Door het terugschroeven van de Groningse gaswinning stroomt er minder aardgas door het Nederlandse transportnet van Gasunie. Met name doordat er geen export meer is. Gascompressorstations zoals die in het Brabantse Ravenstein staan daardoor het overgrote deel van het jaar stand-by. De grootste uitdaging voor plantmanager Jan Willem Rongen is het in goede staat houden van de installaties en het motiveren van de medewerkers.

Het perspectief zag er toch heel anders uit toen Jan Willem Rongen drie jaar geleden aan zijn nieuwe functie begon als plantmanager van Gasunie-installatiecluster Ravenstein. Ja, hij wist dat de aardgasproductie in Groningen zou worden teruggeschroefd. Maar dat het zo snel zou gaan… Rongen: ‘Ik werk nu al achttien jaar bij Gasunie. Lange tijd was het bedrijf behoorlijk voorspelbaar. Maar de laatste vijf jaar volgen de veranderingen elkaar snel op.’

Voor een groot deel heeft dit te maken met ontwikkelingen rond het Groninger gasveld en de energietransitie. ‘Doordat het Groningen-veld versneld minder produceert, en contracten afliepen, hebben we niet echt een exportfunctie meer. Dat heeft tot gevolg gehad dat we zelfs assets in de ‘mottenballen’ hebben moeten zetten, waaronder het compressorstation Schinnen en mengstation op Ravenstein. We bereiden nu het buiten bedrijf stellen van compressorstation Alphen in 2022 voor. In het installatiecluster Ravenstein moet ik nu krimp managen. Dat is echt helemaal nieuw voor mij.’

Mottenballen

Het aardgasnetwerk bestaat in Nederland uit twee transportnetten: een voor hoge druk (HTL) en de ander voor lage druk (RTL). In het hoge druk aardgas transportnet staan om de honderd kilometer compressorstations die het gas op druk en kwaliteit houden. Door de afgelegde afstand en diverse afnemers op de route, neemt de druk in de transportleidingen af. Door compressie brengt Gasunie dat weer op niveau zodat overal in het land voldoende gasdruk is.

Jan Willem Rongen: ‘We zaten in het midden van het epicentrum van de eerste golf. Ik ben sinds die tijd niet meer van mijn plek af geweest.’

In reduceerstations doet Gasunie het omgekeerde, namelijk de druk verlagen. Ook wordt het gas van een geurstof voorzien, waarna het naar gasontvangstations in het hele land wordt getransporteerd. Op Ravenstein staan twee reduceerstations, de ene is voor aardgas dat via België van en naar Engeland wordt getransporteerd. De andere is voor het mengstation. Rongen: ‘Tot vorig jaar mengden we op Ravenstein hoogcalorisch gas uit het buitenland met Groningen-gas tot een bepaalde tussenkwaliteit voor afnemers zoals Fluxys in België. Doordat België over gaat naar hoog calorisch gas is er geen behoefte meer aan het gemengde gas en is het mengstation overbodig geworden. Daarom is het ontkoppeld en in de mottenballen gezet.’

Epicentrum

Er zijn enkele tientallen stations in Nederland met verschillende rollen binnen het gastransport. Zo zijn er bijvoorbeeld stations die stikstof bijmengen om het gas op Groningen-kwaliteit te brengen. In het installatiecluster Ravenstein staat een combinatie van een compressorstation, een mengstation en twee reduceerstations. Onder Ravenstein vallen ook nog vier substations: Schinnen, Zweekhorst, Wijngaarden en Alphen. Normaal gesproken zijn die onbemand. Deze worden aangestuurd vanuit Ravenstein. In totaal werken op het hele cluster twintig mensen, hoofdzakelijk onderhoudstechnici.

Sinds het begin van de coronacrisis zijn de satellietstations niet meer onbemand. Rongen: ‘We hebben de bemanning zoveel mogelijk verdeeld over de satellietstations. Hierdoor werd het aantal mensen op de locaties zoveel mogelijk beperkt. We hebben door corona snel veel preventieve maatregelen moeten nemen omdat het onderhoud en projecten door moest gaan. Bijvoorbeeld het werken met verse luchtkappen wanneer we binnen anderhalve meter aan de installaties moesten sleutelen en het gebruik van mondkapjes en desinfectiematerialen. Het hoofdkantoor heeft grote projecten opgeschort. En we werken nu in teams, verdeeld over de satellieten. Vergeet niet dat we in het midden van het epicentrum van de eerste golf zaten. Ik ben sinds die tijd niet meer van mijn plek af geweest.’

Gate-terminal

Momenteel staan alle installaties stand-by. In de winter, met name als het echt koud is en de aardgasvraag snel toeneemt, komen ze in beweging. Dan moet er mogelijk extra druk worden geleverd. Dat mag overigens niet te pas en te onpas. Rongen: ‘We hebben te maken met een 500-uur-regeling voor onze gasturbine- en gasmotorenaandrijvingen. In de vergunning is afgesproken dat de compressoren niet meer dan vijfhonderd uur mogen draaien, vanwege de uitstoot (koolstofdioxide en stikstofoxiden) van de gasmotoren. Compressie kost veel energie en stoot dus ook CO2 uit. Deze regeling geldt alleen niet voor het station in Wijngaarden. Die is tien jaar geleden uitgerust met elektrische motoren. Daar stroomt overigens hoogcalorisch gas doorheen en het station draait het hele jaar.’ Hoogcalorisch gas wordt met name door de industrie gebruikt en is niet uit Groningen afkomstig. Daar komt alleen laagcalorisch gas vandaan.

gasunie

In het installatiecluster Ravenstein staat een combinatie van een compressorstation, een mengstation en twee reduceerstations.

Door het Nederlandse gasnet stroomt steeds meer geïmporteerd aardgas, bijvoorbeeld uit Noorwegen en Rusland. En denk ook aan biogas. Het is niet uitgesloten dat het ook weer wat drukker wordt op de Nederlandse gasrotonde. Rongen: ‘Neem de Gate-terminal, dat aangevoerd vloeibaar aardgas (LNG) opslaat op de Tweede Maasvlakte. Dat kan via tankers van overal in de wereld worden aangevoerd. Een paar jaar geleden liep het daar nog niet storm. Dat is nu wel anders. Waar we eerst de ‘bron’ in het noorden hadden, ligt die nu ook in het westen van ons land en zullen gasstromen bijvoorbeeld van west naar oost gaan lopen.’

Meer ambitie

Aan de horizon gloort bovendien nieuw licht: waterstof. Er zijn plannen om delen van het Nederlandse en zelfs Europese aardgastransportnet om te bouwen naar waterstof. Volgens Rongen kan dat op den duur veel nieuw elan brengen. De Nederlandse gasrotonde kan straks een belangrijke rol spelen in de Europese waterstof-backbone. ‘Ik heb de plaatjes gezien en daar zitten wij ook in met ons cluster.’ Ook niet geheel onbegrijpelijk. Chemische clusters zullen een belangrijke rol spelen in de waterstofplannen. Het cluster Ravenstein ligt op de route naar zowel Chemelot in Limburg en Duitse chemie daar achter, als de Antwerpse haven. ‘En vergeet daarbij ook niet de industrie rondom Eindhoven, Veghel en Uden. We liggen met ons cluster straks echt aan de waterstofsnelweg.’ Een lange adem is toch wel gewenst. ‘Als Gasunie hebben we met de visie 2030 een stip op de horizon gezet richting verduurzaming. In deze visie duurt het op dit moment tot 2027 voordat we als Ravenstein aan de beurt zijn om aangesloten te worden.’ Nog zeven jaar dus.

Dat levert een nieuwe bijzondere uitdaging op voor de plantmanager. Rongen: ‘Hoe houd ik de mensen de komende zeven jaar gemotiveerd en geïnspireerd? Het is natuurlijk niet bijzonder inspirerend om installaties een groot deel van het jaar stand-by te houden. En er zijn zelfs onderdelen in de mottenballen gezet, die later weer een rol kunnen spelen. ‘Ik heb verschillende medewerkers rondlopen met jonge kinderen. Die vinden het voorlopig wel prima. Maar hoe houd ik mensen hier, die op het moment meer ambitie hebben en waaraan getrokken wordt door de industrie? We hebben echt een goed team van vakmensen. Die wil ik niet kwijt.’

Biogasinstallatie

Rongen heeft daar wel ideeën over. ‘Als je aan Gasunie denkt, denk je misschien niet gelijk aan Noord-Brabant. Maar we liggen hier wel strategisch. Een mooie plaats voor een proeftuin op het gebied van energietransitie, heb ik al wel eens geopperd. Momenteel is Gasunie in het noorden in Zuidwending begonnen met de ondergrondse opslag van waterstof. Misschien kunnen wij hier ook experimenteren met vormen van opslag? Energieplein Ravenstein is een slogan die we zelf verzonnen hebben als geintje, maar wie weet wordt het nog eens waarheid. We doen graag mee in de ontwikkeling van nieuwe technieken en we hebben de ruimte ervoor.’

Rongen: ‘Energieplein Ravenstein is een slogan die we zelf verzonnen hebben als geintje, maar wie weet wordt het nog eens waarheid.’

Ook ligt Ravenstein in het midden van agrarisch gebied. Voldoende biomassa in de buurt, zou je zeggen. Met een schuin oog kijkt Rongen dan ook naar Alkmaar, waar Gasunie samen met SCW Systems een innovatieve installatie bouwt voor de productie van biogas. Superkritische watervergassing is een innovatieve technologie die natte reststromen zoals mest, groenafval en rioolslib kan converteren in duurzame energie en herbruikbare grondstoffen. Noord-Brabant zou zo maar een interessante locatie kunnen zijn voor een volgende innovatieve biogasinstallatie.

Sowieso ontstaat de komende jaren meer dynamiek op Ravenstein. Zo wordt het beheer van de installaties en het beheer van de leidingen samengevoegd. ‘De afdelingen die de leidingen beheren komen hier terug. Ook gaan we flexplekken creëren voor onder andere projectafdelingen en andere ondersteunende afdelingen.’ Die deden hun werk vanuit kantoren in Waddinxveen en Deventer, die worden binnenkort gesloten. ‘Vanaf het najaar van 2021 zien we dus veel meer mensen op onze locatie in Ravenstein en we krijgen op deze manier veel meer integratie en inzicht in elkaars werk. Dat geeft straks meer reuring en wellicht ook mogelijkheden voor de mensen hier.’

De beslissing van minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat om de gaswinning in het Groningenveld drastisch terug te dringen kon op veel steun rekenen. Met een toenemend aantal aardbevingen in de regio Groningen was de maat vol en besloot de minister in te grijpen. Wiebes beloofde de productie komend gasjaar terug te brengen naar volumes van onder de twaalf miljard kubieke meter per jaar. Tegelijkertijd vroeg de minister TSO Gasunie Transport Services (GTS) te onderzoeken hoe ze zo’n productieverlaging zo pijnloos mogelijk kon laten verlopen.

GTS kwam met goed nieuws, maar zette zichzelf wel voor een behoorlijke uitdaging. Uitbreiding in de stikstofproductie voor de productie van pseudo G-gas was de oplossing, maar dan moest men ook snel schakelen.

Het finaal advies van GTS zal Wiebes goed zijn bevallen, vooral omdat zelfs de negen grootste industriële G-gas gebruikers niet hoefden over te stappen op H-gas. Zoals wellicht bekend heeft het gas uit het Groningenveld een lagere calorische waarde dan de meeste gasbronnen. Overgaan op gas met een hogere calorische waarde zou dan ook niet onlogisch zijn, ware het niet dat bedrijven een H-gas aansluiting moeten krijgen en hun gasapparatuur moeten aanpassen.

Het alternatief dat GTS aanbood, was een enorme uitbreiding van de stikstofcapaciteit. Het bijmengen van stikstof is namelijk niet nieuw voor GTS: in de Wieringermeer mengt men al langer gas uit andere velden – denk aan de Noordzee, Noorwegen en Rusland – met stikstof. Deze installatie heeft echter een capaciteit van 230.000 kuub stikstof per uur. Het voorstel aan de minister was om de bestaande installatie uit te breiden met tachtigduizend kuub per uur.

Tegelijkertijd startte men met de bouwplannen voor een geheel nieuwe installatie in Zuidbroek die in 2022 nog eens 180.000 kuub per uur kan produceren. Met de huidige uitbreiding kan Gasunie een extra vijf miljard kuub hoogcalorisch gas omzetten in Groningen-kwaliteit. In 2022 komt daar nog eens zeven miljard kuub bij. Volgens Gasunie kan de productie van het Groningenveld dan terug naar nul.

Vergunning

‘Zo’n belofte van een minister stelde ons wel voor uitdagingen, zegt manager installations Noord-Holland Joris Bongenaar van Gasunie. ‘We voeren wel vaker complexe projecten uit, maar de tijdsdruk maakte dit project extra uitdagend. Om de belofte van de minister waar te maken, hadden we ongeveer anderhalf jaar de tijd, inclusief het aanvragen van vergunningen. Dit vroeg dan ook om intensieve samenwerking tussen de leden van het projectteam en soms om creatieve oplossingen.’

Zo kon Gasunie de vergunningprocedure versnellen door het mengstation ondergronds te bouwen. ’Door die keuze konden we een omgevingsneutrale vergunning aanvragen, waar een lichter vergunningstraject aan vast zat. Dat nam niet weg dat we pas in maart de eerste schop in de grond konden zetten. En dat terwijl de deadline op 1 januari 2020 stond.’

Openhartoperatie

Wat betreft stikstoflevering was het project misschien nog het meest eenvoudig. Lindegas produceerde het gas al op het terrein van Tata Steel en wilde investeren in een extra compressor. Het mengstation zelf vormde een grotere uitdaging. Bongenaar: ‘We beheren op de locatie Wieringermeer twee mengstations: één om verschillende H-gassen te kunnen mengen en één waar we H-gas met stikstof omzetten in G-gas. Mengstation 1 dateert uit de jaren tachtig terwijl mengstation 2 in de jaren negentig is gebouwd. We besloten een nieuw mengstation 2 te bouwen terwijl het oude mengstation in bedrijf bleef. We konden de capaciteit immers niet missen. Je kunt zo’n project het best vergelijken met een open hart-operatie terwijl de patiënt door jogt. We werkten met zware machines op één meter afstand van de werkende, bestaande installatie, die onder de BRZO-regelgeving valt. Het vergde dan ook heel wat afstemming met de contractors, technici en engineers om de operatie veilig uit te voeren. Maar het is gelukt. Uiteindelijk hoefden we de oude installatie maar twee weken uit productie te halen om het nieuwe mengstation aan te sluiten.’

Commissioning

Het mengen van stikstof met aardgas is op het eerste gezicht niet heel ingewikkeld, maar de kwaliteitsbandbreedte van het eindproduct G-gas is redelijk nauw te noemen. ‘Eenvoudig gezegd zetten we twee pijpen tegenover elkaar en mengen we de gassen in een lus. Dit proces wordt geregeld met kwaliteitsmeters, die precies weten hoeveel stikstof erbij moet. Die meten de kwaliteit van het H-gas, waarna de intelligente systemen de mengverhoudingen berekenen en stikstof doseren. Het eindresultaat moet ook weer worden gemeten waarna het gas wordt aangeboden aan het net. Mocht de kwaliteit ondermaats zijn, dan wordt het gas afgevangen in een off spec-lus, waardoor dit niet in het netwerk terecht komt. Dit gas wordt daarna gemengd met de volgende batches. Overigens koppelden we het nieuwe mengstation ook met het H-gas mengstation via een off spec-lus. Op die manier kunnen we sneller herstellen uit een situatie waarbij off spec-gas ontstaan is en hebben we bovendien meer back-upcapaciteit.’

‘Hoewel het proces redelijk eenvoudig klinkt, hebben we eerlijk gezegd een bijzonder complexe procesplant neergezet. ’Het feit dat we meer verschillende soorten gasstromen willen converteren, is met name regeltechnisch uitdagend. De laatste stappen in de commissioning-fase hebben dan ook met name te maken met het inregelen van de nieuwe software.’

Multidisciplinair

Hoewel de laatste optimalisatieslagen nog worden uitgevoerd, is de extra mengcapaciteit wel al beschikbaar. Bongenaar: ‘We hebben met man en macht gewerkt om de deadline te halen. Veel konden we naar voren halen door slim na te denken met multidisciplinaire teams. We gebruikten lasrobots om zowel de snelheid te vergroten als de kwaliteit te borgen. Maar soms moet je ook gewoon uren maken om bij te blijven in de projectplanning. We kijken terug op een geslaagd project waar de klant niets van heeft gemerkt. En het mooie is: de kennis die we hier hebben opgedaan, kunnen we straks weer toepassen bij het mengstation in Zuidbroek.’

Kiwa organiseert samen met zeven andere spelers in de energietransitie op dinsdag 14 januari een workshop. Daarin worden de doelstellingen, prioriteiten en mogelijke resultaten van HyDelta als onderdeel van de energietransitie concreet gemaakt. Dit programma moet barrières wegnemen en zo waterstofprojecten versnellen.

Waterstof kan mogelijk net zo worden ingezet als aardgas. Daarom biedt het aardgasnetwerk goede mogelijkheden  als transportsysteem voor waterstof.

Doel van het HyDelta-programma is het stimuleren van wetenschappelijk onderzoek waarvan de resultaten direct in de praktijk kunnen worden gebracht. Naast Kiwa nemen de provincie Groningen, TKI Nieuw Gas, Gasunie, TNO, ERIG, Hanzehogeschool Groningen en de New Energy Coalition deel aan dit Europees gedragen programma. HyDelta richt zich op een geïntegreerde aanpak van oplossingen voor de productie, opslag, het transport en gebruik van waterstof om zo de energietransitie te verbeteren en versnellen. Direct toepasbaar onderzoek staat hierin centraal, op nationaal en internationaal niveau.

Waterstofprojecten versnellen

De partijen die deelnemen aan HyDelta gaan aan de slag met alle aspecten van de toepassing van waterstof: van transport en veiligheid tot publieke acceptatie en economische hindernissen. Mogelijke belemmeringen die aan de orde kunnen komen, hebben te maken met de infrastructuur en de ruimtelijke analyse van de potentiële toevoer van hernieuwbare energie in het distributienetwerk. Ook zijn waarschijnlijk aanpassingen nodig in het bestaande gasdistributienetwerk en in componenten hiervan – zoals pijpleidingen, meetsystemen en andere installaties – zodat dit volledig geschikt is voor het transport van waterstof. Verder dient te worden getest hoe waterstof het best kan worden opgeslagen in speciale tanks, cilinders en zoutgrotten en of dit ook in vloeibare vorm mogelijk is. Daarnaast wordt bekeken of waterstof met schepen kan worden vervoerd en wordt getest tot welke geluidsoverlast het transport van waterstof met andere middelen kan leiden.

Gasunie Transport Services heeft voor de jaarwisseling de stikstof menginstallatie in Wieringermeer uitgebreid door een nieuwe installatie. Hierdoor kan nu 80.000 kubieke meter stikstof per uur meer bijgemengd worden dan voorheen. Dankzij deze uitbreiding kan de gaswinning in Groningen met 5 miljard kuub worden verminderd.

Op het mengstation Wieringermeer wordt stikstof bijgemengd aan hoogcalorisch gas uit de kleine velden en het buitenland. Hierdoor wordt het op dezelfde kwaliteit gemaakt als gas uit Groningen en kan het worden ontvangen door huishoudens en veel bedrijven. De capaciteit van het mengstation is nu uitgebreid van 230.000 kubieke meter per uur naar 310.000 kuub per uur. GTS produceert de stikstof niet zelf, maar koopt die in.

Volgens woordvoerder Michiel Bal van Gasunie was het een megaklus om de werkzaamheden op tijd af te krijgen. Aannemers en collega’s hebben hier anderhalf jaar gewerkt om de uitbreiding voor 1 januari af te krijgen. De uitbreiding komt in de vorm van een nieuw mengstation met een hogere capaciteit naast het bestaande station. Dit is geïnstalleerd terwijl de eerdere menginstallatie in bedrijf bleef.

Naast deze maatregel om extra stikstof in te kunnen kopen is, werkt Gasunie ook aan de bouw van een nieuwe stikstofinstallatie nabij Zuidbroek, die de gaswinning in Groningen vanaf begin 2022 met 7 miljard kuub kan verlagen.

De uitbreiding is nodig om de gaswinning in Groningen versneld af te kunnen bouwen. Minister Eric Wiebes van Economische Zaken & Klimaat nam eerder dit jaar het besluit om al in 2020 de productie uit Groningen te willen verlagen naar minder dan 12 miljard kuub gas. De uitbreiding van de stikstoffaciliteit op Gasunie Wieringermeer was hiervoor wel noodzakelijk.

Gasunie zette de volgende stap in de afbouw van het Groningenveld. De stikstofinstallatie in Wieringermeer levert voor het eerst stikstof waarmee de gastransporteur hoogcalorisch gas naar Groningenkwaliteit degradeert.

Gasunie kan het laagcalorische Groningengas niet zomaar één op één vervangen. De meeste bronnen, zoals het Russische gas uit de Nortstream verbinding, zijn hoogcalorisch. Om de gasproductie in Groningen terug te brengen, moet het hoogcalorische gas een downgrade krijgen. Dat gebeurt met stikstof. Zodra de afbouw van het gasgebouw vorm kreeg, besloot Gasunie te investeren in extra stikstofcapaciteit.

 

Investeringen

De eerste investering is een uitbreiding van een bestaande installatie in Wieringermeer. Daarmee is de stikstofcapaciteit verhoogd met 80.000 kuub per uur. In zuidbroek bouwt Gasunie een geheel nieuwe installatie in Zuidbroek die  in 2022 nog eens 180.000 kuub per uur extra stikstof kan produceren. Naast deze stikstoffabrieken staat er ook nog een in Ommen. Ook het hoogcalorische gas van de Gate Terminal kan met stikstof uit een locale installatie naar Groningenkwaliteit worden omgezet.

Extra Groningengas

Met de huidige uitbreiding kan Gasunie een extra vijf miljard kuub hoogcalorisch gas omzetten in Groningenkwaliteit. In 2022 komt daar nog eens zeven miljard kuub bij. Volgens Gasunie kan de productie van het Groningenveld dan terug naar nul.

Megaklus

Volgens woordvoerder Michiel Bal van Gasunie was het een megaklus om de werkzaamheden op tijd af te krijgen. ‘Aannemers en collega’s hebben hier de afgelopen maanden met man en macht gewerkt om de uitbreiding voor 1 januari af te krijgen. Hierdoor kan er komend jaar vijf miljard aan Gronings gas worden bespaard. De minister had dat al ingecalculeerd, maar het was een enorme uitdaging om het ook daadwerkelijk te realiseren. Dat het is gelukt, is een groot compliment waard aan alle betrokkenen.’

Janneke Hermes (1978) wordt per 1 oktober de nieuwe CFO van  Gasunie, eigenaar en beheerder van de gas- en opslaginfrastructuur in Nederland en Duitsland. Zij treedt hiermee ook toe tot de Raad van Bestuur. Hermes volgt René Oudejans op, die na 7 jaar afscheid neemt als CFO van Gasunie.

Janneke Hermes is op het moment manager corporate finance en riskmanagement bij Gasunie. In deze rol is zij verantwoordelijk voor onder meer treasury, projectwaarderingen en risicomanagement. Zij begon haar carrière bij Gasunie in 2002 en bekleedde daar onder anderen leidinggevende functies bij financiën, strategie en human resources.

Rinse de Jong, voorzitter van de Raad van Commissarissen (RvC): ‘De RvC bedankt René Oudejans voor zijn voortreffelijke en gewaardeerde bijdrage aan Gasunie. Hij heeft geruime tijd geleden al laten weten zijn tweede termijn niet vol te zullen maken, daarom zijn wij op zoek gegaan naar een gekwalificeerde opvolger. Janneke Hermes koppelt een gedegen kennis van de energiemarkt aan een diepgaande financiële expertise. Wij hebben er alle vertrouwen in dat wij met deze CFO een evenwichtige samenstelling van de Raad van Bestuur zeker stellen.’