Vorige zomer kwam ze binnen als stagiaire, maar inmiddels mag ze zich procesoperator noemen van een pilot-installatie. En als het aan haar ligt, is Gaby op ’t Holt over ruim twee jaar meewerkend voorvrouw van de fabriek die BioBTX in Delfzijl gaat bouwen. Bekijk nu haar nominatiefilm voor de verkiezing van de Techniekheld van het jaar 2022.

Als operator ging Christian Spruijt bij Huntsman in Rotterdam van fabriek naar fabriek. Hij leerde daardoor telkens bij en het werd nooit saai. Nu hij zich met automatiseringsprojecten bezighoudt, veranderen mogelijkheden en zijn omgeving bijna met de dag. ‘Ik verveel me echt geen moment.’ Bekijk nu zijn nominatiefilm voor de verkiezing van de Techniekheld van het jaar 2022.

Als operator ging Christian Spruijt bij Huntsman in Rotterdam van fabriek naar fabriek. Hij leerde daardoor telkens bij en het werd nooit saai. Nu hij zich met automatiseringsprojecten bezighoudt, veranderen mogelijkheden en zijn omgeving bijna met de dag. ‘Ik verveel me echt geen moment.’ Christian Spruijt is finalist van de verkiezing van de Techniekheld 2022. Op 22 juni tijdens het iLinqs-festival is de bekendmaking.

‘Ik heb uitdagingen nodig. In een sleur raken is niets voor mij’, stelt Christian Spruijt. En die uitdagingen heeft hij bij chemiebedrijf Huntsman sinds 2003 telkens weer gevonden. Tot 2015 heeft hij als procesoperator bij alle fabrieken van de Rotterdamse productielocatie gewerkt. Elke fabriek had zijn eigen bijzonderheden, die hij zich gedreven eigen maakte.  

Ingeleend 

Op de middelbare school wilde het nog niet zo vlotten. Daarom was hij blij dat hij Vapro B haalde, bij toen nog net de bedrijfsschool van Shell Pernis. In die tijd werd de opleiding overgenomen door uitzendbureau Randstad. Via deze organisatie kwam hij in 2003 terecht bij Huntsman. Eerst ingeleend, gevolgd door een vast dienstverband. In 2010 haalde hij Vapro C. Elke keer dat hij een overstap maakte naar een andere fabriek op de Huntsman-site leerde hij weer bij.  

 Vertaalslagen 

Totdat hij rond 2014, 2015 zo ongeveer alles wel had gezien als procesoperator. Inmiddels was hij ook al zijn HBO-opleiding chemische technologie aan het afronden. ‘Mijn afstudeer-scriptie wordt trouwens ook uitgevoerd bij Huntsman. Ik had een oplossing gevonden voor de vorming van een vervuilende stof in een van de processen.’ Het was duidelijk tijd voor een nieuwe stap en die vond hij ook weer binnen het chemiebedrijf. Hij werd projectmatig operator. Dus niet van één fabriek, maar hij kon zijn kennis en ervaring inbrengen bij meerdere nieuwbouw- en verbeterprojecten. Immers als operator kijk je anders naar een nieuwe installatie of een voorgestelde verbetering dan bijvoorbeeld een engineer. ‘Ik kan met mijn ervaring beoordelen of voorgestelde oplossingen wel werken in de praktijk. Of ze wel praktisch haalbaar zijn.’ Het gaat om de vertaalslag van de tekentafel naar de praktijk.  

Praktijk 

Zo raakte Spruijt in 2015 betrokken bij een migratie van de procesautomatisering van de MDI-2, het kloppend hart van de Rotterdamse site. MDI staat voor methyleendifenyldi-isocyanaat en is een grondstof voor polyurethaan, wat bijvoorbeeld terug te vinden is als zacht schuim in matrassen. ‘De fabriek ging bij de besturing volledig over naar een nieuw platform, Delta V. Ik merkte dat automatisering me erg boeide. En dat mijn kijk daarop ook welkom was. Ik benader de besturing van de fabriek vanuit de blik van een operator en vanuit de chemische technologie. Daardoor kan ik snel zien of iets werkt in de praktijk. Ik heb vervolgens veel opleidingen gedaan, onder meer bij procesautomatiseerder Emerson. En dan ga je snel.’ 

Digital twin 

Inmiddels is Spruijt betrokken bij grotere projecten, vaak gericht op verbetering van de besturing van bestaande fabrieken. Voor MDI-2 heeft hij grotendeels de besturing herschreven waardoor de chemische verhoudingen beter behouden worden. En bovendien is de bestuurbaarheid verbeterd. Ook is de fabriek nu beter voorbereid op slimmere manieren van besturen, denk hierbij aan advanced control. Spruijt: ‘Op die manier gaan we op zoek naar de maximale capaciteit van de fabriek. Of we kunnen focus leggen op minder energieverbruik.’  Hij is ook beheerder van het zogenoemde Operator Training Systeem (OTS).  Dat wordt niet alleen voor trainingen gebruikt; ook worden grote wijzigingen digitaal getest voordat ze geïmplementeerd worden. Het OTS is een digital twin van de fysieke fabriek. 

Mogelijkheden 

Zo kan het zijn dat de grand old lady MDI-1, die er bijna vijftig jaar staat, nog steeds verbeterd kan worden. ‘Door de jaren heen heeft ze door tweaken en uitbreidingen al een drie keer zo grote capaciteit als in het begin. En er zit nog steeds rek in.’ Bepaalde zaken kun je niet aanpassen. Met name het fysieke ontwerp zou nu anders zijn. Maar vooral op het gebied van automatisering zijn er nog mogelijkheden. Spruijt werkt bijvoorbeeld aan de aanpassing van de besturing.  Daarmee wordt de betrouwbaarheid verhoogd en tegelijkertijd voorbereid op slimmere manieren van het besturen. ‘Of de MDI-1 er daardoor over tien jaar nog staat? Ik denk nog wel veel langer.’ 

Geen moment 

Op zoek naar de mogelijkheden, is het een groot voordeel dat hij zelf in de fabriek heeft rondgelopen en ondertussen chemische technologie studeerde. Daardoor kan hij in verschillende projecten eraan bijdragen dat de fabrieken in Rotterdam aan de top mee blijven draaien. De ervaringen en leerpunten worden weer gedeeld met de andere fabrieken van Huntsman elders in de wereld en omgekeerd. Zodoende verandert er veel in de omgeving van Christian Spruijt. ‘Daardoor blijft het interessant. Ik verveel me echt geen moment.’ 

iLinqs 2022

De industrie en andere technische sectoren hebben veel techniekhelden nodig. Zeker nu transitie en digitalisering steeds om meer en andere expertise vragen. Industrielinqs wil daarom helden uit de techniek in het zonnetje zetten. Tijdens iLinqs, Festival van de Industrie wordt op 22 juni in Rotterdam de winnaar bekend gemaakt.

Techniekhelden zijn technici die onmisbaar zijn voor het bedrijf of die iets bijzonders doen of hebben gedaan met grote impact. Heeft u een collega die u in het zonnetje wilt zetten? Laat het ons weten via redactie@industrielinqs.nl

Vorige zomer kwam ze binnen als stagiaire, maar inmiddels mag ze zich procesoperator noemen van een pilot-installatie. En als het aan haar ligt, is Gaby op ’t Holt over ruim twee jaar meewerkend voorvrouw van de fabriek die BioBTX in Delfzijl gaat bouwen. Dit jaar is Gaby finalist van de verkiezing van de Techniekheld van het Jaar. Op 22 juni tijdens het iLinqs-festival is de bekendmaking.

Dat is het voordeel als je jong bij een starter in dienst komt. Je kunt meegroeien met het bedrijf zelf. En dat ziet de twintigjarige Gaby op ’t Holt zeker zitten. Nu zit ze aan de knoppen van een proefinstallatie die als model dient voor de fabriek die vanaf dit jaar wordt gebouwd op Chemie Park Delfzijl. Daar gaat BioBTX afvalplastic omzetten in de chemische bouwstenen benzeen, tolueen en xyleen (BTX). De eerste fase van de fabriek moet al in 2024 draaien en in 2027 moet de volledige fabriek operationeel zijn. Een investering van in totaal tachtig miljoen euro. Uiteindelijk wil het bedrijf elk jaar 50.000 ton plastic verwerken. En daar wil Gaby op ’t Holt graag aan meewerken.  

Hoe kwam je op het idee in de techniek te gaan werken? 

 ‘Ik ben eigenlijk nooit een meisje-meisje geweest. En ik heb altijd graag met mijn handen willen werken. Ik ging ook wel eens met mijn vader mee, die ook operator is. Toen een dansopleiding er niet inzat en ook de fotografie-opleiding geen plaats meer had, leek de MBO-opleiding voor procesoperator me wel wat. Dat bleek meteen de beste keus van mijn leven.’ 

Niet iets waar veel jonge meiden aan denken, toch? 

 ‘Dat klopt. Ik kwam een klas met bijna alleen maar jongens terecht. Slechts één ander meisje. Ik had het vanaf het begin af aan erg naar mijn zin. Ik heb ook het gevoel dat heel veel andere vrouwen het leuk zouden vinden, maar dat het van huis uit niet echt wordt gestimuleerd. Dat is best jammer. Er was zelfs een leraar die zei dat het niet voor mij was weggelegd. Dat gaf me alleen maar extra motivatie. Ik dacht: “nu ga ik bewijzen dat ik het wel kan”. Dat het me is gelukt kan ook een voorbeeld zijn voor andere vrouwen. Daar wil ik me heel graag sterk voor maken’ Toch ging het bijna nog mis met afstuderen. ‘Ik liep een paar maanden stage bij een kartonfabriek. Op het moment van afstuderen kreeg ik te horen dat mijn stage werd afgebroken. Ik weet nog steeds niet waarom. Sowieso een reden die buiten mij om ging. Iets tussen school en het bedrijf. Daardoor liep ik bijna een jaar vertraging op.’ 

Maar toen kwam BioBTX?

‘Ja, ik kon meteen op gesprek komen. Ze hadden nog nooit een stagiair gehad, maar het was een heel leuk gesprek. Tijdens mijn studie dacht ik dat het mechanische gedeelte me meer trok. Maar toen ik hier kwam, bleek ik juist de chemische richting ook erg interessant te vinden. Tegen het einde van mijn stage einde zomer afgelopen jaar, gaf ik aan dat ik graag wilde blijven. Dat kon gelukkig. Ik ben nu de enige procesoperator hier. Dus ik zit hier aan de knoppen. Ik voel me helemaal op mijn plaats. Rijbewijs? Nee, die heb ik nog niet. Dus ik bestuur eerder een chemische installatie dan een auto.’  

En nu?

‘Ik heb geleerd om telkens één stap vooruit te kijken. In 2024 neemt BioBTX de eerste fase van de fabriek in Delfzijl in gebruik. Ik zou dan graag meewerkend voorvrouw willen zijn. Leidinggeven trekt me zeker, maar ik wil vooral ook met mijn handen blijven werken.’

iLinqs 2022

De industrie en andere technische sectoren hebben veel techniekhelden nodig. Zeker nu transitie en digitalisering steeds om meer en andere expertise vragen. Industrielinqs wil daarom helden uit de techniek in het zonnetje zetten. Tijdens iLinqs, Festival van de Industrie wordt op 22 juni in Rotterdam de winnaar bekend gemaakt.

Techniekhelden zijn technici die onmisbaar zijn voor het bedrijf of die iets bijzonders doen of hebben gedaan met grote impact. Heeft u een collega die u in het zonnetje wilt zetten? Laat het ons weten via redactie@industrielinqs.nl

 

 

 

Het Noord-Brabantse Pyrochem-project wil de chemische recycling van plastic afval en de pyrolyse van andere reststromen optimaliseren en opschalen. De ambitie: vanaf 2030 jaarlijks één miljoen ton afvalplastic verwerken tot nieuwe grondstoffen voor de chemische industrie.

Plastic afval dat nu niet geschikt is om te recyclen, is vaak te vervuild of bestaat uit meerdere lagen. Alleen al in Nederland verbrandt men daardoor jaarlijks 629 kiloton plastic afval. In het Pyrochem project ontwerpt Waste4ME een demonstratiefabriek met een capaciteit van 35 kiloton. Daarnaast ontwikkelen de projectpartners een Waste2Chem open innovatiecluster. Hier kunnen MKB’ers tegen gunstige voorwaarden gebruik maken van de faciliteiten en het netwerk van de Pyrochem projectpartners. De partners van het Pyrochem project willen vanaf 2030 jaarlijks één miljoen ton plastic chemisch recyclen tot waardevolle grondstoffen. Dat reduceert elk jaar 1,7 miljoen ton CO2-equivalenten en bespaart 550 kiloton aan aardolie.

Samenwerking

Port of Moerdijk biedt een locatie voor vestiging van pyrolyse-installaties op commerciële schaal. Waste4ME maakt een ontwerp voor de proeffabriek en test vijf afvalstromen afkomstig van afvalverwerker Renewi. Van der Kooy deelt zijn faciliteiten en kennis rond het recyclen van oliën en vetten. De Green Chemistry Campus legt de verbinding met het circulaire ecosysteem in de regio. En biedt een locatie voor pyrolyse-activiteiten op demoschaal. De Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM) ontwikkelt het innovatiecluster en Avans Hogeschool biedt kennis op het gebied van pyrolyse en Life Cycle Analysis.

Het Pyrochem project heeft een waarde van 2,9 miljoen euro.

De industrie moet wat CDA-politicus Henri Bontenbal betreft weer op het politieke netvlies komen. En dan het liefst via een groene industrieagenda. Maar dat betekent ook dat er complexe knopen moeten worden doorgehakt. ‘De discussie gaat nog teveel over wat men allemaal niet wil’, zegt Bontenbal. ‘Terwijl de politieke discussies vooral moeten gaan over de energiemix waar we wél mee kunnen leven.’

De Tweede Kamer is niet heel dik bezaaid met bèta’s en dat kan de discussie rondom de energie- en grondstoffentransitie best nog wel eens in de weg zitten. Gelukkig zijn er ook uitzonderingen. Henri Bontenbal zit weliswaar tijdelijk in de Kamer als vervanger van Harry van der Molen, maar vormt al langer het energie- en klimaatgeweten van het CDA. De natuurkundige is al snel geneigd even een spreadsheet er bij te pakken wanneer de discussie over energie gaat. ‘Veel van de energiedebatten gaan eerder over beeldvorming dan over de daadwerkelijke beleidskeuzes’, zegtpol Bontenbal. ‘Men heeft het al snel over groene waterstof als oplossing voor alles of men serveert CO2-opslag, biomassa en kernenergie af als opties, terwijl we weten dat we eigenlijk alle opties nodig hebben. Als je de getallen erbij pakt, zie je dat groene waterstof voorlopig schaars is en duur, en dat we dus ook andere opties zoals blauwe waterstof en CO2-opslag nodig hebben. Maar ook de discussies rondom bijvoorbeeld biomassa gaan vaak meer over emoties dan over de harde cijfers. Om de achterban tevreden te houden, praat men al snel de kritische burger naar de mond zonder het eerlijke verhaal te vertellen. En dat is dat er geen free lunch is. Op de postzegel die Nederland is, heeft iedere keuze zijn keerzijde: windturbines nemen nu eenmaal schaarse ruimte in, net als zonneparken en biomassa. Bovendien zijn de duurzame energiebronnen vaak nog duurder dan de fossiele brandstoffen. Houden we het echter bij aardgas, dan worden we steeds afhankelijker van import uit landen die soms politiek gevoelig liggen. Geopolitiek lijkt niet echt een overweging te zijn in het energiebeleid en we vertrouwen nu wel erg op de energiemarkten.’

Keuzes

Bontenbal wil dan ook wat meer sturing vanuit Den Haag. ‘Het is de taak van de Kamer de pro’s en contra’s tegen elkaar af te wegen en knopen door te hakken. Nu lijkt het er op dat Kamerleden, maar ook NGO’s, vooral weten waar ze allemaal tegen zijn. Terwijl de discussie zou moeten gaan over de energiemix waar we wél mee kunnen leven.’

bontenbal

‘Om de achterban tevreden te houden, praat men al snel de kritische burger naar de mond zonder het eerlijke verhaal te vertellen.’

Henri Bontenbal – vervangend Tweede Kamerlid CDA

De actuele energiecrisis maakt weer pijnlijk duidelijk hoe ingrijpend energietekorten kunnen zijn voor de maatschappij. Bontenbal: ‘We kunnen het ons niet veroorloven om alles maar aan de markt over te laten en hebben wel enige vorm van regie nodig. De TTF gasfutures stonden een jaar geleden nog op vijf euro per megawattuur, nu zo’n 88 euro. Dat is echt absurd hoog. Je moet burgers beschermen tegen de gevolgen van dergelijk hoge prijzen, maar ook een beetje gasverbruikend MKB-bedrijf houdt het op deze manier niet lang vol. Als je iets positiefs uit deze energiecrisis wil halen, dan is dat het feit dat energie en leveringszekerheid weer bovenaan de politieke agenda staan. Maar het geeft ook aan hoe wankel het evenwicht is tussen leveringszekerheid, betaalbaarheid en duurzaamheid. Ik zou daarom ook zeker kernenergie meenemen in de afwegingen. Het energiesysteem dreigt spaak te lopen als er te veel volatiel vermogen op het net komt. Kernenergie kan net dat beetje basislast leveren dat nodig is om de balans in evenwicht te houden. Natuurlijk moet je daarbij wel de maatschappelijke baten en lasten doorrekenen, maar op voorhand uitsluiten is een luxe die we ons niet kunnen veroorloven.’

Industrieagenda

Bontenbal bespeurt daarbij met name bij de linkse partijen een cynische houding richting industrie. ‘Als de industrie al in de debatten wordt genoemd, is het vooral vanwege de dingen die de industrie niet goed doet. Dat zie je bijvoorbeeld bij de discussie rondom Tata Steel. Een aantal partijen zien het bedrijf dan ook liever gaan dan blijven. Maar ze vergeten vaak voor het gemak even dat je daarmee ook een hele keten vernietigt van toeleverende bedrijven en kennisnetwerken rondom de staalreus. De door de publieke opinie afgedwongen koerswijziging van het bedrijf naar groene staalproductie is wat mij betreft dan ook de lakmoesproef voor de groene industriepolitiek die het kabinet wil voeren. Want zonder politieke steun heeft zo’n forse ingreep geen kans.’

De rechtszaak tegen Shell is volgens Bontenbal een ander typerend voorbeeld van hoe de industrie in een negatief daglicht staat. ‘Maar het is vooral de taak van de overheid om grenzen te stellen aan de impact die bedrijven hebben op de directe leefomgeving of het klimaat in het algemeen. Je kunt daar bedrijven individueel niet alleen op aanspreken. Je kunt een klimaatdoel van een land of werelddeel niet zo maar één op één vertalen naar een bedrijfsdoel. Het gelijk dat de aanklager kreeg van de rechter is in mijn ogen dan ook een pyrrusoverwinning. De perverse effecten van zo’n rechterlijke ingreep is dat bedrijven hun activiteiten verplaatsen naar landen met minder stringente regelgeving. Of bedrijfsonderdelen verkopen aan partijen die het minder nauw nemen met het milieu, waardoor de werkelijke uitstoot alleen maar toeneemt.’

bontenbalLeiden

Bontenbal gaf zelf al een voorzetje door een groene politieke industrieagenda te schrijven. ‘Het Klimaatakkoord is een goede aanzet geweest om de industrie te betrekken bij de klimaatambities van het kabinet. Toch blijft het publiek in het algemeen wantrouwig kijken naar de industrie. Ook in de discussies rondom de energietransitie wordt de industrie vooral als probleem gezien. Terwijl een groot deel van het verdienvermogen bij diezelfde energie-intensieve industrie ligt. We hebben nu eenmaal een geografisch gunstige ligging aan de Noordzee waar de oude economie van profiteerde, maar die ook ideaal is voor duurzame innovatie. We kunnen offshore windparken aanleggen, duurzame brand- en grondstoffen importeren. Maar ook CO2 afvangen en opslaan omdat we uitgeproduceerde velden hebben die relatief eenvoudig te bereiken zijn. Als de circulaire economie ergens kan slagen, dan is het hier. Bovendien zijn de Nederlandse universiteiten en hogescholen van wereldklasse, waardoor we ook de kennis in huis hebben om vooruit te lopen in de energietransitie.’

Bontenbal is van mening dat als we als maatschappij kiezen voor een duurzame koers voor onze industrie, we een kraamkamer scheppen voor innovatieve technologie. ‘Als we duurzame alternatieven vinden voor kunstmest en chemische producten, profiteert niet alleen Nederland daarvan, maar leiden we de rest van de wereld naar een schonere toekomst.’

Blauwe boorden

Op het moment van schrijven is de kabinetsformatie nog in volle gang, maar de speerpunten voor de komende vier jaar zijn inmiddels wel duidelijk. ‘De klimaatcrisis, stikstofcrisis, veiligheid en woningen vragen de komende jaren veel aandacht’, zegt Bontenbal. ‘De industrie heeft zeker een aandeel aan de klimaatverandering, maar ook het vermogen om deze op te lossen. Het heeft geen zin om schuldigen aan te wijzen. Kijk vooral naar welk aandeel de partijen kunnen leveren in de transitie.’

‘De industrie heeft zeker een aandeel aan de klimaatverandering, maar ook het vermogen om deze op te lossen.’

Henri Bontenbal – vervangend Tweede Kamerlid CDA

De industrie is ook een grote werkgever en voor de energie en grondstoffen­transitie is nog veel meer bèta-kennis en -kunde nodig. ‘Dan helpt het imago dat de industrie krijgt opgelegd niet mee om leerlingen te motiveren te kiezen voor een bètacarrière. Nu kun je niet alles sturen, maar het is wel de vraag hoeveel jongeren we moeten opleiden voor bijvoorbeeld recreatiewetenschap, terwijl elders grote tekorten ontstaan voor technische beroepen. We hebben als maatschappij en bedrijfsleven de bijna onmogelijke opdracht om grootschalig woningen te renoveren en verduurzamen, netten aan te passen aan elektrificatie en waterstof en nieuwe energiebronnen aan elkaar te knopen. Managers en consultants zijn er genoeg, waar we echt behoefte aan hebben zijn de blauwe boorden. Straal dan ook uit dat we ze belangrijk vinden, anders wordt het nog een lastige transitie.’

Rechtszaken en activistische beleggers dwingen grote petrochemische bedrijven tot de vlucht voorwaarts. Bedrijven als Shell en BP kondigden het afgelopen jaar dan ook veel nieuwe investeringen aan in een zeer divers scala aan duurzame energieprojecten. Het is wel de vraag of het tempo van de transitie snel genoeg is naar de smaak van de NGO’s. Want de gewonnen rechtszaken, lijken naar meer te smaken.

Milieudefensie schreef eind mei naar eigen zeggen geschiedenis. Samen met 17.000 mede-eisers spande de milieu­organisatie een klimaatzaak aan tegen Shell. Volgens Milieudefensie schendt Shell zijn wettelijke zorgplicht doordat de activiteiten van het bedrijf klimaatschade veroorzaken en de klimaatdoelen van Parijs ondermijnen. De eisers wilden dan ook via de rechter afdwingen dat Shell zijn beleid en investeringen in lijn brengt met de klimaatdoelen van Parijs. Bovendien zou Shell zijn olie- en gasproductie af moeten bouwen en zijn uitstoot terugbrengen naar nul in 2050.

De rechter gaf de eisers op veel punten gelijk. Zo beval de rechter Shell in 2030 zijn CO2-uitstoot ten opzichte van 2019 met netto 45 procent terug te brengen. In diezelfde tijdsspanne van negen jaar moet het bedrijf zich verplicht inspannen om de CO2-uitstoot van toeleveranciers en afnemers te verminderen met 45 procent netto.

Niet geheel onverwacht gaat Shell in beroep tegen de uitspraak. CEO Ben van Beurden verklaarde dat Shell vooral in hoger beroep gaat omdat een rechterlijke uitspraak tegen één enkel bedrijf niet effectief is. ‘Er is duidelijk, ambitieus beleid nodig dat fundamentele verandering in het hele energiesysteem stimuleert’, aldus Van Beurden.

Ineos kondigde een investering aan van meer dan twee miljard dollar in de productie van groene waterstof in heel Europa.

Kantelen

Het Nederlands/Britse bedrijf meldde wel dat het zijn Powering Progress-strategie wil versnellen. Het einddoel is ook voor Shell netto nul uitstoot in 2050, maar de tussendoelen wijken af van de door de rechter opgelegde 45 procent reductie in 2030. Zo communiceerde Shell dat het de netto carbon footprint in 2030 met twintig procent wil verlagen, dat is fors minder dan de 45 procent die Milieudefensie wil afdwingen. Dat doel zou volgens de plannen van Shell wel vijf jaar later kunnen worden gehaald.

Shell bouwde in Duitsland een 10 megawatt elektrolyzer (c) Shell

In Shell Venster zegt van Beurden dat hij de bestaande business wil gebruiken om te kantelen. ‘We hebben een groot voordeel dat we een raffinaderij hebben in Pernis. Die gebruiken we in de overgang van een grijze naar een groene waterstof­economie. Zo werken we aan een waterstoffabriek om te investeren in zwaar transport op waterstof. Die fabriek draait op de energie van ons windpark. En terwijl we ons samen met klanten voorbereiden op deze nieuwe energiedrager, vergroenen wij met waterstof de fabrieken van Shell Pernis. Restwarmte leveren we aan woningen. We maken nog meer biobrandstoffen. En straks nog meer synthetische producten. De bestaande fabrieken gebruiken we als springplank voor de energietransitie.’

Meerdere routes

Shell zal in februari bekendmaken hoe het verder denkt de ambitie te kunnen waarmaken om qua CO2-uitstoot netto neutraal te worden. Maar de koers lijkt in ieder geval al ingezet met meerdere routes. Zo was het opvallend dat het energiebedrijf niet snel na de uitspraak van de rechter aankondigde een biobrandstoffenfabriek te bouwen in Pernis met een capaciteit van 820.000 ton per jaar. Het Shell Energie- en Chemiepark Rotterdam is daarmee het tweede park dat werd aangekondigd, na de lancering van het Energy and Chemicals Park Rheinland in Duitsland in juli van dit jaar. In dit Duitse chemiepark nam het bedrijf pas nog een tien megawatt PEM-elektrolyzer in gebruik. Goed voor de jaarlijkse productie van 1.300 ton groene waterstof.

Shell Moerdijk gooit het over een andere boeg en investeerde in nieuwe fornuizen, waarmee de site tien procent van zijn uitstoot reduceert. Samen met Dow onderzoekt men ook de volgende stap: de introductie van elektrische ethyleenstoomkrakers. Na toekenning van een subsidie van 3,5 miljoen euro onderzoeken de bedrijven nu de mogelijkheden voor de aanleg van een multi-megawatt proefinstallatie met potentiële opstart in 2025. Daarnaast kondigden Shell Ventures en BlueAlp een strategische samenwerking aan. De bedrijven ontwikkelen BlueAlps pyrolyse-technologie voor het omzetten van plastic afval naar een chemische grondstof om deze vervolgens op te schalen en te implementeren.

Zo bindt het bedrijf steeds meer duurzame innovators aan zich. Samen met Nordsol en Renewi bouwde het bedrijf de eerste bio-LNG-installatie van Nederland. De nieuwe installatie produceert naar verwachting zo’n 3,4 kiloton bio-LNG per jaar uit organisch afval.

Ook aan de achterkant ziet Shell steeds meer langlopende onderzoeksprocessen tot wasdom komen. Zo test het bedrijf zijn samen met de universiteit van Wenen ontwikkelde Solid Sorbent Technology bij BMC Moerdijk. De proefinstallatie met een CO2-afvangcapaciteit van één ton per dag boekte eerder veelbelovende resultaten in het inmiddels voltooide ViennaGreenCO2-project.

Een andere aantrekkelijke optie is de inzet van circulaire grondstoffen. Zo doopten Shell, Enerkem en Air Liquide hun gezamenlijke waste-to-chemicals-project nog om tot waste-to-jet. Het proces van Enerkem creëert ultra-schoon syngas uit afval. De Fischer-Tropsch­technologie van Shell kan dit syngas weer opwaarderen tot duurzame vliegtuigbrandstof.

Beyond petroleum

Shell staat zeker niet alleen in deze duurzame ambities. BP kondigde al langer aan afscheid te nemen van zijn petrochemische activiteiten en door te gaan als energiebedrijf. In lijn met deze strategie verkocht het bedrijf begin dit jaar nog zijn laatste wereldwijde petrochemische activiteiten aan het eveneens Britse Ineos voor een totaalbedrag van vijf miljard dollar. Ineos had al in 2005 een groot deel van BP’s chemische activiteiten overgenomen, maar nu neemt het bedrijf ook de productie van met name aromaten en acetylproducten in veertien productiefabrieken in Azië, Europa en de VS over.

Ook interessant om te melden is de aankondiging van Ineos van een investering van meer dan twee miljard dollar in de productie van groene waterstof in heel Europa. De eerste fabrieken worden gebouwd in Noorwegen, Duitsland en België en er zijn ook investeringen gepland in het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk.

Eerder dit jaar kondigde BP een overeenkomst met Sabic aan om de productie van grondstoffen uit gebruikte gemengde kunststoffen op te voeren.

Tegelijkertijd stort BP zich op de productie van duurzame grondstoffen. Zo gingen de Britten recent een strategisch partnerschap aan met Lanxess Antwerpen voor duurzaam geproduceerd cyclohexaan. Lanxess gebruikt cyclohexaan als precursor bij de productie van hoogwaardige nylon 6-harsen. BP zet biogebaseerde en biocirculaire grondstoffen, zoals koolzaadolie of biomassa, in voor de productie van groen cyclohexaan.

BP Cherry Point in de VS (c) BP

Eerder dit jaar kondigde BP al een overeenkomst aan met Sabic om de productie van grondstoffen uit gebruikte gemengde kunststoffen op te voeren. Daarmee kan Sabic de hoeveelheid fossiele grondstoffen terugdringen in zijn petrochemische fabrieken in het Duitse Gelsenkirchen.

Om deze duurzame koers kracht bij te zetten, haalde het bedrijf onlangs nog Anja-Isabel Dotzenrath van RWE Renewables over naar de gas- en koolstofarme energiedivisie. De duurzame divisie investeert en bouwt een hernieuwbare energiecapaciteit van twintig gigawatt in 2025 dat moet oplopen naar vijftig gigawatt in 2030. Daarnaast investeert BP Gas & Low Energy ook in aardgas, biobrandstoffen voor de zware transportsector en CCUS en waterstof.

Up- en downstream

Helemaal afscheid nemen van de olie doet BP zeker niet. Zo investeert het bedrijf nog volop in de ontwikkeling van olievelden, getuige de aankondiging van de ingebruikname van het Thunder Horse South Expansion Phase 2-project. Deze uitbreiding levert een extra productie op van 25.000 vaten olie-equivalent in de Golf van Mexico. Verdere uitbreiding met nog eens zes bronnen moet uiteindelijk een productie opleveren van 400 duizend vaten olie.

Ook de raffinageactiviteiten blijven een belangrijk deel van het BP-portfolio beslaan. Het bedrijf kondigde wel grote aanpassingen aan in zijn Cherry Point Refinery in Washington. Zo moet een investering van 169 miljoen euro de efficiëntie van de hydrocracker verbeteren en het geplande onderhoud terugdringen. Na voltooiing van het project zal de hydrocracker minder waterstof verbruiken en bovendien op lagere temperaturen kunnen opereren.

Tegelijkertijd verbetert de raffinaderij de koelwaterinfrastructuur. Door het koelwater vaker te recirculeren, neemt het warmteverlies aanzienlijk af. Optimalisatie van de bedrijfstemperatuur van de kraakprocessen moet bovendien leiden tot een efficiëntere conversie waardoor minder lichtere fracties ontstaan zoals methaan en ethaan. De raffinaderij verbrandt deze restgassen tot nog toe voor procesverwarming.

BP investeert ook in de Verenigde Staten in biodiesel. Met een bedrag van 45 miljoen dollar verdubbelt het bedrijf de biodieselproductie in de Cherry Point Refinery naar 2,6 miljoen vaten per jaar.

Het Brightsite Plasmalab op Chemelot krijgt een subsidie van 230.000 euro van het ministerie van EZK. Verwacht wordt dat er met plasmatechnologie belangrijke doorbraken op het gebied van duurzaamheid komen voor zowel kunststoffabricage als het genereren van schone waterstof.

Minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) Stef Blok bracht vorige week een bezoek aan Brightsite om de steun van EZK voor het plasmalab te beklinken.

Plasmatechnologie is een efficiënt elektrisch proces voor het splitsen en synthetiseren van moleculen. Studenten en onderzoekers van de Maastricht University (UM) gaan aan de slag in het Brightsite Plasmalab, waar met geavanceerde apparatuur demonstrators worden ontworpen en gebouwd. Het Brightsite Plasmalab opent officieel op donderdag 18 november. Het plasmalab wordt de plek waar Brightsite partners UM, TNO en Sitech Services in samenwerking met bedrijven grensverleggend onderzoek doen, bestaande plasmatechnologie optimaliseren en nieuwe plasmaprocessen ontwikkelen, die toepasbaar en schaalbaar zijn voor de chemische industrie. De hele innovatieve keten kan gebruik maken van het Brightsite Plasmalab.

Plasmatechnologie

Plasma wordt ook wel de vierde aggregatietoestand genoemd, naast vast, vloeibaar en gas. Wanneer een gas in een voldoende sterk elektrisch veld wordt gebracht ontstaat een toestand waarin gasdeeltjes ioniseren. Dit geïoniseerde gas bestaat uit gasmoleculen en reactieve deeltjes zoals ionen, elektronen en radicalen. Deze combinatie van reactieve deeltjes maakt (nieuwe) chemische reacties mogelijk. In het hart van deze elektrische vlam, het hart van de plasmawolk, is de temperatuur heel hoog. Onder deze omstandigheden kunnen zeer snel moleculen worden gesplitst en gevormd. En omdat een plasma wordt opgewekt met elektrische energie is het proces erg duurzaam wanneer men groene elektriciteit gebruikt.

Twaalf vakmensen uit de Belgische chemie- en farmasector geven dit schooljaar een aantal uur per week les op het middelbaar onderwijs. Door enkele uren per week voor de klas te staan, kunnen ze hun praktijkervaring doorgeven, meer meisjes en jongens warm maken voor wetenschappelijke en technische studies of beroepen en het lerarentekort een beetje helpen verzachten.

Vakmensen uit het bedrijfsleven die naast hun job ook deeltijds lesgeven in het secundair onderwijs. Dat is duaal lesgeven in een notendop. Dit schooljaar start het eerste proefproject dat de weg kan vrijmaken voor een bredere uitrol de komende jaren. Zo geeft Steven Rusch, procesingenieur bij Janssen Pharmaceutica, vanaf deze maand het vak ‘Scheidingstechnieken’ aan de TSO-leerlingen van het 6de jaar Chemie en het 7de jaar Productie- en Procestechnologie en Chemische Procestechnieken in het Stedelijk Lyceum Eilandje in Antwerpen.

Praktische toepassingen

Het voordeel is dat leerling les krijgen van experts uit de chemie- en farmasector die de formules uit theoretische handboeken kunnen illustreren met praktische toepassingen. Bedrijven kunnen de wisselwerking met het onderwijs versterken en hun medewerkers een waardevolle educatieve ervaring bieden die hun loopbaan verrijkt. Middelbare scholen uit ASO (Algemeen Secundair Onderwijs) en TSO (Technisch Secundair Onderwijs) kunnen via duaal lesgeven dan weer een beroep doen op lesgevers met praktijkervaring die ze momenteel moeilijk vinden.

Proefproject

Duaal lesgeven is een twee jaar durend proefproject gelanceerd door Vlaams minister van Werk en Economie Hilde Crevits en Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts, uitgewerkt in nauwe samenwerking met onder andere sectorfederatie essenscia vlaanderen en de bedrijven uit de chemie en life sciences. Het initiatief ontvangt onder de projecttitel ‘Teach Up’ financiële steun vanuit het Europees Sociaal Fonds (ESF) en de Vlaamse Overheid en wordt inhoudelijk opgevolgd door een expertenpanel van academici en vertegenwoordigers uit het onderwijsveld, het bedrijfsleven en de overheid.

De eerste lichting van twaalf pioniers in duaal lesgeven zijn afkomstig van zes pioniersbedrijven: BASF, Eastman, INEOS, Janssen Pharmaceutica, Pfizer en Vynova. Ze volgden eerst een verplichte didactische en pedagogische vooropleiding. Ze geven onder andere les in biotechnieken, chemie, mechanica, systeemhydraulica en toegepaste fysica.

Foto ter illustratie

Jacqueline Vaessen is door staatssecretaris Mona Keijzer (EZK) benoemd tot boegbeeld van Top Sector ChemistryNL. Per 1 september volgt zij Emmo Meijer op, die deze functie ruim vier jaar heeft vervuld. Vaessen is ook algemeen directeur van Nexstep, een nationaal platform voor hergebruik en ontmanteling van olie- en gasinfrastructuur.

Vaessen studeerde chemische technologie en begon haar werkzame leven als technoloog bij Shell in Moerdijk. In 1996 stapte zij over naar Syntens, het toenmalige innovatie-instrument van Economische Zaken. In 2004 startte zij haar eigen bedrijf en was zij jarenlang actief in de promotie van techniek en verbetering van het beroepsonderwijs. Ook was zij een aantal jaar verbonden aan een ingenieursbureau dat zich richtte op verduurzaming van de industrie. In 2015 werd ze lid van Provinciale Staten in Utrecht als woordvoerder energie en economie. In 2018 startte ze in haar huidige functie als algemeen directeur van Nexstep. Binnen Nexstep nam ze samen met TNO het initiatief voor de eerste offshore waterstofproductie op een bestaand platform. Ook bereidde ze met haar team een eerste tender voor waarbij zes operators gezamenlijk putten gaan ontmantelen.

Vaessen kijkt er naar uit om aan de slag te gaan bij haar nieuwe functie. ‘Het voelt een beetje als thuiskomen in de sector waar ik ooit mijn werkzame leven ben begonnen. Er liggen veel uitdagingen en kansen voor de sector, zoals verduurzaming, de energietransitie en circulariteit. Ik kijk ernaar uit om dit samen met het Topteam aan te pakken.’

Topsector Chemie is een van de tien Topsectoren waarmee het Nederlandse bedrijfsleven, kennisinstellingen, overheid en maatschappelijke initiatieven bijdragen aan het oplossen van wereldwijde maatschappelijke uitdagingen en het verzilveren van de bijbehorende economische kansen.