Vicoma Consultancy & Engineering specialiseert zich in duurzame engineeringsprojecten. Het bedrijf merkt dat het daarmee ook een nieuwe bron van werknemers aanboort. Tijdens dag 1 van het iLinqs Festival van de Industrie (22 juni) bespreken Rob Rutten, Bastiaan Leeuw en Corné Groen in een live talkshow de kansen van de energie- en grondstoffentransitie voor een duurzame en toekomstbestendige industrie. Schrijf u nu gratis in, voor het festival.

Hoewel veel bedrijven hun CO2-emissies willen terugdringen, zien ze vaak op tegen de complexiteit van de implementatie. Vicoma ondersteunt bedrijven bij zowel de strategische keuzes als ook de praktische uitvoering van dit soort projecten. Heeft een fabriek bijvoorbeeld een grotere warmtebehoefte, dan kan een elektrische of gasgestookte boiler en oplossing bieden. Maar wellicht kan het herinrichten van processen de warmtebehoefte wel temperen.

Of neem het leggen van zonnepanelen op het dak van een bedrijfspand. Op het eerste gezicht een relatief eenvoudige ingreep. Als de dakconstructie echter moet worden verstevigd, neemt de complexiteit toe. En ook bij elektrificatie of bijvoorbeeld CO2-afvang is de inpassing van de nieuwe assets in de bestaande omgeving vaak het meest complex. Net als het vergunningentraject of bijvoorbeeld de aanvraag voor de netaansluiting.

Nieuwe generatie

Vicoma ontzorgt bedrijven zodat ze eindelijk stappen kunnen zetten met CO2-emissiebesparende projecten: van de virtuele tekentafel tot en met realisatie. De consultants en engineers denken het hele proces actief mee. Vanaf de strategie voordat de investeringsbeslissing wordt genomen tot en met de details van de implementatie. Dat het consultancy en engineeringsbureau daarmee ook zijn eigen toekomst veilig stelt, is een mooie bijvangst. De nieuwe generatie werknemers kiest namelijk bewust voor werkgevers die een positieve bijdrage leveren aan een duurzame toekomst. En laat die generatie nu juist goed kunnen omgaan met complexe, multidisciplinaire projecten.

Het Brightsite Plasmalab op Chemelot krijgt een subsidie van 230.000 euro van het ministerie van EZK. Verwacht wordt dat er met plasmatechnologie belangrijke doorbraken op het gebied van duurzaamheid komen voor zowel kunststoffabricage als het genereren van schone waterstof.

Minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) Stef Blok bracht vorige week een bezoek aan Brightsite om de steun van EZK voor het plasmalab te beklinken.

Plasmatechnologie is een efficiënt elektrisch proces voor het splitsen en synthetiseren van moleculen. Studenten en onderzoekers van de Maastricht University (UM) gaan aan de slag in het Brightsite Plasmalab, waar met geavanceerde apparatuur demonstrators worden ontworpen en gebouwd. Het Brightsite Plasmalab opent officieel op donderdag 18 november. Het plasmalab wordt de plek waar Brightsite partners UM, TNO en Sitech Services in samenwerking met bedrijven grensverleggend onderzoek doen, bestaande plasmatechnologie optimaliseren en nieuwe plasmaprocessen ontwikkelen, die toepasbaar en schaalbaar zijn voor de chemische industrie. De hele innovatieve keten kan gebruik maken van het Brightsite Plasmalab.

Plasmatechnologie

Plasma wordt ook wel de vierde aggregatietoestand genoemd, naast vast, vloeibaar en gas. Wanneer een gas in een voldoende sterk elektrisch veld wordt gebracht ontstaat een toestand waarin gasdeeltjes ioniseren. Dit geïoniseerde gas bestaat uit gasmoleculen en reactieve deeltjes zoals ionen, elektronen en radicalen. Deze combinatie van reactieve deeltjes maakt (nieuwe) chemische reacties mogelijk. In het hart van deze elektrische vlam, het hart van de plasmawolk, is de temperatuur heel hoog. Onder deze omstandigheden kunnen zeer snel moleculen worden gesplitst en gevormd. En omdat een plasma wordt opgewekt met elektrische energie is het proces erg duurzaam wanneer men groene elektriciteit gebruikt.

Consultancy bedrijf Roland Berger doet voor Tata Steel en FNV een onafhankelijk haalbaarheidsonderzoek naar de beste manier om de staalproductie te verduurzamen. Tata Steel wil in 2030 veertig procent minder CO2 uitstoten.

Het onderzoek betreft twee routes. De eerste is het afvangen en opslaan van een deel van de CO2 die vrijkomt uit de restgassen van hoogovens. Uit de restgassen produceert Tata Steel ook blauwe waterstof. In een tweede stap zou dan moeten worden overgaan van de hoogoven naar DRI-technologie. Deze directe reductie technologie kan ijzer maken op basis van aardgas of waterstof, uitgevoerd in combinatie met een of meer vlamboogovens.

De tweede route is direct de hoogovens uitfaseren en overstappen naar de DRI- technologie. De staalproductie is dan niet langer op basis van kolen, maar in eerste instantie op basis van aardgas. Als er voldoende groene waterstof beschikbaar is kan het bedrijf daarop overstappen.

Het haalbaarheidsonderzoek weegt een aantal criteria mee. Denk daarbij aan technische haalbaarheid, vermogen om aan de klimaatdoelen voor 2030 te voldoen, economische haalbaarheid, maatschappelijk draagvlak, impact op de milieubelasting en op de omgeving, werkgelegenheid en toekomstbestendigheid.

De verwachting is dat begin september een tussentijds beeld kan worden geschetst. De ambitie is dat dit haalbaarheidsonderzoek afgerond is in het najaar van 2021.

‘Na mijn studie ging ik op zoek naar een bedrijf waar ik wilde werken. Een bedrijf dat mijn visie en drive deelt en bewust en actief bezig is met verduurzaming. Daar wil ik bij horen, daar hoor ik thuis. Met een open sollicitatie koos ik voor Neste. Maar misschien koos Neste, met haar missie en visie, al wel eerder voor mensen zoals ik’, stelde young professional Tes Apeldoorn onlangs in haar talk bij ons jaarevenement Deltavisie 2021. Het klinkt haast mystiek, maar eigenlijk is het heel logisch…

De hele column van Wim Raaijen lees je in de digitale editie van Industrielinqs magazine!

DSM en AkzoNobel staan op de eerste en derde plaats in een nieuwe duurzaamheidsranglijst. De initiatiefnemers van de lijst willen investeerders stimuleren hun kapitaal te steken in voorlopers in de chemische industrie.

De duurzaamheidsranglijst van ChemScore toont investeerders de beste en slechtste prestaties in de chemische industrie. Het gaat om het niveau van duurzaamheid in de productportfolio van de 35 grootste beursgenoteerde chemiebedrijven. Europese chemiebedrijven staan veelal bovenaan de lijst. Een mix van Amerikaanse en Aziatische bedrijven volgt hen.

DSM en Akzo doen het goed ten opzichte van hun collega’s. Deze twee bedrijven lopen voor op de rest als het gaat om groene chemie en de ontwikkeling van veiligere chemicaliën. Twee bedrijven vergezellen hen daarin: Sherwin-Williams en LG Chem.

Bedreiging voor rendement

‘Voor investeerders is een beter begrip van de betrokkenheid van bedrijven bij de productie van gevaarlijke chemische stoffen van cruciaal belang. Veel van deze chemicaliën vormen niet alleen een bedreiging voor de gezondheid van de mens en het milieu. Ze vormen ook een bedreiging voor het rendement van een investering’, stelt Anne-Sofie Bäckar, uitvoerend directeur van ChemSec.

Als voorbeeld noemt ChemScore persistente chemicaliën, zoals PFAS. Deze chemicaliën hebben zich in de loop van decennia opgebouwd in de mens en de natuur. In de VS lopen inmiddels rechtszaken tegen verschillende chemiebedrijven die dergelijke stoffen produceren. De geschatte kosten variëren van 25 miljard tot 40 miljard dollar. ‘Het is geen toeval dat hun aandelenkoersen een duikvlucht hebben genomen in vergelijking met het gemiddelde van de industrie’, stelt Bäckar.

Follow This

De doelstelling van ChemScore doet denken aan het initiatief Follow This van Mark van Baal. Hij verzamelde daarmee ruim 4.700 aandeelhouders die in eerste instantie Shell opriepen om te vergroenen. Hij kreeg steeds meer navolging. Onder andere vier grote institutionele beleggers steunden zijn resolutie. Daarmee kon hij een aanzet geven tot een koerswijziging van Shell.

Inmiddels heeft Follow This ook aandelen in andere olieconcerns. Het wil Equinor (voorheen Statoil), BP, Chevron en zelfs ExxonMobil eveneens op een ander, duurzamer spoor zetten.

Lees hier een interview met Mark van Baal in Petrochem

Kijk hier voor meer informatie uit de ranglijst van ChemScore.

Om vezels te kunnen verwerken tot textiel moeten vele stappen worden doorlopen die behoorlijke milieubelastend zijn. In de textielindustrie wordt bijvoorbeeld zeer veel water gebruikt. Verder worden in het productieproces vet, olie, verf en andere chemicaliën gebruikt en zorgen productie en transport tussen verwerkingslocaties voor aanzienlijke CO2-uitstoot. Tijdens gebruik wordt het product meermaals gewassen en uiteindelijk wordt het nog altijd vaak als afval verbrand of gestort. Kan het groener?

Lees het volledige artikel in Het Nieuwe Produceren e-magazine!

De finalisten voor de Rabo Duurzame Innovatieprijs 2019 zijn bekend. Met deze prijs stimuleert de Rabobank (startende) ondernemers te werken aan innovatieve oplossingen die er toe doen. Ondernemers die niet alleen willen bijdragen aan de groei van hun bedrijf, maar ook aan een maatschappelijk vraagstuk en een betere wereld.

In totaal mogen negen finalisten, in drie verschillende categorieën, hun innovatie idee presenteren. Tijdens het event wordt in elke categorie een winnaar bekend gemaakt. Naast de categorieën ‘Food & Agri’ (finaliseten: Hanskamp, Fumi en Sponsh) en ‘Vitale gemeenschappen & zorg’ (finalisten: RelieVR BV, SocialGenomics en Speaksee) is er ook de categorie ‘Circulaire economie & klimaat’. De drie finalisten in deze categorie zijn: AsBeter, Cumapol BV en Zero foodwaste.

In deze categorie draait het om innovaties voor een duurzame economie met als doel:

  • kringlopen van grondstoffen of nutriënten te sluiten
  • uitstoot van broeikasgassen te verlagen
  • energie- en grondstofverbruik te verminderen of verduurzamen
  • vernieuwende initiatieven om samen innovatieve ketens te vormen

Asbeter was vorig jaar een van de genomineerden van de Enlightenmentz 2019. Lees hier meer over Asbeter.
De tweede genomineerde is Cumapol, onder andere bekend vanuit de samenwerking met BioBTX in de realisatie van een demofabriek die erop gericht is om biomassa om te zetten in chemische bouwstenen (lees meer). Voor deze wedstrijd draait het om een nieuw initiatief van Cumapol: CuRe. Momenteel wordt 91 procent van alle polyester nog niet gerecycled, omdat het kleur of additieven bevat. De CuRe polyester rejuvenation technology heeft als ambitie om elk type gebruikt polyester te verwerken tot transparante polyester pellets met dezelfde eigenschappen als nieuw polyester. Hiervoor is een proces op labschaal ontwikkeld, genaamd CuRe. Om genoeg bewijs te hebben en om de huidige productiefabriek uit te kunnen bouwen, is besloten een pilotfabriek te bouwen. Deze pilotfabriek wordt begin 2020 geopend in Emmen.
De derde finalist, Zero foodwaste, richt zich op het economische aantrekkelijk maken van voedselafval-reductie aan het eind van de keten (lees: bij horeca of consument), met een oplossing op basis van AI die vooruitstrevende technologie toegankelijk en intuïtief maakt voor dagelijks gebruik.

De finalisten maken kans op begeleiding, coaching en een geldbedrag vanuit de Rabobank. De prijswinnaars worden op 27 september bekend gemaakt tijdens het Springtij evenement op Terschelling.

Engie heeft bekend gemaakt dat zij haar duurzaamheidsambities versterkt met de overname van de Installect bedrijven, bestaande uit Installect Advies, Geocomfort, Insted en Reduses. De bedrijven leveren duurzame energiesystemen met een specialisatie op WKO (warmte koude opslag) en staan in de markt bekend als innovatief en klantgericht.

Engie zet fors in op innovatie in duurzaamheid. In Nederland heeft Engie daarvoor het bedrijf Engie Ventures & Integrated Solutions (EVIS) opgericht. De Installect bedrijven zijn complementair aan EVIS. Samen hebben ze meer slagkracht op zowel het gebied van innovatie als in de ontwikkeling en bouw van duurzame energiesystemen.

Met deze overname wil ENGIE haar duurzame ambities versterken en versnellen. De Installect bedrijven continueren hun bedrijfsvoering naar alle klanten en blijven onder dezelfde naam actief in markt.

Zes Nederlandse bedrijven hebben goud behaald voor hun duurzaamheidsbeleid, zo staat vermeld in het Sustainability Yearbook 2018 van RobecoSAM. Daarmee halen Nederlandse bedrijven samen met Duitsland en Frankrijk de meeste gouden medailles binnen voor Europa.

AkzoNobel, Koninklijke DSM, Philips, Philips Lighting, KPN en Unilever zijn bekroond tot goudhaantjes. Zij behaalden ieder in hun eigen categorie goud voor hun duurzaamheidsbeleid. Ook ABN AMRO, SBM Offshore en Randstad vielen in de prijzen. Zij ontvingen een zilveren beoordeling in hun sectoren. Acht andere bedrijven kregen een bronzen onderscheiding toebedeeld. In totaal zijn zestien Nederlandse bedrijven in het jaarboek van RobecoSAM opgenomen. Met dit aantal behoort ons land in de top vijf van Europa.

ESG-factoren

Verder valt in het Sustainbility Yearbook 2018 te lezen dat steeds meer bedrijven zich inzetten op Environment, Social en Governance (ESG)-factoren. Daarnaast blijven Europese bedrijven de koplopers op het gebied van duurzaamheid.

In het jaarboek worden de duurzaamheidsprestaties van ’s werelds grootste bedrijven beoordeeld. In totaal is de top 15 procent van 60 industrieën in 43 landen in kaart gebracht. Een analyse van circa 150.000 documenten en 2.200.000 datapunten leidde tot een uiteindelijke beoordeling, wat heeft geresulteerd in het uitdelen van 269 medailles.

 

MVO Nederland heeft samen met drie chemiebedrijven een nieuwe tool ontwikkeld die bijdraagt aan ketentransparantie: de SDG Relevance Tracker. De tool stroomlijnt het gesprek over transparantie tussen partners in de toeleveringsketen en helpt bij het stellen van specifieke doelen voor verduurzaming. De tool is geschikt voor mkb’ers.

Transparantie is in de chemie nog in ontwikkeling volgens MVO Nederland, zeker als het gaat om wat zich afspeelt in de internationale ketens. Veel bedrijven vinden het voor hun toeleveranciers en afnemers lastig om vragen goed te beantwoorden als: wordt er deskundig en zorgvuldig gewerkt en is de opslag veilig? Veroorzaakt een bedrijf geen directe of indirecte schade aan mensen of omgeving? Deze tijd vraagt van bedrijven dat zij zelf grip krijgen op de effecten van hun ondernemen. En dus ook dat van hun ketenpartners. Niet alleen hier, maar ook elders in de wereld.

Doelstellingen

Elsbeth Roelofs, sectormanager Chemie bij MVO Nederland: ‘In Nederland hebben bedrijven hun zaken over het algemeen goed op orde wanneer het gaat om gezondheid, veiligheid en het milieu. Maar in ontwikkelingslanden en opkomende markten spelen nog veel misstanden. Het nieuwe aan de SDG Relevance Tracker is dat deze tool bedrijven helpt om te beoordelen welke doelstellingen en indicatoren per Sustainable Development Goal (SDG) relevant zijn voor het bedrijf en de ketenpartners.’

Startpunt voor een gesprek met ketenpartners is dat bedrijven zelf weten aan welke SDG’s en bijbehorende doelen voor 2030 ze het meeste kunnen bijdragen. De tool leent zich voor het ondersteunen van de interne discussie over de meeste relevante SDG’s voor het bedrijf zelf. Door meerdere mensen intern de tool te laten invullen, wordt zichtbaar welke SDG’s en behorende doelen het meest relevant zijn. Maar ook waar de verschillen van inzicht zitten. De tool leent zich echter ook voor een projectportfolio van een consultant of NGO die wil checken welke SDG’s het meest relevant zijn gezien de focus van de organisatie.