Yara heeft een commerciële overeenkomst met Lantmännen gesloten om fossielvrije meststoffen op de markt te brengen. Vanaf 2023 produceert Yara meststoffen met hernieuwbare energie, die Lantmännen vervolgens in Zweden op de markt brengt. Dit is een belangrijke stap naar vergroening van de ammoniakproductie bij Yara.

De bouwsteen van minerale meststoffen is ammoniak. Dit wordt nu nog geproduceerd met aardgas. Ammoniakfabrieken zetten waterstof – gemaakt uit aardgas en water – met stikstof uit de lucht om in ammoniak. Van groene waterstof, gemaakt met hernieuwbare energie, kun je dus groene ammoniak maken, en daarvan fossielvrije meststoffen.

Yara heeft ook al plannen om in Sluiskil een honderd megawatt elektrolyzer te bouwen. Deze moet windenergie van Ørsted omzetten in groene waterstof en daarmee kan Yara vervolgens zo’n 75.000 ton groene ammoniak per jaar produceren. Dat is ongeveer tien procent van de capaciteit van de grootste ammoniakfabriek in Sluiskil. ‘Er staan drie ammoniakfabrieken in Sluiskil, dus dan kom je uit op zo’n vier procent groene ammoniakproductie’, rekende Sammy Van Den Broeck, vice president Climate Neutrality bij Yara International, vorig jaar in een interview voor. ‘Dat kan klein lijken, maar groene ammoniak, afgeleid van groene waterstof, bestaat vandaag de dag niet. Er is nog geen bestaande markt voor.’

Als Yara alle groene ammoniak omzet in kunstmeststoffen, dan kan het bedrijf een half miljoen hectare in Europa voorzien van groene kunstmest, stelde Van Den Broeck. ‘En dat is dan weer niet zo klein voor een product dat vandaag nog niet bestaat. Het is voor Yara aan de marktkant een heel grote stap.’

De overeenkomst met Lantmännen vormt voor Yara een mooi begin van de ontwikkeling van deze marktkant. Of de elektrolyzer in Sluiskil er komt, staat daar los van. Begin dit jaar zal dit duidelijk worden als Yara een definitieve investeringsbeslissing over de bouw van de elektrolyzer neemt. Het project kan dan in 2024/2025 operationeel zijn.

Lees hier meer over de plannen van Yara in Sluiskil.

Het MultiPLHY-project gaat de volgende fase in. Samen met partners bouwt en integreert Neste het komende jaar een hoge-temperatuur elektrolyzer in haar Rotterdamse raffinaderij. De installatie krijgt een capaciteit van ongeveer 2,4 megawatt.

Het MultiPLHY-project ging begin 2020 van start. Inmiddels is het conceptuele ontwerp voltooid en wordt de laatste hand gelegd aan de gedetailleerde uitwerking. In de volgende fase begint Neste met de bouwwerkzaamheden.

De technologie van de hoge-temperatuur elektrolyzer is van Sunfire. ‘We kijken uit naar de implementatie en ingebruikname van onze SOEC-electrolyzer’, zegt Nils Aldag, CEO van Sunfire. ‘Samen met het MultiPLHY-consortium gaan wij een innovatieve oplossing demonstreren over hoe de raffinage-industrie duurzamer kan worden.’

Rendement

SOEC staat voor solid oxide electrolysis cell. De technologie werkt bij hoge temperaturen van 850 graden Celsius. Dankzij het gebruik van warmte heeft de hoge-temperatuur elektrolyzer aanzienlijk minder elektriciteit nodig om één kilogram groene waterstof te produceren. Sunfire claimt een rendement dat ten minste twintig procent hoger ligt dan dat van een elektrolyzer die bij lage temperatuur werkt.

In mei kon het bedrijf al een succesvolle test met een 225 kilowatt elektrolyzer melden. Deze module bestaat uit zestig stacks met 1.800 cellen die in serie zijn verbonden. Hij produceert 5,7 kilo waterstof per uur en het energieverbruik van de module is minder dan veertig kilowattuur per kilo waterstof. Voor het MultyPLHY-project combineert Sunfire meerdere van deze modules.

Naast Neste en Sunfire zijn de partners van het MultiPLHY-consortium onder meer de Franse publieke onderzoeksorganisatie CEA, ingenieursbureau en technologieleverancier Paul Wurth en ENGIE.

Wereldwijd wordt flink geïnvesteerd in elektrolyzers die water met behulp van groene stroom splitsen. De Nederlandse bijdrage aan deze groene waterstofmarkt is echter nog niet heel groot. Het Elektrolyzer Makersplatform wil hier verandering in brengen. Al was het maar dat Nederlandse bedrijven de technologie kunnen leveren om grootschalige productie mogelijk te maken.

Het hele artikel lees je in de speciale (digitale) editie van Industrielinqs, Dossier Waterstof

Engie overweegt de bouw van een elektrolyzer in de Kooyhaven in Den Helder. De installatie zet de stroom om van een nieuw zonnepark vlakbij de gasbehandelinginstallatie van NAM. Het groene waterstofgas is met name bedoeld voor de transportsector.

Engie en Port of Den Helder overwegen de bouw van een één tot anderhalf megawatt elektrolyzer in de Kooyhaven in Den Helder. De elektrolyzer zou de stroom van een nieuw drie megawattpiek zonnepark op industrieterrein Oostoever omzetten in groene waterstof. De elektrolyzer lost ook eventuele congestieproblemen op het lokale net op.

Het groene waterstofproject maakt deelt uit van een verduurzamingstraject dat Port of Den Helder samen met Engie, Total, Damen Shipyards, Alliander en andere partners uitstippelde. De haven bouwt voor een belangrijk deel op de offshore gasindustrie, een sector die langzaam maar zeker zal verdwijnen.

Waterstofvaartuig

In het gebied van de Kooyhaven bouwt Total waterstof vulpunten waar personenvoertuigen en vrachtwagens kunnen tanken en schepen waterstof kunnen bunkeren. Als onderdeel van het project ontwikkelt Damen Shipyards een servicevaartuig dat elektrisch vaart op waterstof. Het schip zal onder andere gebruikt worden door onderzoeksinstellingen en Port of Den Helder.

Lokale productie

Om de elektrolyzer te voeden met groene stroom bouwt Engie in eerste instantie een zonnepark van 2,8 megawattpiek. Voor dit zonnepark is in november 2020 een vergunning verleend. Zodra de uitslag van de SDE++ subsidie aanvraag bekend is, start men de bouw van het park. In een later stadium volgt dan een groter zonnepark. Het streven is begin 2022 de keten van een zonnepark, elektrolyzer en tankstation volledig operationeel te hebben.

Netbalans

Samen met de regionale netbeheerder onderzoeken de betrokken partijen of de waterstofinstallatie een rol kan spelen in de netcongestie. Door bij aanbod van veel zon en wind waterstof te produceren en daarmee te voorkomen dat zonneparken of windparken moeten worden uitgezet. Ook kijkt Engie naar het inzetten van de elektrolyzer als flexibel regelvermogen.

Blauwe waterstof

Vorig jaar kondigde het samenwerkingsverband van bedrijven en overheden in Den Helder H2Gateway aan de mogelijkheden te verkennen voor grootschalige productie van blauwe waterstof. H2Gateway wil een faciliteit ontwikkelen voor de centrale productie van ongeveer 0,2 megaton blauwe waterstof per jaar voor de industrie.

 

Het lijkt of het Afkenel Schipstra niet uitmaakt voor welk bedrijf ze de boodschap verkondigt. Ze blijft een ambassadeur voor waterstof als belangrijke pion in het schaakspel van de energietransitie. ‘En nee, het is geen ei van Columbus, maar hernieuwbare waterstof is wel een onmisbare schakel in de energietransitie.’ Sinds kort verkondigt ze de boodschap voor Engie. Haar titel maakt haar rol direct duidelijk: senior vice president Business Development Hydrogen Netherlands.

Schipstra maakte bewust de overstap naar Engie, een volgens haar sterk internationaal bedrijf met grote ambities in de energietransitie. De nieuwe CEO Catherine MacGregor, die begin dit jaar is aangesteld, heeft de opdracht meegekregen het domein van duurzame energie te vergroten. Een opdracht die Schipstra als muziek in de oren klinkt en die past bij een bedrijf dat zo geworteld is in de energiewereld. ‘Engie is wereldwijd actief in zowel de opwekking als transport en opslag van energie’, zegt Schipstra. ‘Een deel van het bedrijf is in handen van de Franse staat, terwijl Engie ook particuliere aandeelhouders heeft. Door deze mix van publieke en private financiering krijgt de directie meer ruimte om strategische investeringen te doen.’

‘Als je hier groene waterstof kunt produceren, kunnen dieselgeneratoren plaatsmaken voor waterstofvarianten.’

Afkenel Schipstra, senior vice-president Business Development Hydrogen Netherlands Engie

Waterstoflocaties

De internationale status wordt wel duidelijk uit het strategisch plan voor waterstof dat Engie in 2017 uitrolde. De eerste plannen voor groene waterstofprojecten concentreerden zich op drie landen: Chili, Australië en Nederland. Vooral dat laatste feit was natuurlijk een trigger om aan te sluiten. ‘De keuzes zijn goed te verklaren’, zegt Schipstra. ‘Chili zit nu eenmaal op een gunstige breedtegraad voor zonne-energie. Tegelijkertijd gebruikt de mijnbouw in het land veel fossiele brandstoffen voor dieselgeneratoren en zware trucks. De grondstoffen die men delft zijn weer waardevol voor de productie van batterijen. En die zijn hard nodig in de energietransitie. Als je hier groene waterstof kunt produceren, kunnen dieselgeneratoren plaatsmaken voor waterstofvarianten en kunnen trucks op waterstof of wellicht ammoniak rijden.’

Australië ligt ongeveer op dezelfde breedtegraad als Chili en samen met ammoniakproducent Yara start Engie met een tien megawatt waterstoffabriek. Daarna zou de fabriek in stappen opschalen naar vijfhonderd megawatt productiecapaciteit. ‘De fabriek is goed voor ongeveer vijf procent van de mondiale ammoniakproductie, dus vergroening kan een behoorlijke impact hebben op de wereldwijde CO2-emissies.’

elektrolyzers

Flexibiliteit

Dat Nederland, en dan specifieker Groningen, als derde locatie is aangewezen, verbaast Schipstra niet. ‘De geografische positie van de Groningse Eemshaven is zeer gunstig. De verbindingen van de Cobra-kabel naar Denemarken en de NorNed-kabel naar Noorwegen komen vlak bij de Engie-centrale aan land. Daar komt het recente nieuws bij dat de stroom van het nieuwe windpark dat naast het huidige Gemini-windpark komt te liggen, ook in de Eemshaven zal aanlanden. Aan de productiekant zit het dus goed en met chemiepark Delfzijl vijftien kilometer verderop, zal ook de afname van groen waterstof geen probleem zijn.’

Overigens moet Gasunie dan nog wel een leiding aanleggen, maar zowel Gasunie als Groningen Seaports zijn zeer welwillend in het ondersteunen van dit soort duurzame investeringen. ‘Ook een groot pluspunt is de aanwezigheid van opslagcapaciteit in de zoutcavernes in Zuidwending. Overigens bieden de gasleidingen zelf ook nog een behoorlijke buffer. De zogenaamde linepack flexibiliteit vangt al een groot deel van de onbalans tussen productie en gebruik op.’

Gezond waterstofsysteem

Het beste nieuws is misschien wel dat Engie daadwerkelijk van plan is de elektrolyzer te bouwen. Of het door gaat, is met name afhankelijk van de financiële ondersteuning. Hoewel in Zuidwending wel al een elektrolyzer met een capaciteit van één megawatt staat, zet de honderd megawatt installatie meer zoden aan de dijk. ‘We hebben lang gepraat over waterstof als transitiebrandstof, nu is het tijd om echt te gaan bouwen. De specialisten zijn op dit moment de functionele specificaties aan het uitwerken zodat we in de zomer de tender kunnen uitschrijven. Dat betekent dat je in 2022 kunt gaan bouwen zodat in 2024 de eerste waterstof kan worden geleverd. Honderd megawatt is al een behoorlijke schaalvergroting. Zo’n installatie produceert dagelijks 1700 kilogram waterstof.’ Even om een beeld te krijgen: op één kilogram waterstof kan een gemiddelde auto honderd kilometer rijden.

‘We hebben lang gepraat over waterstof als transitiebrandstof, nu is het tijd om echt te gaan bouwen.’

Afkenel Schipstra, senior vice-president Business Development Hydrogen Netherlands Engie

Schipstra: ‘Maar laat ik wel duidelijk zijn: die honderd megawatt is nog maar het begin van wat nodig is om klimaatneutrale energie en een circulaire industrie mogelijk te maken. Die eerste kilo’s waterstof kunnen we gebruiken om een deel van de grijze industriële waterstof te vervangen voor een groene variant. Om echt stappen te maken, moeten we als maatschappij wel een aantal knopen doorhakken. De zogenaamde levelized cost of hydrogen (LCOH, red.) waarmee energiebedrijven rekenen, is mede afhankelijk van het aantal draaiuren van de assets. Als je een elektrolyzer alleen mag opereren op het aantal draaiuren van een offshore windpark, wordt de businesscase een stuk magerder. Het liefste zouden we ze op baseload willen laten draaien. Dat is met intermitterende bronnen lastig.’

Investeringen

Een oplossing daarvoor is om garanties van oorsprong te kopen om de elektrolyzers van groene stroom te voorzien, maar dat ligt politiek gevoelig. ‘Natuurlijk moet het aandeel offshore wind en zonnestroom omhoog, maar we moeten tegelijkertijd een gezond waterstofsysteem opbouwen. Politieke keuzes zijn belangrijk hierin. Dat kan via subsidies, maar ook door wet- en regelgeving meer te laten aansluiten op de fase in de energietransitie waarin we nu zitten.’

Vergeet ook niet dat de Nederlandse industrie momenteel al tien miljard kuub grijze waterstof gebruikt. Om alleen al dat gebruik te vergroenen, zijn installaties in de orde van gigawatts nodig. Schipstra: ‘En dan gebruiken bedrijven ook nog fossiele brandstoffen voor hogetemperatuurwarmte. Om de emissie van deze industriële gebruikers terug te dringen zijn grote sprongen nodig. De grijze waterstof kost echter één euro per kuub terwijl groene waterstof nu nog in de range van vijf tot zes euro per kuub zit. Een deel van het prijsverschil kan je overbruggen door innovatie en schaalgrootte. Voordat die effecten echter merkbaar worden, zou je wel al investeringen moeten doen in productie, transport en opslag.’

Samenwerking

Er zijn meer bedrijven in de Eemshaven met plannen voor elektrolyzers. RWE, Shell, Equinor, Vattenfall, Gasunie en Nobian ontvouwden ook ambities op dit vlak. Schipstra schuwt op dit vlak niet de samenwerking. ‘Sterker nog: ik denk dat ook Nederland meer over de grenzen naar samenwerking moet zoeken. De opgave is te groot om in silo’s te blijven denken. RWE is dan wel een concurrent, maar loopt tegelijkertijd tegen dezelfde beperkingen op als wij. Als we gezamenlijk de politiek kunnen betrekken bij onze ambities, helpt ons dat beiden. Pas bij een kritische massa ontstaat marktwerking. Dus kunnen we beter samenwerken om die kritische massa te bereiken.’

Schipstra kijkt dan ook al naar nieuwe kansen voor de Eemshaven energiehub. ‘Het mooie van waterstof is dat we het gemakkelijk door het bestaande gasnet kunnen transporteren. Niet geheel toevallig is met name de noord-zuid verbinding van Gasunie zeer ruim bemeten. De chemische industrie in Zuid-Limburg zit te ver van de kust om direct gebruik te kunnen maken van elektriciteit van offshore windparken. Je kunt dure kabels trekken of de bestaande gastransportsystemen gebruiken. Dan moeten die verbindingen nog wel worden aangepast, maar dat is stukken goedkoper en eenvoudiger dan kabels aanleggen.’

elektrolyzers

Demystificatie

En als Zuid-Limburg haalbaar is, waarom dan ook niet het Duitse Ruhrgebied? ‘De kansen zijn groot’, zegt Schipstra, ‘maar de Nederlandse overheid moet zich wel realiseren dat we niet alleen staan in de ambities. De Duitse en Franse overheid hebben net zulke ambitieuze plannen met waterstof en ondersteunen de energiebedrijven en industrie met harmonisering van regelgeving en subsidies. De Nederlandse minister van Economische Zaken en Klimaat heeft een prachtig visiedocument gemaakt waarin hij een grote rol ziet voor groene en blauwe waterstof. Het ministerie moet daar nu ondersteunend beleid aan koppelen zodat het voor bedrijven net zo aantrekkelijk wordt om in Nederland te investeren als in Duitsland of Frankrijk.’

Afkenel Schipstra, Engie: ‘Als we mensen nu al niet meekrijgen, kunnen we nog een zware dobber verwachten in de toekomst.’

Uiteindelijk kiest het Nederlandse volk zijn vertegenwoordiging, en daar lijkt de schoen met name te wringen. Schipstra: ‘De Nederlanders lijken wat ambivalent te staan tegenover de energietransitie. De ene helft denkt dat we het met kernenergie of zelfs thoriumcentrales redden en ziet niets in windturbines of zonneparken. De ander denkt juist dat we met duurzame energie alles kunnen afdekken. Ik wil mezelf graag inzetten voor demystificatie van de energietransitie. Mensen die met de energietransitie te maken krijgen doordat ze grote zonneparken of een windturbine voor hun deur krijgen, zien alleen de nadelen ervan. We moeten als branche meer het eerlijke verhaal vertellen van het energiesysteem. Hoe het nu werkt en hoe we het straks zouden willen zien. Als we mensen nu al niet meekrijgen, kunnen we nog een zware dobber verwachten in de toekomst. Het toekomstbeeld mét duurzame energie is een stuk aantrekkelijker. Maar mensen moeten wel het gevoel krijgen dat ze daar zelf aan meewerken.’

Een van de doelen van Philippe Engels is om mensen in een veranderende en uitdagende industriële omgeving te begeleiden. De plantmanager van Air Liquide in Rozenburg zit daarvoor op een uitstekende plek, midden in de haven van Rotterdam. Een groeiende omgeving waar hard wordt gewerkt aan de energietransitie. Air Liquide speelt daarin een grote rol op het gebied van waterstof.

‘Het liefste werk ik met mensen’, zegt Philippe Engels (58 jaar, 32 jaar in dienst). ‘Ik wil hen vooruithelpen.’ Een functie waarbij hij ‘alleen op de winkel past’, past niet bij hem. Hij gaat graag aan de slag om projecten op te zetten en verbeteringen en veranderingen door te voeren. Dat kan allemaal op de site in Rozenburg waar Air Liquide waterstof, koolmonoxide, CO2, elektriciteit en stoom produceert.

Dat er groei en innovatie mogelijk is, is niet alleen economisch gezien een voordeel voor het bedrijf, maar het helpt volgens Engels eveneens om zijn teams te motiveren. ‘Ik heb vroeger ook in streken in Frankrijk gewerkt waar de industrie eerder achter- dan vooruitging. Daar werd afgebouwd en men ging meer naar een dienstenomgeving toe. Dan is het moeilijker om teams te motiveren en om te verbeteren op de site. Dat is hier helemaal het geval niet. In de wereld in het algemeen wordt er veel naar duurzaamheid gekeken, maar Rotterdam is daar een voortrekker in. Het is leuk om projecten op dat gebied te zien verschijnen en om er denkoefeningen over op te zien komen. Hoe gaan we er over tien, twintig en dertig jaar mee om?’

Philippe Engels (Air Liquide): ‘De betrouwbaarheid van onze installaties moet enorm zijn. Een heel stuk van de Botlek hangt aan elkaar.’

Energietransitie

Air Liquide is zelf volop bezig met de energietransitie. Engels: ‘Wij produceren al enkele decennia waterstof. Op dit moment is dat voornamelijk grijze waterstof. Maar binnen de groep wordt gewerkt aan het maken van koolstofarme en koolstofvrije waterstof. We nemen bijvoorbeeld deel aan het Rotterdamse Porthos-project voor CO2-afvang en opslag. Hierbij worden pijpleidingen gelegd om de afgevangen CO2 naar een onderzees gasveld te brengen. Op die manier komt er geen CO2 in de atmosfeer, kunnen wij blauwe waterstof produceren en bijdragen aan het behalen van de klimaatdoelstellingen.’

Air Liquide neemt onder andere ook deel aan het project H-vision. Als eerste willen de partijen in dit project twee grootschalige blauwe waterstoffabrieken bouwen waarbij de CO2 wordt afgevangen, getransporteerd en onderzees opgeslagen. De kennis, investeringen en infrastructuur moeten uiteindelijk de weg effenen naar groene waterstof.

Elektrolyzers

‘De plannen voor elektrolyzers liggen bij ons op tafel’, zegt Engels. ‘Maar voordat we die uitvoeren, moet er goed worden gekeken naar capaciteit. Als je de waterstofproductie van vandaag zou willen maken via elektrolyzers, dan wordt dat heel moeilijk. Om die volumes te houden moet je reusachtige elektrolyzers bouwen. Daar heb je plaats voor nodig en ook windmolens en zonnepanelen die genoeg elektriciteit leveren. Dat is een stap die we samen met de overheid moeten bekijken.’

Een ander punt waar Air Liquide rekening mee moet houden, is de prijs van groene waterstof. Het is vandaag nog een stuk duurder dan grijze of blauwe waterstof. ‘De overheid zal daar ook een stukje in mee moeten helpen. De toekomst is groene waterstof. Technologieën zullen de komende decennia evolueren zodat er kleinere installaties of meer intensieve installaties kunnen worden gebouwd.’

Mobiliteit

Ondertussen merkt Engels dat de vraag naar blauwe en groene waterstof van klanten groter wordt. ‘We zien dat klanten bereid zijn om wat duurdere waterstof te kopen. Dat is een trend.’ Net als dat waterstof een rol gaat spelen in mobiliteit. ‘Samen met het Havenbedrijf Rotterdam hebben we het plan om voor 2025 een duizendtal vrachtwagens op waterstof te laten rijden. Om het vrachtvervoer van Rotterdam naar het achterland duurzamer te maken.’ Sinds 2014 heeft Air Liquide al een waterstoftankstation in Rhoon, naast de A15. Het bedrijf wil deze uitbreiden zodat er naast personenauto’s en vervoersbussen van Connexion, ook vrachtwagens terecht kunnen.

‘We moeten nu nog een goede manier vinden tussen het correctieve onderhoud, het plannen van dagelijks onderhoud en gepland onderhoud.’

Warmtekrachtcentrales

Air Liquide richt zich voor de energietransitie niet alleen op de verschillende kleuren waterstof, maar kijkt ook naar haar warmtekrachtcentrales. In Rozenburg staan er drie. Engels: ‘Warmtekrachtcentrales zijn de meest efficiënte manier om stoom mee te maken omdat je ook nog eens elektriciteit produceert. Ook daar kijken we naar verduurzaming. Er wordt bijvoorbeeld gesproken over een stoomnetwerk in de Botlek met verschillende bedrijven die stoom produceren en andere die stoom nodig hebben. Daarnaast zijn ook e-boilers een mogelijkheid. Die wereld verandert de komende jaren.’

plantmanagerAir Liquide houdt de veranderende wereld en bedrijven in Rotterdam goed in de gaten, want als een bedrijf uitbreidt, moet de leverancier van gassen daarop in kunnen spelen. Veel bedrijven zijn voor hun productie afhankelijk van de producten van Air Liquide.

Dat zorgt voor een van de grootste uitdagingen van Engels. ‘De betrouwbaarheid van onze installaties moet enorm zijn. Een heel stuk van de Botlek hangt aan elkaar. Als wij een storing hebben, is dat een breder probleem. Om onze klanten zo weinig mogelijk te storen, zijn wij altijd heel keen op de betrouwbaarheid van onze installaties. We zien daar altijd nog verbetermogelijkheden.’

Onderhoud

Zo loopt er momenteel een project om de maintenance excellence verder te verbeteren. Daar is mee begonnen nadat er een aantal wijzigingen zijn doorgevoerd in de organisatie. Het meerjaarlijkse onderhoud werd namelijk eerst door een apart team voor de hele Benelux voorbereid. Dat is nu nog maar deels zo. Een aantal taken zijn bij sites zelf terecht gekomen. ‘Dat gaat om het stuk rond elektriciteit en instrumentatie’, legt Engels uit. ‘We moeten nu nog een goede manier vinden tussen het correctieve onderhoud, het plannen van dagelijks onderhoud en gepland onderhoud. Dat vraagt een aanpassing aan de organisatie en de manier van werken van de medewerkers.’

In Rozenburg worden daarom de methodes toegepast van het centrale team voor de Benelux. Zo moeten de lokale teams die eerder verantwoordelijk waren voor het dagelijkse en correctieve onderhoud transformeren naar verantwoordelijken voor langetermijnonderhoud.

Turnarounds zijn een grote uitdaging voor Engels. Er moet rekening worden gehouden met al die bedrijven die afhankelijk zijn van de producten van Air Liquide. ‘Turnarounds moet je heel goed inplannen zodat ze zoveel mogelijk gelijklopen met plannen van klanten.’ Er moet voldoende waterstof kunnen worden geproduceerd voor de afnemers. Verschillende waterstofinstallaties verbonden aan een pijpleidingennetwerk dat zelfs reikt tot Noord-Frankrijk moeten aan de vraag kunnen voldoen. Er zijn daarom niet veel windows, waarin een stop kan plaatvinden.

Porthos

Air Liquide is betrokken bij Porthos, het project voor CO2afvang en opslag in Rotterdam. Ze heeft subsidievragen ingediend en werkt nu mee aan technische ontwikkelingen. Het project loopt op schema. Vanaf 2024 moet met het project jaarlijks 2,5 miljoen ton CO2 van de industrie worden opgeslagen in lege gasvelden onder de Noordzee. Eind vorig jaar hebben vier bedrijven (Air Liquide, Air Products, ExxonMobil en Shell) samen ingeschreven op in totaal twee miljard euro uit de SDE++-regeling voor de komende vijftien jaar. In het voorjaar wordt de toekenning van deze subsidie verwacht.

Eind 2021 zijn naar verwachting de vergunningprocedures achter de rug. 2021 wordt door de bedrijven vooral benut om zich voor te bereiden op de aanleg van de afvanginstallaties. De Porthos-projectorganisatie (EBN, Gasunie, Havenbedrijf Rotterdam) gebruikt dit jaar om de aanleg van de pijpleidingen op het land en in de zeebodem, het compressorstation en aanpassing van het platform op zee technisch voor te bereiden. Begin 2022 is de finale investeringsbeslissing voor Porthos gepland en kan de realisatie van start gaan.

Belangrijke ontwikkelingen in het afgelopen jaar waren het indienen van het milieueffectrapport (MER) en een aantal vergunningaanvragen, het maken van afspraken tussen Porthos en de vier bedrijven die van het Porthos-systeem gebruik willen gaan maken en de toezegging van de EU om 102 miljoen euro aan het project bij te dragen.

De plantmanager

In deze rubriek ‘De plantmanager’ laten wij elke keer een andere plantmanager aan het woord over zijn werk, visie en bedrijf. Hoe lukt het plantmanagers om succesvol te zijn en kunnen ze anderen daarin inspireren?Kent u interessante plantmanagers? Mail dan naar redactie@industrielinqs.nl

Het eerste Industrielinqs magazine in print (lees ook ons vorig e-magazine) is naar de drukker! In dit nummer: Het lijkt of het Afkenel Schipstra niet uitmaakt voor welk bedrijf ze de boodschap verkondigt. Ze blijft een ambassadeur voor waterstof als belangrijke pion in het schaakspel van de energietransitie. ‘En nee, het is geen ei van Columbus, maar hernieuwbare waterstof is wel een onmisbare schakel in de energietransitie.’ Sinds kort verkondigt ze de boodschap voor Engie. Haar titel maakt haar rol direct duidelijk: senior vice president Business Development Hydrogen Netherlands.

En verder:

Jan van Dinther van Siemens is onlangs uitgeroepen tot Jong Haventalent 2021. Een jaar lang is hij de ambassadeur en het rolmodel voor jong talent in de haven van Rotterdam. Hij wil concrete energietransitieprojecten in de haven zichtbaar maken en jongeren helpen de juiste studie te kiezen om daaraan bij te kunnen dragen in de toekomst.

BASF Antwerpen is al jaren bezig met duurzaamheid op het gebied van water. Ze wisselde ooit al van het gebruik van drinkwater naar oppervlaktewater, maar de toekomst vraagt om meer verandering. Vlaanderen ligt bijvoorbeeld in een waterstressgebied. Tijdens het congres Watervisie 2020 vertelde operations manager utilities Jürgen Moors op welke manieren er nog meer duurzaam met water wordt omgegaan.

Het klimaat en de energietransitie staan hoog op de politieke kalender. Dan mag je verwachten dat de kieslijsten voor de aanstaande parlementsverkiezingen daar enigszins op zijn ingericht. Maar zoals altijd rijst de vraag: Waar zijn de bèta’s?

Industrielinqs 2 verschijnt 2 maart. Lees het blad alvast tijdelijk online!

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) is een internetconsultatie gestart over investeringen in de bouw van elektrolyzers. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) wil de bouw van elektrolyzers voor de productie van groene waterstof opschalen. Iedereen die hier mee bezig is kan via de internetconsultatie meepraten.

De consultatie richt zich op bedrijven die overwegen in de komende jaren elektrolyzers te bouwen en daarover op korte termijn een investeringsbeslissing willen nemen. Het ministerie heeft in de consultatie een aantal specifieke vragen. Met deze informatie geeft het ministerie het tijdelijk opschalingsinstrument, zoals bijvoorbeeld een subsidie, vorm. Het gaat daarmee de bouw en het gebruik van elektrolyzers stimuleren.

Meedoen met de consultatie kan tot 9 februari.

Het Duitse Siemens Gamesa en Siemens Energy investeren samen 120 miljoen euro om een elektrolyzer te ontwikkelen die volledig is geïntegreerd in een offshore windmolen. Op die manier kan op zee direct groene waterstof worden gemaakt.

Over een periode van vijf jaar investeert Siemens Gamesa en Siemens Energy 40 miljoen euro in de ontwikkelingen. Siemens Gamesa gaat de krachtigste turbine ter wereld, de SG14-222 DD offshore windturbine, aanpassen om een elektrolysesysteem naadloos te integreren. Siemens Energy gaat een nieuw elektrolyseproduct ontwikkelen om niet alleen tegemoet te komen aan de behoeften van de ruwe maritieme offshore-omgeving en om in perfecte harmonie te zijn met de windturbine, maar ook om een nieuwe competitieve benchmark voor groene waterstof te creëren.

De elektrolyzer komt aan de basis van de windturbine te staan. De ontwikkelingen van de twee bedrijven dienen als proeftuin voor het realiseren van grootschalige kostenefficiënte waterstofproductie.

Voor het project krijgen de bedrijven waarschijnlijk subsidie van de Duitse overheid.

Twee Noord-Duitse bedrijven willen waterstof elektrolysers voor mobiliteit opzetten in de havenstad aan de Noordzee. Het gezamenlijke project eFarm, mede geïnitieerd door GP JOULE in Noord-Friesland, dient hier als model. Vanaf 2020 zullen vijf PEM-elektrolyzers aangedreven door windenergie, met elk een vermogen van 225 kW, waterstof genereren.

Die wordt gedistribueerd naar, in eerste instantie, vijf brandstofcel personenauto’s en twee brandstofcelbussen via twee tankstations voor waterstof in Husum en Niebüll. De bussen worden ingezet als onderdeel van het reguliere openbaar vervoer in het district Noord-Friesland. Bussen kunnen 350 km rijden en auto’s 600 km op één tank brandstof.

De twee bedrijven zijn GP JOULE uit Reußenköge in Sleeswijk-Holstein en de in Bremerhaven-gebaseerde startup Green Fuels. Zij hebben samen de BH2V Alliance gelanceerd. In deze samenstelling, samen met extra partners, ontwikkelen ze regionale mobiliteitsoplossingen met waterstof uit hernieuwbare energiebronnen. Het project waterstof elektrolysers voor mobiliteit heeft tot doel een infrastructuur te ontwikkelen voor de productie, opslag en handel van waterstof om klanten in de maritieme sector, het vrachtverkeer en het openbaar vervoer in het Bremerhavengebied te bevoorraden.