Tijdens het iLinqs-festival is Mateusz van Strien van Omexom vandaag uitgeroepen tot Techniekheld 2022. Hij kwam met het idee voor een opleidingsinstituut voor technici in de hoogspanningstechniek. En het idee werd gehonoreerd.

Binnen het Omexom Institute worden nu technici opgeleid, van het bedrijf zelf, van opdrachtgever Tennet en zelfs van concurrerende bedrijven. Geen overbodige luxe. Met de groeiende vraag naar elektriciteit door de opkomst van elektrische auto’s, de elektrificatie van de industrie en meer, moet het elektriciteitsnet worden uitgebreid. En daar zijn veel technici voor nodig.

De verkiezing

Technici die meer doen dan van ze wordt gevraagd, die continu bezig zijn zichzelf te verbeteren en die hun enthousiasme voor techniek over weten te brengen op anderen. Dat zijn Techniekhelden. Dit jaar vond Industrielinqs vier geweldige finalisten voor de verkiezing van de Techniekheld van het Jaar. Naast Van Strien waren dat Dio Kip (Spie), Christian Spruijt (Huntsman)  en Gaby op ’t Holt (BioBTX).

Mateusz van Strien kwam uit winnaar uit de bus na het tellen van de punten van de jury, een stemming op internet en een stemming onder het publiek van het iLinqs-festival.

Karen de Lathouder vult haar functie als CEO BP Nederland zichtbaar met veel energie en plezier in, al was het maar omdat ze zich nu ook over de retail van de BP stations mag buigen. ‘Een heel andere wereld, waar je veel dichter op de klant zit’, aldus De Lathouder. ‘Dat is ook zeer leerzaam voor onze andere activiteiten. Want we zullen de klant moeten meenemen in de transitie waar we nu voor staan.’ Lees het volledige interview met De Lathouder in het juni-nummer van Petrochem.

Verder in deze editie een artikel over schaarste en hoe daarmee om te gaan. Staal, aluminium, papier, hout en computerchips: het is of helemaal niet te krijgen, of tegen absurd hoge prijzen. De combinatie van hoge energieprijzen, de nasleep van de coronacrisis en de onzekere Oekraïnecrisis zetten de industrie momenteel voor grote dilemma’s. De hoge prijs van staal en andere bouwstoffen maken een projectbegroting haast onmogelijk.

Plantmanager Henk Feddes van Corbion staat voor een heel andere uitdaging. De vraag naar melkzuur is wereldwijd gestegen, maar de ruimte op het historische CSM-terrein is beperkt. Toch lukt het hem en zijn team met incrementele stappen steeds efficiënter te produceren en op te schuiven in de waardeketen. Vakmanschap en eigenaarschap zijn daarin belangrijke factoren.

Lees er meer over in het juni-nummer van Petrochem. Bij de lezers op 29 juni op de mat, maar nu tijdelijk online al door te bladeren.

Netbeheerder Liander roept ondernemers op een offerte uit te brengen voor congestiemanagement op het elektriciteitsnet in het Amsterdamse Westelijk Havengebied. Ondernemers rond elektriciteitsstation Westhaven kunnen aanbieden om tegen een vergoeding op afgesproken tijden minder elektriciteit af te nemen. Of juist meer elektriciteit aan het net te leveren.

Met de extra ruimte die daarmee op het net ontstaat kan Liander ondernemers op de wachtlijst de gewenste hoeveelheid extra elektrisch vermogen geven. Liander loopt in deze pilot vooruit op de nieuwe spelregels van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) voor congestiemanagement.

Net als in de rest van Nederland groeit de vraag naar elektriciteit in Amsterdam sneller dan de netbeheerders het elektriciteitsnet kunnen uitbreiden. Op steeds meer plaatsen bereikt het net zijn maximale capaciteit. Hier ontstaan wachtlijsten voor grootverbruikers van elektriciteit, zoals supermarkten, scholen, kantoren en fabrieken. Om in de snel stijgende elektriciteitsvraag te blijven voorzien, breidt Liander op veel plaatsen in de stad het elektriciteitsnet uit. Ondertussen werkt de netbeheerder, onder meer via de Taskforce Amsterdam, aan een scala van slimme oplossingen om het net efficiënter te gebruiken. Zo wil Liander meer ondernemers sneller de gewenste extra capaciteit te geven. Congestiemanagement is zo’n slimme oplossing.

Nieuwe regelgeving

Op plaatsen waar het elektriciteitsnet zijn maximale capaciteit heeft bereikt is de netbeheerder verplicht volgens de regels van de ACM te onderzoeken of er ondernemers bereid zijn tijdelijk minder elektriciteit af te nemen of op gezette tijden juist meer elektriciteit aan het net te leveren. Onder de oude regels voor congestiemanagement was dat zelden succesvol. Om meer mogelijkheden voor congestiemanagement te bieden heeft de ACM eind mei nieuwe regelgeving gepubliceerd. Met de nieuwe regels zijn er meer mogelijkheden. Zo kunnen netbeheerders naast dagbiedingen nu ook langetermijncontracten afsluiten met grootverbruikers en (lokale) producenten van stroom. Zoals ondernemers met windmolens of zonnepanelen.

Ook kunnen verbruikers en producenten met kleinere aansluitingen zich nu groeperen en gezamenlijk deelnemen aan congestiemanagement. De extra ruimte die daarmee ontstaat, kunnen de netbeheerders verdelen onder de klanten op de wachtlijst. De netbeheerders krijgen tot 25 november 2022 de tijd om deze spelregels te implementeren in hun bedrijfsprocessen.

Westhaven, Amsterdams Westelijk Havengebied

Voorafgaand aan de start van de pilot voor verdeelstation Westhaven voerde Liander gezamenlijk met de gemeente Amsterdam in 2021 een marktconsultatie uit. Men wilde achterhalen wat voor oplossingen ondernemers denken te kunnen inzetten om flexibel vermogen te realiseren in Amsterdam-West. De consultatie gaf een goed beeld van de huidige markt en partijen in Amsterdam omtrent flexibele inzet van hun elektriciteitsverbruik of -levering.

Uit de inzendingen blijkt dat er drie thema´s zijn waarin de markt de meeste potentie ziet: 1) de opslag van stroom in bijvoorbeeld batterijen, 2) de uitrol van laadinfrastructuur voor elektrische vervoer om daarmee extra ruimte op het net te creëren en 3) de uitrol van platforms voor energie uitwisseling en vraag- en aanbodsturing.

Vier pilotgebieden

Vooruitlopend op de nieuwe regels voor congestiemanagement is Liander naast de pilot in Westhaven nog drie pilots gestart. Hiermee wil de netbeheerder alvast ervaring opdoen om zo snel mogelijk gebruik te kunnen maken van de mogelijkheden van de recent gepubliceerde nieuwe regels. De andere pilots zijn in Leeuwarden op het bedrijventerrein Schenkenschans, in Ulft en in Marnezijl. De congestieproblematiek verschilt per gebied. Westhaven en Schenkenschans hebben te maken met congestie voor de afname van elektriciteit door grootverbruikers. Ulft kenmerkt zich juist door congestie door grootschalig duurzaam opgewekte groene stroom door zonnepanelen, zonneparken en windmolens.

Vicoma Consultancy & Engineering specialiseert zich in duurzame engineeringsprojecten. Het bedrijf merkt dat het daarmee ook een nieuwe bron van werknemers aanboort. Tijdens dag 1 van het iLinqs Festival van de Industrie (22 juni) bespreken Rob Rutten, Bastiaan Leeuw en Corné Groen in een live talkshow de kansen van de energie- en grondstoffentransitie voor een duurzame en toekomstbestendige industrie. Schrijf u nu gratis in, voor het festival.

Hoewel veel bedrijven hun CO2-emissies willen terugdringen, zien ze vaak op tegen de complexiteit van de implementatie. Vicoma ondersteunt bedrijven bij zowel de strategische keuzes als ook de praktische uitvoering van dit soort projecten. Heeft een fabriek bijvoorbeeld een grotere warmtebehoefte, dan kan een elektrische of gasgestookte boiler en oplossing bieden. Maar wellicht kan het herinrichten van processen de warmtebehoefte wel temperen.

Of neem het leggen van zonnepanelen op het dak van een bedrijfspand. Op het eerste gezicht een relatief eenvoudige ingreep. Als de dakconstructie echter moet worden verstevigd, neemt de complexiteit toe. En ook bij elektrificatie of bijvoorbeeld CO2-afvang is de inpassing van de nieuwe assets in de bestaande omgeving vaak het meest complex. Net als het vergunningentraject of bijvoorbeeld de aanvraag voor de netaansluiting.

Nieuwe generatie

Vicoma ontzorgt bedrijven zodat ze eindelijk stappen kunnen zetten met CO2-emissiebesparende projecten: van de virtuele tekentafel tot en met realisatie. De consultants en engineers denken het hele proces actief mee. Vanaf de strategie voordat de investeringsbeslissing wordt genomen tot en met de details van de implementatie. Dat het consultancy en engineeringsbureau daarmee ook zijn eigen toekomst veilig stelt, is een mooie bijvangst. De nieuwe generatie werknemers kiest namelijk bewust voor werkgevers die een positieve bijdrage leveren aan een duurzame toekomst. En laat die generatie nu juist goed kunnen omgaan met complexe, multidisciplinaire projecten.

Anders dan verschillende andere concerns gaat Shell de nodige transitie van binnenuit aan. De bestaande activiteiten moeten de nieuwe koers mogelijk maken. Veel nieuwe investeringen dienen zich inmiddels ook aan, van biobrandstoffen tot groene waterstof. In de mei-editie van Industrielinqs een interview met directeur Jos van Winsen van de Rotterdamse locatie: ‘We zitten hier op een investeringsniveau dat we meer dan vijfentwintig jaar niet meer hebben gezien.’

Verder in deze editie aandacht voor water. Fritesproducent Lamb Weston / Meijer is voor zowel zijn grondstoffen als zijn productie afhankelijk van zoet water. Aangezien het bedrijf in een waterstressgebied ligt, moet het bedrijf creatief omgaan met de schaarse bronnen. Daarvoor kijkt het niet alleen naar waterhergebruik en grondstofterugwinning in de eigen productie, maar ook naar samenwerking in de keten.

Lees ook alvast hoe innovators Termanox, O3Systems, SubMerge en Rolapac de waterketen kunnen helpen. Zij pitchen hun innovaties op 22 juni tijdens iLinqs, Festival van de Industrie. Het wordt de eerste Dragons’ Den of Water Transition.

Tijdens het iLinqs Festival zal eveneens bekend worden wie Techniekheld van het Jaar 2022 wordt. In dit nummer stellen de finalisten – Dion Kip (SPIE), Mateusz van Strien (Omexom), Christian Spruijt (Huntsman) en Gaby op ’t Holt (BioBTX) zich alvast voor.

Lees hierover en nog veel meer in het meinummer van Industrielinqs. Bij de lezers op 31 mei op de mat maar nu tijdelijk online al door te bladeren.

CEO Karen de Lathouder van BP Nederland verzorgt een van de key talks tijdens de opening op 22 juni van iLinqs, het festival van de industrie.

BP is al vijftig jaar aanwezig in de Rotterdamse haven. In de raffinaderij in de Europoort worden nu oliemoleculen omgezet in allerlei producten. ‘In 2030 zullen dat andere moleculen zijn: biobrandstof, waterstof,’ stelde De Lathouder onlangs. BP Nederland staat dus in het oog van de industriële transformatie. Tijdens een persoonlijke talk vertelt De Lathouder hoe zij de nabije en verdere toekomst ziet en waar de uitdagingen liggen.

Sinds dit jaar CEO

Na de studie en chemische technologie en promotie aan de TU Delft werkte Karen de Lathouder van 2008 tot 2015  bij Shell en AkzoNobel. In 2015 ging zij voor de oliemaatschappij Orpic in Oman aan de slag. Vanaf 2017 werkt ze bij BP,  in Engeland en Duitsland. Sinds dit jaar is zij CEO van BP Nederland.

iLinqs

Tijdens het iLinqs festival op 22 en 23 juni 2022 vieren we de industrie in de Onderzeebootloods in Rotterdam. Op verschillende terreinen is de industrie in transitie. Denk aan energie, grondstoffen, water maar ook op het gebied van digitalisering. Op die manier kan zij oplossingen bieden voor grote maatschappelijke uitdagingen. Echter, om deze transformatie mogelijk te maken is veel nodig: innovaties, investeringen, infrastructuur en niet te vergeten heel veel mensen. Het wordt tijd om de industrie in het spotlicht te zetten als stabiele, creatieve en vooral ook aantrekkelijke sector voor nieuwe generaties. Daarom nemen Industrielinqs en iTanks het initiatief om samen met verschillende andere partners, waaronder de Provincie Zuid-Holland, de VNCI en Deltalinqs het eerste Festival van de Industrie te organiseren: iLinqs.

Schrijf hier in voor het festival.

In het Nederlandse Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) dat minister Sigrid Kaag van Financiën naar de Tweede Kamer stuurde, adresseert het kabinet ook de groene transitie. Zo hervormt het kabinet de energiebelastingen en scherpt men de CO2-heffing voor de industrie en de vliegbelasting aan. Ook de nieuw aangekondigde offshore windparken (1,25 miljard euro) en bestaande waterstofinitiatieven (73 miljoen euro) staan in het voorstel voor Europese steun.

De EU-landen werden het in 2020 eens over een coronaherstelfonds van 750 miljard euro. De EU helpt met dit geld landen bij het herstel van hun economie na de coronacrisis. EU-landen kunnen aanspraak maken op het geld door plannen uit te voeren waarmee zij hun economieën sterker en weerbaarder maken. De EU eist dat lidstaten minstens 37 procent van de uitgaven besteden aan klimaatgerelateerde investeringen.

Het Nederlandse conceptplan bestaat uit 39 maatregelen, waarvan 23 investeringen en 16 hervormingen. De focus van de plannen ligt onder meer op klimaat, digitalisering, volkshuisvesting, kansengelijkheid, en de arbeidsmarkt.

Groene transitie

Het conceptplan bevat een pakket aan maatregelen die de groene transitie in Nederland moeten bevorderen. Zo hervormt het kabinet de auto- en energiebelastingen en scherpt men de CO2-heffing voor de industrie en de vliegbelasting aan.

Het kabinet stelt ook voor te investeren in groene waterstof. Het voorstel Groenvermogen van de Nederlandse economie investeert in een groene-waterstof-ecosysteem met klein- en grootschalige demonstratieprojecten, een R&D-programma en een human capital programma. Het voorstel moet toepassingen van groene waterstof in de chemie, transport en zware industrie versneld mogelijk via innovatie en kostenreductie.

De indieners van het plan willen starten met een aantal kleinschalige projecten van maximaal vijftig megawatt. Deze moeten regionale ketens ontwikkelen van productie, opslag, transport en toepassing van groene waterstof. Vervolgens wil men een aantal faciliteiten bouwen voor grootschalige productie van waterstof  (totaal 300 megawatt) .

Als laatste stelt men voor één of meerdere faciliteiten te bouwen voor grootschalig gebruik van groene waterstof in processen die nu nog afhankelijk zijn van aardgas. De demonstratiefaciliteiten moeten de haalbaarheid demonstreren van grootschalige (circa 100 megawattt) elektrolyse en toepassing van waterstof.

Offshore wind

Een belangrijk onderdeel van de Nederlandse aanpak voor de energietransitie is de inzet op windenergie op zee. Om extra windenergie op zee mogelijk te maken wijst het kabinet in het Programma Noordzee 2022-2027 windenergiegebieden aan. Met ruimte voor 10,7 gigawatt extra windenergie tot en met 2030 (tot een totaal van 21 gigawatt in 2030). Het realiseren van extra windenergie veroorzaakt wel inpassingskosten voor andere sectoren. Onder andere de netversterking op land zal extra kosten met zich meebrengen.

Keuzes

Alle voorstellen samen tellen op tot een hoger bedrag (7,7 miljard euro) dan waar Nederland aanspraak op kan maken (4,7 miljard euro). Op basis van de inbreng van de Tweede Kamer, de consultatie van de belanghebbenden, en de dialoog met de Europese Commissie werkt het kabinet aan het opstellen van een finaal plan. Het streven is om dit in juni 2022 aan de Tweede Kamer te presenteren.

 

De energietransitie vergt veel meer dan technologische oplossingen. Minstens zo belangrijk zijn kosten, gedrag en de beschikbaarheid van vakmensen, stelt TNO in de whitepaper De energietransitie moet sneller. Deze geeft een beknopt maar concreet overzicht van oplossingen waarmee de transitie kan worden versneld en laat zien wat daar voor nodig is.

In de whitepaper schetst TNO voor een aantal dominante sectoren belangrijke opties waarmee de energietransitie kan worden versneld. Het richt zich daarbij op de sectoren elektriciteit, industrie, gebouwde omgeving en mobiliteit, samen verantwoordelijk voor meer dan tachtig procent van de Nederlandse broeikasgasemissies. Ook wordt aandacht besteed aan de brandstoffen voor de internationale lucht- en scheepvaart en aan het verminderen van consumptie als aangrijpingspunt voor reducties in de onderzochte sectoren.

De studie biedt per sector een overzicht wat er nodig is om de energietransitie te versnellen. Waar zijn er al oplossingen voorhanden, waar zijn ze geïdentificeerd maar nog niet in gang gezet en op welke punten moeten er nog oplossingen worden ontwikkeld?

Gebrek aan mensen

Het oplossen van het gebrek aan mensen om de transitie te realiseren in de elektriciteitssector en in de gebouwde omgeving is cruciaal om de energietransitie te versnellen, stelt TNO in de whitepaper. Verder moet een nieuw marktmodel in de elektriciteitssector voorkomen dat de overgang naar zonne- en windenergie stagneert. Voor de verduurzaming van de industrie en de lucht- en scheepvaart is nog veel nieuwe technologische innovatie nodig. In de elektriciteitssector is het versneld aanleggen van netwerkcapaciteit een manier om sneller over te schakelen op schone energie.

Voor alle sectoren is ook de reductie van de consumptie belangrijk om sneller te verduurzamen, door een combinatie van gedrags- en systeemverandering. Ook het vroegtijdig en serieus betrekken van burgers bij klimaatbeleid, energieprojecten in de leefomgeving en de verduurzaming van huizen kan de transitie versnellen.

Download hier de whitepaper

Naïef? Misschien… Precies een maand geleden was ik op bezoek in het Russische consulaat in Amsterdam. Het gesprek met de handelsvertegenwoordiger van de Russische Federatie ging met name over waterstof. En vooral over hoe Rusland in de toekomst een belangrijke leverancier van Nederland kan worden.

De spanningen rond de Oekraïne speelden al op de achtergrond. Maar als journalist verkies  ik interesse – of misschien nieuwsgierigheid – al gauw boven een uitsluitend of vooringenomen politiek standpunt. Bovendien was er op dat moment alleen nog maar sprake van een dreiging. Toegegeven, geheel ontspannen was ik toch ook weer niet toen ik het consulaat aan het Museumplein in Amsterdam betrad.

Uitnodiging

Het was een interessant gesprek. Na wat koetjes en kalfjes, over Koningsdag op het Museumplein en de feesten voor de deur van het consulaat die losbarstten als Ajax landskampioen was geworden, ging het lange tijd over energie en met name waterstof. Immers Rusland heeft straks voldoende mogelijkheden om grootschalig blauwe en turquoise waterstof te produceren. En wellicht zelfs via de groene route. Uiteraard zoekt het land dan afzetmogelijkheden, onder andere in Nederland. Een verrassend open conversatie, met een in ieder geval op het eerste oog, sympathieke handelsvertegenwoordiger.

Het viel ook even: je kunt beter handel met elkaar drijven dan oorlog. Daar waren we het beiden over eens. Een haast Cruijffiaanse open deur, met mogelijk een diepere lading. De Europese Unie en de voorlopers daarvan zorgden ervoor dat er in en tussen de aangesloten landen sinds de Tweede Wereldoorlog geen oorlog meer is geweest. En nog steeds is dat zo, hoewel het met de gewelddadige invasie van Oekraïne ineens wel dichtbij is gekomen.

Ik heb sterk het idee dat de handelsvertegenwoordiger de huidige situatie ook niet zag aankomen. Hij zou me nog een uitnodiging sturen voor een online meeting tussen Russische en Nederlandse zakenlieden, half februari. Die uitnodiging heb ik echter niet meer ontvangen…

Een valkuil van redelijk denkende mensen is dat ze denken dat anderen ook uiteindelijk redelijk zullen zijn.

De agressieve aanval van Rusland op de Oekraïne bracht mij, en ik denk velen met mij, in verwarring. Tot het laatste moment dacht ik dat het toch niet zou gebeuren en dat de waarschuwingen van de VS en NATO ook onderdeel waren van het internationale spel. Putin zou toch niet de economie van Rusland op het spel zetten? Toch wel, dus.

Een valkuil van redelijk denkende mensen is wellicht dat ze denken dat anderen ook uiteindelijk redelijk zullen denken. Toen ik 9 november 2016 wakker werd met de onverwachte verkiezingswinst van Trump, zag ik hem met zijn kinderen en met name zijn jongste zoon op het podium staan. Ik dacht: die wordt wel milder als president. Niet dus. Hij bleek uiteindelijk een narcistische ontwrichter van de democratie.  Zoals er nu ook types in de Nederlandse politiek rondlopen. Het druist tegen alle redelijkheid in, maar ze zijn er. En er zijn ook nog eens enorme hordes mensen die ze volgen. Misschien moeten we ophouden om daar mild over te zijn.

Ondermijnen

Eind 2015 mocht ik een symposium bezoeken in Moskou. Georganiseerd door het Russische staatsgasbedrijf Gazprom en onze eigen Gasunie. Ik herinner me de haast lieflijke taferelen op het Rode Plein, waar de mooiste kerstballen werden verkocht en een nostalgische draaimolen haar rondjes draaide. Ik vroeg me af waarom Moskou zo weinig toeristen trok, met haar soms sprookjesachtige gebouwen en indrukwekkende metrostations. Het zou de Russische economie diverser maken, minder kwetsbaar. Nagenoeg de hele Russische economie is immers gebaseerd op de export van olie en gas.

Blijkbaar is Putin helemaal niet geïntereseerd in toerisme, omdat het verbindend kan werken. Het oude ‘verdeel en heers’ is eerder zijn credo. En alleen al met de inkomsten uit olie en gas kon hij jarenlang een oorlogskas opbouwen. En ja, het is verwarrend dat daar heel veel westers geld bij zit.

Industriële productie

Ik begrijp het daarom volkomen dat we alle economische banden met de Russische federatie willen verbreken. Ook bijvoorbeeld lof voor BP dat haar belang van 19,75 procent in het Russische Rosneft opgeeft. Het bedrijf zou door de verkoop aan het eind van dit kwartaal ruim 22 miljard euro moeten afschrijven. Geen gratis actie dus. Ik ben daarom ook benieuwd wat er gebeurt met Russische belangen in de Europese industrie. Zo zijn verschillende opslagterminals en zelfs installaties in de Nederlandse en Vlaamse havens deels of geheel in handen van Russische bedrijven.

In korte tijd worden rigoureuze beslissingen genomen. Niet zonder gevolgen. En ook zijn de puzzels nog niet helder. Zo kondigt de Duitse regering weliswaar de investering aan in twee LNG-terminals, maar die zijn natuurlijk niet in een paar nachten gebouwd. Eén daarvan betreft een terminal in Brunsbüttel die Gasunie aan het ontwikkelen is. De gesprekken met de Duitse overheid over de bouw zijn in de afrondende fase. Gasunie hoopt nog dit jaar te kunnen starten met het aanleggen van de terminal.

De komende lente en zomer zijn mogelijk de bestaande LNG-terminals en grootschalige ondergrondse opslagfaciliteiten tot het maximum te vullen met bijvoorbeeld Amerikaans schaliegas en extra invoer uit het Midden-Oosten. We kunnen natuurlijk met ons allen zo veel mogelijk doen om minder gas te gebruiken, maar op de korte termijn komen we niet veel verder dan de thermostaat een graadje lager draaien. En er zijn plannen om de industriële productie waar kan wat terug te schakelen.

Economisch isolement van Rusland is blijkbaar nodig en daarom moeten we zelf ook de tering naar de nering zetten. Hoezeer het bovendien ook indruist tegen de voordelen van verbinding en wederkerigheid. Er lijkt daar mogelijk weinig ruimte voor, net zo zeer dat er voorlopig een einde is gekomen aan de redelijkheid. Daar hoeven we in de huidige fase sowieso niet naïef over te zijn.

 

Het goede nieuws dat er eindelijk een kabinet is gevormd, ging gepaard met het nieuws dat er 35 miljard euro wordt vrijgemaakt voor vergroening van de Nederlandse industrie. Daarin maakt het aandeel groene stroom een veel groter deel uit van de Nederlandse energiemix. Dat dit een uitdaging is voor hoogspanningsnetbeheerder TenneT is nog zacht uitgedrukt. Toch heeft de industrie deels zelf in de hand hoe hoog de druk op het net en de daaruit vloeiende maatschappelijke kosten worden. Erik van der Hoofd en Patrick van de Rijt, respectievelijk hoofd marktontwerp en marktanalyse bij TenneT, willen graag in gesprek met de industrie en de overheid om samen tot de juiste keuzes te komen.

‘De voordelen van marktwerking zijn duidelijk’, zegt Erik van der Hoofd. ‘Vanaf het moment dat TenneT samen met de TSO’s van België en Frankrijk de elektriciteitsmarkten aan elkaar koppelde, zag je de prijzen gelijktrekken. Met een volwassen day ahead- en intra day-markt koppelden de partijen vraag en aanbod en sindsdien zijn er steeds meer landen bijgekomen. Daardoor kan een producent in Finland nu elektriciteit verkopen aan een gebruiker in Portugal en vice versa.’

De toevoeging van de flow-based day ahead-markt voegt daar nog een belangrijke component aan toe. ‘Die zorgt er namelijk voor dat capaciteit wordt toegewezen aan transacties die een hoge waarde vertegenwoordigen én een lage belasting op het net veroorzaken. De Europese consument profiteert dankzij deze marktkoppeling van lagere elektriciteitsprijzen, terwijl de netbeheerders een instrument hebben om de beschikbare capaciteit zoveel mogelijk te benutten.’

Aansluitplicht

Toch is de internationale energiehandel maar een deel van de puzzel. Dankzij de ontvlechting van energieproductie en transport zijn de transmission system operators (TSO’s) en distribution system operators (DSO’s) in Nederland in publieke handen en moeten ze voldoen aan Europese en lokale regels. Die zijn met name gestoeld op het principe dat de netcapaciteit altijd beschikbaar moet zijn en dat is met een medium als elektriciteit niet altijd eenvoudig. Zeker met het toenemend aandeel groene stroom ontstaan soms grote productiepieken die de volledige capaciteit van het net consumeren. Het is de vraag of netten op die pieken moeten worden ingericht of dat we accepteren dat bij productiepieken soms niet alle stroom de markt op kan.

De TSO’s en DSO’s hebben bovendien een aansluitingsplicht. Als een investeerder een wind- of zonnepark wil aanleggen, moet de netbeheerder de aansluiting regelen. Dat kan best lastig zijn in gebieden waar nog nauwelijks aansluitingen zijn of waar de netten al op hun uiterste capaciteit zitten.

netbeheerder

Patrick van de Rijt, TenneT

Ongelijke verdeling

Om het net stabiel te houden kopen de netbeheerders onder andere balanceringsreserves, blindstroom en zelfs herstelvoorzieningen in. Op die manier zorgt men ervoor dat stroomvraag en aanbod in evenwicht zijn terwijl ook de stroomkwaliteit geborgd is.

Patrick van de Rijt: ‘Een van de twistpunten heeft met name te maken met het zogenaamde redispatchen van invoeding en afname. Eenvoudig gezegd komt het er op neer dat als het transportnet pieken in het aanbod niet aankan, energiebedrijven in het ene gebied hun elektriciteitsproductie moeten terugdraaien, terwijl in een ander gebied moet worden opgeregeld. Noord-Duitsland kampt bijvoorbeeld bijna structureel met overschotten aan windenergie die men in Zuid-Duitsland op die momenten goed zou kunnen gebruiken. TenneT moet dan centrales in het zuiden op laten regelen en productie van bijvoorbeeld windparken in het noorden afregelen. De kosten hiervoor komen in de nettarieven terecht.’

‘Het is zonde om alle groene elektriciteit om te zetten in waterstof als de stroom ook direct kan worden ingezet.’

Patrick van de Rijt, hoofd marktanalyse Tennet

Ook in Nederland komt dit steeds vaker voor. De Nederlandse netbeheerders ontwikkelden hiervoor het samenwerkingsplatform voor congestiemanagement GOPACS, waar ook industriële afnemers kunnen deelnemen. Van de Rijt: ‘Voor een optimale marktwerking moeten we het marktontwerp zo aanpassen dat ook de schaarste van transportcapaciteit wordt meegenomen bij locatiekeuze van opwek en ook van hele grote industriële gebruikers. Voor alle denkbare andere markten geldt natuurlijk ook dat kosten voor transport en beschikbaarheid van belang zijn bij prijsvorming en keuze van productielocaties door investeerders.’

netbeheerderUiteraard kan een deel van het probleem worden weggenomen door meer netcapaciteit aan te leggen en netwerken verder te verknopen. Dat doet TenneT in Duitsland bijvoorbeeld met een half gigawatt HVDC-verbinding tussen Noord- en Zuid-Duitsland. ‘Maar daar zijn wel grenzen aan’, zegt Van de Rijt. ‘Behalve dat elektriciteitsnetten schreeuwend duur zouden worden, is het ook nog maar de vraag of er voldoende ruimte voor is. De energietransitie vraagt al om extra beslag op de boven- en ondergrondse ruimte en burgers staan niet te trappelen als daar ook nog twee keer zoveel hoogspanningslijnen bijkomen.’

Industriële elektrificatie

De industrie speelt in het krachtenspel een relatief nieuwe rol. Van der Hoofd: ‘Tot nog toe is de verdeling van het industriële energieverbruik tachtig procent gas en twintig procent elektriciteit. Door stimulering via subsidie aan de ene kant en beprijzing van CO2 aan de andere kant, stuurt de overheid op verduurzaming van het energieverbruik, onder andere via elektrificatie. Daardoor verdubbelt die twintig procent elektriciteitsbehoefte mogelijk richting 2030 en gaat deze waarschijnlijk naar zestig procent in 2050. In de praktijk zorgt dat ervoor dat veel bedrijven een zwaardere aansluiting nodig hebben, wat de druk op de netbeheerders alleen maar verhoogt.’

TenneT zou dan ook graag zo vroeg mogelijk bij de besluitvorming betrokken willen worden om bedrijven te helpen bij hun keuzes. ‘De geografische ligging van een bedrijf of cluster kan al heel veel verschil maken. Chemieparken aan zee kunnen eenvoudiger aansluiting vinden op offshore windparken dan grootverbruikers in het binnenland. Maar het maakt ook nogal uit of een nieuwe aansluiting vlak bij een hoogspanningsstation staat of daar ver vandaan. Hoe eerder we de plannen kennen, hoe eerder we kunnen beginnen met uitbreiding of het aanreiken van alternatieven. In sommige gevallen kan het interessanter zijn om een waterstofleiding in te zetten om duurzame energie te transporteren dan een elektriciteitsleiding.’

Peakshaving

Toch kan de industriële verschuiving naar elektriciteit -naast verduurzaming – ook een andere positieve invloed hebben op het energiesysteem. Van der Hoofd: ‘Aan de opwekkingskant zien we steeds meer volatiele bronnen zoals wind en zon. Waar het energiesysteem vroeger was afgestemd op de elektriciteitsvraag, moeten we met de nieuwe bronnen rekening houden met een aanbodgestuurde markt. Zolang het voldoende waait en de zon voldoende schijnt, kunnen bedrijven volop produceren. Maar we moeten gezamenlijk zoeken naar oplossingen voor de zogenaamde dunkelflaute, de windstille nachten. Grote elektriciteitsverbruikers zoals Aldel, ESD-Sic en Nobian zetten hun elektrische assets al in als virtuele batterij. Als de vraag het aanbod overstijgt, draaien ze hun productie een stukje terug. Hoe meer van dit soort flexcapaciteit in het systeem zit, hoe beter.’

Erik van der Hoofd, Tennet

Onderzoek wijst uit dat TenneT de piekbelasting van zijn elektriciteitsnet met wel tien tot zeventien procent kan verlagen als ze het volledige potentieel benutten van industriële vraagsturing. ‘Helaas krijgen juist bedrijven die hun stroomverbruik stabiel houden momenteel korting op het netwerktarief. Dit kan oplopen tot wel negentig procent korting. Bedrijven zullen dan niet graag overstappen naar een flexibeler stroomverbruik.’

Ook echte batterijen krijgen in het toekomstige energiesysteem een grotere rol. Van der Hoofd: ‘Terwijl ook waterstof zijn positie opeist, alhoewel ik zelf eerder een toepassing zie voor het gas als grondstof voor de industrie dan als energiedrager. Er wordt namelijk al veel grijze waterstof ingezet voor de productie van onder andere kunstmest. Deze vervangen voor groene waterstof levert op de korte termijn meer milieuwinst op.’

Waterstof

De beslissingen rondom het emissievrije waterstofgas hebben wel degelijk ook invloed op de keuzes van TenneT. ‘Ook hier geldt dat locatiekeuze zeer belangrijk is’, zegt Van de Rijt. ‘Het meest ideaal is natuurlijk om elektrolyzers te situeren dichtbij de aanlanding van een offshore windpark. Ook moet men goed nadenken over de inzet van de elektrolyzers. Voor een eigenaar van zo’n systeem is het interessanter om deze als basislast te gebruiken dan alleen als peakshaver. Het zijn tenslotte dure assets die je zoveel mogelijk wilt benutten. Het is echter zonde om alle groene elektriciteit om te zetten in waterstof als de stroom ook direct kan worden ingezet. De wetgever moet het dan ook interessanter voor partijen maken om in dit soort dure assets te investeren, ook als ze niet altijd worden ingezet.’

‘Hoe eerder we de plannen kennen, hoe eerder we kunnen beginnen met uitbreiding of het aanreiken van alternatieven.’

Erik van der Hoofd, hoofd marktontwerp Tennet

Draagvlak

Van der Hoofd: ‘Om de veranderingen bij te kunnen benen, hebben we echt andere spelregels nodig. We moeten immers investeren in geheel nieuwe systemen en de bijbehorende data-infrastructuur. We zouden dan ook iets meer ruimte willen van toezichthouder ACM om investeringen te doen die op het eerste gezicht buiten onze taken liggen. Maar die wel noodzakelijk om het energiesysteem van de toekomst vorm te geven. Natuurlijk streven we daarbij nog steeds naar de laagst mogelijke maatschappelijke kosten. We zouden wel sneller kunnen opschalen als we ook de ruimte krijgen om fouten te maken. De overheid zou zelf iets meer regie kunnen voeren in de keuzes voor productie, conversie, transport en opslag. Als ze daarbij kiest voor prijsprikkels, kan ze wellicht differentiëren in ruimtelijk ordeningsbeleid voor energieprojecten. Grond dichtbij gebruikers, infrastructuur of opslag kan dan aantrekkelijker worden gemaakt dan lastigere locaties. Hoe dan ook moeten we de komende jaren al het geld en mankracht inzetten op de energietransitie. Laten we er dan samen met de industrie en overheid voor zorgen dat die investeringen in de pas lopen met het maatschappelijke draagvlak.’