Een mijlpaal voor Borealis en Qpinch nu hun demonstratie-eenheid voor warmterecuperatie is opgestart. De eenheid bevindt zich in een bestaande LDPE-fabriek van Borealis in de haven van Antwerpen. Het chemiebedrijf verwacht er grote stappen mee te zetten bij het verlagen van de CO2-uitstoot.

Sinds oktober 2018 werken de twee bedrijven samen om de technologie van Qpinch op te schalen. Deze start-up liet zich bij het ontwerp van zijn proces inspireren door het menselijk lichaam, waarin warmteproductie, -opslag en -transport zeer efficiënt in een cyclus zijn geregeld. Qpinch heeft deze processen goed bekeken en bootst ze na om industriële restwarmte van rond de 75 graden Celsius op te waarderen tot 230 graden Celsius en hoger.

Temperatuurlift

Voor de meeste processen in levende cellen is energie nodig. Adenosinetrifosfaat (ATP) is daarvoor een energiedrager. Ons lichaam maakt daarom continu ATP door een vrije fosfaatgroep te hechten aan een molecuul adenosinedifosfaat (ADP). Het gebruikt daarvoor energie uit voedsel. Qpinch doet dit proces na, alleen dan met chemische componenten. De technologie werd ontwikkeld in samenwerking met prof. Christian Stevens van de Universiteit Gent en is gepatenteerd.

Om deze cyclus met ATP en ADP na te bootsen, zet Qpinch een koude en warme reactor in, waartussen fosfaten en water worden rondgepompt. De voeding van de pompen is de enige toegevoegde energie in dit proces. Daardoor zijn de operationele kosten heel laag en vergt de installatie geen aanpassing aan het elektriciteitsnet. In de hete reactor vindt een exotherme reactie plaats die voor de temperatuurlift zorgt. De technologie is schaalbaar van één tot vijftig megawatt en kan dus enorme hoeveelheden industriële restwarmte verwerken.

Investering

De veelbelovende technologie is in staat om de helft van de laagwaardige restwarmte die energiegrootverbruikers anders niet benutten, te recupereren. Doordat het een chemisch proces betreft, is maar heel weinig extra energie in de vorm van elektriciteit nodig voor een temperatuurlift van vijftig tot honderd graden.

De installatie bouwen, is niet goedkoop. De oprichters van Qpinch schatten de investering op enkele miljoenen. Daar staat tegenover dat de installatie nauwelijks operationele kosten meer heeft als hij eenmaal is gebouwd. Bovendien kunnen bedrijven, afhankelijk van de case, tien tot dertig procent van hun energiekosten besparen. En dus ook CO2. Opschaling van de technologie kan een enorme boost betekenen voor CO2-besparing in de industrie.

Potentie

Borealis zag tweeënhalf jaar geleden de potentie van de technologie en investeerde samen met Qpinch en de Vlaamse overheid in opschaling ervan. Ze besloten een eerste installatie op commerciële schaal te bouwen die de restwarmte van de polyolefinenfabriek van Borealis in Antwerpen opwaardeert. Deze is nu opgestart en het chemiebedrijf verwacht ongeveer 2.200 ton CO2 per jaar met de installatie te kunnen besparen. Dit komt overeen met de jaarlijkse uitstoot van 1.500 kleine gezinsauto’s.

Bovendien testen de twee partners de technologische capaciteiten en het opschaalpotentieel van de technologie voor fabrieken van Borealis in andere delen van de wereld. Het chemiebedrijf heeft zich ten doel gesteld om tegen 2030 twintig procent meer energie-efficiënt te zijn ten opzichte van 2015. De Qpinch-technologie kan daarbij een aanzienlijke rol spelen.

De bouw van de nieuwe propaandehydrogeneringsfabriek van Borealis in Kallo is met een officiële eerste spadesteek nu echt begonnen. De fabriek krijgt een productiecapaciteit van 750.000 ton propeen per jaar en moet medio 2022 klaar zijn. Het bedrijf steekt één miljard euro in het project.

Het is Borealis’ grootste investering ooit in Europa, stelt Alfred Stern, CEO van Borealis. ‘Het is ook de belangrijkste Europese investering van een petrochemisch bedrijf in de afgelopen twintig jaar. Investeren in onze Europese activa is niet alleen een duidelijk bewijs van ons engagement voor zuinigere en duurzamere activiteiten. Het is ook een teken dat we van de regio een industriële draaischijf willen maken.’

Banen

De nieuwe fabriek zal zo’n honderd banen opleveren bij Borealis, en nog eens twee à drie keer zoveel bij de toeleveranciers en onderaannemers in de streek. Tijdens de bouw zullen er gemiddeld duizend arbeiders aan het werk zijn op de site. Tijdens cruciale bouwfasen kan dat aantal stijgen tot ruim tweeduizend. Zodra de fabriek operationeel is, zullen om de drie jaar extra mensen nodig zijn voor grote en geplande onderhoudswerkzaamheden. Borealis heeft het EPCM-contract en het dienstencontract voor de oplevering toegewezen aan Tecnimont.

Het project maakt de activiteiten van Borealis ook zuiniger en duurzamer. Volgens het bedrijf wordt de nieuwe fabriek een van ’s werelds grootste en zuinigste fabrieken in zijn soort. Dankzij de Oleflex-technologie van Honeywell UOP gebruikt Borealis straks minder energie bij de productie van propeen En toch produceert het grotere volumes van dezelfde kwaliteit. Er zal minder propaan nodig zijn en meer waterstof worden geproduceerd. Zo kan Borealis niet alleen in zijn eigen interne behoeften voorzien, maar via partner Air Liquide die het waterstof afneemt, ook in die van derden. Tot slot zal de ingebedde cogeneratie-eenheid een groot deel van de stoom en elektriciteit voor de nieuwe fabriek leveren.

Ineos

Ook Ineos gaat een propaandehydrogeneringsfabriek in het Antwerpse havengebied bouwen. Dit bedrijf heeft gekozen voor een andere technologie: Catofin van McDermott’s Lummus. De fabriek van Ineos krijgt eveneens een productiecapaciteit van 750.000 ton propeen per jaar maar zal in 2023 worden opgeleverd. Deze fabriek komt in Lillo te staan.

Borealis heeft het EPC-contract voor haar propaandehydrogeneringsfabriek (PDH) toegekend aan Tecnimont. Het gaat om de engineering, de inkoop en het bouwmanagement van de nieuw te bouwen fabriek in Kallo, inclusief de nodige nutsvoorzieningen en aansluitingen. De fabriek zou medio 2022 moeten opstarten.

Met een geplande productiecapaciteit van 750.000 metrische ton per jaar zal de PDH-fabriek een van de grootste en efficiëntste faciliteiten ter wereld zijn. PDH is een vitale processtap bij de productie van propeen uit propaan. Propeen is als grondstof voor polypropeen een belangrijke bouwsteen voor de chemiesector. Polypropeen is op zijn beurt een van de meest gebruikte plastics.

Borealis kiest voor Kallo als vestigingsplaats voor de PDH-fabriek vanwege synergiën met de bestaande PDH-eenheid op de site en omdat er daardoor al ervaring is met propeenproductie en -handling. De bestaande dehydrogeneringseenheid heeft een capaciteit van 480.000 ton per jaar. De nieuwe fabriek zal gebruikmaken van de Oleflex-technologie van Honeywell UOP. ‘De combinatie met de warmtekrachtkoppelingsinstallatie zal van deze fabriek een van de meest energiezuinige olefinenfabrieken ter wereld maken voor de productie van specifiek propyleen’, stelt Alfred Stern, CEO van Borealis

Logistieke partner

Voor de handling van propeen en de grondstof propaan schakelt Borealis Oiltanking Antwerp Gas Terminal in als logistieke partner op lange termijn. Hiervoor bouwt Oiltanking een nieuwe opslagtank met een capaciteit van 135.000 kubieke meter propaan. Air Liquide zal het waterstof afnemen, dat als bijproduct ontstaat tijdens het dehydrogeneringsproces.

Borealis gaat haar productiecapaciteit uitbreiden in Vlaanderen. Ze verhoogt de capaciteit van haar PP-fabriek in Kallo en onderzoekt uitbreiding van eenzelfde fabriek in Beringen. Twee maanden geleden maakt het bedrijf al bekend een miljard euro te investeren in een nieuwe propaandehydrogeneringsfabriek in Kallo.

Borealis breidt haar fabriek in Kallo uit met tachtig kiloton. De verwachting is dat de toegevoegde capaciteit in 2020 in gebruikt wordt genomen.

Het bedrijf heeft daarnaast de Front End Engineering and Design (FEED) fase voor de uitbreiding van haar PP-fabriek in Beringen goedgekeurd. De definitieve investeringsbeslissing over deze uitbreiding van 250 tot 300 kiloton is voorzien tegen eind 2019 en de opstart wordt medio 2022 verwacht.

De capaciteitsverhogingen zijn bedoeld om ten volle te profiteren van de nieuwe PDH-fabriek (propaandehydrogenering) in Kallo. De grondstoffen uit deze fabriek zullen via een ondergronds pijpleidingnetwerk naar Beringen stromen.

De plannen voor een nieuwe propaandehydrogeneringsfabriek in Antwerpen gaan door. Borealis heeft na een succesvolle FEED-studie definitief besloten dat de PDH-fabriek er moet komen, op haar bestaande site in Kallo. In het eerste halfjaar van 2022 zou de fabriek moeten opstarten.

Borealis kiest voor Kallo als vestigingsplaats voor de PDH-fabriek vanwege synergiën met de bestaande PDH-eenheid op de site en omdat er daardoor al ervaring is met propeenproductie en -handling. De bestaande dehydrogeneringseenheid, waarin propaan wordt omgezet in propeen, heeft een capaciteit van 480.000 ton per jaar. De nieuw te bouwen fabriek krijgt een productiecapaciteit van 750.000 ton per jaar. Daarmee wordt het een van de grootste PDH-fabrieken ter wereld.

Voor de handling van propeen en de grondstof propaan schakelt Borealis Oiltanking Antwerp Gas Terminal in als logistieke partner op lange termijn. Hiervoor gaat Oiltanking een nieuwe opslagtank bouwen met een capaciteit van 135.000 kubieke meter propaan. Air Liquide zal het waterstof afnemen, dat als bijproduct ontstaat tijdens het dehydrogeneringsproces.

Technologie

Borealis heeft gekozen voor de Oleflex-technologie van Honeywell UOP, een alom gebruikte technologie voor de productie van propeen. Ineos, dat eveneens plannen heeft voor de bouw van een propaandehydrogeneringsfabriek, heeft overigens gekozen voor een andere technologie: Catofin van McDermott’s Lummus. Ook de fabriek van Ineos krijgt een productiecapaciteit van 750.000 ton propeen per jaar maar zal in 2023 worden opgeleverd. De beslissing waar de fabriek wordt gebouwd, is nog niet genomen, maar zowel Antwerpen als Rotterdam worden genoemd als mogelijke vestigingsplaats.

De brand die donderdag uitbrak bij de kunststoffabriek van Borealis Plastomers op Chemelot is ontstaan als gevolg van een lekkende leiding. Een mengsel van hexaan en octeen (een benzine-achtige stof) is ontsnapt en in brand gevlogen.

Op haar website geeft Chemelot een kort verslag van het verloop van het incident. Omstreeks 16.45 uur ontdekt Borealis dat er een lek is in een leiding. Er wordt direct alarm gegeven en de betreffende leiding wordt afgesloten. Minuten later is de bedrijfsbrandweer van Chemelot ter plaatse. Omstreeks 17.15 uur ontstaat er brand, die rond 17.55 uur onder controle is. Uit voorzorg is inmiddels GRIP 1 ingesteld. Dit betekent dat de overheid in kennis wordt gesteld en met haar hulpdiensten ter plaatse komt. Omstreeks 18.20 uur wordt het alarmniveau weer afgeschaald zonder dat er gevolgen zijn geweest buiten het Borealis-terrein.

Bij het incident is niemand gewond geraakt en er was geen gevaar voor de omgeving. Het incident zal grondig worden onderzocht.

Total, Borealis en Nova zijn een joint venture aangegaan om een stoomkraker en een nieuwe Borstar polyetheenfabriek te bouwen in Texas voor 1,7 miljard dollar.

De nieuwe stoomkraker zal in 2020 worden opgestart en zorgt tijdens de bouw voor 1500 banen. De kraker wordt naast de Total raffinaderij in Port Arthur gebouwd en komt naast de al bestaande kraker van Total en BASF te staan.

‘Na de aanzienlijke investeringen in het Amerikaanse LNG en schaliegas in 2016, willen we met deze investering van bijna twee miljard dollar onze aanwezigheid in de Verenigde Staten versterken’, aldus Patrick Pouyanne, voorzitter en CEO van Total. ‘Door de krachten te bundelen met Borealis en Nova willen we een belangrijke speler in de Amerikaanse polyethyleen markt creëren”.

De overvloed aan beschikbare gas in de Verenigde Staten als gevolg van de schalierevolutie heeft volgens Total twee concurrentievoordelen voor de petrochemie: toegang tot low-cost energie om de fabrieken te laten draaien en een scherp geprijsde etheentoevoer.