Gasunie wil haar investeringsprogramma voor de jaren tot en met 2030 uitbreiden. Voor 2022 staat al een groot aantal investeringen in duurzame energie-infrastructuur gepland. De Russische inval in Oekraïne is echter aanleiding om in 2022 ook extra aandacht te besteden aan de leveringszekerheid voor Nederland, Duitsland en Europa. Gasunie onderzoekt daarom de mogelijkheden om nog dit jaar de importcapaciteit voor LNG in Nederland verder te vergroten.

Gasunie zette volgens CFO Janneke Hermes grote stappen in het realiseren van de investeringsagenda tot en met 2030 van zeven miljard euro. In 2022 gaat de schop in de grond voor de eerste projecten. WarmtelinQ en Gasunie neemt dit jaar een beslissing over Porthos. Bovendien vroeg de Nederlandse regering de TSO te starten met de aanleg van de nationale waterstofinfrastructuur. De eerste investering daarvoor is in Rotterdam met het project HyTransport. Daarbij investeert Gasunie in een terminal voor LNG en waterstof in Brunsbüttel en hoopt het transportbedrijf snel nieuwe opties te presenteren om de importcapaciteit voor LNG in Nederland te vergroten.

Gasunie transporteerde in 2021 in Nederland 79,3 miljard kuub aardgas (+0,7 procent). In Duitsland vervoerde de TSO 27,3 miljard kuub (+6,6 procent). Het bedrijf is bovendien begonnen met het verlagen van de calorische waarde van H-gas via stikstofbijmenging. In het afgelopen gasjaar, dat loopt van oktober 2020 tot oktober 2021, vermeed men hiermee de productie van 39,3 miljard kuub Groningengas. Ook is in 2021 met man en macht gewerkt aan de bouw van de nieuwe stikstoffabriek in Zuidbroek. Die is mede vanwege de coronacrisis nog niet opgeleverd.

Resultaten in 2021

Het bedrijfsresultaat van Gasunie is 444 miljoen euro lager dan vorig jaar. Dit is vooral het gevolg van een terugname van een in het verleden verantwoorde bijzondere waardevermindering van 300 miljoen euro in 2020. Gecorrigeerd voor dit effect is het bedrijfsresultaat 144 miljoen euro lager dan in 2020. De terugname is ook grotendeels de oorzaak van de gestegen afschrijvingskosten met 21 miljoen euro ten opzichte van 2020.

De energiekosten voor gastransport zijn 110 miljoen euro hoger dan vorig jaar. Dit wordt voor ongeveer tachtig procent veroorzaakt door hogere energietarieven in met name de tweede helft van 2021. Daarnaast is het energieverbruik van de installaties toegenomen als gevolg van een hogere inzet. De hogere energiekosten in 2021 worden door de toezichthouder voor het merendeel nagecalculeerd, waardoor deze hogere kosten in de komende jaren terugvloeien naar Gasunie als hogere omzet.

De operationele kosten zijn vijftien miljoen euro hoger dan vorig jaar. Dit is vooral het gevolg van het verder opschalen van de energietransitie-activiteiten. Hierdoor is het aantal medewerkers in dienst en het aantal medewerkers dat Gasunie inhuurt aanzienlijk gestegen. In 2021 heeft Gasunie ruim 260.000 mensuren besteed aan de energietransitie. Omgerekend in mensjaren gaat het om meer dan 150 FTE.

Het resultaat na belastingen is 289 miljoen euro lager dan in 2020. Gecorrigeerd voor het effect van de terugname van de in het verleden verantwoorde bijzondere waardevermindering is het resultaat na belasting 64 miljoen euro lager.

Gasunie zet de komende tijd extra stappen om de leveringszekerheid van gas voor Nederland, Duitsland en Europa veilig te stellen. Het gaat daarbij concreet om de aanleg van een nieuwe opslagterminal voor LNG en duurzame energie in Brunsbüttel (Duitsland). Ook onderzoekt Gasunie de mogelijkheden om nog dit jaar de importcapaciteit voor LNG in Nederland verder te vergroten. Gasunie zet deze stappen in nauwe samenwerking met de Nederlandse en Duitse regering. 

Han Fennema, CEO van Gasunie: ‘De Russische inval in Oekraïne is een groot humanitair drama en wij leven mee met de bevolking die nu lijdt onder het oorlogsgeweld. Het is duidelijk dat deze oorlog consequenties heeft voor de Europese energiepolitiek. Als staatsdeelneming staan we intensief in contact met de Nederlandse en Duitse overheden. We delen onze kennis en expertise om de leveringszekerheid van gas op korte en langere termijn voor gezinnen en bedrijven veilig te stellen. Wij zetten hiertoe concrete stappen om zo snel mogelijk nieuwe energie-infrastructuur te bouwen.’

Twee terminals

De Duitse Bondskanselier Scholz kondigde zondag 27 februari in zijn toespraak in de Bondsdag de bouw van twee energie-importterminals aan. Eén daarvan betreft een terminal in Brunsbüttel die Gasunie aan het ontwikkelen is. De gesprekken met de Duitse overheid over de bouw zijn in de afrondende fase. Gasunie hoopt nog dit jaar te kunnen starten met het aanleggen van de terminal. Deze terminal zal naast LNG ook geschikt worden gemaakt voor het importeren van (groene) waterstof. Verder onderzoekt Gasunie op korte termijn hoe de LNG-importcapaciteit in Nederland verder vergroot kan worden. Zo kan de afhankelijkheid van de import van gas uit Rusland worden afgebouwd.

Gazprom

Gasunie bevriest daarnaast alle non-operationele relaties en contacten met Russische bedrijven zoals Gazprom. Vanuit het aandeelhouderschap van negen procent heeft de CEO van Gasunie qualitate qua zitting in het Shareholders Committee van Nord Stream. In het licht van de huidige ontwikkelingen schort Han Fennema zijn werkzaamheden in dit verband op. Verder wordt ook samenwerking op het vlak van kennisdeling en wetenschappelijke ontwikkeling bevroren.

Operationele contacten met Russische bedrijven zijn teruggebracht tot het minimumniveau dat noodzakelijk is voor het via onze infrastructuur faciliteren van de leveringszekerheid van Nederland en Europa. Vanwege de grote maatschappelijke en economische consequenties voor de samenleving in Europa volgt Gasunie hierin het kabinetsbeleid ten aanzien van gasimport uit Rusland. Uiteraard handelt Gasunie volledig in lijn met het Europese en Nederlandse sanctiebeleid.

Gasunie en Perpetual Next sloten een joint venture overeenkomst voor ontwikkeling en realisatie van het Torrgas Delfzijl project. De partijen willen een nieuwe fabriek bouwen die organische reststromen via torrefactie omzet in syngas en bio-char.

De verwachting is dat de bouw van de fabriek in het najaar van 2022 van start gaat. Met de eerste fase van dit project is een investering gemoeid van circa zestig miljoen euro. Deze investeringsbeslissing volgt later dit jaar.

Als de voorstudies gunstig blijken, willen de partners de fabriek in het chemiecluster Delfzijl bouwen. Perpetual Next neemt hierna de verantwoordelijkheid voor het beheren en bedrijven van de installatie. Gasunie zal de distributie van de gassen verzorgen die via het landelijke netwerk aan de bebouwde omgeving en industrie worden geleverd. De fabriek die naar verwachting in 2024 in gebruik wordt genomen, start met een groengasproductie van 12 miljoen kubieke meter per jaar. Mogelijk wordt dit snel opgeschaald naar veertig dan wel 120 miljoen kubieke meter groen gas per jaar.

Torrefactie

De fabriek zal gebruik maken van een hernieuwbare grondstof. Perpetual Next bezit de technologie om organische reststromen, groenafval en sloophout via torrefactie om te zetten in hoogwaardig hernieuwbare grondstof. Deze wordt aangevoerd per binnenvaartschip naar de fabriek. Door deze grondstof vervolgens in twee verhittingsstappen te vergassen, een ontwikkeling van technologie-partner Torrgas, ontstaat syngas.

Syngas vormt een basis voor vele chemische toepassingen dat fossiel als grondstof vervangt. Uit syngas kan onder meer groengas, methanol en waterstof worden gemaakt. De productie van syngas is mede kosteneffectief door het bijproduct bio-char. Dit is een zuivere vorm van koolstof met toepassingen als grondverbeteraar, in waterzuivering en voor de reiniging van schoorsteengassen van fabrieken. De eerste fase van dit project richt zich voornamelijk op het maken van groengas voor verdere distributie via het bestaande aardgasnet van Gasunie. De fabriek zorgt in eerste instantie voor een directe werkgelegenheid van vijftien banen.

Staattoezicht op de mijnen onderzocht of gasopslag Grijpskerk ook is in te zetten voor de opslag van laagcalorisch gas. De staatstoezichthouder concludeert dat dit geen negatieve gevolgen heeft voor Grijpskerk, terwijl de inzet van de gasopslag Grijpskerk wel positieve gevolgen heeft voor het Groningen-gasveld.

Een verandering van de samenstelling van het aardgas in de opslag in Grijpskerk, heeft volgens SoDM geen gevolgen voor mens en milieu. Voor de bodemdaling, kans op aardbevingen en de mate van bodembeweging maakt het geen verschil. De wijziging van de gassamenstelling verandert ook de wijze van gasinjectie en -productie in de opslag niet. Voor de productie uit het Groningen-gasveld heeft de inzet van de gasopslag Grijpskerk wel positieve gevolgen, omdat hierdoor het Groningen-gasveld op zo kort mogelijke termijn kan worden gesloten. Dit concludeert SodM in haar advies aan de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) over het plan van de NAM om voortaan laagcalorisch gas op te slaan in Grijpskerk.

Groningen-gasveld sneller dicht

In juni 2021 adviseerde SodM het ministerie van EZK om de gasopslagen Norg en Grijpskerk zo optimaal mogelijk in te zetten om zo min mogelijk te winnen uit het Groningen-gasveld. Op dit moment wordt de opslag in Grijpskerk enkel gebruikt voor de opslag van hoogcalorisch aardgas. Nederlandse huishoudens maken gebruik van laagcalorisch aardgas – oorspronkelijk afkomstig uit het Groningen-gasveld. Door hoogcalorisch gas met stikstof te mengen, ontstaat ook laagcalorisch gas. Door dit laagcalorische gas op te slaan in Grijpskerk, kan het Groningen-gasveld sneller definitief gesloten worden.

Duidelijkheid voor omwonenden over schade-afhandeling

De regio rond de gasopslag Grijpskerk bevindt zich binnen het effectgebied van zware bevingen in het Groningen-veld. Deze schades behandelt het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG). Voor niet alle omwonenden is duidelijk dat zij ook bij het IMG terecht kunnen voor eventuele schades, mocht er een beving voorkomen in de opslag van Grijpskerk. SodM begrijpt dat omwonenden zich hier zorgen over maken. Voor hen is het belangrijk dat zij niet te maken krijgen met verschillende loketten, maar op één plaats terecht kunnen voor alle mijnbouwschades. SodM adviseert EZK daarom ervoor te zorgen om duidelijk te maken dat de omwonenden van de gasopslag bij de IMG terecht kunnen voor de afhandeling van alle mijnbouwschades.

Het kabinet komt met een plan om bestaande gasleidingen aan te passen voor het transport van waterstof. Dat kondigt Staatssecretaris Yeşilgöz-Zegerius van Economische Zaken en Klimaat aan in reactie op het rapport HyWay27. Dit rapport concludeert dat het haalbaar, veilig en kostenefficiënt is om bestaande gasleidingen te hergebruiken voor waterstof.

Uit diverse onderzoeken blijkt dat CO2-vrije waterstof nodig is om de Nederlandse ambitie van een duurzame, klimaatneutrale economie te realiseren. Het HyWay27 onderzoek stelt dat de ontwikkeling van transportcapaciteit  voor waterstof een cruciale stap is om waterstof die sleutelpositie in onze economie en energievoorziening te geven. Op korte termijn ziet het onderzoek vooral vraag vanuit de industrie. Op langere termijn is de verwachting dat ook vanuit de sectoren mobiliteit, de gebouwde omgeving en de elektriciteitssector (CO2-vrij regelbaar vermogen) concrete vraag om transportcapaciteit voor waterstof ontstaat.

Uitrolplan

Het kabinet ziet een belangrijke rol weggelegd voor CO2-vrije waterstof bij de transitie naar een duurzaam energiesysteem. Waterstof kan niet alleen bijdragen aan het halen van de klimaatdoelstellingen, het biedt ook kansen voor economische groei. Nederland kan dankzij haar gunstige ligging, de internationale havens en de aanwezige gasnetten en opslagcapaciteit in de toekomst een spil zijn in de internationale waterstofmarkt. Om die kans te grijpen, zet het kabinet nu een belangrijke concrete vervolgstap: het ontwikkelen van een uitrolplan voor een transportnet voor waterstof.

Staatssecretaris Yeşilgöz-Zegerius: ‘Waterstof is nodig om onze industrie te verduurzamen en banen hier in Nederland te houden. Als we het goed aanpakken, kan ons land er bovendien ook nog een goede boterham mee verdienen. De overheid moet wat mij betreft de juiste randvoorwaarden bieden, zoals infrastructuur, zodat bedrijven de noodzakelijke verduurzamingsslag hier in Nederland kunnen maken. Dat we ons uitstekende gasnet met enkele aanpassingen veilig en kosteneffectief kunnen omvormen tot een transportnet voor waterstof biedt een grote verduurzamingskans voor de Nederlandse industrie die we niet mogen laten liggen.”

Hergebruik

Het kabinet concludeert op basis van het HyWay27 onderzoek dat een transportnet voor waterstof noodzakelijk is en dat deze omwille van kosteneffectiviteit voor een zo groot mogelijk deel zal moeten bestaan uit hergebruik van bestaande leidingen. Daarom is het kabinet voornemens Gasunie te vragen de ontwikkeling van het transportnet voor waterstof op zich te nemen en de gasleidingen vrij te spelen om te kunnen hergebruiken.

Ook komt het kabinet met een plan, waarbij gebruik wordt gemaakt van de Cluster Energiestrategieën (CES), dat inzicht geeft in waar en wanneer behoefte aan transportcapaciteit ontstaat. In combinatie met een tijdslijn voor het beschikbaar komen van leidingen, moet dit leiden tot een onderbouwde uitrol en fasering van het landelijk waterstofnet. Het is aan een nieuw kabinet om te besluiten hoe de leidingen moeten komen te liggen en de financiering daarvan.

1,5 miljard euro

Gasunie raamt de investeringen van het gehele project op 1,5 miljard euro. Deze investering is nodig omdat de infrastructuur vanaf het allereerste gebruik direct volledig beschikbaar moet zijn. Ook moet de capaciteit groot genoeg zijn voor de toekomstige vraag. Het landelijk waterstofnetwerk moet in 2027 gereed zijn en zal dan voor 85 procent uit hergebruikte aardgasleidingen bestaan, aangevuld met nieuwe leidingen. Groot voordeel is dat de kosten hiermee een factor vier lager uitpakken dan wanneer volledig nieuwe leidingen zouden worden aangelegd. De capaciteit van het netwerk bedraagt 10 GigaWatt, gelijk aan 25 procent van het totale energieverbruik van de Nederlandse industrie. Op termijn kan dit verder worden uitgebreid.

Half april start Gasunie met de pilot waarbij ze een boorgat vult met waterstof. De voorbereidingen hiervoor zijn in volle gang.

Het doel van de testen is om aan te tonen dat het boorgat, de leidingen, afdichtingen enzovoorts geschikt zijn voor de toepassing van waterstof. Wereldwijd zijn er vier locaties waar waterstof al wordt opgeslagen in zoutlagen. Gasunie voert de tests uit in nauwe afstemming met SodM en TNO. De eerste testen worden uitgevoerd op locatie A8 omdat hier al wel een boorgat, maar nog geen caverne is aangebracht.

De eerste materialen voor de pilot zijn inmiddels aangevoerd op locatie. De pilot neemt twee tot drie weken in beslag. Gedurende een paar dagen zal er 24 uur worden doorgewerkt.

Hystock

Gasunie onderzoekt met het Hystock-project of het mogelijk is waterstof op te slaan in de zoutcavernes in Zuidwending. De klanten van Gasunie gebruiken de zoutcavernes als peakshaver. Het gas kan zeer snel in de cavernes worden gebracht om na een aantal uren weer te worden ingezet, als duurzame bronnen te weinig elektriciteit produceren. Die rol kan waterstof ook vervullen. Sterker nog, door overtollige windstroom om te zetten in waterstof, wordt de businesscase voor windenergie een stuk gunstiger.

Henk Abbing, directeur Hystock: ‘Hoewel waterstofopslag in feite niet veel anders zou moeten zijn dan gasopslag, heb je wel andere compressoren, afsluiters, casings, leidingen en veiligheidskleppen nodig. Omdat daar nog niet veel ervaring mee is, moeten we de afzonderlijke onderdelen, maar ook de systemen valideren en beproeven.

 

 

Air Products en Gasunie gaven onlangs het officiёle startschot voor de bouw van drie nieuwe stikstoffabrieken bij Zuidbroek in Groningen. Dankzij de extra stikstofcapaciteit zet Gasunie in 2022 meer hoogcalorisch gas om in pseudo Groningengas.

De start van de bouwactiviteiten volgde op de definitieve goedkeuring van het project door minister Eric Wiebes van het ministerie van Economische zaken en Klimaat. De bouw van de installaties, die Gasunie medio 2022 in gebruik zal nemen, is een belangrijk onderdeel van de kabinetsplannen om de gaswinning in Groningen stop te zetten.

Stikstof

Het laagcalorische aardgas in Groningen maakt plaats voor hoogcalorisch gas uit bijvoorbeeld Rusland of Noorwegen (pijpleiding) of de rest van de wereld (LNG). Air Products bouwt daarom drie fabrieken voor Gasunie om de stikstof te produceren die het H-gas kunnen converteren naar G-gas.

‘We hebben ons gecommitteerd aan een versnelde stopzetting van de gaswinning in Groningen’, zei Han Fennema, CEO van Gasunie. ‘De bouw van deze installatie is een noodzakelijke maatregel om ervoor te zorgen, dat het aardgas uit het Groningse gasveld vanaf 2022 niet langer nodig is om de leveringszekerheid van aardgas in ons land te kunnen garanderen.’

Hoge capaciteit

De installaties van de stikstoffabrieken bij Zuidbroek beslaan ongeveer twaalf hectare en hebben een capaciteit van 180.000 kubieke meter stikstof per uur. Deze capaciteit is meer dan tien keer hoger dan die van de bestaande stikstoffabriek bij Zuidbroek.

Groningen Seaports, Gasunie, Shell en de Provincie Groningen slaan de handen ineen voor een ambitieus plan voor groen waterstof. Kern van het plan is de bouw van ’s werelds grootste windpark in de Noordzee. Uiteindelijk moet die rond 2040 een vermogen van 10 gigawatt krijgen. Daarvan moet in 2030 al 3 tot 4 gigawatt zijn gerealiseerd. Met deze windstroom moeten enorme hoeveelheden waterstof worden geproduceerd.

Het gonst al wat langer. Steeds meer partijen kondigen groene waterstofprojecten aan. Elektrolyzer-fabrieken die water omzetten in waterstof en zuurstof. Als locatie spant Noord-Nederland wel de kroon. De regio kan ook al op Europese steun rekenen op dit gebied.

Gasunie is bij veel projecten betrokken en ook Groningen Seaports en de provincie Groningen tonen vaak hun ambities op dit terrein. Nieuw is dat ook Shell zich laat zien. Dat versterkt onder andere de kapitaalkracht van het consortium enorm. Dat is belangrijk. Het gaat hier om enorme investeringen van miljarden euro’s in de komende decennia. Ook zal er overheidssteun nodig zijn en tal van vergunningen. De aankondiging vandaag is ook deels daar op gericht.

Uitstekende aansluiting

Om het plan te realiseren moeten er vele windturbines in de Noordzee verrijzen, boven Ameland en Schiermonnikoog, op een locatie die recent al werd aangewezen voor de bouw van windparken.

Het plan voorziet ook in de bouw van een enorme waterstoffabriek in de Eemsdelta. Het is echter ook denkbaar dat de windstroom al op zee wordt omgezet in waterstof. Afgeschreven gasplatforms zijn bijvoorbeeld om te bouwen naar waterstoffabrieken. In de Noordzee ligt een uitgebreid gastransportnet, dat een tweede leven kan krijgen. Groningen heeft al een prima aansluiting op deze infrastructuur.

Chemieclusters

In de eerste fase van het plan zal met name de industrie in de Eemsdelta van de aangevoerde waterstof kunnen profiteren en ook het chemiepark in Emmen zal worden ontsloten. Vervolgens is het de bedoeling dat op termijn ook de andere chemieclusters in Nederland en daarbuiten groen waterstof aangevoerd krijgen. Dat kan via gasinfrastructuur van Gasunie, die het bedrijf daartoe gedeeltelijk ombouwt. Uiteindelijk kan groen waterstof richting clusters stromen in Rotterdam, Geleen (Chemelot) en zelfs het Ruhr-gebied.

 

 

Gasunie heeft het project “Stikstof mengstation Zuidbroek 2” gegund aan een joint venture van Visser & Smit Hanab en A.Hak Leidingbouw. Het project omvat de infrastructuur om de huidige stikstoffabriek aan te sluiten op nog te bouwen extra stikstofinstallatie.

De joint venture realiseert voor het project een gasreduceerstation om hoogcalorisch gas op de juiste druk te brengen. Ook komt er een mengstation om stikstof en hoogcalorisch gas te mengen. Verder gaat de joint venture de infrastructuur verbinden met de huidige opslagcapaciteit. De doorlooptijd van het project is ongeveer twee jaar.

Groningen-gas

Eerder gunde Gasunie de bouw van de extra stikstofinstallatie in Zuidbroek al aan Air Products. Het gaat daarbij om drie luchtscheidingsfabrieken met een gezamenlijke capaciteit van 180.000 kuub per uur. Deze capaciteit is ruim tien keer groter dan de bestaande stikstofinstallatie in Zuidbroek. De planning is dat de stikstofinstallatie in het eerste kwartaal van 2022 in gebruik wordt genomen.

Gasunie mengt stikstof bij hoogcalorisch gas van buitenaf. Zodoende wordt het geschikt voor het laagcalorisch gasnet. Dit is belangrijk voor de afbouw van het Groningen-gas. Stikstof dat op een bepaald moment niet nodig is, gaat via een transportleiding naar een opslagcaverne. Daar blijft het op meer dan een kilometer onder de grond opgeslagen totdat het weer wel nodig is.

De Nederlandse Gasunie draagt zorg voor transport van het Nederlandse aardgas. Omdat in Nederland aardgas nagenoeg volledig in de ban gaat, staat het staatsbedrijf voor een enorme opgave. Scholte Strikwerda, manager verificatie & inspectie bij Gasunie, is zich bewust van de schone taak die er ligt. ‘Wij gaan een rol spelen in het faciliteren van de energietransitie door energietransport in andere moleculaire vormen mogelijk te maken.’ Hij gelooft in waterstof en is op zoek naar ‘oenen’ die zich willen committeren aan deze transitie.

Nederland heeft ruim 17 miljoen inwoners waarvan er ongeveer 11 miljoen beschikken over een rijbewijs. Deze inwoners vormen samen 7,8 miljoen huishoudens en die stoken in huis gemiddeld 19 tot 22 graden. Ruim 95 procent van de huishoudens is aangesloten op het aardgasnet. Er zijn zo’n 67 duizend industriële bedrijven die er mede aan hebben bijgedragen dat de aan- en afvoer van goederen in en uit de Nederlandse zeehavens in 2018 een recordniveau bereikte van bijna 605 miljoen ton. Zo’n 97 procent van al het wegvervoer rijdt nu nog op benzine of diesel. ‘Als we de klimaatdoelstellingen willen halen, dan moet het roer om’, zegt Scholte Strikwerda die blij is met de vele initiatieven die er zijn om dit te bewerkstelligen. ‘Als twee procent van die initiatieven lukt, dan ziet de wereld er over vijf jaar echt anders uit.’

Van het gas af

Nederland wil en moet om verschillende redenen van het gas af. ‘Het draait om twee verschillende discussies die door elkaar heen lopen’, legt Strikwerda uit. ‘Er ligt een opgave vanuit de energietransitie om CO2-emissie de komende decennia drastisch te reduceren. Voor 2050 geldt dat de Nederlandse energiesector honderd procent CO2-reductie moet hebben gerealiseerd. En de tweede reden waarom we van het gas af moeten is de problematiek in Groningen waar we nu het meeste aardgas vandaan halen.’

Strikwerda begrijpt heel goed dat vooral die laatste discussie gepaard gaat met veel emotie en dat mensen liever vandaag dan morgen de kraan dichtdraaien. ‘Je moet echter kijken naar het volledige energielandschap en niet alleen die emotionele discussie voeren, maar ook een kwalitatieve en een kwantitatieve discussie. Ja, het is haalbaar om Nederland in 2050 CO2-neutraal te maken, maar dan moet je keuzes voor het juiste alternatief zorgvuldig maken.’ Het zal een combinatie worden van groen gas, waterstof, groene stroom, omgevingswarmte, geothermie en restwarmte. ‘Maar waar kies je voor welke oplossing? Een gezin wil en kan niet opeens drie keer zo veel betalen voor warmte en licht. Verder vraagt het realiseren van een alternatief om een investering. Je kunt niet nu impulsief kiezen voor het een en over drie jaar alles weer om gooien.’

Verkenning

Met het Klimaatakkoord als een stip op de horizon, heeft Gasunie een visie geformuleerd op een mogelijke route naar een betrouwbare en betaalbare CO2-neutrale energievoorziening in Nederland in 2050. De ‘Gasunie Verkenning’ laat zien dat het mogelijk is, maar ook hoe groot en complex deze opgave is. Om het ietwat behapbaar te maken, vergelijkt Strikwerda Nederland met een grote procesplant. ‘Om de BV Nederland in bedrijf te kunnen houden, is het belangrijk om sturing te geven aan de procesflow en de massabalans. In principe kan het leidingnet van Gasunie met beperkte investeringen geschikt worden gemaakt voor waterstofstransport dus de benodigde infrastructuur is grotendeels aanwezig.’

tekst gaat verder onder de afbeelding
gasunie

Scholte Strikwerda: ‘Ja, het is haalbaar om Nederland in 2050 CO2-neutraal te maken.’

Gasunie gelooft in waterstof. ‘De gasvraag zal sterk gaan dalen – we verwachten een daling van 7 procent in 2030 en een daling van maar liefst 82 procent in 2050 ten opzichte van het huidige gebruik. Waterstof is in 2050 een belangrijke energiedrager, het is de meest logische molecuul om energie op te slaan. Het is CO2-neutraal en kan goedkoop worden getransporteerd via bestaande (gas)infrastructuur.’

Het gaat hier om toepassing in de gebouwde omgeving, in de transportsector (met name het vrachtverkeer) en om toepassingen in de industrie. Gasunie verwacht een toename van elektrificatie. In de Verkenning staat: De vraag naar energie in de vorm van moleculen zal in 2050 flink zijn toegenomen. Kolen en olie worden dan nog wel in de staalindustrie en de petrochemie gebruikt, maar wel met inzet van Carbon Capure and Storage (CCS) om de CO2 af te vangen en ondergronds op te slaan. De industrie zal in toenemende mate waterstof gaan gebruiken en deze wordt door andere partijen aangeleverd, of wordt aangevoerd via de bestaande aardgasleidingen.

Initiatieven

Strikwerda: ‘Echt in de toekomst kijken, kunnen we natuurlijk niet. Maar als je geen visie neerlegt, je deze niet inzichtelijk maakt en deelt met elkaar, heeft niemand enig idee welke weg moet worden bewandeld. Dan blijft het luchtfietserij. Daarom hebben wij deze visie neergelegd en zoeken we op verschillende vlakken de samenwerking om initiatieven die hieraan bijdragen, te kunnen ondersteunen.’

Gasunie heeft niet alleen een faciliterende en aanjagende rol. Het staatsbedrijf heeft onlangs de HyStock-installatie in gebruik genomen. Op het terrein van Aardgasbuffer Zuidwending in Veendam is een installatie gebouwd waarmee opgewekte groene stroom wordt omgezet in waterstof. Gasunie onderzoekt of het mogelijk is waterstof op te slaan in de zoutcavernes in Zuidwending. Strikwerda: ‘Er is geen aan-/uit-knop. De energietransitie is, het woord zegt het al, een transitie. Met veel suboptimale tussenoplossingen en vallen en opstaan. Maar als we er niet aan beginnen, dan komen we er nooit.’

De vele initiatieven die er zijn, ondersteunt Strikwerda dan ook van harte. ‘Het ene vind ik beter dan het andere. Windmolens op zee ja, maar Nederlandse grasvelden volbouwen met zonnepanelen, daarvan ben ik geen voorstander omdat je hiermee eigenlijk de natuurlijke CO2 capture in de weg zit. Gras zet immers CO2 om in zuurstof. Dat is het paard achter de wagen spannen. Maar plaats je zo’n enorm zonneveld op een woestijnvlakte in Australië, waar bovendien de zonkracht veel sterker is, dan geloof ik daar wel in.’ Strikwerda refereert aan het plan om in Pilbara, in West-Australië, een zonne- en windpark te realiseren met een capaciteit van maar liefst zes gigawatt, goed voor de stroomvoorziening van zeven miljoen huishoudens. ‘Nu zijn de kosten om deze energie naar Europa te krijgen nog hoog, maar op de lange termijn zijn hier wel oplossingen voor.’

Businesscase

‘Al gaat slechts twee procent van alle initiatieven door, dan maken we al grote stappen voorwaarts’, denkt Strikwerda. ‘Ontwikkelingen gaan namelijk exponen-tieel snel. Er zijn echt kansrijke initiatieven bij. Ongevangen vogels. Het zal in ieder geval niet aan ons liggen dat initiatieven niet gaan vliegen.’

De sceptici wil Strikwerda meegeven dat het eigenlijk een heel natuurlijk verloop is en dat we dit trucje al eens eerder hebben uitgevoerd. ‘We gingen van turf, naar kolen en olie en toen naar gas. Na de ontdekking van het Groningen-gas is heel Nederland omgeschakeld van stadsgas naar aardgas. Wij kunnen dat. Dan moeten we nu gaan omschakelen naar onder andere waterstof.’ Wel erkent Strikwerda dat het van groot belang is dat de transitie betaalbaar wordt.

tekst gaat verder onder de afbeelding
gasunie

Scholte Strikwerda: ‘Er moet een stimulans komen om daadwerkelijk die CO2 te reduceren of op te slaan.’

‘Nog iets waar we goed over na moeten denken: de businesscase. Het aardgas kwam gratis de grond uit. Dat was reuze interessant. Nu moet je dus een prikkel inbouwen om te gaan investeren in alternatieven. Als het gaat om macro-schaal, de BV Nederland, dan is het aan de overheid om die prikkels in te bouwen en randvoorwaarden te creëren. Zolang het kostentechnisch nog voordelig is om te kiezen voor schaliegas, dan helpt dit niet. En er moet een stimulans komen om daadwerkelijk die CO2 te reduceren of om dit te kunnen opslaan.’

Oenen

Commitment, samenwerking en een just-do-it mentaliteit zijn belangrijke voorwaarden om voor de BV Nederland de massa-balans intact te houden. Betrouwbare levering van energie, waarmee pieken worden opvangen en waarmee in 2050 die honderd procent CO2-reductie wordt bewerkstelligd, is het doel. Naast die discussie over de kwantitatieve en kwalitatieve levering, waarbij uiteraard de kansen en risico’s uitgebreid worden besproken, is het vervolgens de bedoeling om in een doe-modus te komen. ‘Daarom ben ik ook blij met dit artikel in iMaintain. Het positieve verhaal over deze energietransitie moeten we delen. En ik hoop van harte dat iedereen een ‘oen’ wordt en helpt om dit vliegwiel in gang te zetten.’

Dat moet Strikwerda uiteraard even uitleggen. ‘OEN staat voor open, eerlijk en nieuwsgierig. We moeten bij elkaar in de keuken kunnen kijken, van elkaar kunnen en willen leren en dat betekent dus ook dat je eerlijk bent over de pijnpunten en de faalmomenten. Op die manier kunnen we risico’s minimaliseren. En nieuwsgierigheid is van belang omdat je vooral niet moet uitgaan van datgene dat je al weet. Deze transitie vraagt om nieuwe kennis en de bereidheid om deze toe te passen.’ Strikwerda is 53 en hij kijkt uit naar de toekomst. ‘Ja, ik ga deze transitie meemaken en als het aan mij ligt stevig aanduwen. Ik hoop dat mensen mee duwen.’