De spanning op de arbeidsmarkt is in het eerste kwartaal van 2022 verder toegenomen. Stonden er in het laatste kwartaal van 2021 nog 106 vacatures tegenover elke 100 werklozen, een kwartaal later is dat opgelopen tot 133 per 100. De toegenomen krapte is het resultaat van een aanhoudende groei van het aantal vacatures (met 59 duizend) en een verdere daling van het aantal werklozen (met 32 duizend). Het aantal banen nam toe met 127 duizend naar een recordhoogte van ruim 11 miljoen. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers.

Eind maart stonden er 451 duizend vacatures open, 59 duizend meer dan aan het einde van het vierde kwartaal. Hiermee is de toename sterker dan in de twee kwartalen ervoor, en wordt het record van het vorige kwartaal (392 duizend) overtroffen.

Net als in voorgaande kwartalen stonden de meeste vacatures open in de handel (90 duizend), de zakelijke dienstverlening (74 duizend) en de zorg (61 duizend). Gezamenlijk zijn deze drie bedrijfstakken goed voor de helft van alle openstaande vacatures.

In het eerste kwartaal ontstonden er 418 duizend nieuwe vacatures, 43 duizend meer dan het kwartaal ervoor en 41 duizend meer dan het vorige record in het derde kwartaal van 2021. Er werden 6 duizend vacatures meer vervuld (inclusief vervallen vacatures), waardoor het record van het vorige kwartaal (353 duizend) werd overtroffen. In het eerste kwartaal waren er 360 duizend vervulde en vervallen vacatures.

Aantal banen stijgt fors

Het totaal aantal banen van werknemers en zelfstandigen nam in het eerste kwartaal met 127 duizend toe naar een recordhoogte van 11 244 duizend (1,1 procent). In het vierde kwartaal van vorig jaar was de groei minder groot (+66 duizend). Het aantal banen lag daarmee 358 duizend hoger dan in het eerste kwartaal van 2020 (10 887 duizend).

Bij de uitzendbureaus kwamen er 57 duizend werknemersbanen bij in het eerste kwartaal, een stijging van liefst 7,6 procent. Dit is de grootste toename in de afgelopen 26 jaar. In de beschikbare tijdreeks is alleen de toename in het vierde kwartaal van 1995 groter (11,3 procent). Door dit herstel is de uitzendbranche weer terug op het niveau van voor corona.

Het aantal banen in de bedrijfstak zakelijke dienstverlening (exclusief de uitzendbureaus) nam toe met 20 duizend. Andere stijgingen kwamen voor in de zorg (+15 duizend), in de handel, vervoer en horeca (+12 duizend) en het onderwijs (+10 duizend). Alleen in de bedrijfstak landbouw, bosbouw en visserij was er een daling (-3 duizend).

Meer flexibele en vaste werknemers

In het eerste kwartaal van 2022 waren er 2,7 miljoen werknemers met een flexibele arbeidsrelatie. Dat zijn er 25 duizend meer dan een kwartaal eerder. Ondanks een stijging in de afgelopen drie kwartalen zijn dit er nog altijd iets minder dan bij het begin van de coronacrisis. Ook het aantal werknemers met een vaste arbeidsrelatie steeg verder met 37 duizend en bedroeg 5,3 miljoen. Het aantal zelfstandigen kwam in het eerste kwartaal van dit jaar uit op 1,5 miljoen, een toename met 21 duizend ten opzichte van een kwartaal eerder. Deze toename betreft alleen zzp’ers.

Werkloosheid gedaald

In het eerste kwartaal van 2022 waren er 338 duizend mensen werkloos, 3,5 procent van de beroepsbevolking. De werkloosheid bereikte hiermee een laagterecord in de reeks met kwartaalcijfers vanaf 2003. Ten opzichte van het vierde kwartaal van 2021 daalde het aantal werklozen met 32 duizend. Bij 25- tot 45-jarigen en 45- tot 75-jarigen daalde de werkloosheid in het afgelopen kwartaal naar respectievelijk 2,8 en 2,4 procent en bij jongeren naar 7,3 procent.

De ontwikkeling van de werkloosheid (-32 duizend personen) in het eerste kwartaal van 2022 is het resultaat van een aantal stromen op de arbeidsmarkt. Aan de ene kant daalde de werkloosheid doordat meer werklozen werk vonden dan er werkenden werkloos raakten. Hierdoor daalde de werkloosheid in het afgelopen kwartaal met 63 duizend.

Onbenut arbeidspotentieel afgenomen

In het eerste kwartaal van 2022 bestond het onbenut arbeidspotentieel uit 1,1 miljoen mensen, 75 duizend minder dan een kwartaal eerder. Daarmee is het onbenut potentieel voor het zevende achtereenvolgende kwartaal gedaald. In het tweede kwartaal van 2020, bij het uitbreken van de coronacrisis, nam het potentieel met ruim een kwart miljoen nog uitzonderlijk sterk toe. Vervolgens zette echter een daling in. Hierdoor was afgelopen kwartaal het onbenut potentieel 169 duizend lager dan in het eerste kwartaal van 2020, vlak voor de coronacrisis.

Het onbenut arbeidspotentieel bestaat uit vier deelgroepen. Het ging in het eerste kwartaal naast 338 duizend werklozen om 182 duizend mensen die direct beschikbaar waren voor werk, maar niet recent hebben gezocht, en om 119 duizend mensen die niet beschikbaar waren, maar wel hebben gezocht. Deze twee groepen worden ook wel semiwerklozen genoemd. De vierde groep bestaat uit 491 duizend onderbenutte deeltijdwerkers. In tegenstelling tot de andere groepen hebben zij wél betaald werk. Zij geven aan in deeltijd te werken, meer uren te willen werken en hier ook direct beschikbaar voor te zijn.

Vier de industrie! Het wordt tijd dat we de industrie niet alleen vereenzelvigen met het negatieve deel. We kennen het beeld wel, de industrie veroorzaakt veel problemen. Op het gebied van veiligheid, milieu en klimaat bijvoorbeeld. Het is natuurlijk waar. Industriële productie kent grote uitdagingen. Als we ons daar niet bewust van zijn, dan zijn de risico’s enorm.

Tegelijkertijd kan de industrie juist onderdeel zijn van de oplossingen. Ook op dat vlak zijn de grote lijnen wel bekend. Zonder composieten zijn de moderne windmolens niet mogelijk en kunnen onze auto’s nauwelijks lichter en dus zuiniger worden. In de transitie naar schonere energiedragers en grondstoffen speelt de industrie een cruciale rol. En de industrie levert ons medicijnen, voeding, beschermingsmiddelen en ga zo maar door.

Echter, onbekend maakt onbemind. De samenleving lijkt het beeld van de vieze en gevaarlijke industrie te koesteren. Tegelijkertijd hebben veel industriële bedrijven en hun medewerkers moeite om uit hun schulp te kruipen. Misschien doordat ze zich in het defensief gedwongen voelen. Maar zeker ook onder druk van juristen en aandeelhoudersbelangen. Een negatieve status quo zo lijkt het.

Hoopgevend

Dat is jammer. Want er zijn veel mooie verhalen te vertellen over de industrie. Jaar na jaar treffen wij slimme en gedreven mensen in de industrie, bijvoorbeeld voor onze verkiezingen van de Plant Manager of the Year en de Techniekheld. Ze zijn zich terdege bewust van de risico’s, maar ook de kansen van hun vak en industriële omgeving. En ze eisen een rol op in de verbetering van de industrie. Ook zijn er voldoende interessante innovaties. Als redactie moeten we echter ons best doen om een deel van die vernieuwingen boven water te tillen. Alsof de meeste industriële bedrijven niet trots durven te zijn.

Blijkbaar niet genoeg allemaal. Al voor de coronapandemie rees daarom bij ons en enkele partners het idee om meer schijnwerpers op de industrie te zetten. Op de uitdagingen, maar ook de oplossingen. En niet alleen vergezichten, maar vooral de stappen die nu al worden gezet. Eerlijk, open en waar kan hoopgevend.

HYTE

De afgelopen tijd is daarom het idee van een industriefestival geboren. Dat idee begint concrete vormen aan te nemen. Sterker nog, we hebben een datum en een tijd. Samen met founding partner iTanks en – hopelijk veel – andere partners willen we op 22 en 23 juni in de RDM Onderzeebootloods de industrie vieren. Schrijf dus in je agenda: iLinqs, festival van de industrie.

Een festival met innovaties, pitches en demonstraties. Zeker met bekende elementen, bijvoorbeeld van onze congressen Watervisie en Deltavisie. En de verkiezing van de Plant Manager of the Year bijvoorbeeld. Maar ook veel nieuwe side-events over de druk op de technische arbeidsmarkt, de mogelijkheden van digitalisering, ideeën van young professionals en uiteraard thema’s als veiligheid en transitie.

Om het allemaal nog intensiever te maken; een week later ga ik met drie young professionals op pad voor de Hydrogen Trail Europe, ofwel HYTE, van 27 juni tot 8 juli. Via vlogs, blogs, artikelen en een documentaire willen we laten zien waar de industrie in Europa mee bezig is. Dan wel specifiek op het gebied van transitie en met name waterstof. Ook weer op een eerlijke en hopelijk inspirerende manier.

Meer informatie over beide initiatieven volgt de komende weken en maanden. In onze beide magazines Petrochem en Industrielinqs, op onze sites en zeker ook op social media. Volg de pagina’s van Industrielinqs, Petrochem platform en Hydrogen Trail Europe op LinkedIn! Wil je met je bedrijf of organisatie actief deel uitmaken van onze initiatieven, neem gerust contact met me op. Laten we komend jaar vooral met ons allen de industrie vieren.

Reageren? wim@industrielinqs.nl

Industrielinqs pers en platform levert als kennispartner voor de industrie een bijdrage aan een duurzame industrie. Dat doen we het hele jaar door met journalistieke producties en bijeenkomsten, zoals onze magazines Industrielinqs en Petrochem, verschillende nieuwssites, online talkshows, congressen, films en natuurlijk via social media.

Eén maal per jaar maken we de Industrielinqs Catalogus. Dit naslagwerk biedt al jaren een compleet overzicht van honderden leveranciers, opleiders, kennispartners en dienstverleners. Ook voor 2022 is dit complete naslagwerk uw gids voor de industriële delta.

We geven u bovendien een journalistieke blik op de toekomst dankzij een aantal artikelen over in het oog springende industriële trends. U leest onder meer:

  • Op de valreep van 2021 werd duidelijk dat de industrie een nog prominentere rol krijgt in de transitie naar een CO2-emissieloos energiesysteem. Daarmee lijken veel projecten die al in de steigers stonden, nu definitief op hun plaats te vallen. Tel daarbij absurd hoge gas- en CO2-prijzen op en het mag duidelijk zijn dat 2022 een scharnierpunt wordt voor de energietransitie.
  • Het is haast cynisch. De sectoren die tijdens corona-lockdowns als cruciaal worden gezien, kampen het meest met personeelstekorten. Denk aan de zorg, het onderwijs, maar niet te vergeten ook de industrie. Al decennialang klaagt de industrie over een dreigende krapte op de technische arbeidsmarkt. Vaak boden automatisering en efficiëntieslagen de nodige verlichting. Zal dat nu ook voldoende zijn?
  • Voor velen is het niet de vraag of er autonome fabrieken komen, maar meer wanneer. De technische vooruitgang gaat zo snel, dat steeds meer werk uit handen wordt genomen door digitale systemen. Zes trends maken de autonome fabriek mogelijk en het grootste deel is al begonnen.

Dit en meer vindt u in de Industrielinqs Catalogus 2022. Lees nu alvast digitaal!

Het jaar 2022 kan zo maar eens bepalend worden voor waterstof. Waarbij meerdere wegen naar Rome leiden. Bedrijven als Shell, RWE, Air Liquide en Uniper gaan de transitie van binnenuit aan. Andere zoeken het in nieuwe constructies. Denk aan chemiebedrijf Nobian dat onlangs met een partner HyCC oprichtte, speciaal voor waterstof. Er zijn ook new kids on the block. Spelers als Lhyfe, die de oude garde uitdagen in snelheid en het aantrekken van talent. 

Het was een cruciale vraag tijdens European Industry and Energy Summit 2021 afgelopen december. ‘Waar halen jullie de mensen vandaan’, vroeg Yolande Verbeek van energiebedrijf Uniper aan Luc Graré van het nieuwe waterstofbedrijf Lhyfe. In een jaar tijd groeide het nieuwe Franse bedrijf van vijftien naar tachtig medewerkers en momenteel worden vijf tot zeven nieuwe mensen per week aangenomen. Graré beantwoordde de vraag gretig: ‘Er is geen headhunter aan te pas gekomen’, stelde hij met enige trots. ‘Het gaat eigenlijk alleen maar via social media. Veel jonge hoogopgeleide mensen met een paar jaar werkervaring komen zoeken ons zelf op. Ze zeggen dat ze niet langer voor het oude systeem willen werken. Er zijn veel interessante vacatures in de olie- en gassector, maar veel jonge mensen, anders dan mijn generatie, zetten een hoog salaris en een auto van de zaak niet meer op één.’

Ze willen deel uitmaken van de transitie en verwachten dat ze meer impact hebben binnen nieuwe, ambitieuze bedrijven.Verbeek herkent het uit haar gesprekken met jonge mensen en zelfs haar eigen kinderen. Tegelijk stelt ze dat bedrijven als Uniper ook in transitie willen en moeten gaan. En daar zijn ook voldoende mensen voor nodig. Nog steeds is het bestaande systeem doorslaggevend voor bijvoorbeeld de betrouwbaarheid en de leveringszekerheid van energie. Volgens haar zijn beide partijen nodig, de oude partijen die moeten veranderen en de nieuwe bedrijven die zonder erfenis en verantwoordelijkheid om nu te leveren kunnen ondernemen.

Elke hoek

En ja, de ambities van Lhyfe zijn gewoon aantrekkelijk. Net als de daadkracht. Het bedrijf, een paar jaar geleden opgericht in Frankrijk, wil sneller dan anderen investeren in de productie van groene waterstof. Te beginnen in Frankrijk, Duitsland, maar ook Nederland, België, Denemarken en vervolgens steeds meer Europese landen. Inmiddels heeft Lhyfe al een mandaat gekregen van verschillende investeerders om 0,5 miljard euro te steken in het bouwen van installaties. Waar de meeste partijen nog bezig zijn met vergunningsprocedures en investeringsbeslissingen, heeft Lhyfe sinds afgelopen zomer al een installatie in productie in het Franse Saint-Nazaire. Daar is een elektrolyzer direct verbonden aan vier windturbines en wordt zeewater gebruikt voor de productie van waterstof.

‘Veel jonge mensen zetten een hoog salaris en een auto van de zaak niet meer op één.’

Luc Graré, international business Lhyfe

Het vermogen is misschien nog niet heel groot, twee megawatt, ‘maar we hebben hiermee wel de eerste stap gezet’, stelt Graré. De vervolgstappen volgen snel. Het plan is om de komende jaren overal in Europa grotere installaties neer te zetten. ‘In Duitsland ontwikkelen we momenteel elf productielocaties met vermogens tussen vijf en iets meer dan honderd megawatt. Die moeten in 2025 allemaal in gebruik zijn. We denken dat we dan elke hoek van dat land van groene waterstof kunnen voorzien. Datzelfde zijn we van plan in Nederland, waar we mogelijk voldoende hebben aan drie of vier fabrieken. België en Denemarken en ook andere Europese landen zullen volgen.’

Elan

Het gaat eerst om fabrieken op land. Maar om straks de levering van groen waterstof aan verschillende klanten in Europa verder op te voeren, kijkt Lhyfe vooral richting de zee. ‘De grote hoeveelheden gaan we straks offshore produceren.’

Ook op dat vlak is het bedrijf bezig met de eerste stap. Rond september dit jaar wil Lhyfe als eerste in de wereld waterstof op zee produceren. Op een drijvend platform, zo’n 26 tot 30 kilometer van Saint-Nazaire in de Atlantische Oceaan, direct verbonden met een drijvende windturbine. ‘We weten dat verschillende partijen, zoals Poseidon in Nederland, hier ook mee bezig zijn. Maar die richten zich op 2025 en later. We vragen ons oprecht af waarom het zoveel tijd moet kosten. Doordat we drie jaar voor lopen op de rest hebben we meer tijd om te experimenteren en kunnen we ook onze snelheid houden in de toekomst.’ Het is met een elan dat veel jonge mensen sowieso zal aanspreken.

lhyfe

Lhyfe heeft sinds afgelopen zomer een installatie in productie in het Franse Saint-Nazaire, waar een elektrolyzer direct verbonden is aan vier windturbines en zeewater wordt gebruikt voor de productie van waterstof.

Competenties

Wellicht heeft de aantrekkingskracht voor jonge mensen voor Nobian ook meegespeeld toen het chemiebedrijf samen met de Green Investment Group de Hydrogen Chemistry Company (HyCC) oprichtte. Sowieso denkt het bedrijf dat transitie, met name op het gebied van waterstof, om een andere aanpak vraagt dan veel bestaande bedrijven gewend zijn. ‘De projecten die we gaan doen, vragen om een andere snelheid, cultuur, financiering en competenties om ze tot een succes te maken’, stelde Marcel Galjee, managing director van HyCC, onlangs in De Volkskrant. ‘Nobian is al marktleider op het gebied van elektrolyse voor de productie van groene waterstof. We hebben veel groene elektriciteit nodig en daarvoor staat de Green Investment Group bekend. Wij leveren de technologie, onze competenties komen samen bij HyCC.’

Hydrogenering

Belangrijk zal ook geweest zijn dat de Green Investment Group fondsen binnenbrengt. Nobian lijkt te klein om de enorme investeringen die waterstof vraagt volledig uit eigen kas te betalen. Partijen als Shell en RWE hebben die omvang wel en kondigen ook investeringen aan. Zo heeft RWE op de valreep van 2021 de eerste milieuvergunning binnen van de Provincie Groningen voor de bouw van een groene waterstoffabriek met een vermogen van vijftig megawatt in de Eemshaven. Voor de levering van waterstof aan BioMCN en Evonik. Als chemische bouwsteen voor onder meer de productie van methanol.

‘Doordat we drie jaar voor lopen op de rest hebben we meer tijd om te experimenteren.’

Luc Graré, international business Lhyfe

Maar ook HyCC lijkt inmiddels zover. In januari ontvangt ook dit bedrijf een milieuvergunning voor de Djewels 1 op Chemie Park Delfzijl. Die fabriek gaat ook aan BioMCN leveren en krijgt een capaciteit van twintig megawatt. Het plan is echter om snel met veertig megawatt uit te breiden in Djewels 2. Deze waterstof is straks bedoeld voor SkyNRG dat op een synthetische manier vliegtuigbrandstof wil produceren in Delfzijl. En er staan nog grotere investeringsprojecten op de rol voor HyCC. Waarbij H2ermes in IJmuiden zo maar in een stroomversnelling kan raken door recente ontwikkelingen bij toekomstige afnemer Tata Steel. Daarbij gaat het om een elektrolyzer van honderd megawatt. Maar het kan nog groter. Bij het project H2-Fifty in de Rotterdamse haven gaat het om een waterstoffabriek met een vermogen van 250 megawatt. Die installatie moet straks groene waterstof leveren aan BP voor de hydrogenering van brandstoffen.

Slagveld

Met de oprichting van HyCC lijkt Nobian extra snelheid te maken door in zee te gaan met een kapitaalkrachtige partner. Wellicht is het bedrijf ook wendbaarder en kan het zodoende net als Lhyfe gemakkelijker extra kapitaal aantrekken.

Qua imago zal het ook helpen. Bij potentiële investeerders en zeker als het gaat om het aantrekken van jonge professionals. Want de transitie kan zo maar een slagveld worden voor talent. Er is al krapte en het zal steeds moeilijker worden om jonge mensen te binden. Elan en zichtbare impact lijken daarbij doorslaggevend. Dan lijken jonge ambitieuze bedrijven momenteel toch in het voordeel.

Bijna 950 duizend werknemers deden in 2020 naar eigen zeggen vaak of altijd gevaarlijk werk. Naast koks, politiepersoneel en brandweerlieden geven vooral werknemers met een technisch, transport of logistiek beroep aan dat hun werk gevaarlijk is. Van de werknemers die frequent gevaarlijk werk doen had ruim 9 procent een arbeidsongeval. Dit blijkt uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA), die in het laatste kwartaal van vorig jaar werd uitgevoerd door het CBS en TNO.

In 2020 zei 12,8 procent van alle werknemers van 15 tot 75 jaar vaak of altijd gevaarlijk werk te doen. In pre-coronajaren 2018 en 2019 was dit bijna 16 procent. Van alle werknemers kwam 14,4 procent tijdens het werk een enkele keer in een gevaarlijke situatie terecht. Bij de overgrote meerderheid (72,7 procent) was dit nooit het geval. Mannen doen vaker gevaarlijk werk dan vrouwen. Zo deed in 2020 17,5 procent van de mannen vaak of altijd gevaarlijk werk. Bij vrouwen was dit 7,7 procent.

Top 10

In de top-10 van gevaarlijke beroepsgroepen staan vooral beroepen in de techniek, transport en logistiek. Toch zijn het de koks die van alle beroepsgroepen het meest aangeven dat zij tijdens hun werk vaak of altijd te maken hebben met gevaarlijke situaties. In de periode 2018-2020 ging het om bijna 6 op de 10 koks. Vrachtwagenchauffeurs, procesoperators, buschauffeurs, trambestuurders, politiepersoneel, brandweerlieden en bouwarbeiders in de afbouw (waaronder bijvoorbeeld dakdekkers), geven in ruim de helft van de gevallen aan vaak of altijd gevaarlijk werk te moeten doen.

Arbeidsongeval en verzuim

Werknemers die aangeven vaak of altijd te maken te hebben met gevaarlijke situaties op het werk, hebben ook relatief vaak een arbeidsongeval met lichamelijk letsel of geestelijke schade. In 2020 was 9,3 procent van hen slachtoffer van een arbeidsongeval. Bij werknemers die nooit gevaarlijk werk doen was dat 1,0 procent. Werknemers met gevaarlijk werk verzuimen ook vaker als gevolg van een arbeidsongeval. Van de werknemers die vaak of altijd gevaarlijk werk deden was 4,5 procent slachtoffer van een arbeidsongeval dat leidde tot minimaal één dag verzuim. Bij werknemers die nooit gevaarlijke werkzaamheden uitvoeren was dit 0,5 procent.

‘Na mijn studie ging ik op zoek naar een bedrijf waar ik wilde werken. Een bedrijf dat mijn visie en drive deelt en bewust en actief bezig is met verduurzaming. Daar wil ik bij horen, daar hoor ik thuis. Met een open sollicitatie koos ik voor Neste. Maar misschien koos Neste, met haar missie en visie, al wel eerder voor mensen zoals ik’, stelde young professional Tes Apeldoorn onlangs in haar talk bij ons jaarevenement Deltavisie 2021. Het klinkt haast mystiek, maar eigenlijk is het heel logisch…

De hele column van Wim Raaijen lees je in de digitale editie van Industrielinqs magazine!

(branded content)

Hoewel de producten van Lengkeek Staalbouw niet als eerste opvallen wanneer je een chemische plant op loopt, zijn ze wel essentieel voor de veiligheid en bereikbaarheid van de assets. De staalconstructies zoals trappen, bordessen en leidingbruggen zijn overal te vinden. Toch merkt directeur Dick Bikker dat de producten die het bedrijf al decennia lang maakt niet altijd die importantie krijgen die ze zouden moeten hebben.

Veel opdrachtgevers werken niet met meerjarenonderhoudsplannen voor hun staalconstructies, zegt Bikker. ‘Ze komen er daardoor pas achter dat ze een vervangingsinvestering moeten doen als er zichtbare degradatie optreedt. Wanneer men bijvoorbeeld tijdens een stop merkt dat staalconstructies een reparatie nodig hebben of tegen het einde van de levensduur aan lopen, worden we snel ingeschakeld. En dan moeten we ook direct kunnen ingrijpen. Met onze eigen engineering-, productie- en montage-afdeling kunnen we dat gelukkig.’

Snel reageren

Op het moment van schrijven, zit Lengkeek in zo’n drukke periode. ‘Veel bedrijven zijn geneigd hun reparaties en investeringen door te schuiven naar het einde van het jaar. En dus is het nu aanpoten voor zowel het kantoor, als de productie en de buitendienst. Ons bedrijf is gelukkig ingericht om snel te kunnen reageren op dit soort verzoeken. We zijn gewend aan ad-hoc-opdrachten en wisselen rustige periodes af met hectische periodes waar we alle zeilen bij moeten zetten.’

‘Overigens kunnen we ook inspecties voor bedrijven uitvoeren. Een expert ziet nu eenmaal meer, ook bijvoorbeeld of belangrijke onderdelen ontbreken. Bijkomend voordeel is dat wij eerder degradatie kunnen registreren zodat we wellicht vervangingen kunnen voorkomen. Of in ieder geval eerder zien dat een vervanging noodzakelijk is.’

Flexibel personeel

Van de kleine honderd man die bij Lengkeek Staalbouw werkt, zit ongeveer de helft op locatie bij de klanten. ‘Met nog ongeveer tien medewerkers op engineering en twintig in onze productie hebben we de operationele ploeg genoemd. De anderen zijn ondersteunend aan deze afdelingen middels projectleiding, inkoop, werkvoorbereiding, administratie en QA/QC-veiligheid.’

Het zal niet verbazen dat zowel de technici als het ondersteunend personeel behoorlijk flexibel moeten zijn. ‘Als een klant ons benadert met een acuut probleem, pakken we meteen door om snel ter plekke te kunnen zijn. De mensen die hier werken, moeten dan ook niet alleen technisch goed geschoold zijn, maar ook binnen de servicegerichte cultuur passen.’

Matchmaking

Net als veel technische bedrijven zoekt ook Lengkeek eigenlijk continu naar technici, maar ook naar ondersteunend personeel. Het bedrijf werkt daarvoor al langer samen met Stratt+. Dit bedrijf levert technische capaciteit, projectmanagement en advies op maat binnen de industrie, luchtvaart en aan de (semi)overheid.

Bikker: ‘Matchmaking is voor ons heel belangrijk. Eigenlijk hebben we geen tijd voor ellenlange selectieprocedures, maar we willen wel meer van iemand weten dan welke diploma’s hij heeft. Gelukkig doet Stratt+ al veel van dat voorwerk voor ons en kunnen ze zelf inschatten of het ook op persoonlijk vlak zal klikken.’

Die klik was er in ieder geval bij werkvoorbereider Mark van Toor en controller Leo Valster. Die laatste wist al snel dat de controller-functie meer vergde dan alleen administratie. ‘Inmiddels weet ik ook het nodige van personeelsmanagement, ICT en autobeheer’, lacht Valster. ‘En ook hoeveel tijd die ’niet-kerntaken‘ kosten. Ze moeten dan ook niet ten koste gaan van mijn administratieve taken, maar het maakt mijn werk wel een stuk uitdagender. Tegelijkertijd is het net zo belangrijk dat de klant de juiste factuur krijgt en onze administratie op orde is zodat we geen nare verrassingen achteraf krijgen.’

Dagelijks bijschakelen

Ook Van Toor weet inmiddels in wat voor soort bedrijf hij is terechtgekomen. ‘Eigenlijk moet je dagelijks bijschakelen en continu kijken waar je mensen vandaan kunt halen of herplannen. Ik heb zelfs al een keer moeten bijspringen bij een project waar we ineens met een paar zieken zaten. Dat snel schakelen ligt me wel. Ik kom bij een bedrijf vandaan dat veel groter is dan Lengkeek. Maar juist dat familiegevoel trekt me heel erg aan. We pakken projecten met zijn allen aan en gaan pas naar huis als het probleem is opgelost. Zonder dat we concessies doen aan de veiligheid en kwaliteit. Ik ben dan ook heel tevreden over de wijze waarop Stratt+ heeft bemiddeld.’

Die houding is volgens Bikker cruciaal in de sector waar Lengkeek zijn diensten en producten aanbiedt. ‘Onze opdrachtgevers beoordelen eerst de veiligheid, dan de kwaliteit en planning en kijken in tweede instantie of ook de prijs marktconform is, hoewel deze criteria wel dicht bij elkaar liggen. Als je veiligheidscultuur op orde is en je ook kwaliteit biedt, zijn opdrachtgevers geneigd tot een lange duurzame samenwerking. Wij hebben de nodige veiligheidscertificeringen, waaronder VCA-P, die garandeert dat onze mensen op de hoogte zijn van de veiligheidsmaatregelen. Maar nog belangrijker is hun gedrag.’

Battle for talent

De battle for talent zal volgens Bikker nog wel even voortduren. ‘Als branche kan je meehelpen door bijvoorbeeld BBL-plaatsen aan te bieden. Doordat wij zowel engineering als productie en montage in huis hebben, kunnen we leerlingen alle facetten van het vak laten zien. We blijven echter ook een bureau als Stratt+ nodig hebben, omdat we nu eenmaal niet continu de markt kunnen afspeuren naar nieuwe talenten.’

Mensen staan centraal

Stratt+ levert al meer dan veertig jaar technische capaciteit, projectmanagement en advies op maat binnen de industrie, luchtvaart en aan de (semi)overheid. Het bedrijf biedt een compleet dienstenpakket voor de diverse projectfasen, van haalbaarheidsstudie tot de optimalisatie van technische installaties. Bij Stratt+ staan mensen centraal. Dat geldt zowel voor opdrachtgevers als voor de eigen technici.

Wat gaat er gebeuren als al het uitgestelde werk straks in korte tijd moet worden gedaan? Dubbele druk op de technische arbeidsmarkt? Helemaal als veel mensen een flexibele baan voor de zekerheid van een vaste baan gaan inruilen. Want dat gebeurt momenteel.

Een greep uit Industrielinqs LIVE vanochtend! Met aan de digitale tafel:   Wies van ’t Slot Philippe Engels Cees Alderliesten Rene Hartman – STORK John Schonewille en Jan Peter Kruiger

Kijk het gerust nog een keertje terug. En zet 9 en 17 juni alvast in jullie agenda’s!

 

De druk op de technische arbeidsmarkt groeide de afgelopen jaren. Het was moeilijk voor de industrie om aan gekwalificeerd personeel te komen. De coronacrisis lijkt daar verandering in te brengen. Maar hoe?

In de derde Industrielinqs LIVE op 27 mei staat de industriële arbeidsmarkt centraal. Met tafelgasten onderzoeken Wim Raaijen en Jan Peter Kruiger in de digitale talkshow welke gevolgen de huidige crisis heeft op het werk in de industrie. De gasten zijn inmiddels bekend: sitemanager Philippe Engels van Air Liquide Rozenburg, Cees Alderliesten van Deltalinqs, René Hartman van Stork, DGA Wies van ’t Slot van 365Werk en CEO John Schonewille van Stratt+.

Anticiperen

Hoe staat het met de druk op de arbeidsmarkt tijdens de crisis?  Hoe gaan fabriekseigenaren met de huidige omstandigheden om? Wat zijn de gevolgen voor contractors en detacheringsbureau’s die tot voor kort met veel moeite voldoende goed opgeleid en ervaren personeel op de been konden brengen?

En wat gebeurt er als straks uitgestelde onderhoudsstops en ander uitgesteld werk in korte tijd moet worden uitgevoerd? Een dubbele druk op de arbeidsmarkt dreigt dan. Hoe kan de industrie daar op anticiperen? Deze editie van Industrielinqs LIVE wordt mede mogelijk gemaakt door Stratt+, partner van het Petrochem Platform.

Schrijf hier in voor de talkshow op 27 mei, 9.00-10.30.

Industrielinqs LIVE is een digitale talkshow over actuele ontwikkelingen in de industrie.

 

De laatste jaren werd de druk op de technische arbeidsmarkt alsmaar groter. Wij zijn benieuwd wat voor impact corona heeft op de technische arbeidsmarkt. Is het drukker, of juist niet? Wat zijn uitdagingen en wat zijn redenen waardoor werk nu stil komt te liggen. Via een vragenlijst willen wij wat meer inzicht krijgen. Vult u hem ook in? Het duurt ongeveer 2 minuten. De resultaten worden gebruikt in de digitale talkshow Industrielinqs LIVE op 27 mei over ‘Werk!’.

Tijdens deze talkshow staat de industriële arbeidsmarkt centraal. Met tafelgasten onderzoeken Wim Raaijen en Jan Peter Kruiger welke gevolgen de huidige crisis heeft op het werk in de industrie. Wat zijn de gevolgen voor contractors en detacheringsbureau’s die tot voor kort met veel moeite voldoende goed opgeleid en ervaren personeel op de been konden brengen? En wat gebeurt er als straks uitgestelde onderhoudsstops en ander uitgesteld werk in korte tijd moet worden uitgevoerd? Een dubbele druk op de arbeidsmarkt dreigt.

U kunt zich hier aanmelden voor de talkshow op 27 mei, 9.00-10.30.