De timing van de turnaround van de Total Raffinaderij in Antwerpen zou best wel eens gunstig uit kunnen pakken. Hoewel de coronacrisis de tweede golf beleeft, konden turnaround manager Jos Vermylen en sitemanager Jacques Beuckelaers de afgelopen maanden te rade gaan bij hun collega’s. De Antwerpse site van de internationale groep Total kan dan ook profiteren van een reeks maatregelen die bewezen de hygiëne verhogen en de kans op besmetting zo klein mogelijk te maken.
Total-dochter Zeeland Refinery rondde onlangs nog een turnaround af en Shell had als een van de eerste bedrijven in de coronacrisis zijn productie stilgelegd voor inspecties, keuringen en onderhoud. De petrochemische site van Total in de haven van Antwerpen bestaat eigenlijk uit drie sites. Sinds 2013 zijn de sites echter geïntegreerd om zo de meeste waarde uit aardolie te halen tegen de laagste kosten. De turnaround van de Total Raffinaderij beslaat vijftien procent van de totale assets van het platform. Meer specifiek is het bedrijf op het moment van schrijven halverwege de inspecties, keuringen en onderhoud van de crude destillatie unit (CDU) en de fluid catalytic cracking unit (FCCU). Beuckelaers: ‘De installaties hebben het zeven en een half jaar volgehouden terwijl het inspectieregime voorheen op zes jaar stond. Dankzij risk based inspections was de integriteit van de installaties gewaarborgd en konden we de onderhoudsintervallen rekken. Maar nu was het toch tijd om ze uit bedrijf te nemen en fysiek te inspecteren. Het beeld dat we zien komt aardig overeen met de meetresultaten en we kunnen wel zeggen dat de installaties goed hebben gedraaid.’

‘We hebben momenteel projecten om rond de twintig megawatt capaciteit te elektrificeren.’

Jacques Beuckelaers, sitemanager Total Raffinaderij

Corona

De technische uitdagingen waren dan misschien niet de grootste ooit, de Covid-19-crisis vroeg wel om extra maatregelen. Vermylen: ‘Na de laatste turnaround beginnen we eigenlijk direct met de planning voor de volgende. In die planningen hadden we nog geen rekening gehouden met een pandemie. Net als de rest van de wereld overigens. Er werken hier tweeduizend mensen op de site en tijdens een turnaround komt daar nog eens achthonderd man bij van contractors. Wij noemen ze overigens liever partners omdat we steeds meer met elkaar samenwerken. Dat deden we ook zodra bekend was dat we door konden gaan met de stop. Samen met partners, die al ervaring hadden opgedaan bij andere projecten, bepaalden we de veiligheidsmaatregelen. Zo zijn mondmaskers altijd en overal verplicht. In de eenheden is een volgelaatscherm een alternatief. Natuurlijk moet iedereen anderhalve meter afstand houden en bij ziekteverschijnselen niet op de site komen. We scannen bij de poort de temperatuur van de medewerkers en hebben een medische dienst op de site die sterk betrokken is bij het Covid-19 gebeuren. We voeren zelf contactonderzoeken en risicoanalyses uit in geval van een besmetting en doen de nodige testen om een besmetting onmiddellijk in te dammen.’

tekst gaat verder onder de afbeelding
Total

De komende jaren staan voor de site in het teken van turnarounds. Tot 2024 vindt er jaarlijks een plaats.

Veiligheidsbubbels

Misschien nog wel de meest ingrijpende maatregel is de invoering van veiligheidsbubbels. Vermylen: ‘We hebben onze partners gevraagd hun personeel te koppelen in groepen van acht personen. Zij gaan samen naar de site, kleden zich gezamenlijk om in aparte ruimtes, lunchen samen enzovoorts. Dit was voor onze partners een grote logistieke operatie. Nu zit het deel wat nu stilligt aan de westzijde van het complex, zodat we een geografisch afgekaderd blok vormen. De partners blijven de volledige dag in deze area en we hebben de kantine naar dit gebied verplaatst. In de kantine kunnen tweehonderd personen gelijktijdig in veilige omstandigheden hun maaltijd nuttigen. Zo kunnen we met drie shifts, iedereen bedienen. Tussen iedere shift reinigen we de plekken uiteraard grondig.’

Energiebesparing

Ondanks de veranderde omstandigheden, bleef de scope van het project hetzelfde. Naast de wettelijk verplichte inspecties, grijpt Beuckelaers ook de kans aan om energiebesparende modificaties uit te voeren. ‘Total sprak de ambitie uit om in 2050 in Europa CO2-neutraal te produceren, tot aan scope 3 toe’, zegt Beuckelaers. ‘Willen we die ambities halen, dan moeten we nu al aanpassingen doen aan de installaties. De eerste modificatie is aan een van de ovens. We vervangen een luchtvoorverwarmer voor een vergelijkbaar systeem dat warmte uit de schouw recupereert. Om dit project veilig en snel te kunnen uitvoeren, hebben we wel wat slimme trucs toegepast in de engineering van de warmtewisselaar. Daardoor is het laswerk aan de piping on-site tot een minimum beperkt gebleven.’

‘We weten beter dan ooit op welk punt in de planning we staan. Bovendien houden we de vinger aan de pols wat betreft de scope.’

Jos Vermylen, turnaround manager Total raffinaderij

De andere grote ingreep is de elektrificatie van een blower van de FCCU. Beuckelaers: ‘We vervangen een door een vier megawatt condensatieturbine aangedreven blower voor een volledig elektrische motor-aangedreven versie. De installatie van de nieuwe motor vereist ook de installatie van extra capaciteit in een elektrisch onderstation.’

Alleen al de elektrificatiestap scheelt jaarlijks 24.000 ton CO2-uitstoot. Samen met de efficiency-stap in het fornuis voorkomt Total jaarlijks dertigduizend ton emissie. Beuckelaers: ‘Elektrificatie is een belangrijk onderdeel van het traject naar emissieneutrale productie. We hebben momenteel projecten om rond de twintig megawatt capaciteit te elektrificeren. Om ook de scope 2 emissies te voorkomen, sluiten we diverse contracten af voor groene stroom. Alleen al in Spanje komt meer dan drieduizend megawatt aan door Total geproduceerde zonnestroom beschikbaar, dus capaciteit is er genoeg. Zoals het er nu uitziet is in 2022 alle stroom die Total Antwerpen gebruikt groen.’

Spreiding

De komende jaren staan voor de site in het teken van turnarounds. Vermylen: ‘Tot 2024 hebben we jaarlijks een turnaround. Het voordeel van deze gespreide stops is tweeledig. Ten eerste voorkomen we hiermee capaciteitsproblemen. Het is voor onze partners namelijk steeds lastiger om goed gekwalificeerd technisch personeel te krijgen. Bijkomend voordeel is dat onze teams en die van de partners steeds meer kennis en ervaring opbouwen. Wanneer je eens in de zes jaar een grote onderhoudsstop hebt, kan je team na zo’n tijdsbestek heel anders van samenstelling zijn. Door deze aanpak kunnen we de geleerde lessen heel snel toepassen in de volgende stop. Overigens beperken we de stops echt tot de equipment die niet in bedrijf kunnen worden gereviseerd. Bijna alle rotating equipment onderhouden en reviseren we tijdens bedrijf. Door de scope van een stop te beperken, win je ook tijd en geld.’

tekst gaat verder onder de afbeelding

Total

Big data

De huidige turnaround met ongeveer drieduizend werkpakketten is nog altijd behoorlijk complex. ‘Hier kan big data ons helpen’, zegt Vermylen. ‘We hebben de afgelopen jaren tijdens turnarounds, maar ook met onze RBI en processystemen heel wat data verzameld. We hebben ons tot doel gesteld deze data veel beter te ontsluiten om de turnaround nog efficiënter te managen. We scoren al goed in de benchmark, maar we willen nog meer grip hebben op de efficiënte uitvoering van de werkpakketten. Dat betekent dat zowel wij als de partners op het juiste moment over de juiste informatie moeten beschikken. We gebruiken ook een tool die de progressie op de voet volgt. We weten dus beter dan ooit op welk punt in de planning we staan. Bovendien houden we de vinger aan de pols wat betreft de scope. Zijn er onverwachte wijzigingen, dan kunnen we deze snel aanpassen. Bovendien kunnen we bijsturen als de kwaliteit in het geding dreigt te komen.’

Vermylen verwacht steeds meer gebruik te kunnen maken van de mogelijkheden die digitalisering en robotisering bieden. ‘We voeren al inspecties uit met drones. Waar we voorheen een steiger in een fornuis moesten bouwen om de vuurvaste bekleding te inspecteren, sturen we nu een drone naar binnen. Ook op het gebied van risk based inspection technieken leren we steeds meer. De overheden en toezichthouders kijken geïnteresseerd mee, maar ook de eigen specialisten van de Groep Total controleren zorgvuldig of de metingen overeenkomen met de inspecties. Gelukkig is de degradatie in lijn met de verwachtingen en deelt men onze bevindingen dat we de integriteit van de installaties veilig hebben geborgd.’

Safety Street

De kennis van de partners van Total Antwerpen leidde tot de inrichting van een zogenaamde Safety Street. Beuckelaers: ‘Partijen die bij turnarounds in Geleen en Terneuzen waren geweest, namen het idee mee naar Antwerpen. Nieuwe medewerkers krijgen hier de veiligheidsprocedures op interactieve wijze aangereikt. Ze krijgen niet alleen de instructies, maar kunnen ook het te gebruiken veiligheidsmateriaal zien en procedures in een veilige omgeving uittesten. Inmiddels hebben al meer dan 1300 mensen zo’n training doorlopen, ook van de partnerbedrijven. Met name ook voor anderstaligen is zo’n training waar je dingen ziet, in plaats van omschreven, van grote waarde.’

Een topman van een multinational loop je niet vaak tegen het lijf. Voor journalisten zijn er daarom gelukkig nog steeds persconferenties. Het liefst om een paar vragen te stellen na het officiële gedeelte. De setting is deze keer heel bijzonder. Topman Patrick Pouyanné van Total in Saoedi-Arabië, kort na de aankondiging van een mega-investering in Jubail: ‘Hier gaat het niet om een modernisering, maar om nieuwbouw van een volledig petrochemisch complex.’ Een volgende stap naar meer diversificatie.

Maandag 8 oktober was topman Patrick Pouyanné even in Saoedi-Arabië om een belangrijke handtekening te zetten. Naast die van de CEO van Saudi Aramco, Amin Nasser. De twee bedrijven willen onder de naam Amiral een groot petrochemisch complex bouwen in Jubail, aan de oostkust van Saoedi-Arabië, naast hun eveneens gezamenlijke raffinaderij Satorp (62,5 procent Saudi Aramco, 37,5 procent en Total 37,5 procent). De nog nieuwe raffinaderij, die in 2014 in gebruik is genomen, verwerkt momenteel 440.000 vaten ruwe olie per dag.

Daar komt nu dus een kraker bij met een capaciteit van anderhalf miljoen ton etheen per jaar. De twee tekenden een overeenkomst voor de front-end engineering en design van een kraker met bijbehorende onderdelen. Bijzonder is dat Saudi Aramco en Total kiezen voor een integratie tussen de raffinaderij en de kraker. Deze zal voor vijftig procent worden gevoed met ethaan en afgassen van de raffinaderij. Total heeft een dergelijke integratie al eerder toegepast in haar Antwerpse raffinaderij, maar voor het Midden-Oosten zal het een primeur zijn.

De kosten voor het project van Saudi Aramco en Total worden geschat op vijf miljard dollar. Daarnaast zullen derde partijen naar verwachting nog zo’n vier miljard dollar investeren in petrochemische fabrieken in Jubail en daarbuiten. Deze zullen gebruikmaken van de feedstock die de kraker hen vanaf 2024 zal kunnen leveren. Bij elkaar dus maar liefst negen miljard dollar.
Voor Saudi Aramco past deze stap naadloos bij Vision 2030 van kroonprins Mohammed bin Salman om de economie van Saoedi-Arabië minder afhankelijk te maken van aardolie en van brandstoffen in het bijzonder. De vraag naar petrochemische producten blijft voorlopig enorm groeien, met name in Zuidoost-Azië, terwijl de toekomst van benzine, diesel en kerosine ongewis is. Een grote groei wordt niet meer verwacht en een daling van de vraag naar brandstoffen is op termijn is zelfs niet uitgesloten.

Nieuwbouw

Voor Total geldt eigenlijk een vergelijkbare redenering. Pouyanné: ‘Door verder de downsteam-keten in te gaan, winnen we aan veerkracht. Datzelfde geldt ook voor de verschuiving naar aardgas als grondstof. In het verleden werden polymeren direct gelinkt aan aardolie. Dat verandert. Steeds meer wordt aardgas de grondstof en dat is echt een voordeel.’ Het levert volgens hem niet alleen meer flexibiliteit op, maar ook winst voor het milieu. Aardgas is de schoonste fossiele grondstof.

De nieuwbouw van een volledig petrochemisch complex in Saoedi-Arabië is op dat vlak een belangrijke mijlpaal, stelt Pouyanné: ‘Natuurlijk ging het in Antwerpen ook om een grote investering (1,1 miljard euro, red.). Maar dat was een modernisering, hier gaat het om nieuwbouw van een volledig petrochemisch complex. Ook is de totale investering vele malen groter.’

Trump

Total investeert weer volop. Maar wel anders dan voor de financiële crisis, die net op zijn einde liep bij het plotselinge aantreden van Pouyanné. Oktober 2014 volgde hij Christophe de Margerie die tragisch om het leven was gekomen bij een vliegtuigongeluk in Rusland. Vers in zijn nieuwe ambt moest Pouyanné de val van de olieprijs onder ogen zien, naar onder de 25 dollar per vat. Hij gebruikte die lage prijs als onderbouwing om verder in de kosten te snijden. Nu de olieprijs weer boven tachtig dollar is geschoten, levert dat extra grote marges op.

tekst gaat verder onder de afbeelding
Total

Patrick Pouyanné (CEO Total): ‘Donald Trump zegt dat hij de prijs van een vat wil verlagen, maar zijn beleid heeft dat effect nog niet gehad.’ (c) Wim Raaijen

De schommelingen van afgelopen jaren zijn ongekend, met name als gevolg van internationale, politiek-economische ontwikkelingen. In het laatste jaar is de prijs per vat meer dan verdubbeld. Volgens Pouyanné had niemand dat verwacht. Saoedi-Arabië verhoogde weliswaar haar productie, maar de productie van Venezuela stortte in en ook de burgeroorlog in Libië zorgde ervoor dat daar de olieproductie verminderde. En dan natuurlijk het nieuwe Amerikaanse embargo van Iran. Daarmee werd een miljoen vaten per dag uit de markt gehaald. Pouyanné in Le Monde: ‘Donald Trump zegt dat hij de prijs van een vat wil verlagen, maar zijn beleid heeft dat effect nog niet gehad. Wel zal de groeiende Amerikaanse productie vroeg of laat op de wereldmarkt terechtkomen.’

EU

Eerder dit jaar besloot Total zich onder druk van de Amerikaanse sancties terug te trekken uit Iran, terwijl het bedrijf een jaar eerder nog van plan was om 4,8 miljard dollar te investeren in een nieuw gaswinningsproject. Ook de inspanningen van de EU, Rusland en China om de internationale deal met Iran overeind te houden, hebben het energiebedrijf niet op andere gedachten kunnen brengen. Pouyanné: ‘We leven in een wereld waarin één land haar wil oplegt. Wij als Total, een wereldwijd bedrijf dat actief is in honderddertig landen over de hele wereld, kunnen ons niet veroorloven om het risico te nemen dat we verbannen worden van het gebruik van het Amerikaanse financiële systeem. Dat is de realiteit van deze wereld. De EU probeert wat stappen te zetten, die volgens mij meer gericht zijn op het midden- en kleinbedrijf dan op de grote bedrijven.’

Polyetheenfabriek

De grilligheid van de internationale politiek en de daaruit voortvloeiende olieprijs sterken Total alleen maar in de gekozen strategie. Minder kwetsbaar worden door meer te investeren in petrochemische activiteiten, in aardgas als grondstof en ook groene energie en grondstoffen.

Op het vlak van petrochemische groei stelt Pouyanné dat ook buiten Frankrijk, Saoedi-Arabië en Antwerpen de strategie van diversificatie wordt gevolgd. Dat gebeurt ook met verschillende investeringen in de rest van de wereld. ‘Denk ook aan onze investeringen in de VS en Zuid-Korea.’ Zo bouwt Total (vijftig procent) momenteel met Borealis en Nova (samen vijftig procent) een nieuwe stoomkraker in Port Arthur, Texas. Onlangs kondigde deze joint venture ook de bouw van een nieuwe polyetheen-fabriek aan.

LNG-bedrijf

Ook de verschuiving naar aardgas is een belangrijk onderdeel van diversificatie. Onlangs zei Pouyanné daarover in de Le Monde: ‘Olie blijft nog lange tijd de dichtste energiebron en het gemakkelijkst te vervoeren. Maar het is niet langer een bron van sterke groei voor de lange termijn. We zullen het olieverbruik zien stabiliseren of zelfs licht dalen. Tegelijkertijd is gas voor ons een groeimotor: het is twee keer zo schoon als steenkool, vooral vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit. China vertrouwt op gas om het milieu in de steden te verbeteren. Ten slotte is het een ideale aanvulling van hernieuwbare energiebronnen. We zijn net klaar met de acquisitie van het LNG-bedrijf van Engie, waarmee Total de nummer twee in de branche ter wereld is geworden. In gas willen we aanwezig zijn in de hele keten, van productie tot distributie, via elektrische opwekking met gascentrales.’

Alternatieve brandstoffen

De meest opvallende verschuiving is misschien wel die in de richting van meer groene energie en grondstoffen. Zo versterkte Total recent haar positie op de Franse en Belgische energiemarkt door de overname van het energiebedrijf Direct Energie. Mogelijk is het ook in de race voor het overnemen van energieonderneming Eneco. Ook Shell zou zijn oog hebben laten vallen op het Nederlandse bedrijf.

tekst gaat verder onder de afbeelding
total

Pouyanné: ‘In het verleden werden polymeren direct gelinkt aan aardolie. Dat verandert.’

Voor Direct Energie, dat actief is in Frankrijk en België, betaalt Total 1,4 miljard euro en krijgt daarmee bijna 74,33 procent van de aandelen in handen. ‘De overname is onderdeel van onze strategie om de volledige keten van gas en elektriciteit uit te bouwen en te werken aan het ontwikkelen van energie met een lage CO2-uitstoot’, stelde Pouyanné bij de acquisitie.

De koers die Total op dit moment vaart, maakt deel uit van de strategie om de koolstofarme activiteiten uit te breiden. Het bedrijf wil komende jaren uitgroeien van olie- en gasconcern naar een brede leverancier van energie. In 2017 werd ook het Nederland gevestigde Pitpoint, dat zich bezighoudt met ontwikkeling van verschillende alternatieve brandstoffen, al overgenomen.

Total ziet een grote toekomst voor elektriciteit als energiedrager. De wereldeconomie wordt steeds meer geëlektrificeerd door de digitale en klimaatkwesties. Als gevolg hiervan zou het aandeel elektriciteit, momenteel twintig procent van alle energie van de energie in de wereld, de komende twintig jaar kunnen oplopen tot veertig procent. Het bedrijf wil daarom volgens Pouyanné investeren in koolstofarme elektriciteit en producent worden van elektriciteit uit gas en vooral ook hernieuwbare bronnen zoals zonne-, wind- en waterkrachtcentrales.

Solar adventure

Ook in Saoedi-Arabië ziet Pouyanné kansen. Tijdens de persconferentie windt hij er daarom ook geen doekjes om. ‘Er is hier enorm veel zon en ook veel ongebruikte ruimte voor zonnepanelen.’ Natuurlijk kent hij de plannen van de kroonprins op dit gebied en solliciteert dan ook opzichtig. ‘Total wil graag deel uitmaken van het solar adventure in Saoedi-Arabië.’