HomeArbeidsmarktFinalisten Plant Manager of the Year 2024

Finalisten Plant Manager of the Year 2024

De finalisten van de Plant Manager of the Year 2024 zijn bekend. Dit jaar strijden Guliz Talay (Dow), Marjan Rijckaert (Avient), Miguel Anento-Glim (Arlanxeo) en René Stoel (Koole Terminals) om de titel. Op 13 juni wordt tijdens Chemelinqs24 in Geleen de opvolger van Anne Arkenbout (Nobian) bekendgemaakt.

Monique Harmsen

De jaarlijkse verkiezing van de Plant Manager of the Year is een initiatief van Industrielinqs in samenwerking met de VNCI, Votob en het Petrochem platform. Kandidaten komen uit de procesindustrie. Denk daarbij aan de energiesector, raffinage en de staal-, papier- en voedingsmiddelenindustrie. En natuurlijk de chemie, waarin de huidige Plant Manager of the Year Anne Arkenbout werkzaam is.
De verkiezing draagt bij aan een positief imago van de Nederlandse procesindustrie door de inspanning en prestaties van plantmanagers te benoemen en te waarderen. De focus ligt hierbij op veiligheid, gezondheid, milieu, productiviteit, maatschappelijke betrokkenheid en duurzaamheid.

Teamprestatie

Een vakkundige jury beoordeelt de finalisten onder andere op maatschappelijke betrokkenheid, leiderschap en communicatieve vaardigheden. Tijdens het congres Chemelinqs24 op 13 juni presenteren de finalisten zich aan het publiek, dat ook mee kan stemmen in de zaal en via internet. Tijdens het evenement wordt ook de winnaar bekend gemaakt. De meeste finalisten en winnaars zien de nominatie en uitverkiezing als een teamprestatie. Daarom is er tijdens de verkiezing ook veel aandacht voor de medewerkers van de kandidaat.

Miguel Anento-Glim

 

 

Miguel Anento-Glim is sitemanager van Arlanxeo in Geleen. De site op Chemelot bestaat uit drie fabrieken waarin EPDM wordt gemaakt. Dit is een flexibel weer- en ozonbestendig rubber voor toepassingen in de automobielindustrie, bouw en medische sector. Anento-Glim begon 25 jaar geleden als maintenance engineer bij wat toen nog DSM was en is na verschillende functies nu site manager.

Anento-Glim is niet iemand die graag op de voorgrond staat. Zijn eerste reactie op de nominatie was dan ook afhoudend. ‘Ik ben niet de beste en wil het ook niet zijn, maar ik ben heel trots op mijn mensen’, stelt Anento-Glim. ‘Ik doe het om te laten zien waar we samen voor staan. Als het tegenzit, maakt het verschil of je blijft en ervoor gaat of dat je vlucht. Juist dan gaan we met z’n allen samenzitten om te kijken hoe we een stap verder komen. Dan heb je het over een echt familiegevoel.’
Als plantmanager maakt hij zich sterk voor veiligheid en het borgen van de toekomst van de fabriek voor volgende generaties. ‘Ik streef ernaar dat we over 45 jaar nog bestaan om mee te mogen maken dat we het predicaat Koninklijke EPT krijgen.’ Dat vereist dat Arlanxeo tot de frontrunners op het gebied van innovatie en verduurzaming blijft behoren. Een aantal grote projecten op het gebied van circulariteit en energie-efficiency staat al op het programma.
Voor alle critici die uit het oogpunt van klimaat protesteren tegen de chemische industrie in Nederland heeft Anento-Glim een dringende boodschap. ‘Hiermee ondersteun je de innovatie in Europa niet. Je zegt eigenlijk dat je het veel beter vindt dat de productie met minder regelgeving en meer vervuiling elders plaatsvindt. Als je de wereld wilt verbeteren, zou je moeten kiezen voor ondersteuning van innovatie in Europa.’ Hij steekt hierbij de hand ook in eigen boezem: ‘We moeten onze boodschap duidelijker brengen. Een groot deel van alles wat we in huis hebben, komt uit de chemie.’

Marjan Rijckaert

 

 

Marjan Rijckaert is sinds twee jaar plantmanager van Avient Protective Materials, het voormalige DSM Dyneema, in Heerlen. Binnen DSM vervulde ze een breed palet aan functies in zowel de fabriek als op het hoofdkantoor op corporate niveau. Het past bij Rijckaert die van uitdagingen houdt. ‘Als het te voorspelbaar wordt, moet je mij niet hebben.’

Rijckaert is vereerd en verrast door de nominatie. ‘Voor mijn gevoel ben ik pas net begonnen in deze rol en kan ik daar nog zeker verder in groeien. Ik vind het wel een enorme erkenning voor hoe ik de rol invul. Mijn baas en zijn baas hebben mij genomineerd. Dat betekent dat ze herkennen dat ik met de juiste zaken bezig ben voor de site van APM in Heerlen en daar ook op een goede manier invulling aan geef.’
Dat wordt ondersteund door de engagement survey die Avient jaarlijks houdt. ‘We hebben een engagement score van 75 procent overall. Op de specifieke vraag of de mensen onze site een “Great Place to Work” vinden beantwoord 89 procent van de mensen die vraag positief. Dat is een verdienste voor het hele leiderschapsteam van onze site. Ik voel me verantwoordelijkheid dat we blijven zorgen dat mensen met plezier naar het werk komen en gezond weer naar huis gaan, en dat er een goede toekomst van onze site is.’
Om ervoor te zorgen dat bedrijven blijven investeren in de industrie in Nederland en om deze te verduurzamen, zouden bedrijven volgens Rijckaert meer moeten samenwerken. ‘Alleen samen kunnen we ervoor zorgen dat we een aantal zaken oplossen. Met samen bedoel ik bedrijven en overheid, maar ook bedrijven onderling. Je ziet al initiatieven ontstaan op bedrijventerreinen om onder andere gezamenlijk de beperkte energiebeschikbaarheid op te lossen. Ik denk dat site managers een belangrijk rol kunnen (en moeten) spelen om naar oplossingen voor dit soort zaken toe te werken.’

René Stoel

 

 

 

René Stoel is terminalmanager van Koole Tankstorage Pernis. Dit is een belangrijke speler in de opslag van plantaardige oliën en vetten in de haven van Rotterdam. De afgelopen jaren hield hij zich bezig met verduurzaming en een cultuurverandering waarbij de nadruk ligt op veiligheid en teamwork.

Stoel is vereerd met zijn nominatie die hij ziet als een prachtige bekroning voor de mensen die iedere dag het verschil maken. ‘Vanuit faciliterend leiderschap zijn we iedere dag bezig met de mensen om te zorgen dat iedereen aan het einde van de werkdag weer veilig en gezond naar huis gaat, zich in de werkomgeving thuis voelt en dat dit een plek is waar we elkaar helpen en ontwikkelen.’
Als plantmanager haalt Stoel veel energie uit de vooruitgang in de ontwikkeling van zijn mensen. ‘Ik heb altijd oog voor de kracht van de mens en het geven van de bijbehorende verantwoordelijkheden. Naar elkaar luisteren, voor elkaar zorgen en bovenal als team samenwerken. Met deze ingrediënten zijn we in staat gebleken om in een relatief korte periode goede resultaten te boeken op het vlak van safety, leiderschap, verbeterprojecten en verduurzamingsinitiatieven.’
Het meest trots is Stoel op de resultaten die iedere dag worden geboekt op het vlak van veiligheid, de energietransitie en de ontwikkeling van mensen. ‘Hiervoor hebben we een programma opgestart: Safety, people en performance. Dit helpt als kapstok om onze doelstellingen te realiseren. We willen een cultuur creëren waarin we naar onze mensen luisteren en zij actief deelnemer zijn in het proces, dus eigenaarschap ontwikkelen.’
Mocht hij Plant Manager of the Year 2024 worden, dan zet hij zich graag in om ervoor te zorgen dat mensen een positief gevoel krijgen bij zijn sector. ‘Een voorbeeld is de samenwerking met ons buurbedrijf om stoom af te nemen voor de verwarming van onze tanks. Dit project is bij uitstek een voorbeeld van hoe we een brug kunnen slaan met het bedrijfsleven en de overheid. Als we goed naar elkaar luisteren en met elkaar verbinden, kunnen we nog vele mooie en noodzakelijke stappen zetten.’

Guliz Talay

 

 

 

Guliz Talay is plantmanager van de MDI-fabriek van Dow Chemical in Delfzijl. MDI is met polyol een belangrijke grondstof voor polyurethaan, dat wordt toegepast in harde en zachte schuimen voor matrassen, meubels en isolatiematerialen. Hoog op de agenda van Talay staan de onderwerpen verduurzaming, diversiteit en inclusiviteit en samenwerking.

Talay is vereerd met de nominatie tot Plant Manager of the Year 2024 maar het meest trots is ze op haar mensen en de veranderingen die ze proberen te maken. ‘Niet alleen bij Dow Delfzijl maar in de hele industrie. Allereerst de veranderingen op het gebied van veiligheid. Als je kijkt naar de ongevallenstatistieken van veertig tot vijftig jaar geleden en de huidige, dan zijn de veiligheidscijfers sterk verbeterd. Als engineer, operator en plantmanager kunnen we een groot verschil maken.’
Een nog grotere verandering is de industriële revolutie of, zoals Talay het noemt, de duurzame industriële revolutie. ‘Veranderingen gaan erg snel en we moeten leren omgaan met deze veranderingen. Dat betekent voor ons focussen. Hoe kunnen we elektrificeren, hoe kunnen we onze energiebalans verbeteren, hoe kunnen we kleine veranderingen bewerkstelligen die een grote impact hebben?’
Op dit moment wordt het dak van de cold room van Dow vervangen door een dak met extra isolatie waardoor het energieverbruik aanzienlijk daalt. ‘Dit jaar verkopen we ook onze eerste circulaire MDI afkomstig van afval.’ Het zijn maar een paar onderdelen van de roadmap voor de komende tien jaar, die Talay samen met haar team opstelde om de CO2-footprint te verlagen en de circulariteit te verhogen.
Talay is ervan overtuigd dat meer samenwerking nodig is om de toekomstige uitdagingen te overwinnen. ‘We moeten ophouden met concurreren en beginnen met samenwerken! Het gaat niet om persoonlijke successen of om Dow Chemical. Als je kijkt naar de natuur, dan zie je dat alles met elkaar samenhangt. Als plantmanager heb ik goede steun van de overheid nodig en van de universiteiten die mij de materialen bieden waarmee ik nieuwe circulaire bestanddelen kan maken.’

Dit artikel is gepubliceerd in Petrochem 2024-02 (24/4/2024)

Delen:

monique@industrielinqs.nl