Het investeringsprogramma op het gebied van waterstof dat Ineos voor ogen heeft, behelst een aantal belangrijke projecten in Europa. Met de ontwikkeling van duurzaam methanol in Antwerpen tot duurzaam ammoniak in Keulen en een giga-waterstof­project in de EU, worden serieuze stappen gezet om de waterstofeconomie in 2030 realiteit te maken.

In oktober kondigde Ineos aan dat het plannen heeft om twee miljard euro te investeren in duurzame waterstofprojecten in Europa. Dat ligt volgens Wouter Bleukx, business manager Hydrogen van Inovyn, helemaal in de lijn van de bedrijfsstrategie. ‘Voor Ineos is het een logische stap om in te zetten op groene waterstof. In november 2020 is specifiek voor de ontwikkeling van deze projecten de businessunit Hydrogen binnen Inovyn opgericht.’ Inovyn is het bedrijfsonderdeel dat zich voornamelijk bezig houdt met de productie van PVC (polyvinyl chloride). ‘Voor de productie van PVC hebben we chloor nodig dat wordt geproduceerd door pekelwater te elektrolyseren. Naast chloor en natriumloog is waterstof een co-product van deze chloor-alkali business. We zijn in Europa de grootste operator van elektrolyzers. De technologie om water te elektrolyseren tot waterstof en zuurstof is vergelijkbaar met de elektrolyse-processen die we al opereren. Daar hebben we al ruim honderd jaar ervaring in. Bovendien ontwikkelen, produceren en verkopen we ook elektrolyzers aan derden.’

Dankzij deze ervaring is Inovyn volgens Bleukx bij uitstek de partij, die de ambitie van Ineos om groene waterstof te produceren, kan realiseren.

Groene waterstof

Ineos produceert jaarlijks zo’n 400.000 ton waterstof, als co-product van ethaankrakers, als co-product van zout-elektrolyse of door middel van steam reforming. Alleen door groene stroom te gebruiken voor de elektrolyse, wordt de waterstofstroom gezien als ‘groen’. Maar de kleurstellingen zijn volgens Bleukx niet helemaal correct. ‘De waterstof die we verkrijgen als bijproduct kunnen we eigenlijk niet aanduiden met een kleur zoals groen, blauw of grijs. Want het is een co-product, dat sowieso vrijkomt bij onze processen en dat we nog efficiënter gaan inzetten om onze processen te verduurzamen.’ Het is echter belangrijk on the weten dat dit co-product een lage CO2-voetafdruk heeft. Voor het waterstof dat via steam reforming wordt gemaakt onderzoekt het bedrijf mogelijkheden om CO2 af te vangen en op te slaan, zodat de CO2-uitstoot wordt beperkt.

Wouter Bleukx (Inovyn): ‘We zien de verschillende plannen als een leercurve.’

Eigen processen vergroenen

De twee miljard euro worden de komende tien jaar geïnvesteerd in waterstofprojecten in de verschillende chemische clusters in België, Duitsland, Noorwegen, Frankrijk, Engeland, Zweden en Spanje. Om de weg te effenen voor de nieuwe projecten krijgt de huidige productie van waterstof – die ontstaat als bijproduct van de normale processen – direct extra aandacht. ‘Tegelijkertijd ontwikkelen we nieuwe, groene waterstofprojecten’, aldus Bleukx. ‘Het waterstof dat we al hebben als co-product moet worden gedroogd en gecomprimeerd en dan kan het worden gebruikt in verschillende toepassingen.’ Dat zal in eerste instantie zijn om de eigen processen te vergroenen. Daarnaast wordt het ingezet om de CO2-uitstoot van de eigen transportmiddelen te verminderen. ‘We laten onze vrachtwagens waarmee we producten naar klanten vervoeren op waterstof rijden.’ Tot slot wordt het ook verkocht aan derden als transportbrandstof of, op langere termijn, in de voorziening van warmte en elektriciteit.

Verenigd Koninkrijk

Een van de eerste projecten, die passen in het investeringsprogramma, wordt ontwikkeld in het Verenigd Koninkrijk. Op haar site in Chester produceert Inovyn momenteel jaarlijks 7000 ton waterstof als bijproduct van de chloor en natronloogproductie. Inovyn investeert daar tientallen miljoenen euro’s in een plant die het waterstof geschikt maakt als brandstof voor de locale transportsector. Er worden installaties gebouwd om het waterstof te drogen en te comprimeren. In 2023 wordt het eerste waterstof geleverd aan tankstations in het Verenigd Koninkrijk. Ook onderzoekt Inovyn de uitbreiding met een water-elektrolyzer om de productie te verhogen. De huidige waterstofproductie op deze site zou voldoende zijn om duizend bussen of tweeduizend vrachtauto’s te laten rijden. Tegelijkertijd is Ineos in dit industriële cluster betrokken bij het consortium HyNet. In dit consortium wordt de gehele waterstofketen ontwikkeld, van productie tot infrastructuur, eindgebruikers en opslag. In oktober gaf de Britse overheid zijn fiat aan plannen om waterstof op te slaan in negentien nabijgelegen zoutmijnen. Oorspronkelijk was het plan om deze voor de opslag van aardgas te gebruiken, maar mits technische aanpassingen worden doorgevoerd, kan er waterstof in worden opgeslagen.

 

Power-to-methanol

In 2022 neemt het chemiebedrijf een definitief investeringsbesluit voor de plannen in België en Noorwegen. In Antwerpen werkt Inovyn samen met zes andere partners (Engie, Fluxys, OilTanking, PMV, Indaver en het Havenbedrijf van Antwerpen) om duurzame methanol te produceren. Als grondstof wordt afgevangen CO2 gebruikt. Waterstof wordt gegenereerd door een nieuw te bouwen elektrolyzer van vijf megawatt. De elektriciteit die nodig is voor de elektrolyzer zal afkomstig zijn van zonne- en windenergie. Als besloten wordt om door te gaan met dit project, kan de installatie in 2024 in gebruik worden genomen. De demonstratiefabriek is in de race voor een bijdrage uit het IPCEI-fonds. Deze Europese subsidiepot ‘Important Projects of Common European Interest’, heeft tot doel om projecten te ondersteunen die een zeer belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de economische groei, werkgelegenheid en concurrentiekracht van de Europese industrie en economie.

Groene waterstof in Noorwegen

Op de Rafnes-site in Noorwegen heeft Inovyn plannen voor een twintig megawatt elektrolyzer die ‘first-intent hydrogen’ zal produceren – kortom geen bijproduct van chloorproductie. ‘Hier gaat het automatisch om groene waterstof, de benodigde energie is in Noorwegen afkomstig van waterkracht. Wat mensen vaak vergeten is dat er behalve waterstof ook groene zuurstof wordt geproduceerd. Bij iedere ton waterstof die we produceren, ontstaat acht ton zuurstof. Zowel het waterstof als het zuurstof gebruiken we zowat volledig op de site om onze processen te vergroenen. Een klein deel kunnen we leveren aan de vervoerssector in Noorwegen.’

Duurzaam ammoniak in Keulen

In 2023 wordt besloten of de plannen op de Duitse site in Keulen worden gerealiseerd. Daar wil Ineos een elektrolyzer van honderd megawatt bouwen, als basis voor de productie van duurzaam ammoniak. ‘We zien de verschillende plannen ook als een leercurve. In Antwerpen beginnen we met een demonstratie-elektrolyzer van vijf megawatt, in Noorwegen schalen we op tot twintig en in Duitsland tot honderd megawatt.’

tekst gaat verder onder de afbeelding
Ineos

(c) Oliver Brenneisen / INEOS Koeln

Het bedrijf ziet een toekomst voor ammoniak in de toepassing als transportbrandstof, met name voor de scheepvaart. Naar het gebruik van ammoniak in een brandstofcel doen diverse partijen momenteel onderzoek. Later wordt op deze site gekeken naar de mogelijkheid om hier ook groene methanol te produceren. Het bedrijf is in overleg met verschillende partijen voor wat betreft de levering van (groene) elektriciteit. Ook het project in Keulen zou in aanmerking kunnen komen voor een IPCEI-bijdrage.

Giga-waterstofproject

Tot slot vertelt Bleukx dat Ineos naast de genoemde projecten als onderdeel van het investeringsprogramma ook plannen heeft voor een ‘giga-waterstofproject’ ergens in Europa. Bleukx tekent wel aan dat waterstofprojecten ‘verschrikkelijk duur’ zijn. De investeringen die de onderneming heeft gepland, zijn dan ook voor een deel afhankelijk van overheidsbijdragen en subsidies. ‘Om economisch rendabel te worden, hebben we opschaalervaring nodig en moeten de kosten dalen. Dat geldt voor alle innovatieve sectoren. Denk maar aan de windenergiesector. De eerste windmolens hadden een vermogen van nog geen honderd kilowatt en waren zo’n 75 meter hoog. Huidige offshore-modellen zijn bijna net zo hoog als de Eiffeltoren en hebben een vermogen van meer dan tien megawatt. Om deze groei mogelijk te maken voor waterstof moeten we niet alleen investeren in de productie, maar ook in infrastructuur, pijpleidingen en tankstations. Daarom hebben we de overheid nodig.’

Wouter Bleukx (Inovyn): ‘We kijken naar alle ontwikkelingen, voor mij is er niet één specifieke weg.’

Bleukx ziet dat sommige landen voor lopen op anderen. ‘Duitsland bijvoorbeeld engageert zich duidelijk als groen-waterstofland.’ De Duitse overheid heeft aangegeven negen miljard te investeren in waterstofprojecten en heeft ook al talloze waterstof tankstations in gebruik genomen. In het Verenigd Koninkrijk zijn dat er slechts een handvol. ‘Er is ook veel aandacht voor waterstof vanuit landen die een sterke mix van renewables hebben. Zoals Spanje, het Midden-Oosten, Chili en een aantal Noord-Afrikaanse landen, waar veel zonne- en windenergie capaciteit is.’

Eerst de chemie

Bleukx denkt dat waterstof een belangrijke rol in de transitie naar een duurzame maatschappij heeft. ‘In de eerste plaats denk ik dat waterstof moet worden ingezet in de chemie. Maak er moleculen van, zoals ammoniak of methanol. En gebruik het duurzaam geproduceerde waterstof voor het vergroenen van de processen. Daarnaast denk ik dat waterstof een toekomst heeft als transportbrandstof voor het zwaardere transport. Als transportbrandstof is waterstof zeer geschikt voor zwaardere voertuigen, zoals vrachtauto’s, bussen en bouwmaterieel zoals graafmachines. Het is slim om deze uit te rusten met een fuel cell voor waterstof in plaats van een batterij zoals in een elektrische auto. Voor deze voertuigen zou een batterij te zwaar zijn of te veel ruimte innemen. Ineos ontwikkelt overigens samen met Hyundai een fuel cell voor de intern ontworpen 4×4 auto Grenadier.’

tekst gaat verder onder de afbeelding
Ineos

(c) Oliver Brenneisen / INEOS Koeln

Uiteindelijk kan waterstof aardgas vervangen in de energievoorziening, maar daarvoor moeten de kosten sterk dalen. Tot slot ziet Bleukx een rol voor waterstof als chemische batterij. ‘Als er voldoende renewables zijn, kan opgeslagen waterstof dienen als buffer. We kunnen dat direct opslaan in zoutmijnen, zoals we dat in Chester gaan doen. Maar het kan ook eerst omgezet in ammoniak, dan is de opslag makkelijker.’ Er wordt onderzoek gedaan naar andere carriers om waterstof stabiel te bewaren.

Waterstofeconomie

Het chemiebedrijf wil graag koploper zijn op het gebied van waterstof. Daarvoor denkt Bleukx dat het nodig is dat er vanuit verschillende invalshoeken naar de mogelijkheden en moeilijkheden wordt gekeken. ‘Zeker interessant is bijvoorbeeld de ontwikkeling van offshore waterstofprojecten en het investeren in voldoende elektrificatie. Maar we kijken naar alle ontwikkelingen, voor mij is er niet één specifieke weg. Wij produceren waterstof vanuit de chemie en bekijken de ontwikkelingen vanuit een chemisch perspectief. Ik denk dat we door verstandige en gedreven mensen met verschillende achtergronden bij elkaar te zetten, tegen 2030 een waterstofeconomie kunnen realiseren.’