek en cultuur

Het kabinet ziet dat dat verwachte aanpassingsmechanismen van de arbeidsmarkt vertraagd en vooralsnog niet voldoende werken om de krapte op te lossen. Bij een aanhoudende krapte stijgen doorgaans de lonen om het tekort aan personeel te kunnen vullen.

Werkgevers kunnen daarnaast ook op andere manieren op de krapte reageren. Bijvoorbeeld door andere arbeidsvoorwaarden aantrekkelijker te maken, kwalificatie-eisen te verlagen en werknemers zelf op te leiden. Ook kunnen werkgevers investeren in arbeidsbesparende technologie, of de werkcultuur onder de loep nemen.

Zes acties

Het kabinet ziet een duidelijke rol voor de overheid om krapte aan te pakken. Dat betekent dat de overheden actiever dan voorheen aan de slag gaan met het wegnemen van obstakels en oplossen van knelpunten die matching verhinderen. En dat de overheid het handelen van werkgevers en  werkenden, waar nodig, bijsturen om deze meer in lijn te brengen met maatschappelijke belangen.

Om te zorgen voor een goed functionerende arbeidsmarkt en om krapte te verminderen, zet het kabinet in op drie pijlers: het verminderen van de vraag naar arbeid, het vergroten van het arbeidsaanbod en het verbeteren van de match tussen vraag naar en aanbod van arbeid.

Vanuit dit denkkader werkt het kabinet aan zes acties die krapte kunnen verminderen: stimuleren van technologie- en procesinnovatie, inzet op arbeidsaanbod, verbeteren van de match, stimuleren van meer uren werken, leven lang ontwikkelen en verbeteren aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt.

Daarnaast onderzoekt het kabinet ook verdergaande maatregelen, zoals het aantrekkelijker maken van doorwerken na AOW leeftijd en het praktisch en financieel ontzorgen van mensen die naar krapteberoepen willen overstappen. Andere opties zijn het aanpassen van kwaliteits- en opleidingseisen, verminderen van administratieve druk of bijvoorbeeld een bonus om meer uren werk te stimuleren.

De overheid roept het bedrijfsleven ook op om werk anders in te richten. Niet alle vacatures die werkgevers openstellen zijn geschikt voor mensen die nu nog thuis zitten. Deze doelgroep voldoet niet altijd aan de opleidings- en ervaringseisen, heeft soms meer begeleiding nodig of kan maar een deel van de beoogde taken uitvoeren.

Europees probleem

Het tekort op de arbeidsmarkt is geen uniek Nederlands probleem. Het kabinet heeft een internationale verkenning uitgevoerd. Door een toenemende mismatch bij werkgevers en werkenden, en door demografische veranderingen hebben veel Europese landen met eenzelfde situatie te maken. Ook de sectoren waar de krapte zich voordoet, zijn vergelijkbaar met Nederland, namelijk de gezondheidszorg en de technieksector

Ørsted en TotalEnergies bundelen hun krachten bij de aanbesteding voor de offshore windparken Hollandse Kust West. Beide bedrijven doen voorstellen om een netto-positieve impact voor biodiversiteit en het Nederlandse energiesysteem te realiseren. De offshore windparken komen circa 53 kilometer uit de Nederlandse kust te liggen en krijgen een gezamenlijk vermogen van ongeveer 1,5 GW.

Ørsted en TotalEnergies zullen bijdragen aan de Nederlandse doelstelling om in 2050 meer dan zeventig gigawatt offshore windcapaciteit gerealiseerd te hebben voor elektriciteits- en waterstofproductie. Ørsted zet in op duurzame en milieuvriendelijke bouw en onderhoud  en een netto positieve impact op de biodiversiteit in 2030. De Denen zijn al eigenaar van windpark Borssele 1 en 2. TotalEnergies zet zijn expertise in offshore-activiteiten en zijn positie als geïntegreerd energiebedrijf in Nederland in. Dat doet het met een investeringsprogramma voor groene energie en waterstofproductie.

Ook RWE, Vattenfall en Shell/Eneco hebben inmiddels een bod uitgebracht op het offshore windpark

Ecologie

Het bod voor kavel  VI verandert de manier waarop windparken zich verhouden tot ecologie. In het bod zijn nieuwe maatregelen, een monitoringsprogramma en een samenwerking met kennisinstituten, universiteiten en milieuorganisaties opgenomen. Hierdoor kan de juiste kennis worden opgebouwd en kunnen nieuwe technologieën worden uitgerold die nodig zijn om windparken vanaf nu de natuur te laten versterken.

Waterstof

Zeeland is het grootste waterstofcluster van Nederland. Met 600 megawatt elektrolysecapaciteit wordt in 2027 het grootste groene waterstofcluster ter wereld mogelijk gemaakt. Windpark Hollandse Kust West speelt daar een belangrijke rol in. Aangevuld met onder meer elektrisch vervoer, opslag en directe elektrificatie van de industrie kan maximale systeemintegratie bereikt worden.

De winnaars van de aanbestedingen worden naar verwachting in de herfst bekendgemaakt door de Nederlandse overheid.

Volgens het brandstofrapport van het IEA kan de invoer van gas uit Rusland met meer dan een derde worden teruggedrongen. Het internationale energie agentschap ziet met extra tijdelijke maatregelen, mogelijkheden om deze verlagingen te verdiepen tot meer dan de helft.

De afhankelijkheid van Europa van geïmporteerd aardgas uit Rusland is opnieuw in een schril daglicht komen te staan door de Russische inval in Oekraïne. In 2021 importeerde de Europese Unie gemiddeld meer dan 380 miljoen kubieke meter gas per dag via pijpleidingen uit Rusland, of ongeveer 140 miljard kubieke meter voor het hele jaar. Daarnaast leverde Russische staatsbedrijven ongeveer miljard kuub in de vorm van LNG. De totale invoer van 155 miljard kubieke meter uit Rusland was goed voor ongeveer 45 procent van de gasinvoer van de EU in 2021 en bijna veertig procent van haar totale gasverbruik.

Het agentschap stelt een reeks maatregelen voor die de jaarlijkse afhankelijkheid van de EU van Russisch gas binnen een jaar met meer dan vijftig miljard kuub verlaagt. Het tienpuntenplan van het IEA om de afhankelijkheid van de Europese Unie van Russisch aardgas te verminderen omvat een reeks aanvullende maatregelen die in de komende maanden kunnen worden genomen. Zoals een grotere afhankelijkheid van andere leveranciers en het aanboren van andere energiebronnen. Ook kernenergie kan Maar ook het versnellen van de inspanningen om consumenten, bedrijven en de industrie de middelen te geven om schone en efficiënte alternatieven voor aardgas te gebruiken.

De helft minder

Het IEA bekijkt ook de mogelijkheden voor Europa om nog verder en sneller te gaan om de afhankelijkheid van Russisch gas op korte termijn te beperken. Dit zou wel ten koste gaan van de EU-uitstoot. Als Europa deze extra stappen zet, kan de invoer van Russisch gas op korte termijn met meer dan 80 miljard kuub, ofwel ruim de helft, worden verminderd.

In de analyse belichten de onderzoekers enkele compromissen. Het versnellen van investeringen in schone en efficiënte technologieën vormt de kern van de oplossing. Maar zelfs een zeer snelle invoering zal tijd vergen om de vraag naar geïmporteerd gas aanzienlijk te doen dalen. Hoe sneller de EU-beleidsmakers afstand willen nemen van Russische gasleveringen, hoe groter de potentiële gevolgen in termen van economische kosten en/of emissies op korte termijn. De omstandigheden verschillen ook sterk binnen de EU, afhankelijk van de geografie en de leveringsregelingen.

Tien punten plan

  1. Geen nieuwe gasleveringscontracten met Rusland ondertekenen. Impact: Maakt een grotere diversificatie van de voorziening dit jaar en daarna mogelijk.
  2. Russische leveringen vervangen door gas uit alternatieve bronnen. Effect: Verhoogt de niet-Russische gaslevering met ongeveer 30 miljard kubieke meter binnen een jaar
  3. Minimumverplichtingen inzake gasopslag invoeren. Impact: Verbetert de veerkracht van het gassysteem tegen volgende winter
  4. Versnel de ontplooiing van nieuwe wind- en zonne-energieprojecten Effect: Vermindert het gasverbruik met 6 miljard kubieke meter binnen een jaar
  5. Maximaliseren van de elektriciteitsproductie uit bio-energie en kernenergie. Effect: vermindert het gasverbruik met 13 miljard kubieke meter binnen een jaar
  6. Voer op korte termijn belastingmaatregelen in op windfall profits om kwetsbare elektriciteitsverbruikers te beschermen tegen hoge prijzen. Impact: Verlaagt de energiefactuur, zelfs wanneer de gasprijzen hoog blijven
  7. Versnel de vervanging van gasketels door warmtepompen. Impact: Vermindert het gasverbruik met nog eens 2 miljard kubieke meter binnen een jaar
  8. Versnel energie-efficiëntieverbeteringen in gebouwen en de industrie. Impact: Vermindert het gasverbruik met bijna 2 miljard kubieke meter binnen een jaar
  9. Stimuleren van een tijdelijke thermostaatverlaging van 1 °C door consumentenImpact: Vermindert het gasverbruik met ongeveer 10 miljard kubieke meter binnen een jaar
  10. Intensivering van de inspanningen om de bronnen van flexibiliteit van het elektriciteitssysteem te diversifiëren en koolstofvrij te maken. Gevolgen: De sterke banden tussen de gasvoorziening en de elektriciteitszekerheid van Europa worden losser gemaakt

Air Liquide investeert 125 miljoen euro in de bouw van een nieuwe luchtscheidingsinstallatie (ASU) in Moerdijk. Het is een nieuwe generatie ASU met een dagelijkse zuurstofproductiecapaciteit van 2.200 ton.

De ASU is in een aantal opzichten bijzonder innovatief. Zo ligt het energieverbruik tien procent lager dan bij de vorige generatie en zal de ASU worden gebruikt om het nationale elektriciteitsnet te stabiliseren, waardoor een breder gebruik van hernieuwbare energiebronnen wordt vergemakkelijkt.

Een luchtseparatie-eenheid is een industriële installatie die atmosferische (buiten)lucht scheidt in stikstof-, zuurstof- en argongas. De gassen worden vervolgens via pijpleidingen of vrachtwagens aan industriële gebruikers geleverd. De onderliggende technologie is gebaseerd op het feit dat elk van deze gassen een verschillend kookpunt heeft. De buitenlucht wordt aangezogen en eerst gefilterd en samengeperst. Vervolgens wordt de lucht – een mengsel van gassen – afgekoeld tot -173°C zodat het bijna vloeibaar wordt. Het afgekoelde gasmengsel wordt vervolgens in drie destillatiekolommen gescheiden in zuivere zuurstof, stikstof en argon.

Modulaire bouw

De bouw van ASU is momenteel in volle gang in Moerdijk en de start van de productie is gepland voor de zomer van 2022. De ASU in Moerdijk bestaat uit verschillende grote modules, waarvan de zwaarste 580 ton weegt en afmetingen heeft van 10 x 10 x 65 meter. De modules werden in de haven van Moerdijk op een ponton overgeladen met behulp van drijvende kranen. Vervolgens zijn ze met een zelfrijdende modulaire transporteur (SPMT) over het terrein vervoerd naar hun uiteindelijke bestemming, waar twee grote kranen ze op hun plaats hebben gehesen.

Strategische locatie

De locatie in Moerdijk is strategisch gekozen, zo bevestigt projectdirecteur Abel Slabbekoorn: ‘De locatie is gunstig gelegen ten opzichte van een aantal grote klanten in de industriehaven van Moerdijk. En Moerdijk ligt op een knooppunt van pijpleidingen naar Rotterdam en Antwerpen. Vanuit deze locatie kunnen we via onze pijpleidingen een groot deel van de Benelux bereiken. Wij kunnen nu ook per vrachtwagen vloeibare gassen leveren aan klanten in Nederland die momenteel vanuit België worden bevoorraad. Voor deze klanten zal dit resulteren in lagere transportkosten en dus een lagere CO2-voetafdruk voor de levering van de gassen.’

Zuurstof uit de ASU zal onder meer worden gebruikt in de chemische en glasindustrie en voor de staalproductie, terwijl de stikstof vooral zal worden gebruikt als inert veiligheidsgas in een reeks industrieën en bij de verpakking van levensmiddelen. Het gewonnen argon zal ook worden gebruikt als inert veiligheidsgas in de metaal-, automobiel-, elektronica- en levensmiddelenindustrie.

Verminderde CO2-voetafdruk

Het energieverbruik van de nieuwe ASU zal ongeveer tien procent lager liggen dan dat van ASU’s van de vorige generatie. ‘Dit hebben we bereikt door de compactere, modulaire constructie van de ASU en door verbeteringen aan luchtcompressoren, warmtewisselaars en turbines’, legt Abel uit. ‘Daardoor daalt niet alleen het specifieke energieverbruik – en dus de kosten die we onze klanten aanrekenen – maar ook de CO2-footprint. We hebben ook een stroominkoopovereenkomst van 25 megawatt gesloten, wat betekent dat de ASU’s worden voorzien van groene stroom uit windmolenparken in de Noordzee. Op termijn zal de ASU volledig op hernieuwbare energie draaien.’

Hernieuwbare energie

Een bekend probleem met duurzame energiebronnen, zoals zon en wind, is dat de stroom die ze leveren sterk afhankelijk is van de lokale weersomstandigheden. Toch moeten vraag en aanbod op het nationale net altijd perfect in balans zijn. Een systeem dat tijdelijk energie kan opslaan en deze energie vervolgens kan gebruiken wanneer de vraag weer toeneemt, is dan ook een belangrijke drijfveer voor een breder gebruik van hernieuwbare energie.

Daarom ontwikkelde Air Liquide het  Alive-systeem dat voor het eerst in Moerdijk wordt gebruikt. De installatie maakt gebruik van cryogene vloeibare lucht voor tijdelijke energieopslag. Hierdoor kan het energieverbruik gedurende een periode worden verlaagd, zonder dat de productie daalt. Dit helpt het net te stabiliseren, terwijl de voorzieningszekerheid toch gewaarborgd blijft.

Nyrstar’s operaties in Auby, Frankrijk, zullen vanaf de eerste week van januari 2022 in zorg en onderhoud worden geplaatst in reactie op de aanzienlijk gestegen huidige en verwachte elektriciteitsprijzen in Frankrijk.

De elektriciteitsprijzen, die in heel Europa al op historisch hoge niveaus liggen, zijn de afgelopen weken in Frankrijk verder gestegen, meer dan in de naburige Europese landen. Dit is het gevolg van de geringe beschikbaarheid van kernenergie en de hoge CO2-kosten die door de elektriciteitsbedrijven worden doorgerekend aan de industrie.  De vooruitzichten voor de elektriciteitsprijzen in Frankrijk begin 2022 wijzen op aanhoudend hoge prijzen en aanzienlijke volatiliteit.

Terwijl de operatie volgens een zorg- en onderhoudsschema verloopt, zal het geplande onderhoud naar voren worden geschoven en zullen de geplande investeringen worden voortgezet.  De situatie zal geen gevolgen hebben voor de vaste werkgelegenheid op de site, waar in totaal 297 mensen werkzaam zijn.  De taken van de werknemers zullen worden verlegd naar onderhoud, opleiding en investeringsprojecten zolang de elektrolyser geen zink produceert. Er zal geen beroep worden gedaan op een tijdelijke werkeloosheidsregeling.

Hoge elektriciteitsprijzen

De aankondiging van vandaag volgt op overleg tussen het management van Nyrstar en de ondernemingsraad van de fabriek en komt na de beslissing van oktober 2021 om de productie in de drie Europese vestigingen van Nyrstar in België, Frankrijk en Nederland tot 50 procent te beperken in reactie op de hoge stroomprijzen in Europa. Nyrstar’s activiteiten in Balen/Pelt (België) en Budel (Nederland) zullen op verminderde capaciteit blijven draaien afhankelijk van de elektriciteitsprijzen. De zinkfabrieken profiteren van Nyrstar’s uitstekende energie-efficiënte en aanpasbare elektrolytische smeltproces, waardoor de productie kan worden verminderd in tijden van piekstroomprijzen.

De situatie wordt voortdurend geëvalueerd en de productie in Auby zal worden hervat zodra dit economisch haalbaar is.

York Capital rondde de verkoop af van Aldel en de bijbehorende activa aan Aloft Holdings NL, een Zwitsers metaalbedrijf dat de huidige CEO van Aldel, Chris McNamee oprichtte. Het nieuwe bedrijf versterkt hiermee zijn ambities om een leidende rol te krijgen in de groene Europese aluminiumproductie.

Het door de hoge elektriciteitsprijzen geplaagde Aldel komt in handen van het management. De belangrijkste klanten en financieringspartners van Aldel steunen de overname, waaronder Glencore International, dat zijn steun aan het bedrijf vernieuwde en uitbreidde.  Door de overname krijgt Aldel een betrokken eigendomsstructuur op lange termijn en een sterkere balans vanaf de eerste dag.

De overname wordt geschraagd door een ervaren managementteam dat de sector goed kent en dat zich inzet voor de strategie om een leidende Europese producent van groen aluminium te worden.  De verwezenlijking van deze strategie is van cruciaal belang om te voldoen aan de toezegging van de Nederlandse overheid, samen met andere grote economieën, om ambitieuze energietransitie-doelstellingen te verwezenlijken.

Groen aluminium

Aldel wil een van Europa’s leidende bedrijven worden op het gebied van goedkoop en energie-efficiënt aluminium.  De fabriek van Aldel heeft een capaciteit van 150 000 ton staven en walsplakken per jaar.  De huidige productie van staven bedraagt ongeveer 70.000 ton per jaar.

Aldel hoopt zijn productielijnen voor primair aluminium in de toekomst opnieuw te kunnen opstarten, en werkt in dat verband actief samen met belanghebbenden. Aldel werkt met name samen met de Nederlandse regering om duidelijkheid te krijgen over een gelijk speelveld met andere EU-landen met betrekking tot indirecte CO2-kostencompensatie (ICC) voor de huidige fase van de emissiehandel (2021-2030).  Een gelijk speelveld voor ICC-betalingen zou de investeringen in onze activa en onze mensen op middellange en lange termijn helpen ondersteunen.

Nieuwe metaalgroep

Het is de bedoeling dat Aldel de kern gaat vormen van een nieuwe internationale metaalgroep die zowel organisch als door overnames kan groeien.  Aloft heeft een strategische adviesraad opgericht, bestaande uit vooraanstaande personen uit de sector, om haar beter in staat te stellen deze strategie ten uitvoer te leggen.

Nobian en de Green Investment Group van het Australische Macquarie bundelen hun krachten in een nieuw groen waterstofbedrijf: de Hydrogen Chemistry Company ( HyCC ). HyCC zal veilige, betrouwbare, en betaalbare groene waterstof gaan leveren voor de verduurzaming van grote industrieën, zoals de luchtvaart, staalproductie, chemie en raffinaderijen.

Met de oprichting van een bedrijf dat gespecialiseerd is in waterelektrolyse voor de productie van groene waterstof uit hernieuwbare energie en op industriële schaal wordt een unieke stap gezet. Dankzij de combinatie van Nobian’s expertise in grootschalige elektrolyse en GIG’s wereldwijde ervaring met duurzame projectontwikkeling kan HyCC haar investeringen versnellen en meer grootschalige projecten realiseren.

HyCC gaat van start met een team van specialisten op het gebied van waterstoftechnologie en projectmanagement. Het bedrijf beschikt over een projectportfolio van meer dan 400 megawatt aan elektrolyseprojecten. Dit omvat onder meer een geplande installatie van 60 megawatt in Delfzijl, die waterstof zal leveren voor de productie van hernieuwbare methanol en vliegtuigbrandstoffen, een project van 100 megawatt in IJmuiden om duurzame staalproductie mogelijk te maken, en een fabriek van 250 megawatt in Rotterdam om waterstof uit fossiele bronnen te vervangen. Door de samenwerking kan HyCC deze portfolio verder vergroten en uitbreiden naar de Europese markt.

GIG en Nobian hebben elk een aandeel van vijftig procent in HyCC en de deal zal naar verwachting in maart 2022 worden afgerond (onder voorbehoud van de daarvoor benodigde goedkeuring door de instanties).

Meerdere projecten

GIG heeft al meerdere deals in waterstof aangekondigd in verschillende regio’s met een focus op het ondersteunen van de industriële transitie en de overstap naar schonere brandstoffen. Nobian beheert meerdere grootschalige elektrolyse-installaties in Nederland en Duitsland voor de productie van chloor en natronloog, waarbij gebruik wordt gemaakt van een technologie die vergelijkbaar is met die van waterelektrolyse.