De voorbereidingen voor de grootste turnaround-periode in de geschiedenis van Sitech zijn in volle gang. Voor dit najaar en aansluitend het voorjaar van 2023 staan zeven turnarounds gepland. De totale doorlooptijd is 29 weken.

Sitech verwacht 150 externe partijen op Chemelot om mee te helpen alle werkzaamheden uit te voeren. Het rekent op zeshonderdduizend uitvoeringsuren en meer dan duizend inspecties. Steigerbouwers zetten zo’n tweehonderd kubieke meter aan steigers neer.

In 2019 had Sitech ook een druk jaar. Toen waren er turnarounds bij USG, Anqore, Vynova, Sabic, OCI Nitrogen en Arlanxeo. Bij Sabic en OCI Nitrogen ging het om twee turnarounds. Een groot deel daarvan nam Sirech voor haar rekening.

Lees hier meer over de stopperiode in 2019.

Volgens Minister Micky Adriaansens van EZK heeft Sabic nog geen definitief besluit genomen over sluiting van een van zijn naftakrakers op het Chemelot-terrein. VVD-kamerleden Silvio Erkens en Pim van Strien stelden kamervragen aan haar en Rob Jetten (Klimaat en Energie) na een bericht van De Limburger waarin Sabic zegt te overwegen een van de twee naftakrakers in 2024 te sluiten.

In een reactie op de vragen zegt minister Adriaansens op de hoogte te zijn van de berichtgeving: ‘Sabic heeft haar medewerkers medegedeeld dat het bezig is met een strategische heroriëntatie waarbij het sluiten van een kraker een eventuele optie is. In dit proces is – voor zover mij bekend – echter nog geen besluit genomen.

Chemelot is een geïntegreerd chemiecomplex waardoor het sluiten van een grote fabriek invloed heeft op de rest van de site. Om die reden hebben de directie van stichting Chemelot, de provincie Limburg en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) onlangs een gesprek gevoerd met Sabic. Daarin gaf Sabic aan dat er nog geen definitief besluit is genomen. Verder heeft Sabic aangegeven vergaande plannen te hebben voor de verduurzaming en koolstofneutraal maken van de Sabic-site in Geleen.

Over de plannen en de gevolgen moeten de bedrijven onderling met elkaar in gesprek. Het ministerie van EZK en de provincie Limburg volgen de uitkomsten van deze gesprekken om de gevolgen voor de gehele site te monitoren. Aangezien er nog geen definitief besluit door Sabic is genomen, kunnen over de gevolgen voor de werknemers geen uitspraken worden gedaan.’

Verduurzaming Chemelot

Op de vraag wat een eventuele sluiting voor de verduurzamingsplannen voor Chemelot betekent antwoordt Adriaansens: ‘Zoals aangegeven wordt door Sabic niet gesproken over sluiting van het gehele complex en zijn de verduurzamingsplannen nog steeds relevant. Juist voor de verduurzaming van het complex is infrastructuur noodzakelijk. Mochten de verduurzamingsplannen wijzigen dan zullen de eventuele effecten een plaats krijgen in de Cluster-energie strategie van Chemelot. Van daaruit zal dan worden gekeken naar de effecten op de planning van betrokken projecten in het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK). Er zijn geen aanwijzingen dat de verduurzamingsplannen wijzigen.’

Chemelot is weer een stukje duurzamer nu USG Industrial Utilities groene stroom afneemt van Eneco. Het gaat jaarlijks om zo’n 350 GWh aan windenergie afkomstig van Windpark Fryslân. Een capaciteit die gelijk staat aan 21 windturbines.

USG heeft een corporate Power Purchase Agreement gesloten met Eneco. De leverancier van gas, water, stoom en elektriciteit voor industrieterrein Chemelot kan daarmee tot en met 2036 gebruik maken van zo’n 90 MW aan opgesteld vermogen van Windpark Fryslân.

Sabic neemt het grootste deel van de groene stroom van USG af. Het gaat jaarlijks om 300 GWh, zo’n dertig procent van de jaarlijkse stroombehoefte van het bedrijf. Ook AnQore, producent van onder andere acrylonitril op Chemelot, neemt groene stroom van USG af. ‘Deze overeenkomst draagt eraan bij dat AnQore vanaf dit jaar honderd procent van haar verbruikte elektriciteit uit hernieuwbare bronnen betrekt’, vertelt CEO Pieter Boon. ‘We zijn er als acrylonitril-producent trots op dat koolstofvezel, onmisbaar voor het versterken van de wieken van windmolens, gemaakt wordt uit acrylonitril.’

Windpark Fryslân

Sinds kort is Windpark Fryslân volledig operationeel. De 89 windturbines in het IJsselmeer zorgen voor een opgesteld vermogen aan groene windenergie van in totaal 382,7 MW. Het windpark produceert op jaarbasis zo’n 1,5 terawattuur. De bouw ervan begon in maart 2019 en duurde tot en met december 2021.

Het projectmanagement van Windpark Fryslân is uitgevoerd door Ventolines. Het aannemersconsortium Zuiderzeewind – Siemens Gamesa en Van Oord – waren verantwoordelijk voor de bouw. Siemens blijft zestien jaar verantwoordelijk voor het onderhoud en het beheer van het windpark.

De ambities van Chemelot zijn duidelijk: de chemische site wil in 2050 klimaatneutraal zijn en fossiele grondstoffen volledig terugdringen. Deze ambities zijn natuurlijk mooi, maar concrete plannen zijn beter. En daarom wordt ook steeds meer duidelijk hoe de routekaart naar die duurzame toekomst er uit ziet. Groene energie en circulaire grondstoffen spelen daarin de hoofdrol.

Lees hier meer over in de whitepaper: De rol van circulaire waterstof op Chemelot.

Tessenderlo Kerley gaat een nieuwe fabriek voor vloeibare meststoffen bouwen in Geleen. Zodra de nodige vergunningen en goedkeuringen rond zijn, begint de bouw van de fabriek. Deze gaat ammoniumthiosulfaat produceren. Het bedrijf verwacht de productie in het tweede kwartaal van 2023 te kunnen opstarten.

Vier Amerikaanse broers ontwikkelden na de Tweede Wereldoorlog een proces voor het maken van vloeibare meststoffen op zwavelbasis. Zij richtten Kerley Chemical Company op. In 1986 vormde het bedrijf een joint venture met Phillips om het waterstofsulfide dat in het raffinageproces ontstaat beter te verwaarden. In 1995 kwam het bedrijf in handen van Tessenderlo Chemie. De focus op het verwerken van bijproducten van raffinaderijen tot chemicaliën met toegevoegde waarde bleef. Inmiddels is Tessenderlo Kerley ’s werelds grootste producent van zwavelhoudende thiosulfaatmeststoffen. Het bedrijf heeft dertien fabrieken in de Verenigde Staten. In Europa heeft het sinds 2017 een fabriek voor ammoniumthiosulfaat, in Rouen. Een vergelijkbare fabriek komt nu in Geleen te staan.

Chemelot wil het watersysteem op de site klaarmaken voor de toekomst. Ze wil haar watergebruik verminderen, componenten beter uit water halen en waar mogelijk hergebruiken. Daarvoor start op 1 maart onder de vlag van Brightsite het programma ‘Circulair water voor Chemelot’. Een consortium ondertekende hier onlangs een intentieverklaring voor.

Water is op de Chemelot site noodzakelijk voor koeling, verwarming (stoom), als proceswater en als bluswater. Chemelot is zich ervan bewust dat zij een behoorlijke impact heeft op het oppervlaktewatersysteem van Limburg. Ze haalt water uit het Julianakanaal. Een derde van dat water gaat verloren tijdens gebruik, met name door verdamping. De rest wordt gezuiverd in de Integrale Afvalwater Zuiveringsinstallatie (IAZI) en geloosd op de Maas via een zijtak van de Ur.

Brightsite gaat het programma ‘Circulair water voor Chemelot’ vormgeven. Het consortium bestaat verder uit Sitech Services, Utility Support Group, Waterschapsbedrijf Limburg en Waterleiding Maatschappij Limburg. De verwachting is dat ook andere partijen, zoals kennisleveranciers en technologie-ontwikkelaars en de fabrieken op de site mee gaan doen.

Het sluiten van de waterketen vraagt om een integrale benadering en is verbonden met de duurzaamheidsontwikkelingen op Chemelot en in de omgeving. Het uiteindelijke doel is een nullozing, oftewel circulair water. Dat lukt niet alleen met het optimaliseren van processen, daarvoor zijn nieuwe technologieën nodig en moet er met een frisse blik worden gekeken naar het totale watersysteem op de site. Circulair water gaat volgens Chemelot over het sluiten van cirkels – van kleine cirkels rondom een fabriek tot grote, site-brede cirkels – en over zowel watergebruik als de stoffen in het afvalwater.

Energiebedrijf RWE heeft plannen om op Chemelot circulaire waterstof te maken uit organische reststromen,  zoals Limburgs afval. Het circulaire waterstof kan aardgas vervangen bij de productie van ammoniak, de belangrijkste bouwsteen van kunstmest. RWE en Chemelot denken met deze stap straks jaarlijks 200 miljoen kubieke meter aardgas te besparen.

Onder de naam Furec, wil het Duitse energiebedrijf  een installatie bouwen die het organische afval verwerkt tot grondstoffen-pellets, om die vervolgens om via vergassing om te zetten in circulaire waterstof. Naast een vermindering van het aardgasverbruik op Chemelot, levert het een CO2- reductie op van 380.000 ton per jaar. De CO2 die vrijkomt bij de waterstofproductie kan in de toekomst worden afgevangen en opgeslagen of eventueel worden gebruikt als grondstof.

Investeringsbesluit

Over toekomstige afname van deze waterstof is RWE in gesprek met OCI, het moederbedrijf van kunstmestproducent OCI Nitrogen. Momenteel gebruikt het chemiebedrijf jaarlijks enorme hoeveelheden aardgas (methaan) als grondstof en als energiebron. Van methaan wordt eerst waterstof en daarna ammoniak gemaakt.

De komende periode gaat RWE het project verder uitwerken en de benodigde vergunningsprocedures doorlopen. In 2022 wil het bedrijf een definitief investeringsbesluit nemen. Op dit moment onderzoekt RWE ook ook bedrijvenpark Zevenellen als mogelijke locatie om de reststromen in een gesloten systeem en overdekt om te zetten in pellets.

Integrale aanpak

RWE werkt momenteel met verschillende industriële partners aan meer dertig waterstofprojecten in Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Daarbij lijkt het bedrijf zwaar in te zetten op een integrale aanpak, met onder andere afnemers in de chemie. In de industrie is al een enorme vraag naar waterstof en die zal de komende jaren alleen maar toenemen. Zo heeft RWE onlangs een overeenkomst getekend met een andere dochter van OCI, BioMCN. In de Eemsdelta wil RWE op termijn groen waterstof leveren, waar BioMCN methanol van kan produceren, door het te binden aan pure CO2.

 

 

 

 

Chemelot heeft donderdag het Operation Clean Sweep convenant ondertekend. Daarmee verbindt het chemisch industrieterrein zich aan het doel om te voorkomen dat kunststof korrels, vlokken en poeder gaan rondzwerven in het milieu. Een groot probleem in de industrie.

Vorig jaar bracht de Plastic Soup Foundation een bezoek aan Chemelot om structurele plasticvervuiling te onderzoeken. Een woordvoerder laat weten dat dat bezoek en de terugkoppeling ervan heeft geleid tot een aantal acties van individuele en gezamenlijke bedrijven. Ook de ambitie die Chemelot heeft om de meest duurzame chemiesite te willen zijn, speelt mee.

De initiatieven die door de bedrijven zijn opgestart variëren. Bedrijven proberen aan de bron te voorkomen dat plastic korrels in het milieu terecht komen. Ook is er een schoonblaasinstallatie geplaatst en worden veegacties uitgevoerd. ‘Om dit onderwerp sitebreed onder de aandacht te brengen en te houden, en gezamenlijk hierin op te trekken is vanuit Chemelot Site Permit (de houder van de milieuvergunning van het Chemelot terrein, red.) het convenant ondertekend’, legt een woordvoerder uit. ‘Daarnaast is een plan van aanpak opgesteld. Denk daarbij aan activiteiten als het delen van best practices, site-breed aandacht vragen voor deze problematiek, maar ook workshops voor bedrijven, transporteurs et cetera.’

Juridische stappen

Chemelot was niet de enige die bezoek kreeg van de Plastic Soup Foundation. Ze gingen ook langs bij fabrieken van grote internationale plasticproducenten in de haven van Rotterdam en in de haven van Antwerpen. Begin dit jaar zette de Plastic Soup Foundation juridische stappen om de plastic vervuiling van chemiebedrijf Ducor Petrochemicals in Rotterdam te stoppen. De organisatie liet toen weten dit verzoek vaker te willen gaan doen. Ducor erkende het probleem, maar kwam bij eigen onderzoek ook korrels van andere bedrijven tegen. Managing director Ann Geens pleit daarom voor een brede gezamenlijke aanpak. ‘Het is een groot probleem, waar overigens nog geen specifieke wetgeving voor is.’

Het OCS-programma helpt om zwerfkorrels te voorkomen en op te ruimen, maar het is geen wetgeving. OCS is een industrie breed initiatief dat bedrijven in de hele keten verschillende richtlijnen, tools, handleiding en trainingsmateriaal biedt om maatregelen te kunnen treffen om het verlies van pellets, vlokken en poeder naar de omgeving te voorkomen.

Over Operation Clean Sweep

Operation Clean Sweep is ontwikkeld in de Verenigde Staten door Plastics Industry Association (PLASTICS) in de jaren 1990. Nu is OCS een gezamenlijk internationaal programma. Binnen Europa wordt OCS ondersteund door verschillende nationale kunststofverenigingen met Plastics Europe, de Europese vereniging van kunststofproducenten, als belangrijkste gastheer. OCS is al geïmplementeerd door bijna 700 Europese bedrijven en verenigingen in de kunststofwaardeketen.

Foto: Een schoonmaakactie in de Londonhaven in Rotterdam.

De Industrie draait doorrrr! Maar hoe? Tijdens de tweede Industrielinqs LIVE gaan we op 6 mei (09:00 – 10:30 uur)  in op de olie-industrie en de koppeling met de chemie.

Het gaat de komende maanden mogelijk spannend worden als verschillende raffinaderijen hun productie mogelijk terug moeten schroeven. Met name de vraag naar kerosine en benzine is enorm gekelderd. De vraag naar diesel minder omdat alle vitale sectoren diesel als brandstof gebruiken voor hun vrachtwagens, bestelwagens en ambulances. Kunnen raffinaderijen nog wat aan de knoppen draaien?

En hoe afhankelijk is de chemie van de olie-industrie? Immers de vraag naar chemische producten daalt veel minder hard. Is dit een tijd om over een versnelde ontkoppeling na te denken? Biomassa, aardgas en plastic-afval bieden alternatieven.

Kraker

Aan de digitale tafel ontvangen Wim Raaijen en Jan Peter Kruiger verschillende gasten uit de industrie en andere experts. Waaronder Frank Kuijpers, mondiaal Sabic’s hoogste man op het gebied van sustainability. Onder zijn hoede gaat de kraker in Geleen steeds meer afvalplastic als grondstof gebruiken. Ook prof. Earl Goetheer van TNO en de TU Delft zal aanschuiven. Lees hier een interview met hem.

Aan de digitale tafel zal verder Tom van Aken, CEO van Avantium aanschuiven. Dat Nederlandse bedrijf bouwt in Delfzijl een bioraffinaderij en gaat ook asfalt uit lignine, een restproduct van biomassa, produceren. En uiteraard is het ook interessant hoe de raffinagesector zelf tegen de extreme huidige omstandigheden aankijkt. Daarom zit ook Erik Klooster, directeur van VNPI aan tafel.

Schrijf je nu in. Deelname is kosteloos en we zenden deze keer uit vanuit Microsoft Teams!

 

 

 

Saudi Aramco mag van de Europese Unie een belang nemen van zeventig procent in Sabic. Daar is een bedrag van ruim 69 miljard dollar mee gemoeid. Sabic heeft grote chemische productielocaties in Nederland, in Geleen en Bergen op Zoom.

Door het akkoord van Brussel lijkt weinig meer in de weg te staand voor de overname. Vorig jaar maart maakte de Saoedische oliegigant officieel bekend dat het een meerderheidsbelang van zeventig procent wilde verwerven in chemieconcern Sabic. Aramco neemt de aandelen over van het openbare investeringsfonds van Saoedi-Arabië. Dat fonds wil dat geld aanwenden om Saoedi-Arabië minder afhankelijk te maken van olie-inkomsten.

De overige dertig procent beursgenoteerde aandelen in Sabic maken geen deel uit van de transactie. Saudi Aramco heeft geen plannen om deze resterende aandelen te verwerven. De transactie is nog wel onderhevig aan bepaalde voorwaarden voor sluiting, waaronder goedkeuring door toezichthouders.

Petrochemische producten

Sabic, met hoofdkantoor in Riyadh, Saudi-Arabië, heeft wereldwijde activiteiten in meer dan 50 landen met 34.000 werknemers. Waaronder Nederland. In Geleen heeft het productie-installaties die oorspronkelijk van DSM waren. De fabrieken in Bergen op Zoom waren voorheen in handen van GE Plastics.

De overname past in de langetermijnstrategie van Saudi Aramco. Het grootste oliebedrijf ter wereld wil zich naast brandstoffen steeds meer toeleggen op petrochemische producten. Meer over de strategie van Saudi Aramco is te lezen in een eerder verschenen achtergrondartikel ‘Grootste oliebedrijf blijft groeien’.