Momenteel werken er vier generaties samen op de werkvloer. Hoe zorg je ervoor dat die het beste samenwerken en de sterktes van de verschillende generaties ook worden benut? Tijdens het congres Deltavisie (17 juni in Rotterdam Ahoy) spraken we erover tijdens een van onze talkshows.

Lees het hele artikel in de digitale editie van Industrielinqs magazine!

Het team van Deltavisie is trots op een voorprogramma met slimme innovaties en disruptieve oplossingen die nu al worden ingezet. Met dynamische asset management visualisatie, virtual reality trainingen en drone inspecties in besloten ruimtes verhogen CEA Systems, Sitech en Terra Inspectioneering de veiligheid, efficiency en prestaties van kostbare assets. In drie interactieve Talkshows geven de partners inzicht in hun innovatieve oplossingen.

Donderdag 17 juni staat Deltavisie 2021 in het teken van Smart. In het voorprogramma, van 11.30 tot 12.40 toont een drietal partners welke slimme technieken zij inzetten voor training, inspecties en asset management. Schrijf u dus snel in, kijk online mee met de live talkshows en stel uw vragen via de live chat.

Programma

11.30 – 11.50 Slimme datavisualisatie – CEA Systems

Tijdens Deltavisie spreekt Thomas Koop van CEA Systems over de dynamische visualisatie van assets in complexe omgevingen.

Het succes van complexe organisaties binnen de procesindustrie is steeds meer afhankelijk van accurate asset data. Wanneer bedrijven de asset data echter niet goed structureren en beheren, verliezen ze veel tijd en geld. CEA Systems vond een manier om een slimme visualisatie van asset data te maken. En ze gebruikt die gegevens om waardevolle asset data informatie effectief en efficiënt op te slaan, te beheren en te delen. De slimme software integreert verschillende gegevensbronnen, met gerelateerde asset data, in één gemeenschappelijke locatie. Daardoor kunnen veranderingen niet onopgemerkt blijven. Zo krijgt de gehele organisatie continu toegang tot one source of thruth,  waar documentatie en certificaten van assets, inclusief slimme 2D- en 3D-modellen, altijd toegankelijk zijn.

11.55 – 12.15     Virtueel trainen – Sitech en Goal043

Sebastiaan de Reede van Sitech en Jeroen Trienes van Goal043 spreken over de mogelijkheden die VR-trainingen bieden voor de industrie.

Wie werkzaamheden op een chemische site moet uitvoeren, krijgt vaak ter plekke veiligheidsinstructies of moet een proef van bekwaamheid doorlopen. Dat is behoorlijk tijdrovend, terwijl tijd bij een turn around juist schaars is. Sitech services ontwikkelde met serious games ontwikkelaar Goal043 het smart learning management platform ENTER voor effectief trainen en onboarden. Met ENTER krijgen medewerkers van tevoren instructies over veiligheid en regels, wat niet alleen de veiligheidscultuur verstevigt, maar ook kostbare tijd bespaart bij bijvoorbeeld een turn around. Voor het opleiden van eigen personeel voegde Sitech Virtual Reality builder toe. Daarmee kunnen gebruikers zelfstandig een virtuele training maken aan de hand van 3D-scans van de eigen fabriek. Hiervoor is geen softwareontwikkelaar nodig. Fabrieken kunnen zo de opleidingstijd verkorten door situaties te oefenen die niet vaak voorkomen.

12.20 – 12.40 Drone inspecties – Terra Inspectioneering

Marien van den Hoek en Pieter Raes spreken over de inzet van drones bij inspecties in besloten ruimtes.

Waar bedrijven vroeger stellingen moesten bouwen voor visuele inspecties op hoogte, kunnen drones dit werk veel sneller uitvoeren. Terra Inspectioneering legt de lat echter nog een stuk hoger door ook in besloten ruimtes ook metingen uit te voeren. Het kostte jaren van ontwikkeling, maar inmiddels is het gelukt om drones in te zetten voor het meten van wanddiktes en volledig visualiseren van degradaties met 3D-technologie. En dat op plekken waar normaal gesproken geen mensen in mogen of alleen met zeer zware veiligheidsmaatregelen. Daarmee maakt Terra Inspectioneering inspecties en metingen veiliger, korter en dus ook goedkoper.

Schrijf u snel in voor zowel het hoofdprogramma als het voorprogramma van Deltavisie 2021.

Om alle voorbereidingen goed te kunnen treffen, heeft Industrielinqs in samenspraak met mede-initiatiefnemer VNCI besloten om de 24ste editie van het jaarevenement Deltavisie te verplaatsen van 11 juni naar 3 september. En daarmee verplaatst dus ook de verkiezing van de Plant Manager of the Year. Hoewel we de verbinding tussen samenleving en industrie heel belangrijk vinden, zijn er nu echt belangrijkere zaken.

Open de Poort

Industrie en samenleving worden vaak gezien als twee aparte werelden met daartussen een hek. Dat terwijl ze juist niet zonder elkaar kunnen om de grote uitdagingen op het gebied van klimaat, veiligheid en economische ontwikkeling aan te pakken. Zo heeft de industrie betrokken en goed opgeleide mensen nodig om te werken aan de energie- en grondstoffentransitie. De industrie wil iedere dag samen met andere partners innovatieve oplossingen ontwikkelen, zoals nieuwe medicijnen, lichtere auto’s en betere isolatie. Daarom is het van groot belang om in contact met elkaar te blijven, met elkaar te discussiëren, elkaar te inspireren en ook samen nieuwe richtingen uit te zetten. Deltavisie 2020 zet daarom op donderdag 3 september bij InnovatieKracht in Spijkenisse de poort tussen samenleving en industrie wagenwijd open.

Denk en debatteer je met ons mee? We zien u graag daar!

Toen Jos Geysels tijdens ons congres Chemvision 2003 de zaal over een – dacht hij – provocerende stelling liet stemmen, verwachtte hij een zee aan rode kaarten. Geysels was in die tijd een prominent van de Vlaamse milieupartij Groen! En hij stond voor zo’n tweehonderd beslissers uit de chemische industrie. Zijn natuurlijke tegenstanders, dacht hij. Bijna geschokt was hij toen hem juist een groene gloed van kaarten toescheen. Het overgrote deel van de zaal was het met hem eens! Een breuk in het beeld dat hij jarenlang van de industrie had. Zijn ideeën over duurzaamheid en veiligheid en de heersende mening in de industrie lagen veel dichter bij elkaar dan hij had kunnen bevroeden.

Champions League

Verduurzaming leeft al langer in de industrie dan het akkoord van Parijs. Eerder namen juist verschillende bedrijven het voortouw, waar politieke structuren faalden om tot overeenstemming te komen. Parijs was wat dat betreft een breuk met het verleden. Voor zo lang dat duurt, want een excentrieke, doch democratisch verkozen Amerikaanse president lijkt roet in het eten te gooien.
Of de soep werkelijk zo heet wordt gegeten, is gelukkig maar de vraag. Want wat is de macht van de Amerikaanse president als veel grote financiers niet meer terug willen en verschillende enorme concerns en talloze kleinere bedrijven het steenkolentijdperk al ver achter zich hebben gelaten. Ook verschillende Amerikaanse spelers doen verdienstelijk mee in de Champions League van de circulaire economie. Denk aan Coca-Cola, Google en vele innovatieve kleinere bedrijven in bijvoorbeeld Silicon Valley.

Verbinding

In Nederland mogen we zeker trots zijn op concerns als Unilever, AkzoNobel en DSM, die in hun sectoren wereldwijd vooroplopen op het gebied van duurzaamheid. Je moet er dus alleen daarom al niet aan denken dat ze in handen komen van concerns die minder open en breed de wereld in kijken.

Toch lijken vertegenwoordigers in de industrie zelf ook meer dan eens verbaasd over de progressiviteit die hun collega’s aan de dag leggen. Toen ik met scheidend Plant Manager of the Year Jeroen van Woerden de oogst doornam van onze serie ‘Het Schaduwkabinet van de Industrie’, was hij haast verbaasd dat iedere geïnterviewde duurzaamheid hoog in het vaandel heeft staan. ‘Ik denk dat de industrie een coalitie met daarin Groen Links gemeend zal toejuichen als ik dit allemaal lees’, liet hij zich ontvallen.

Misschien is dat het ook wel. Juist in de verbinding tussen verschillende partijen ontstaan soms verrassende inzichten. Partijen moeten daar echter wel voor in beweging komen. Alleen wil elke partij dat de ander eerst beweegt. Dan schiet het helaas weinig op.

Hol van de leeuw

Soms krijg ik het idee dat het minder energie kost om je ergens tegen af te zetten, of je hakken in het zand te zetten, dan om juist de verbinding te zoeken. Bewegen kost uiteraard energie, maar je wordt er wel fitter en dus beter van. Zodra je het beginnetje hebt gemaakt, levert samenwerking veel meer op dan polarisatie. Uiteindelijk. En dan moet je in gesprek gaan met je ogenschijnlijke tegenstanders, je soms begeven in het hol van de leeuw. Maar als je dichterbij komt, blijken er vaak veel meer overeenkomsten te zijn. Zoals ook Jos Geysels in 2003 ondervond. Dat is echt niet veranderd.

Reageren? Via de mail: wim@industrielinqs.nl of via Twitter : @wimraaijen

Wie wordt 8 juni, tijdens Deltavisie 2017, uitgeroepen tot winnaar van de VOMI Safety Xperience Award? Deze prijs wordt jaarlijks uitgereikt aan het bedrijf waar werknemers van dienstverleners de beste veiligheidsbeleving hebben. De genomineerden zijn: Shell Moerdijk, ExxonMobil en de Nederlandse Aardolie Maatschappij, asset Groningen. Namens deze bedrijven vertellen respectievelijk Paul Buijsingh, Raymond van der Horst en Carl Schmitz hoe zij op de site een veilige werkomgeving creëren om ervoor te zorgen dat eigen medewerkers en aannemers iedere dag gezond en wel huiswaarts keren.

Shell Nederland Chemie Moerdijk

Shell Nederland Chemie Moerdijk

Shell Nederland Chemie Moerdijk: ‘Vertrouwen in elkaars expertise’

Als het gaat om veiligheid op de site van Shell Moerdijk dan is gelijkwaardigheid het sleutelwoord. Site manager Paul Buijsingh vertelt dat twee jaar geleden heel bewust is gekozen voor deze aanpak: ‘Je krijgt een beter resultaat in output en in veiligheid als je samenwerkt op basis van gelijkwaardigheid. Dit betekent onder andere dat de expertise van de aannemers serieus wordt genomen en dat er naar elkaar wordt geluisterd.’

Op de site van Shell Moerdijk worden basischemicaliën geproduceerd. Onder andere etheen, propeen, butadieen, propeenoxide en styreenmonomeer. Buijsingh vertelt zijn verhaal terwijl honderd meter verder mannen en vrouwen van zowel Shell als diverse aanneembedrijven druk bezig zijn met de turnaround van de etheenoxide-fabriek. ‘Honderden mensen zijn nu bezig met groot onderhoud van onze EO-fabriek. Vanuit Shell wordt deze turnaround goed voorbereid en vervolgens zijn het vooral de aannemers die de werkzaamheden uitvoeren. Installaties open maken, schoonmaken en indien nodig repareren of vervangen.’ De dag ervoor was sprake van een near-miss. ‘Eén van de aannemers heeft een voorwerp van enkele meters hoogte laten vallen. We vonden dit dermate serieus dat we vandaag een Safety Stand Still hebben gehouden. We hebben even een moment van bezinning ingebouwd.’ Dat dit gebeurt, wordt alleen maar gewaardeerd door de aannemers, zo blijkt als Buijsingh hierover in gesprek raakt met een medewerker van Bilfinger. ‘Een goede zaak dat hier met een Safety Stand Still aandacht aan wordt besteed. Voor hetzelfde geld was het wel uitgelopen op een serieus ongeluk en dan ben je verder van huis.’ Spontaan vertelt de aannemer dat hij het ook zeer waardeert dat alles hier bespreekbaar is en dat iedereen aanspreekbaar is. ‘Dat is bij andere bedrijven nog wel eens anders.’

Het borgen van de veiligheid voor al die mensen die werkzaam zijn op de site van Shell Moerdijk is absoluut een uitdaging, erkent Buijsingh. De introductie van de Contractor Shell Board, waarin Shell- en contractorcollega’s in clusters nauw samenwerken, heeft veel betekend voor de verbetering in persoonlijke veiligheid en procesveiligheid. ‘Het belangrijkste uitgangspunt van de CSB is gelijkwaardigheid. Dit komt tot uitdrukking in wederzijds vertrouwen en vakmanschap; we accepteren elkaars expertise volledig en durven hierop te leunen. Daarnaast gaat het om luisteren naar elkaar en het creëren van een werksituatie waarin mensen elkaar durven aan te spreken. Van Shell naar aannemer, maar ook vice versa. En natuurlijk is het belangrijk dat iedereen zich houdt aan de geldende regels en de afspraken die je met elkaar maakt.’

Het pad dat Shell Moerdijk is ingeslagen komt op vele manieren tot uiting. Naast de Contractor Shell Board ontwikkelde het bedrijf samen met contractors ook het Shell Safety Center waar mensen worden opgeleid op het gebied van veiligheid. Er worden veiligheids- en kwaliteitsrondes gelopen en ook dit gebeurt gezamenlijk. ‘Gelijkwaardigheid en samenwerken gaan hand in hand. Het is een reis die we samen zijn gestart met het doel om veiligheid naar een hoger niveau te brengen. En daar ben ik, weliswaar gepast, best trots op.’

ExxonMobil Rotterdam Chemical Plant

ExxonMobil Rotterdam Chemical Plant

ExxonMobil: ‘Het doel: Nobody gets Hurt’

ExxonMobil is voor de derde keer op rij genomineerd voor de VOMI Safety eXperience Award en volgens site manager Raymond van der Horst geeft dat aan dat aannemers waarderen hoe ExxonMobil omgaat met veiligheid. ‘We zien hen als partner in onze bedrijven en we delen met elkaar het streven ‘Nobody gets Hurt’. We zorgen voor elkaar.’

De verdeling eigen mensen versus aannemers op de sites verschilt. ‘We zijn nu bezig met een vrij grote investering en dan hebben we al snel honderd man extra rondlopen. Tijdens groot onderhoud hebben we misschien wel meer aannemers dan eigen mensen rondlopen. We hebben elkaar nodig.’ Het credo is dan ook ‘we doen het samen’ en dit is voor alle werkzaamheden het belangrijkste uitgangspunt.

Volgens Van der Horst begint het verbeteren van de veiligheid met erin geloven dat elk incident te voorkomen is. ‘Het gaat hier over gedrag. Durven we elkaar aan te spreken? Durf je op de stopknop te drukken? Heb je de risico’s in beeld en neem je de tijd die nodig is om het risico op een incident volledig te elimineren? Op deze vragen moeten alle mensen volmondig ‘ja’ kunnen antwoorden.’ Dat betekent soms dat de klus net wat langer duurt dan gepland, maar dat is dan prima. ‘We krijgen de job af, hoe dan ook. Vertraging vanuit veiligheidsperspectief kan ik uitleggen. Een incident valt niet uit te leggen.’

ExxonMobil werkt met een methode die is ontwikkeld door Dr. Jim Bennett; het Loss Prevention System. ‘Toen we hiermee startten was het eerste gevoel ‘ach, weer een systeem’ en er werd zuchtend aan begonnen. Maar inmiddels ziet iedereen dat het werkt’, vertelt Van der Horst vol enthousiasme. ‘Ik zie hoe mensen op een andere manier, een veiligere manier, hun werk uitvoeren en ik word daar erg vrolijk van.’ Basis van dit systeem is een eenvoudig stoplichtmodel. Bij stap 1 – het stoplicht staat op rood – moet je nadenken over de risico’s. Niet beginnen voor je deze in beeld hebt. Vervolgens vraag je jezelf af wat je kunt doen om risico’s te voorkomen en uiteindelijk ga je hiernaar handelen – stoplicht op groen. ‘Is de ladder op drie punten gezekerd? Zitten al je tools vast aan een lanyard? Het is een manier van denken die je ook meeneemt naar huis. Hoe steek je de straat over? Ga je voor de makkelijke, snelle weg of loop je tien meter verder naar het zebrapad?’

Aandacht voor veiligheid is er doorlopend. Nieuwe mensen worden hierin meegenomen. ‘Je moet continu verifiëren, motiveren, trainen. Goed gedrag wordt beloond en natuurlijk geven we zelf het goede voorbeeld. Zo dragen we uit dat we erin geloven dat elk incident te voorkomen is en jawel, daarmee voorkomen we incidenten.’

Nederlandse Aardolie Maatschappij, Asset Groningen

Nederlandse Aardolie Maatschappij, Asset Groningen

Nederlandse Aardolie Maatschappij, Asset Groningen: ‘Veiligheid is hier geen poster aan de muur’

Het onderhoud voor de Asset Groningen, dat het Groninger gasveld opereert, wordt uitgevoerd door een consortium. Het GLT-Plus consortium is voortgekomen uit het Groningen Long Term Project (GLT) dat in 1997 is opgericht voor het renovatieproject Groningen. Al het onderhoud, modificaties en incidentele projecten worden uitbesteed aan het consortium. ‘Als je al zo lang met elkaar samen werkt, weet je wat je aan elkaar hebt’, vertelt operations manager Carl Schmitz.

Door deze lange termijn samenwerking is een prima relatie opgebouwd. ‘Zodra de aannemers hier het hek binnen lopen, zijn ze onderdeel van het team Groningen. De kleur van de overall is niet belangrijk.’ Die gelijkheid is volgens Schmitz essentieel om de veiligheid te kunnen waarborgen. ‘Het gaat om vertrouwen, openheid en eerlijkheid. Wanneer je elkaars gelijke bent, durf je elkaar over en weer aan te spreken als het gaat om veiligheid.’

Vanuit de Nederlandse Aardolie Maatschappij wordt er alles aan gedaan om uit te dragen dat veiligheid zeer serieus wordt genomen. ‘Maandelijks is er een veiligheidsoverleg waar iedereen die binnen het hek is, verplicht aan moet deelnemen. Onder de noemer ‘Let’s talk safety’ worden lunchsessies gehouden waarbij NAM’ers en contractors vanuit alle lagen met elkaar aan tafel zitten. Verder zijn er LMRA afspraken en Toolbox meetings.’ Communicatie gaat op de Asset Groningen twee kanten op. ‘We luisteren naar elkaar. Als je er niet op deze manier mee om gaat, dan is het credo ‘veilig werken’ slechts een poster aan de muur en gaat het nooit werken.’

De truc is volgens Schmitz dus echt ‘practice what you preach’. ‘Wij geven het goede voorbeeld en als we zeggen dat we een contractor alle ruimte geven om zijn mond open te doen, dan doen we dat ook. Iemand die durft te melden dat er iets fout is gegaan, krijgt een schouderklopje en geen reprimande.’

Dat de Nederlandse Aardolie Maatschappij is genomineerd vindt Schmitz een grote eer. ‘We hebben nu al gewonnen. Dat we zijn genomineerd is een erkenning dat we het goed doen.’ Wat Schmitz terugkrijgt van de aannemers is dat ze zich serieus genomen voelen en dat ze merken dat er voor ze wordt gezorgd. ‘Er wordt wel gezegd: ‘Jullie luisteren ook echt’ en daar begint het mee. Open staan voor elkaar, naar elkaar luisteren. Dat geeft het vertrouwen dat we op de Asset Groningen voor elkaar zorgen. We zijn allemaal lid van hetzelfde team en we willen allemaal aan het eind van de dag gezond en wel weer thuiskomen.’

Het zou weleens snel kunnen gaan. De verdere digitalisering van de industrie vraagt om andere kwaliteiten dan we nu gewend zijn. Zelfsturende systemen, realtime-monitoring, predictive maintenance, big data, internet of things; allemaal ontwikkelingen die de vierde industriële revolutie ontketenen. Ook in de chemie en de procesindustrie als geheel zal Industry 4.0 zich voltrekken.

Het is allang begonnen, laat Rob Luyten van AkzoNobel in het hoofdinterview van Petrochem 5 zien. Als de plannen voor verschillende industriële clusters waarheid worden, zoals de Roadmap Next Economy die voor de Rotterdamse haven een totale facelift voor ogen heeft, dan hebben we nog maar weinig gezien.

Beroepen van de toekomst

‘Leve de vergrijzing’, heb ik onlangs uit de mond van een sitemanager gehoord. Hij is blij met jonge mensen die nu al het liefst met hun iPads en smartphones de fabrieken inlopen. Wordt de vierde industriële revolutie ook een breuk met het decennia-oude mantra dat er een tekort aan technisch personeel dreigt? Het is volgens een enkele vooruitziende expert wel zaak dat bestaande kennis wordt vastgehouden, maar dan wel het liefst in geautomatiseerde systemen.

Die omzetting, dat is vaak nog wel een uitdaging. Het wordt echter steeds minder een probleem dat mensen met pensioen gaan en dat daarmee kennis verdampt. Nee, de grootste uitdaging is om mensen zo op te leiden dat ze klaar staan om in een veranderende omgeving aan de slag kunnen. Een omgeving die veel meer vraagt om oplossers van complexe problemen, dan mensen die installaties aansturen.

Als kandidaat voor een post in ons schaduwkabinet van de industrie stelt Marco Waas van AkzoNobel dat het onderwijs nu al moet anticiperen op wat er over tien jaar nodig is. Waas: ‘De ontwikkelingen gaan momenteel echt heel snel. Daarom is de koppeling van bedrijfsleven en onderwijs ook zo belangrijk. Over tien jaar hebben we in de industrie, maar ook breed in de maatschappij, andere mensen nodig met nieuwe capaciteiten en expertises. Daar moet je opleidingen op mbo’s, hbo’s en universiteiten nu al op afstemmen. Welke skills zijn straks nodig? En wat moeten de operators, mensen in de zorg en beroepen van de toekomst kunnen?’

Verjonging

Onderwijs is sowieso een punt dat bij verschillende potentiële schaduwministers hoog op de agenda staat. Zo maakt Ronald Hoenen van DSM, Plant Manager of the Year 2015, zich zorgen over de aansluiting tussen bedrijfsleven en onderwijs. Twee edities geleden: ‘Ik krijg stagiairs en afstudeerders van het hbo en de universiteit die niet het niveau hebben dat ik zou willen. Om te zorgen dat wij ook echt gekwalificeerd personeel aan kunnen nemen, moet daar een afstemming over komen. Het bedrijfsleven en opleidingen hebben hierin een gedeelde verantwoordelijkheid. Uiteindelijk helpt dit ook om meer afgestudeerden aan het werk te krijgen.’

Ook Herbert Fisch, hoogste man van BASF Nederland, maakt zich druk over het onderwijs. Volgens hem kun je niet vroeg genoeg beginnen en moet er meer aandacht komen voor techniek en wetenschap in het basisonderwijs. Het liefst met een apart vak. Zelf heeft hij lang geleden in Duitsland op school gezeten. Hoewel nog te weinig naar zijn zin, lijkt er daar meer aandacht voor techniek in het onderwijs te zijn dan in Nederland. Misschien heeft dat te maken met het feit dat veel onderwijzers zelf vaak meer aanleg hebben voor andere vakken. Mensen met technische aanleg kiezen immers niet snel voor een carrière in het onderwijs. Hoe kan de interesse voor techniek dan worden aangewakkerd? Ik moet me dus sterk vergissen als onderwijs op 8 juni tijdens Deltavisie geen belangrijk discussieonderwerp gaat zijn.

De uitdaging ligt niet bij de vergrijzing, maar vooral bij de verjonging. Wellicht dat de nieuwe technologische ontwikkelingen zowel probleem als oplossing vormen. Straks biedt de industrie veel meer aanknopingspunten voor de belevingswereld van de huidige jongeren. Dus leve de verjonging!

Reageren? Via de mail: wim@industrielinqs.nl
of via Twitter : @wimraaijen

Samen met Plant Manager of the Year 2016, Jeroen van Woerden, gaat Petrochem de komende maanden een schaduwkabinet van de industrie samenstellen. We vragen verschillende experts en beslissers welke maatregelen volgens hen goed zijn voor een sterke procesindustrie in Nederland. Jeroen van Woerden schrijft vervolgens met een selectieve groep een beleidsbrief die tijdens het jaarcongres Deltavisie op 8 juni wordt gepresenteerd. Hier stellen de laatste kandidaat-ministers zich voor: Marco Waas, Sandra de Bont, Aaldrik Haijer, Gabriël Tschin en Herbert Fisch.

Marco Waas, minister van Innovatie

Marco Waas zou graag voor de portefeuille Innovatie gaan. Volgens de directeur RD&I (Research, Development en Innovation) en Technologie bij AkzoNobel moet dat niet een nieuw departement zijn, maar een samenvoeging van Economische Zaken en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Waas: ‘Een ministerie voor Innovatie zou prachtige mogelijkheden bieden om de synergie tussen economie, onderzoek en onderwijs te gebruiken om de transitie te versnellen.’

150903163327-Marco-Waas-2-1-resized-2880x2880_cropped-16-406-274-43-6.pngHet motto van dit nieuwe ministerie zou volgens Waas samen te vatten zijn in drie D’s: Durf, Duurzaamheid en Digitalisering. De uitdagingen voor de toekomst liggen volgens hem vooral bij die laatste twee en er is lef nodig om de kansen op die gebieden te verzilveren. Hoe verduurzamen we de samenleving en vooral ook de industrie? En hoe haken we in op digitalisering, de opkomst van Industry 4.0, Internet of Things, big data en meer. Waas: ‘De ontwikkelingen gaan momenteel echt heel snel. Daarom is de koppeling van bedrijfsleven en onderwijs ook zo belangrijk. Over tien jaar hebben we in de industrie, maar ook breed in de maatschappij, echt andere mensen nodig met nieuwe capaciteiten en expertises. Dan moet je opleidingen op mbo’s, hbo’s en universiteiten daar nu al op afstemmen. Welke skills zijn straks nodig? Wat moeten de operators, mensen in de zorg en beroepen van de toekomst kunnen?’

Ook verduurzaming en de inzet van schonere technologie vragen om andere capaciteiten. Waas: ‘Welke expertise vraagt bijvoorbeeld de opkomst van elektrificatie van de procesindustrie? Er zullen andere chemische processen en routes worden ontwikkeld. Niet alleen zal het onderwijs daarop moeten anticiperen, er moet ook veel onderzoek naar worden gedaan. Eens te meer een goede reden om onderwijs, onderzoek en ondernemerschap in een ministerie onder te brengen. Ik zou de industriële kansen en het onderwijs en onderzoek veel beter op elkaar afstemmen.’

Voorsprong

De tweede maatregel van schaduwminister Waas zou gericht zijn op de versnelling van de transitie naar een duurzamere industrie. ‘Ik zou dan alle pijlen willen richten op CO2-reductie. Daar moet een eenduidige support-regeling voor komen. Op het gebied van energiebesparing is al veel gedaan. We moeten ons echter niet te veel alleen op energiebesparing richten. In Parijs hebben we afgesproken dat we juist de CO2-reductie willen stimuleren.’

Er zal volgens Waas een regeling moeten komen die zowel het onderzoek stimuleert, als CO2-reducerende projecten in de industrie aanjaagt. ‘Er zijn tal van veelbelovende processen die nog niet helemaal zijn uitontwikkeld. Daar moet voldoende onderzoeksgeld heen. Voor de industrie moet er een op prijs gebaseerde regeling komen. Het liefst met een positieve intentie. Nederland kan namelijk niet als enige met strafmaatregelen komen, dat is niet bevorderend voor het gelijke speelveld. Dan moet je CO2-reductie dus juist belonen, bijvoorbeeld met vijftig tot negentig euro vergoeding per bespaarde ton CO2. Dat kan via allerlei maatregelen; subsidies, achtergestelde leningen, fiscale voordelen. Een cafetariamodel? Ja, misschien is dat nog niet zo’n slecht idee.’
Hierdoor krijgt de industrie in Nederland een voorsprong en wordt voorkomen dat na de pilotfase deze initiatieven naar China of bijvoorbeeld België vertrekken. Deze voorsprong kan dan in de toekomst internationaal worden benut.

Onderscheid

De derde actie van Marco Waas zou gericht zijn op stimulering van het onderzoek. ‘Met significant meer fundamenteel en toegepast onderzoek, zoals ook VNO-NCW heeft bepleit, kunnen we doorbraken forceren op het gebied van procestechnologie, elektrificatie, elektrochemie en digitalisering.’

Daarbij wil hij ook vooral investeren in samenwerkingsverbanden. ‘In Nederland zijn we altijd goed geweest in partnerships tussen bedrijven onderling, waarbij de samenwerking met start-ups gelukkig steeds meer als waardevol wordt gezien. Net als partnerships tussen bedrijven, onderzoeksinstellingen en onderwijs. Ik zou deze sterke kant alleen maar sterker willen maken. Daarin kunnen we ons echt onderscheiden.’

Sandra de Bont, minister van Netwerkeconomie

Sandra de Bont, directeur van Votob, creëert een nieuwe ministerspost binnen het schaduwkabinet van de industrie: minister van Netwerkeconomie. ‘Als minister van Netwerkeconomie zorg ik dat Nederland zich klaarmaakt voor de tweede Gouden Eeuw. De gouden driehoek van overheid, bedrijfsleven en kennis zal floreren als nooit tevoren. Samenwerken, eenheid en trots is ons motto.’

Energietransitie

Als eerste zet De Bont in op het voortvarend aan de slag gaan met de energietransitie. ‘Vanuit onze Nederlandse mentaliteit van inventiviteit en slagvaardigheid kunnen we een middellangetermijnbeleid voor de energietransitie ontwikkelen. Bedrijven krijgen zo investeringszekerheid, de overheid zal vol trots zeggen dat Nederland de wereldwijde koploper in energietransitie is en kennisinstellingen zullen bedrijven en overheid concreet ondersteunen in deze transitie.’

Mw Ing Sandra de Bont; directeur VOTOB bij Rubis Terminal

Vanuit het netwerken moeten we volgens De Bont ook streven naar het einde van veelmondigheid. ‘Onze overheid spreekt duidelijk en met één mond richting Neerlands trots, de BRZO-bedrijven. Eén toezichthouder voor BRZO-bedrijven met één besluitvormend ministerie, zodat bedrijven met eenduidig toezicht worden geconfronteerd. Die toezichthouder meldt niet alleen het aantal overtredingen van bedrijven, maar meldt ook trots hoeveel uur bedrijven incidentvrij werken.’

Sectorscholen

De Bont vindt dat er voor verkokering geen ruimte meer moet zijn. Ze wil sectorscholen ruim baan geven. ‘Opleidingsinstituten en sectoren gaan nauw samenwerken om studenten op te leiden die nodig zijn in de industrie en kennis van de sector hebben. Bedrijven bieden stageplaatsen en zorgen continu voor up-to-date lesmateriaal en de opleidingsinstituten zorgen voor innovatieve lesmethoden.’ Ze heeft in de praktijk gezien dat dit werkt. ‘Een mooi voorbeeld is de Votob Academy waar de tankopslagbedrijven hun kennis hebben gedeeld in beeld en schrift. Partner Litop heeft hiervan e-learning lessen gemaakt en ROC Aventus heeft het lesmateriaal onderwijskundig aangepast. Uiteindelijk leidt dit traject tot vakmensen met een officieel mbo-diploma.’

Aaldrik Haijer, minister voor Ondernemingen

Aaldrik Haijer, oprichter en directeur van Water & Energy Solutions, zou graag minister voor Ondernemingen willen zijn. Hij stelt daar wel een voorwaarde aan: ‘Niet in de traditionele zin een minister die verantwoordelijk is voor een departement, maar meer op de nieuwe ‘holacrazy manier’, een minister die naast de bestaande ministerposten de rol heeft om het ondernemingsklimaat te bevorderen.’ Holacrazy komt van holacratie dat staat voor een besturingssysteem, waarbij efficiëntie, flexibiliteit en aanpassingsvermogen ingebed worden in het hart van de organisatie.

Herschrijven wetboek

Alfoto-aaldrik-haijers minister voor Ondernemingen wil hij als eerste een ambitieus plan voorleggen aan de kamer: ‘Ik wil het hele wetboek herschrijven en per jaar herevalueren.’ Haijer zou het wetboek ter hand nemen en bij elke wet een uitleg geven van waarom de wet er is. ‘Ik zie namelijk te vaak dat wet- en regelgeving achterhaald is en beperkend werkt. Momenteel worden pas aanpassingen gedaan als er voldoende mensen nadeel ondervinden en stennis maken. Door aan te geven waarom een wet er is, kan periodiek de relevantie worden bepaald. Op deze manier kan meer proactief worden omgegaan met wet- en regelgeving en kan worden ingespeeld op nieuwe trends en ontwikkelingen.’

Met deze maatregel zou hij in ieder geval de weg vrij willen maken voor nieuwe technologie en nieuwe businessmodellen die bijdragen aan een economisch, ecologisch en sociaal sterke samenleving.

Focus op het doel

Daarnaast ziet Haijer voordelen in het centraliseren van kennisintensieve onderdelen van handhavingsdiensten. ‘Mijn referentiekader bestaat voor een deel uit de industriële productieomgeving. Een veelgehoorde klacht binnen deze omgeving, waar ik ook zelf mee te maken heb, is dat het kennisniveau van handhavingsdiensten te vaak niet aansluit op het benodigde niveau. Dit maakt dat handhavers te veel focussen op procedures in plaats van op het doel van de procedures. Dit gebeurt zeker niet vanuit onwil, maar puur omdat de onderliggende inhoud in onvoldoende mate doorgrond wordt.’ Door kennisintensieve onderdelen te centraliseren, kunnen volgens Haijer specifieke expertisegebieden op de juiste manier worden ingezet. ‘Dit maakt handhaving beter, sneller en effectiever. Ook zal dit de veiligheid binnen productieomgevingen verbeteren.’

Gabriël Tschin, minister van Circulaire Innovatie

Gabriël Tschin hoeft als drijvende kracht achter Plant One Rotterdam, waar innovatieve ideeën de ruimte krijgen om te groeien, niet lang na te denken over de ministerspost die hij in het leven wil roepen binnen het schaduwkabinet van de industrie. ‘Er moet een minister van Circulaire Innovatie komen. Innovaties voor en door de industrie zijn belangrijk en wanneer deze bijdragen aan het verkleinen van de ecologische voetafdruk, zelfs cruciaal. Als we geen ruimte geven aan circulaire innovaties, worden bepaalde ontwikkelingen onomkeerbaar. Dan is het straks te laat.’

Samenwerken

In december 2015 is in Parijs het klimaatakkoord gesloten: 195 landen spraken af de opwarming van de aarde actief tegen te gaan. In het Energierapport 2016 geeft de Nederlandse regering aan om in de periode tot 2050 de uitstoot van CO2 met 80-95 procent terug te willen dringen ten opzichte van 1990. Tschin: ‘De hoeveelheid CO2 die we met de complete industriële sector uitstoten, moet drastisch omlaag. We erkennen de noodzaak, we willen ook wel stappen zetten, maar toch doen we dit nog te weinig.’ Tschin zou bedrijven meer ruimte willen geven om bezig te gaan met innovaties. ‘Ik zou bedrijven willen meegeven om die ruimte ook heel letterlijk te zien; kijk verder dan de muren van je eigen bedrijf en ga samenwerken met bedrijven op of nabij het eigen terrein om gezamenlijk een plan te maken over hoe je omgaat met energie, grondstoffen en afvalstromen.’

Gabriel Tschin

Eigenaarschap

Als minister van Circulaire Innovatie zou hij bestaande bedrijven en start-ups die hiermee aan de slag gaan, de benodigde financiële middelen willen geven vanuit een speciaal fonds. ‘Een deel van de winst van bedrijven die CO2 uitstoten moet worden geïnvesteerd in het terugdringen van die uitstoot.’ Hij vindt het onbegrijpelijk dat sommige bedrijven miljarden aan winst opstrijken en ondertussen het wereldwijde probleem van de opwarming van de aarde vergroten. ‘Zij zijn niet alleen eigenaar van de producten die van de band rollen, maar ook van hun afvalstoffen. Partijen die tijd, kennis en middelen steken in de oplossing moeten worden gefinancierd door de partijen die het probleem creëren of in stand houden. Logisch.’

Omdat innovaties doorgaans voortkomen vanuit onderzoek en mensen die vanuit specifieke, specialistische kennis theorieën uitdenken en testen, moet ook worden geïnvesteerd in onderwijs. ‘Innoveren is een on-going process. De innovaties van nu zijn over zeven jaar verouderd. Kennis moet dus altijd up-to-date zijn. De studenten van nu zijn de innovators van morgen.’

Herbert Fisch, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Onderwijs, cultuur en wetenschap zijn heel belangrijk voor de maatschappij en zeker ook voor innovatie binnen de chemie, stelt managing director Herbert Fisch van BASF Nederland. Daarom wil hij opteren voor deze ministerspost. Een van zijn eerste maatregelen zou zijn dat er meer aandacht komt voor techniek en wetenschap in het basisonderwijs. Het liefst met een apart vak. Zelf heeft hij lang geleden in Duitsland op school gezeten. Hoewel hij ook vindt dat daar meer met wetenschap en techniek kan worden gedaan op de lagere school, heeft hij het idee dat in Nederland de aandacht hiervoor zelfs nog minder is. Misschien heeft dat te maken met het feit dat veel onderwijzers zelf vaak meer aanleg hebben voor andere vakken. Mensen met technische aanleg kiezen immers niet gauw voor een carrière in het onderwijs. Hoe kan de interesse voor techniek dan worden aangewakkerd?

Graag zou hij meer aandacht voor techniek en wetenschap willen verbinden met andere educatieve initiatieven. ‘Als BASF werken wij bijvoorbeeld nauw samen met NEMO in Amsterdam. Daar zie je dat de interesse voor wetenschap en techniek er echt is. Het is aan het onderwijs in combinatie met initiatieven als NEMO om die interesse te stimuleren. Daar zou ik als minister zeker een belangrijk punt van maken, omdat de samenleving zeer gebaat is bij de ontwikkeling van technisch en wetenschappelijk talent.’

Onderbouwde keuzes

Ook op het gebied van wetenschappelijk onderzoek wil Herbert Fisch zich profileren. ‘Daar komen de innovaties vandaan, die we hard nodig hebben. Daarom moeten er ook veel financiële middelen voor worden vrijgemaakt.’ Nederland heeft gekozen voor Topsectoren. Veel goede ideeën komen volgens Fisch tot stand door over grenzen van sectoren heen te kijken. ‘Juist het wetenschappelijk onderzoek kan verbindend werken.’ Herbert-Fisch.jpg

Hij zou ook veel aandacht geven aan de versnelling van innovaties. ‘We moeten sneller van onderzoek naar echte innovatieve toepassingen gaan. In Nederland zijn er tal van goede ideeën, zeker bij kleinere bedrijven. Door grote en kleinere bedrijven beter met elkaar in verbinding te brengen, maar ook het bedrijfsleven met de wetenschap, kunnen we sneller tot creatieve oplossingen komen. Samen met Economische Zaken moet OC&W voor een goede infrastructuur zorgen, waardoor verbindingen sneller en gemakkelijker te maken zijn.’

Verduurzaming vindt de BASF-directeur een belangrijk onderzoeksonderwerp. Op dat terrein liggen veel uitdagingen. Zo vindt hij de weg die Nederland is ingeslagen met Green Deals prima. Die zou hij zeker willen uitbreiden. Wel zou hij het als schaduwminister heel belangrijk vinden om het effect van verschillende ontwikkelingen meetbaar te maken. Zodat telkens daadwerkelijk de beste keuzes kunnen worden gemaakt. De politiek heeft vaak de neiging om achter één enkele oplossing aan te lopen, terwijl er soms betere wegen zijn. Biobased economy is daar een voorbeeld van. Er zijn verschillende routes vanuit biomassa die een verbetering zijn, maar sommige routes kosten juist veel meer energie dan traditionele processen. Door een goede cijfermatige onderbouwing begrijpen mensen precies wat er gebeurt en hoeven ze minder af te gaan op one-liners, stelt Fisch. De samenleving kan de behoefte aan fossiele brandstoffen mede terugdringen door koolwaterstoffen slim in te zetten. Door er bijvoorbeeld kunststoffen van te maken die isoleren, of energie besparen omdat ze lichter zijn.

Cultuur verbindt

Ook voor het derde onderdeel van het ministerie, Cultuur, zal er onder schaduwminister Fisch voldoende aandacht zijn. ‘Cultuur biedt ons een prachtig vehikel om te communiceren, te verbinden. Via de kunst kunnen belangrijke maatschappelijke thema’s uitstekend worden uitgelegd.’

Ook in de combinatie van kunst en technologieontwikkeling ontstaan volgens Fisch creatieve oplossingen. ‘Dat kan heel stimulerend en wederom verbindend werken.’

Samen met Plant Manager of the Year 2016, Jeroen van Woerden, gaat Petrochem de komende maanden een schaduwkabinet van de industrie samenstellen. We vragen verschillende experts en beslissers welke maatregelen volgens hen goed zijn voor een sterke procesindustrie in Nederland. Jeroen van Woerden schrijft vervolgens met een selectieve groep een beleidsbrief die tijdens het jaarcongres Deltavisie op 8 juni wordt gepresenteerd. Hier stellen de volgende kandidaat-ministers zich voor: Cas König, Colette Alma, Gerrit- Jan van de Pol, Hilde Beckers en Maaike de Wit.

Dagmar Aarts, Laura van der Linde, Wim Raaijen

Cas König, minister van Milieu en Energie

Mocht hij voor het Schaduwkabinet van de industrie worden gevraagd, dan zou Cas König opteren voor de post van Milieu en Energie. Met name het eerste. Hoewel hij in het verleden als voormalig Plant Manager of the Year (toen nog werkzaam bij ESD-SIC) een lans brak voor energiebesparing, ziet hij nu vooral mogelijkheden om de milieuwetgeving voor de industrie te verbeteren. ‘Energiebesparing betekent bijna altijd kostenbesparing. Voor de industrie is dat een belangrijke drijfveer, dus daar zijn volgens mij geen grote extra maatregelen voor nodig.’ Op het gebied van milieumaatregelen ligt dat complexer, stelt de algemeen directeur van Klesch Aluminium in Delfzijl. Op dat vlak zijn meer impulsen nodig om industriële bedrijven in beweging te krijgen.

‘Het zou de industrie bijvoorbeeld zeer helpen als alle milieumaatregelen versneld afgeschreven zouden kunnen worden. Of in ieder geval in een tempo dat het bedrijf het beste uitkomt. Op het moment is er wel zo’n regeling voor ‘afschrijving at will’, maar die geldt alleen voor een beperkte lijst. Ik denk dat het voor het investeringsklimaat in Nederland een goede zaak zou zijn om het breder te trekken dan alleen milieu-investeringen van deze beperkende lijst (VAMIL).’
König legt uit hoe dat in de praktijk kan werken. ‘Stel, ik heb als bedrijf een goed jaar gedraaid en nog wel wat financiële ruimte voor wat investeringen. Dan gaat dat geld eerder in milieumaatregelen zitten, wanneer die bijvoorbeeld in een paar jaar kunnen worden afgeschreven. Daardoor hoeft het bedrijf in deze goede jaren minder belasting te betalen, maar heeft het wel een paar goede investeringen gedaan. Uiteindelijk krijgt de overheid de belastinginkomsten toch wel, alleen iets later. Immers na een paar jaar kan het bedrijf niets meer aftrekken van de gedane investeringen.’

cas-konigZekerheid geven

Een andere beslissing die Cas König zou willen nemen, is mogelijk lastiger voor een Nederlandse minister, omdat die meer met Europese regelgeving heeft te maken. ‘Als een bedrijf een milieumaatregel neemt, dan moet overheden het bedrijf ook zekerheden bieden. Dat er bijvoorbeeld geen andere, aangescherpte regels voor deze investering gaan gelden tijdens de afschrijftermijn. Onzekerheid hierover werkt namelijk vaak averechts. Bedrijven worden door de onzekerheid over regelgeving vaak ontmoedigd om milieumaatregelen te nemen.’
Zekerheid geven betekent volgens König niet meteen dat bedrijven vervolgens geen verbeteringen zullen doorvoeren tijdens de afschrijftermijn. ‘Sommige innovaties verdienen zich gewoon terug, bijvoorbeeld op het gebied van energiebesparing.’

Colette Alma, minister van Economische Zaken en Klimaatbeleid

Colette Alma, directeur van de VNCI (Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie), zou graag een positie bekleden in het schaduwkabinet van de industrie als minister van Economische Zaken en Klimaatbeleid. Vanuit deze rol zou ze graag een co-creatie aangaan tussen enerzijds de overheid en anderzijds het bedrijfsleven en de kenniscentra. ‘De overheid laat momenteel kansen onbenut, daar waar de chemische industrie een grote bereidheid toont om de verduurzaming aan te jagen. De focus van het Nederlandse klimaatbeleid ligt nu te eenzijdig op duurzame energieopwekking.’

CO2-reductie

colette-almaDe eerste maatregel die Alma als minister van Economische Zaken en Klimaatbeleid wil doorvoeren is ‘het klimaatbeleid sturen op CO2-reductie.’ De chemische industrie is energie-intensief en zal dat in veel gevallen ook blijven. Tegelijkertijd kan en wil deze bedrijfstak daadkrachtig bijdragen aan de transitie naar een duurzame samenleving, noodzakelijk voor een schone en welvarende toekomst van ons land. ‘Sturen op CO2-reductie maakt de weg vrij voor een verduurzamingsslag vanuit de chemische industrie’, zegt Alma. ‘Zo zou het op grote schaal ontwikkelen en inzetten van chemische recycling en het benutten van duurzame biomassa als grondstof voor duurzame materialen een enorme impuls geven aan de verduurzaming.’

Investeringsbank

De overheid en de (chemische) industrie hebben elkaar nodig. ‘Wanneer de industrie aan de slag gaat met deze verduurzaming, moet door de overheid het risico worden afgedekt via een nationale investeringsbank. Deze nationale investeringsbank zou primair gericht moeten zijn op verduurzaming.’
Tot slot zou Alma als minister een groot voorstander zijn van voortzetting van het Topsectorenbeleid om zo de Nederlandse kenniseconomie te blijven stimuleren. ‘Innovaties moeten blijvend worden gestimuleerd’, vindt Alma. Met deze drie-eenheid van maatregelen kan duurzaamheid de drijver worden van een nieuw en succesvol Nederlands industrie- en handelsbeleid.

Gerrit-Jan van de Pol, minister van Klimaat en Energie

Gerrit-Jan van de Pol, algemeen directeur van GMB, vindt dat er een nieuwe ministerpost moet worden ingesteld. Hij wil minister van Klimaat en Energie worden. Niet gek, duurzaamheid loopt als een rode draad door de activiteiten van GMB. Het bedrijf richt zich op alles dat met water te maken heeft, zoals waterzuivering en waterveiligheid (bijvoorbeeld dijken). Daarnaast heeft GMB activiteiten in de Rotterdamse haven gericht op de infrastructuur van met name bulkoverslagterreinen en containerterminals. ‘Duurzaamheid wordt vaak gezien als antwoord op een bedreiging, maar in feite is het ook een basis voor de onderneming, er zit een businessmodel aan vast.’

gerrit-jan-van-de-pol3Fiscale maatregel

Van de Pol: ‘Klimaat en energiebeleid, dat buitengewoon belangrijk is voor de toekomst van de wereld, bleef onderbelicht in de verkiezingsdebatten. Er moet daarom een investeringsprogramma Duurzame Energie komen met een horizon van twintig jaar. Dit programma zorgt voor zekerheid voor bedrijven om te kunnen investeren in duurzame energie, waardoor verduurzaming echt onderdeel gaat worden van de economie. Bedrijven gaan pas inzetten op bijvoorbeeld zonne- en windenergie als ze zeker weten dat ze daar de komende jaren op kunnen rekenen. Als de leveranciers van zonnepanelen weten dat bedrijven gaan investeren, dan gaan zij hun productiecapaciteit verder opkrikken en wordt de prijs lager. Dan komt het vliegwiel op gang, er komt massa.’
In de Rotterdamse haven zou volgens Van de Pol een fiscale maatregel kunnen helpen om bedrijven alternatieven te laten zoeken voor het gebruik van fossiele grondstoffen. ‘Ik denk dan aan een verbreding van de Innovatiebox, dat is een krachtig stimuleringsmiddel gericht op innovatie. Dit zou je ook kunnen doen met de focus op circulaire economie. Als je kan aantonen dat jouw proces substantieel circulair is, krijg je een korting op je vennootschapsbelasting. Zo kun je ook BTW-differentiatie gebruiken en circulaire producten lager belasten en zo voor de consument aantrekkelijker te maken.’

Omgevingswet

Als minister van Klimaat en Energie zou Van de Pol klimaatadaptatie onderdeel maken van de omgevingswet. ‘Het is onvermijdelijk dat het klimaat verandert, dus moeten we ons aanpassen. De omgevingswet kan daarbij belangrijk zijn. Bij nieuwe vergunningen moet klimaatadaptatie er onderdeel van uitmaken. Heel concreet daarin is bijvoorbeeld de watertoets. Kan jouw (bouw)project een piekbui opvangen? Hetzelfde geldt voor hittestress. Er wordt steeds meer in steen uitgevoerd in steden, terwijl we groen nodig hebben. Zit er genoeg groen in je plan? Deze maatregel geldt vooral voor bewoond gebied en minder voor bedrijfsterreinen en industrie. De bedrijfsomgeving zal uit zichzelf al rekening houden met piekbuien, omdat er anders machines uit kunnen vallen.’

Hilde Beckers: minister van Economische Zaken

Hilde Beckers is HR-manager bij chemisch bedrijf Kemira. Zij zou wel minister van Economische Zaken willen worden in het schaduwkabinet van de industrie. ‘Ik denk dat je bedrijven vanuit deze ministerpost goed kunt ondersteunen.’
Als ze wordt gekozen tot minister van Economische Zaken, dan zou Beckers een maatschappelijke dienstplicht willen instellen voor jongeren. ‘Hierbij moet worden gericht op zelfvertrouwen en op samenwerking om de samenhang in de maatschappij te versterken. Je kunt niet vroeg genoeg beginnen om te werken aan zelfvertrouwen en samenwerking, daarom moet deze dienstplicht in de vormende jaren plaatsvinden. Denk aan jongeren van achttien jaar of jongeren die net klaar zijn met hun studie. Ik zie voor me dat ze voor een collectief van bedrijven werken in een project waarin een gezamenlijk vraagstuk centraal staat. Een vraagstuk waar de bedrijven afzonderlijk geen tijd of capaciteit voor hebben. Bijkomend voordeel is ook dat deze bedrijven elkaar meer gaan opzoeken.’hilde-beckers
Maar een belangrijkere maatregel wat Beckers betreft is het verlagen van de belasting op arbeid. ‘De werkgelegenheid zal groeien en er is ‘meer ruimte’ om een echte werkgemeenschap te vormen waar iedereen een plek heeft en welzijn mogelijk is. Er is werk genoeg.’

Levenslang leren

Als minister wil Beckers ook inzetten op levenslang leren. ‘Als het om de chemische branche gaat denk dan bijvoorbeeld aan onderwijs over hoe je omgaat met ploegenritmes, met leefritme, met eten en met bewegen. Daarnaast vind ik stressmanagement belangrijk. Ik denk dat veel mensen door stress niet goed kunnen werken. Niet iedereen kan bijvoorbeeld goed met deadlines werken. Vaak denken medewerkers zelf dat iets af moet en leggen ze zichzelf druk op zonder in dialoog te gaan met collega’s. Ik vind dat er op de werkvloer veel meer naar het grotere geheel moet worden gekeken dan dat mensen problemen in hun eentje op gaan lossen. In het onderwijs moet veel meer op mindset worden ingezet dan alleen op kennis en kunde. Hierdoor kun je uitval op de werkvloer voorkomen. Het totale bedrijfsleven zou het beter gaan doen als er levenslang leren is.’

Maaike de Wit, minister van Klimaat

Advocate Maaike de Wit, onlangs als partner toegetreden tot Straatman Koster advocaten in Rotterdam, kiest voor de ministerspost van minister van Klimaat. Ze stelt daarbij wel een voorwaarde: ‘Met een groot budget en ruim mandaat!’ Hiermee wil De Wit als eerste maatregel de Klimaatwet snel invoeren. ‘Wel moet de wet zodanig worden aangepast dat daarin niet alleen beleidsdoelstellingen voor de regering worden opgenomen, maar dat de wet ook gaat gelden als bindend toetsingskader voor overheidshandelen.’ Het huidige wetsvoorstel bevat ambitieuze doelstellingen (onder andere in 2050: 100 procent hernieuwbare energie en 95 procent minder uitstoot dan in 1990) die een leidraad zijn voor de regering bij het maken van beleid. De Wit vindt dat de doelstellingen moeten gelden als toetsingskader voor het overheidshandelen. ‘Op die manier kunnen bedrijven, burgers en instellingen de overheid houden aan dit beleid. Dat dwingt de verschillende overheidslichamen om het klimaat onderdeel te laten zijn van nieuw en bestaand beleid.’

Verantwoordingsplicht

conway-Maaike-de-Wit_cropped-29-0-0-0-0.pngBovenstaande geldt voor alle sectoren. Wanneer ze inzoomt op de industrie en het ruimtelijk domein zou De Wit als minister van Klimaat de volgende maatregel willen doorvoeren: ‘Ik zou in de huidige wetgeving en de toekomstige Omgevingswet voor nieuwe ontwikkelingen onder meer een verantwoordingsplicht ten aanzien van de klimaatdoelstellingen willen opnemen.’
Ze licht dit toe aan de hand van huidige regelgeving voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen waarvoor de zogenoemde Ladder Duurzame Verstedelijking geldt. ‘Voor een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in niet-verstedelijkt gebied, moet er voldoende vraag zijn naar die ontwikkeling en gelden dat er binnen het verstedelijkt gebied geen mogelijkheden zijn. Zo wordt niet onnodig gebouwd en wordt zo veel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande locaties.’ Als minister zou De Wit eenzelfde verantwoordingsplicht in willen voeren voor de klimaatdoelstellingen. ‘Met als insteek dat wanneer nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt – bijvoorbeeld doordat daarvoor een vergunning wordt verleend/aangepast of een nieuw bestemmingsplan wordt gemaakt – verantwoord moet worden welke effecten dat heeft op het klimaat en dat er geen gunstigere alternatieven mogelijk zijn.’

Energiebesparingsplicht

Tot slot wil De Wit de energiebesparingsplicht fors aanscherpen. ‘Dit geldt voor alle bedrijven, instellingen en ook burgers.’ Met daarbij ruime financieringsmogelijkheden. ‘Zo zullen van bijvoorbeeld brandstoffen, bouwstoffen en grondstoffen uitsluitend de klimaatvriendelijkere varianten zijn toegestaan, tenzij kan worden aangetoond dat deze niet toereikend zouden zijn.’ Het Energieakkoord zet fors in op energiebesparing; met name bij industrie en in de gebouwde omgeving is volgens De Wit nog veel winst te behalen. ‘Door iedereen te verplichten om maximale besparing te behalen en daarbij – indien nodig – een financieringsmogelijkheid te bieden, kan veel energie worden bespaard.’

Deltavisie 2017

banner-dv17-header-970x130Tijdens Deltavisie gaan we op zoek naar wat een gevoel van eigenaarschap kan opleveren. In de avond wordt de tiende Plant Manager of the Year verkozen. Ook wordt voor de derde maal de VOMI Safety eXperience Award uitgereikt. Kijk voor het volledige programma en aanmelden op www.deltavisie2017.nl.