HomeArbeidsmarkt‘Mijn doel is dat we ooit “Koninklijke EPT” worden.’

‘Mijn doel is dat we ooit “Koninklijke EPT” worden.’

Vijfentwintig jaar geleden begon Miguel Anento-Glim als maintenance engineer bij wat toen nog DSM was en nu Arlanxeo is. Inmiddels is hij sitemanager en streeft hij naar het behalen van de titel Koninklijke EPT. Dit predicaat wordt pas verleend bij een honderdjarig bestaan en een onberispelijke reputatie. Om dit te bereiken, moet hij de toekomst van het bedrijf ten minste voor de komende 45 jaar veiligstellen.

Monique Harmsen

Met zijn opleiding tot maritiem officier en zeven jaar ervaring op zee leek Miguel Anento-Glim aanvankelijk een vreemde eend in de bijt bij de EPDM-fabrieken van DSM en later Arlanxeo. Maar hij voelde zich na zijn overstap al snel thuis in de wereld van het rubber, waar het hard aanpakken is en het nooit rustig wordt. Hij klom via verschillende functies op van maintenance engineer naar site manager en inmiddels spreekt de geboren Amsterdammer vloeiend Limburgs.
‘Ik heb nooit de drive gehad om sitemanager te worden, deed gewoon wat ik leuk vond, maar het is een mooie job. Je hebt de mogelijkheid om via persoonlijke inbreng, visie en de benodigde investeringsaanvragen voor een deel de koers te bepalen om zodoende de toekomst van de site veilig te stellen. Verder ondersteun ik mijn team met wat ze nodig hebben. Er is niets mooiers dan mensen vormen en bij te dragen in hun ontwikkeling.’

Een soort bandenplaklijm

Op de Chemelot-site staan drie fabrieken die EPDM maken, een flexibel, weer- en ozonbestendig soort rubber voor toepassingen in bijvoorbeeld de automobielindustrie en de bouw. EPT 1 (sinds 1969 in productie) en EPT 2 (1971) produceren vooral specialties. EPT 3, de grootste fabriek die net zoveel produceert als de andere twee fabrieken samen, is er in 2003 bij gekomen. Deze fabriek produceert meer commodities. ‘Het mooie van onze fabrieken is dat we niet alleen een polymerisatie hebben maar ook de eindverwerking. Mensen zien bij ons dus het product dat eruit komt’, vertelt Anento-Glim. Hij voegt eraan toe: ‘Het rubber is overigens spierwit en niet zwart.’
Etheen, propeen en een derde monomeer worden opgelost in hexaan aangevoerd als grondstoffen voor de reactor. ‘Uit de reactor komt vervolgens een solutie – voor de beeldvorming: dit is een soort bandenplaklijm – waarna het oplosmiddel met stoom wordt verdampt en het product wordt verkregen als kruimdeeltjes in water. Via verschillende droogstappen ontstaat het eindproduct, witte kruimkorrels, die vervolgens in balen van 25 kilo worden geperst.’
Om al deze processen zonder storingen te laten verlopen, is er regelmatig een turnaround nodig op de site van Arlanxeo. De grootste fabriek EPT 3 vergt eens in de zes jaar groot onderhoud en de twee kleinere fabrieken EPT 1 en EPT 2 eens in de vier jaar. ‘We hebben door deze intervallen bijna elk jaar een turnaround.’

Miguel Anento-Glim:

‘Er werd over veiligheid gesproken als onze eerste prioriteit, maar dat suggereert dat er iets te kiezen valt.’

Rubber plakt

Omdat elke fabriek ongeveer tien verschillende producten produceren, is er veel proces-dynamiek. Anento-Glim: ‘Het is een continu-plant met vloeiende overgangen naar verschillende producttypes, met ieder een eigen productiesnelheid en productspecificatie. Dat maakt het heel interessant. Zodra een product-overgang in de polymerisatie wordt uitgevoerd, moet ook de eindverwerking omschakelen. Om vervuiling van het eindproduct te voorkomen, wordt er schoongemaakt en onderhoud gepleegd aan het transport- en verpakkingsgedeelte in de eindverwerking. Je moet bij iedere overgang echt aan de slag en dat maakt het een heel bewerkelijke maar ook leuke fabriek.’
Het vergt wel een specifieke mentaliteit van medewerkers. ‘Wij zeggen: “Rubber plakt.” Of je houdt ervan, of niet. Het geeft wel een familiegevoel. Toen ik hier begon, noemden ze de EPT gekscherend “het strafkamp”. We hadden toen met twee fabrieken elke week wel een keer een stop. Het was hard aanpoten. Dat bindt mensen, omdat ze samen dingen moeten oplossen. Dat geldt voor een deel nog steeds. De polymerisatie is door nieuwe technologische ontwikkelingen wel veel stabieler geworden, maar het blijft aanpakken.’

Miguel Anento-Glim:

‘Ik heb als site manager de wijsheid niet in pacht. Ik maak ook fouten en daar moet ik eerlijk in zijn.’

Kruimeltje

Net als andere site managers op Chemelot heeft ook Anento-Glim te maken met de krappe arbeidsmarkt. Ook hij vraagt zich af wat hij zijn mensen kan bieden ten opzichte van concurrenten. Het antwoord zit volgens hem in het familiegevoel en de verbondenheid. ‘Rangen en standen hebben we niet echt. Er is een hiërarchie maar dat merk je niet in gedragingen, wel in verantwoordelijkheden. Ik stel me open op, ik maak ook fouten. Dat mag, als je er maar van leert. Als ik rondloop, mag ik als site manager bijvoorbeeld niets aanraken en bedienen. Ik heb me te houden aan dezelfde regels en gedragingen als het hele team. Doe ik dat niet, dan spreken ze me daarop aan. Normen en waarden zijn voor iedereen de basis, net als respect voor de ander. Dat geldt ook voor de werknemers van contractors. We kunnen niet zonder elkaar, samen lossen we de dingen op, ook als het tegenzit. Dan heb je het over een familie, waarbij geldt: onderling mogen we klagen, maar er mag niemand iets slechts over ons zeggen. Dat bindt ons.’
Om binding met de fabriek te houden, maakt Anento-Glim zeer regelmatig een rondje op de site om even te praten. ‘We praten dan niet alleen over veiligheid en performance maar ook over hoe het thuis gaat en waar medewerkers in de praktijk tegenaan lopen. Ik schrijf iedere week een nieuwsbrief, Kruimeltje geheten, over veiligheid, gezondheid, milieu en performance, gebeurtenissen op de site maar soms ook persoonlijke verhalen.’

 

Vanuit het hart

Over zijn verantwoordelijkheden als site manager is Miguel helder. ‘Ik ben allereerst eindverantwoordelijk voor het borgen van de veiligheid voor al onze medewerkers inclusief contractors. Ons moederbedrijf, Saudi Aramco, is hier zeer expliciet in. Een fabriek wordt stilgelegd als de veiligheid niet op orde is. Het is aan mij, mijn team en alle mensen op de site om ervoor te zorgen dat mensen zich hiernaar gedragen. Dat is de moeilijkste taak.’
Een paar jaar geleden werd het veiligheidsbeleid nog verder aangescherpt. ‘Dat zit soms in kleine dingen. Zo werd over veiligheid gesproken als onze eerste prioriteit, maar dat suggereert dat er iets te kiezen valt. Veiligheid is feitelijk een waarde vanuit het hart, die gewoon altijd en overal aanwezig moet zijn. Onze waarde is: iedereen komt gezond naar het werk en gaat ook weer gezond naar huis. Dat begint met regels die waarde toevoegen aan veiligheid, vakmanschap, vertrouwen en uiteindelijk supervisie.’
Volgens Anento-Glim is er pas echt sprake van een veilige werkomgeving als iemand die al 42 jaar in de meetkamer werkt tijdens een discussie in alle openheid durft te zeggen dat hij iets niet weet, zonder dat hij daarom wordt uitgelachen. ‘Ik heb als site manager de wijsheid niet in pacht. Ik maak ook fouten en daar moet ik eerlijk in zijn. Daarmee geef ik aan: zeg het gewoon, we vinden samen wel een oplossing.’

Koninklijke EPT

Zijn tweede belangrijke verantwoordelijkheid als site manager is ervoor te zorgen dat Arlanxeo, ondanks alle veranderingen in de wereld, de komende 45 jaar rubber blijft produceren in Geleen. ‘Als je als bedrijf honderd jaar bestaat, kun je het predicaat Koninklijk krijgen. Mijn doel is dat we ooit “Koninklijke EPT” worden.’
Dat betekent dat de site competitief moeten blijven, weet Anento-Glim. ‘Niet alleen ten opzichte van de buitenwereld, maar ook binnen Arlanxeo dat ook EPDM-fabrieken heeft in China en Brazilië. Dit kan alleen door te blijven innoveren en verbeteren. De ontwikkelingen en veranderingen in de wereld gaan steeds sneller en wij moeten ervoor zorgen dat we een frontrunner blijven. Energie en CO2 zijn hierbij een belangrijke factor. Er staat dan ook een aantal projecten op stapel om energie-efficiënter te worden en de CO2-footprint te reduceren.’

Contact

Voor de lange en korte termijn staan verschillende projecten op de agenda om te voldoen aan de huidige en toekomstige milieuwetging. Een van deze langetermijnprojecten heeft te maken met de waterwetvergunning. Om te kunnen voldoen aan nieuwe wetgeving moet de site, die gezuiverd water loost op de Maas, voldoen aan zeer strikte normen. Deze vragen onder meer een reductie van de emissie van vanadium, een metaal dat wordt gebruikt in de katalysator voor de polymerisatie, van meer dan zeventig procent. Anento-Glim: ‘We hebben met zeven bedrijven en universiteiten, en zeventien gespecialiseerde technologieën onderzoek gedaan naar een mogelijkheid om dit te bereiken. Het vergt grote investeringen om de fabrieken te kunnen laten draaien. Dit leidt tot een hogere kostprijs, maar doe ik het niet, dan moet ik fabrieken stoppen. Hierover maak ik mij wel zorgen.’
Anento-Glim pleit dan ook voor ondersteuning van innovatie en het ondernemingsklimaat in Nederland en Europa. ‘Ik begrijp dat activisten strijden voor een beter milieu voor ons en onze kinderen, dat wil ik zelf ook. Maar als je vervolgens kiest voor dezelfde producten die in het buitenland worden geproduceerd, ondersteun je de innovatie in Europa niet. Eigenlijk zeg je daarmee dat je het beter vindt dat het product met minder regelgeving en meer vervuiling elders in de wereld plaatsvindt. Als je de wereld wilt verbeteren, zou je moeten kiezen voor ondersteuning van de lokale producenten. In de chemie zijn we een beetje het contact met onze omgeving, de mensen, verloren. Een groot deel van alles wat we in huis hebben en de wereld doet draaien, komt van Chemelot af. Dat moeten we meer duidelijk maken.’

DE PLANTMANAGER

In deze rubriek ‘De plantmanager’ laten wij elke keer een andere plantmanager aan het woord over zijn werk, visie en bedrijf. Hoe lukt het plantmanagers om succesvol te zijn en kunnen ze anderen daarin inspireren?
Kent u interessante plantmanagers? Mail dan naar redactie@industrielinqs.nl

Dit artikel is gepubliceerd in Petrochem 2024-01 (27/2/2024)

 

Dit artikel is gepubliceerd in Petrochem 2024-02 (24/4/2024)

Delen:

monique@industrielinqs.nl