Nouryon verkoopt Salt Specialties aan de Franse Salins Group.

De overname omvat drie locaties voor de verpakking en distributie van speciaalzout in Hengelo (Nederland), Mariager (Denemarken) en Göteborg (Zweden). Hieronder valt onder andere het merk Jozo. De verkoop van Salt Specialties heeft geen gevolgen voor Delfzijl. Mijnbouwactiviteiten bij Veendam en Winschoten, en de productie van industrie- en wegenzout in Delfzijl, Hengelo en Mariager blijven bij Nobian (de nieuwe naam voor de activiteiten van Industrial Chemicals van Nouryon). 

Het besluit past in de strategie van Nobian, waarin het bedrijf zich richt op de productie en verkoop van essentiële basischemicaliën.  

Marit van Lieshout, lector aan de Hogeschool Rotterdam, wil voor de industrie inzichtelijker maken welke innovatie voor welk proces geschikt is, zodat er sneller beslissingen kunnen worden genomen om nieuwe technieken te introduceren in een fabriek. ‘Er is veel kennis, maar die is moeilijk toegankelijk en medewerkers hebben vaak weinig tijd om het uit te zoeken.’

De Nederlandse procesindustrie heeft te maken met grote uitdagingen. Ze moet haar broeikasgasemissies sterk verminderen en tegelijkertijd blijven concurreren met ultramoderne plants in het verre Oosten. En daar komen de lage brandstofprijzen in het Midden-Oosten en in de Verenigde Staten door de schaliegasrevolutie nog bij. ‘Als we de industrie in Nederland willen houden, moeten we ons als ingenieurs realiseren dat verandering nodig is’, zegt Marit van Lieshout, lector procesoptimalisatie en -intensificatie aan de Hogeschool Rotterdam. Vernieuwing is niet gemakkelijk geeft de lector toe en daarom wil zij helpen om kansrijke innovaties inzichtelijk te maken voor bedrijven.

Van Lieshout heeft een visie op de toekomst van de Nederlandse procesindustrie geschreven waarin ze aangeeft welke kansen zij ziet voor technologische innovatie op het gebied van verduurzaming van de industrie. Ze vindt dat er op dit moment te weinig wordt vernieuwd. ‘De technieken die de Nederlandse industrie gebruikt, zijn over het algemeen al bewezen in 1970. Het kan niet zo zijn dat er in de tussentijd niets is bedacht wat van toepassing is. Het zou het enige vakgebied in Nederland zijn waar dat voor geldt. Het is alleen wel heel risicovol om nieuwe technieken te introduceren in zulke kapitaalintensieve processen. Je moet toch een fase door waarin je experimenteert en waarbij er dagen zullen zijn dat je geen goede productie draait. Daar is weinig ruimte voor, terwijl het wel nodig is voor vernieuwing. De vraag is dus hoe je die risico’s zo klein mogelijk kunt maken. Dat kan wellicht door het aanbieden van de juiste kennis.’

Warmtepompen

Er zijn volgens de lector al veel concepten ontwikkeld. ‘De technische universiteiten hebben niet stil gezeten. Maar veel technieken zijn nog niet op industriële schaal getest. Het moet allemaal sneller. Zelfs zoiets als warmtepompen komt niet echt van de grond, terwijl die technologie al is bewezen. Ook voor de petrochemie worden nu geschikte warmtepompen ontwikkeld.’ VEMW, vereniging van zakelijke energieverbruikers, heeft warmtepompen in 2017 aangemerkt als de belangrijkste technologie in de eerste en zevende stap van haar achtstappenaanpak voor het realiseren van de gewenste emissiereductie van 80 tot 95 procent in de procesindustrie in 2050.

Om deze en andere veranderingen door te voeren, heeft de industrie intern slagkracht nodig. Iets wat nu moeilijk gaat volgens Van Lieshout, omdat bedrijven vaak zo efficiënt zijn dat het moeilijk is om een groot project naast het dagelijkse werk te doen. Daarnaast is er vaak weinig lokaal budget voor vernieuwing. Bij veel bedrijven is toestemming nodig van het hoofdkantoor.

Vermenigvuldigen

Wat ook niet meehelpt om nieuwe technologieën te implementeren in de industrie, is de geslotenheid van bedrijven. Van Lieshout: ‘Het zou enorm helpen als bedrijven opener zouden zijn en successen zouden delen en ook zouden laten weten waar ze tegenaan zijn gelopen. Het delen van technische kennis zou de ontwikkeling enorm vooruit helpen. Uiteindelijk is het in ieders belang. In de IT-wereld is het heel normaal om informatie te delen. Het idee daar is dat je alleen maar kan groeien door op de schouders van de rest te staan. En je kunt alleen op de schouders van de rest staan als jij toelaat dat anderen op jouw schouders staan. Ik zeg zelf altijd: je kunt alleen maar vermenigvuldigen als je weet hoe je moet delen. Dat is een inzicht dat ik mis in de procesindustrie. Bedrijven zouden de grenzen moeten opzoeken van wat echt geheim moet blijven.’

De kennis die wel openbaar is, is vaak moeilijk toegankelijk. Zeker voor medewerkers die weinig tijd hebben om uit te zoeken welke nieuwe techniek bij hun proces past. ‘We moeten deze kennis hapklaar maken’, zegt Van Lieshout. ‘Op het gebied van warmtepompen willen we daarom bijvoorbeeld een expert-
systeem opzetten. Wij geven aan welke informatie over het proces nodig is om een beslissing te kunnen nemen over het aanschaffen van een warmtepomp. Op die manier helpen we medewerkers stapsgewijs door een proces heen en hoeft niet de volledige theorie worden doorgeploegd.’

Echte casussen

Ook innovatieve reactordesigns wil de lector inzichtelijk krijgen om de keuze voor bedrijven gemakkelijker te maken. ‘Je moet echt diep in de materie zitten om te weten welk reactordesign bij jouw proces past. Wij willen onderzoeken hoe je dat het beste kan bepalen. Om dat mogelijk te maken, hebben we echte casussen nodig. Het heeft geen zin om puur theoretisch te werken, want dan wil niemand die gegevens gaan gebruiken.’

Voor het onderzoek werkt Hogeschool Rotterdam samen met Hogeschool Zuyd en met Chemelot Innovation and Learning Labs (CHILL). ‘Met hen willen we gaan kijken welke alternatieve technieken er zijn ten opzichte van wat nu wordt gebruikt en hoe interessant die zijn. We hopen dat bedrijven daar dan uiteindelijk proeven mee gaan doen.’ Van Lieshout denkt dat de tijd er nu rijp voor is. De maatschappij dwingt bedrijven om te veranderen. En door de klimaatverandering is er vanuit de overheid ook meer ruimte om daarbij te helpen. ‘Dat is een kans die niet eeuwig blijft bestaan. De industrie moet nu bedenken hoe ze daar optimaal gebruik van gaat maken.’

Visiedocument

Marit van Lieshout is als lector procesoptimalisatie en -intensificatie verbonden aan de Hogeschool Rotterdam en aan het Kenniscentrum Duurzame Havenstad. Haar document ‘Visie op de toekomst voor de Nederlandse procesindustrie’ is een openbare les en uitnodiging aan de industrie, onderwijs en onderzoeksinstellingen om samen te kijken naar de technologische mogelijkheden om de Nederlandse procesindustrie te versterken en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen.

AkzoNobel wil de productie van hoogzuiver vacuümzout op haar locatie in Delfzijl uitbreiden. Het chemiebedrijf bestudeert nu plannen of dat mogelijk is. Het project verhoogt de productie van de fabriek met ongeveer 25 procent.

De studie moet in de eerste helft van 2018 worden afgerond, met als doel om het project binnen drie jaar te voltooien. De uitbreiding is de meest recente in een reeks die als doel heeft om tegemoet te komen aan de groeiende Europese vraag naar hoogzuiver vacuümzout.

Industriële toepassingen

´Naast de sterke vraag voor farmaceutische producten, gaan bedrijven voor de productie van chloor en natronloog efficiëntere technologieën gebruiken. Allemaal vereisen ze zout van uitzonderlijke zuiverheid´, aldus Knut Schwalenberg, managing director van AkzoNobels Industrial Chemicals business.

Het zout is afkomstig uit afzettingen in Delfzijl die vrij zijn van verontreinigingen en gezuiverd worden met behulp van duurzaam geproduceerde stoom. Hierdoor is het bij uitstek geschikt voor industriële toepassingen.

De plannen voor de fabriek in Delfzijl volgen op de recent voltooide productie-uitbreiding van hoogzuiver zout in Mariager (Denemarken). Ook voert AkzoNobel een reeks upgrades door in de fabriek in Hengelo. Daarnaast is onlangs in samenwerking met ICL Iberia een joint venture voor hoogzuiver zout gestart in Suria (Spanje).