Air Liquide investeert 125 miljoen euro in de bouw van een nieuwe luchtscheidingsinstallatie (ASU) in Moerdijk. Het is een nieuwe generatie ASU met een dagelijkse zuurstofproductiecapaciteit van 2.200 ton.

De ASU is in een aantal opzichten bijzonder innovatief. Zo ligt het energieverbruik tien procent lager dan bij de vorige generatie en zal de ASU worden gebruikt om het nationale elektriciteitsnet te stabiliseren, waardoor een breder gebruik van hernieuwbare energiebronnen wordt vergemakkelijkt.

Een luchtseparatie-eenheid is een industriële installatie die atmosferische (buiten)lucht scheidt in stikstof-, zuurstof- en argongas. De gassen worden vervolgens via pijpleidingen of vrachtwagens aan industriële gebruikers geleverd. De onderliggende technologie is gebaseerd op het feit dat elk van deze gassen een verschillend kookpunt heeft. De buitenlucht wordt aangezogen en eerst gefilterd en samengeperst. Vervolgens wordt de lucht – een mengsel van gassen – afgekoeld tot -173°C zodat het bijna vloeibaar wordt. Het afgekoelde gasmengsel wordt vervolgens in drie destillatiekolommen gescheiden in zuivere zuurstof, stikstof en argon.

Modulaire bouw

De bouw van ASU is momenteel in volle gang in Moerdijk en de start van de productie is gepland voor de zomer van 2022. De ASU in Moerdijk bestaat uit verschillende grote modules, waarvan de zwaarste 580 ton weegt en afmetingen heeft van 10 x 10 x 65 meter. De modules werden in de haven van Moerdijk op een ponton overgeladen met behulp van drijvende kranen. Vervolgens zijn ze met een zelfrijdende modulaire transporteur (SPMT) over het terrein vervoerd naar hun uiteindelijke bestemming, waar twee grote kranen ze op hun plaats hebben gehesen.

Strategische locatie

De locatie in Moerdijk is strategisch gekozen, zo bevestigt projectdirecteur Abel Slabbekoorn: ‘De locatie is gunstig gelegen ten opzichte van een aantal grote klanten in de industriehaven van Moerdijk. En Moerdijk ligt op een knooppunt van pijpleidingen naar Rotterdam en Antwerpen. Vanuit deze locatie kunnen we via onze pijpleidingen een groot deel van de Benelux bereiken. Wij kunnen nu ook per vrachtwagen vloeibare gassen leveren aan klanten in Nederland die momenteel vanuit België worden bevoorraad. Voor deze klanten zal dit resulteren in lagere transportkosten en dus een lagere CO2-voetafdruk voor de levering van de gassen.’

Zuurstof uit de ASU zal onder meer worden gebruikt in de chemische en glasindustrie en voor de staalproductie, terwijl de stikstof vooral zal worden gebruikt als inert veiligheidsgas in een reeks industrieën en bij de verpakking van levensmiddelen. Het gewonnen argon zal ook worden gebruikt als inert veiligheidsgas in de metaal-, automobiel-, elektronica- en levensmiddelenindustrie.

Verminderde CO2-voetafdruk

Het energieverbruik van de nieuwe ASU zal ongeveer tien procent lager liggen dan dat van ASU’s van de vorige generatie. ‘Dit hebben we bereikt door de compactere, modulaire constructie van de ASU en door verbeteringen aan luchtcompressoren, warmtewisselaars en turbines’, legt Abel uit. ‘Daardoor daalt niet alleen het specifieke energieverbruik – en dus de kosten die we onze klanten aanrekenen – maar ook de CO2-footprint. We hebben ook een stroominkoopovereenkomst van 25 megawatt gesloten, wat betekent dat de ASU’s worden voorzien van groene stroom uit windmolenparken in de Noordzee. Op termijn zal de ASU volledig op hernieuwbare energie draaien.’

Hernieuwbare energie

Een bekend probleem met duurzame energiebronnen, zoals zon en wind, is dat de stroom die ze leveren sterk afhankelijk is van de lokale weersomstandigheden. Toch moeten vraag en aanbod op het nationale net altijd perfect in balans zijn. Een systeem dat tijdelijk energie kan opslaan en deze energie vervolgens kan gebruiken wanneer de vraag weer toeneemt, is dan ook een belangrijke drijfveer voor een breder gebruik van hernieuwbare energie.

Daarom ontwikkelde Air Liquide het  Alive-systeem dat voor het eerst in Moerdijk wordt gebruikt. De installatie maakt gebruik van cryogene vloeibare lucht voor tijdelijke energieopslag. Hierdoor kan het energieverbruik gedurende een periode worden verlaagd, zonder dat de productie daalt. Dit helpt het net te stabiliseren, terwijl de voorzieningszekerheid toch gewaarborgd blijft.

Energie-Nederland is blij met het nieuws dat het demissionair kabinet volgend jaar ruim 6,8 miljard euro extra uittrekt voor het verminderen van de CO2-uitstoot. Het geld zal onder andere worden gebruikt voor investeringen in noodzakelijke energie-infrastructuur zoals waterstof en de verduurzaming van huizen. De belangenvereniging vraagt wel om ook na 2030 oog te houden voor ondersteuning van duurzame energieprojecten.

De urgentie om méér te investeren in de klimaatmaatregelen wordt met de gepresenteerde begroting onderstreept. Om ook na 2022 te kunnen blijven toewerken naar de doelen van 2030, roept Vereniging Energie-Nederland het kabinet op om snel besluiten te nemen over het vergroten van het aanbod CO2-vrije elektriciteit. Daarnaast is het cruciaal dat het kabinet stuurt op voldoende en tijdige investeringen in de energie-infrastructuur.

Meer aanbod CO2-vrije elektriciteit

Voor de elektrificatie van de industrie, vervoer en gebouwde omgeving is, bovenop de reeds bestaande plannen, extra aanbod van CO2-vrije elektriciteit nodig. Het extra budget van 3 miljard euro voor de SDE++ kan onder andere worden ingezet voor de ontwikkeling van extra zon- en windprojecten, maar helpt ook duurzame warmte en projecten in de industrie.

Om de komende jaren te kunnen blijven investeren in de verdere verduurzaming van de elektriciteitsproductie blijft een stabiel investeringskader ook na 2025 nodig. Dit kan door ontwikkelaars van zon- en windprojecten zekerheid te geven dat hun elektriciteit zal worden gebruikt door het gebruik van groene elektriciteit in de industrie te stimuleren. De verhoging van het SDE++ budget is hiertoe een eerste stap, maar er is ook een specifiek steunmechanisme nodig dat afkoerst op de concrete doelstellingen in 2030 en daarna. Door een koppeling aan te brengen tussen elektrificatie en extra productie van CO2-vrije elektriciteit, wordt de transitie verder versneld.

Naast deze koppeling tussen vraag en aanbod, blijft ook het financiële aspect aandacht vragen. Volgens de huidige plannen is de SDE++ al vóór 2025 niet meer beschikbaar voor nieuwe aanvragen voor zonne- en windenergie. Bij onzekerheid over de groei van de vraag naar duurzame elektriciteit, zullen investeerders niet geprikkeld zijn om nog grootschalig te investeren in duurzame productie. Dit terwijl de doelstellingen voor 2030 nog zullen worden verhoogd als gevolg van de Europese plannen, en daarnaast moet in 2050 onze gehele energievoorziening CO2-vrij zijn. Energie-Nederland pleit daarom voor bodemprijsregeling die de grootste risico’s bij tegenvallende elektrificatie wegneemt.

Noodzakelijke investeringen infrastructuur

In de begroting wordt ook aandacht besteed aan de noodzakelijke investeringen in het elektriciteitsnet. Het is cruciaal dat het kabinet stuurt op voldoende en tijdige investeringen door (regionale) netbeheerders in elektriciteitsnetten. Er moet voldoende ruimte zijn om anticiperend te investeren en dit moet gemakkelijker worden, bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van publieke middelen zoals het Recovery & Resilience fund. Tegelijkertijd blijven netbeheerders verplicht om tijdig te investeren. Er moet gekeken worden hoe netbeheerders gestimuleerd kunnen worden om anticiperend te investeren en of er andere structurele belemmeringen zijn die aangepakt moeten worden.

Energie-Nederland verwelkomt het vrijmaken van 750 miljoen euro voor een landelijke transportinfrastructuur voor groene waterstof (‘Waterstof Backbone’). En het extra budget voor het warmtetransportnet Zuid-Holland. Dit zijn belangrijke eerste stappen in de ontwikkeling van een waterstof-economie. Infrastructuur voor het transport van CO2-vrije waterstof is onontbeerlijk en de Europese Green Deal heeft dit belang verder vergroot.

De afgelopen periode waren de elektriciteitsprijzen hoog. Dit heeft gevolgen voor ondernemers die over 2021 subsidie ontvangen voor de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (en Klimaattransitie), de SDE+(+). De kans is groot dat zij hierdoor te veel subsidie hebben ontvangen. Ondernemers voor wie dit geldt, ontvangen hierover bericht, aldus Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

De hoogte van de subsidie is gekoppeld aan de gemiddelde marktwaarde voor elektriciteit. Hiermee bedoelt RVO de opbrengst van de geproduceerde elektriciteit. Hoe hoger de marktwaarde, hoe minder subsidie ondernemers ontvangen. Zij ontvangen dan namelijk meer van de energieafnemer. Bij een lagere marktwaarde krijgen ondernemers meer subsidie. Zij ontvangen dan immers minder van hun energieafnemer.

Jaarlijks subsidievoorschot

Ondernemers ontvangen ieder jaar een voorschot op de subsidie. Dit voorschot is gebaseerd op de jaarlijks vastgestelde, gemiddelde marktwaarde voor elektriciteit. RVO, die de regeling uitvoert, corrigeert het subsidiebedrag ieder jaar. Dit doet zij aan de hand van het vastgestelde, definitieve correctiebedrag. En de productiegegevens van het afgelopen kalenderjaar. Dit heet ‘bijstellen van de subsidie’.

Trend zet door

De trend van hoge elektriciteitsprijzen van de afgelopen maanden zet waarschijnlijk door. De verwachting is dan ook dat de definitieve correctiebedragen in 2021 hoger zijn dan de voorlopige correctiebedragen, waarop het voorschot was gebaseerd. De kans is groot dat ondernemers hierdoor te veel subsidie hebben ontvangen. Dit leidt tot een negatieve bijstelling.

Pensioenfonds PME neemt stelling in de klimaatdiscussie en verkocht alle beleggingen in de fossiele olie- en gaswinning en -distributie. Het pensioenfonds wil meer beleggen in sectoren die de energietransitie mogelijk maken, zoals netbeheer en energieopslag.

PME vindt de roep om aanpak van klimaatverandering evident. De deelnemers, gepensioneerden en werkgevers van PME zien volgens onderzoek het belang in van een aangescherpt klimaatbeleid. Het IPCC spreekt duidelijke taal die het pensioenfonds niet wil negeren. Steeds meer landen en bedrijven stellen ambitieuze doelen op klimaatgebied. Rechters interpreteren verdragen, wetten en overeenkomsten strikt. Rechterlijke uitspraken in de Urgenda- en Shell-zaak laten zien dat internationale klimaatafspraken niet vrijblijvend zijn. De rechters vinden dat bedrijven deze afspraken in woord én in daad moeten uitvoeren.

Netbeheer en energieopslag

Eric Uijen, voorzitter van het uitvoerend bestuur van PME: ‘Alles wijst dezelfde kant op. Wereldwijd moet en gaat de CO2-uitstoot de komende tien jaar drastisch naar beneden. De gevolgen van klimaatverandering voltrekken zich op dit moment onder onze ogen. Daarom beleggen we meer in sectoren die de energietransitie mogelijk maken, zoals netbeheer en energieopslag.’

Marcel Andringa, uitvoerend bestuurder balans- en vermogensbeheer: ‘Door ons klimaatbeleid binnen onze beleggingen was het aandeel van fossiele olie- en gasbedrijven al flink gekrompen. Door dialoog en uitsluiting viel een aantal individuele bedrijven af. Nu nemen we volledig afscheid van onze belangen in fossiele olie- en gasbedrijven.’

Nu focus op verbruikers

PME zet het engagementprogramma op klimaatverandering voort. Maar het programma krijgt een andere invulling. PME richt zich in het vervolg op grote verbruikers van fossiele energie. Die hebben handelingsperspectief en van hen wordt verwacht dat zij de bakens verzetten richting een schoon energiesysteem.

Op Ameland vinden binnenkort de eerste testen plaats met de onderwatervlieger van het Nederlandse bedrijf SeaQurrent: de TidalKite. Na enkele jaren van testen met diverse schaalmodellen startte Getijdencentrale Waddenzee met de demonstratie van de TidalKite.

De TidalKite onderwatervlieger heeft een eenvoudig, maar robuust ontwerp en zit vol slimme elektronica en software. De vlieger is met een hightech kabel aan een ‘monopile’ in de zeebodem verankerd en vliegert onder water dwars op de stroming. De door de vlieger opgewekte trekkracht drijft een hydromotor aan, die een generator laat draaien en groene elektriciteit opwekt.

De vlieger bestaat uit meerdere, achter elkaar geplaatste vleugels. Hierdoor dekt de TidalKite een groot oppervlak en oogst een zo groot mogelijke hoeveelheid energie. De hoge energieopbrengst maakt de TidalKite bij uitstek geschikt voor het benutten van het stromende water in stroomgeulen tussen de Waddeneilanden.

Het volledige TidalKite systeem is zo ontworpen dat deze ecologisch verantwoord inpasbaar is. Onderzoek en waarnemingen bij eerdere testen in de Waddenzee, door de Rijksuniversiteit Groningen en door ecologen, bevestigen dit.

Getijdenstroming

Getijdenenergie is dagelijks beschikbaar. Het is een belangrijke aanvulling op elektriciteitsproductie uit zon en wind en efficiënt in te passen in het bestaande elektriciteitsnetwerk. Zo kan het elektriciteitsnet op de Wadden eilanden optimaal benut worden en de infrastructuur (‘Wadkabels’) naar de vaste wal worden beperkt.

De TidalKite kan dicht bij de kust worden geplaatst. Hierdoor blijft de lengte van de benodigde elektriciteitskabels beperkt. Bovendien is installatie en onderhoud van het TidalKite systeem relatief eenvoudig en zijn specialistische, dure schepen hiervoor niet nodig. Één getijdenvlieger produceert veel elektriciteit in verhouding tot haar gewicht en is perfect te optimaliseren voor de vrijwel constante stromingcondities in de Waddengeulen.

Getijdencentrale Waddenzee

Eén TidalKite wekt genoeg elektriciteit op om maximaal 700 huishoudens een jaar lang van groene stroom te voorzien. TidalKites in de stroomgeulen tussen de Waddeneilanden kunnen voorzien in ongeveer zeventig procent van het totale elektriciteitsverbruik van de eilanden en zo’n twintig procent van de huishoudens in de Waddenkustgemeentes.

Hygro onderzocht de combinatie van een windturbine met een elektrolyzer. Op zich is dat niet nieuw, maar wel het feit dat het bedrijf de elektrolyzer in de voet van een windturbine wil inbouwen. Deze decentrale productie van groene waterstof belooft vele voordelen: meer energieproductie per vierkante kilometer offshore wind, goedkopere aanlanding van groene energie en geen netcongestie of problemen met energieopslag. De techniek vormt dan geen belemmering: de waterstofmolen vraagt wel om een nieuwe kijk op het energiesysteem.

Lees het artikel in de digitale editie van Industrielinqs magazine!

Het Europese statistiekbureau Eurostat meldt dat de Covid-19-pandemie nauwelijks invloed heeft gehad op de groei van hernieuwbare energiebronnen. De lagere energievraag ten gevolge van de lockdown-maatregelen trof een aantal brandstofcategorieën zwaar. Hernieuwbare energiebronnen vormen hierop een uitzondering en blijven groeien, vooral wat de elektriciteitsproductie betreft.

In 2020 bleef de elektriciteitsproductie uit fossiele brandstoffen dalen. Waar gascentrales op het hoogtepunt in 2007 nog 1.584.005 gigawattuur elektriciteit produceerden, was dat in 2019 nog maar tot 1.133.402 gigawattuur. Afgelopen jaar daalde de fossiele productie zelfs naar 1.022.589 gigawattuur: een daling met 9,8 procent ten opzichte van 2019.

Een soortgelijke trend werd waargenomen voor de elektriciteitsproductie uit kernenergie, waar de voorlopige gegevens voor 2020 met 683.183 gigawattuur (6,3 procent lager dan in 1990) het laagste punt sinds 1990 te zien geven.

Hernieuwbaar verslaat fossiel

In het afgelopen decennium groeide de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen opzienbarend. Volgens de voorlopige gegevens voor 2020 is de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare energiebronnen voor het eerst groter dan die uit fossiele brandstoffen. Het aandeel van hernieuwbare energiebronnen in de elektriciteitsproductie is in de loop van de tijd toegenomen van 303.279 gigawattuur in 1990 tot 979.866 gigawattuur in 2019. De voorlopige gegevens voor 2020 laten een verdere stijging zien tot 1.052.582 gigawattuur, wat 29 994 gigawattuur meer was dan de opwekking uit fossiele brandstoffen.

Elektriciteitsproductie uit andere bronnen en niet-gespecificeerde bronnen heeft slechts een zeer klein aandeel in de totale elektriciteitsproductiemix, namelijk ongeveer 5.200 gigawattuur in het afgelopen decennium. In 2020 zal dit aandeel 4.442 gigawattuur bedragen.

Fossiel brandstofgebruik daalt

Voorlopige gegevens voor 2020 wijzen op een aanzienlijke daling van het binnenlands verbruik van fossiele brandstoffen in de EU. In het algemeen wordt verwacht dat het verbruik van fossiele brandstoffen, met name vaste fossiele brandstoffen, in 2020 op een record laag niveau zal liggen sinds er gegevens beschikbaar zijn (1990).

Een enorme daling van het verbruik van aardolie en aardolieproducten en een matige daling voor aardgas staan in schril contrast met de trend van de voorgaande jaren. Uit de voorlopige gegevens voor 2020 blijkt dat het verbruik van aardolie en aardolieproducten met 12,9 procent is gedaald ten opzichte van 2019. In vergelijking met 2005 is het verbruik van aardolie en aardolieproducten in 2020 met 23,1 procent gedaald.

Het binnenlands verbruik van aardgas werd in 2020 minder getroffen: de daling ten opzichte van 2019 bedroeg slechts 2,6 procent. Toch was er een daling van 8,9 procent sinds 2005.

Steenkool

Het verbruik van bruinkool en steenkool bleef sterk dalen, als gevolg van de effecten van de pandemie in combinatie met die van het beleid om uit steenkool te stappen. In vergelijking met 2019 laten de voorlopige gegevens voor 2020 een aanzienlijke daling zien van 20,0 procent voor bruinkool en 18,0 procent voor steenkool. Tussen 2005 en 2020 is het verbruik van steenkool meer dan gehalveerd (-51,2 procent), terwijl bruinkool in dezelfde periode met 44,9 procent is gedaald.

Op Valuepark Terneuzen start Gutami Holding met de bouw van een 60 megawatt zonnepark, dat zonne-energie opwekt voor ruim 14.000 huishoudens.

Valuepark Terneuzen, een samenwerking tussen Dow Benelux en North Sea Port, heeft in 2019 de bouw en exploitatie van een 60 MW zonnepark aan Gutami Holding gegund. Inmiddels is het Duitse Pfalz Solar gestart met de bouw ervan op de locatie Mosselbanken. Het zonnepark is in november 2021 operationeel. En is dan het grootste zonnepark van Zeeland. Het park produceert meer dan 56 miljoen KWh per jaar, wat neerkomt op 22.600 ton CO2 besparing per jaar.’

De locatie Mosselbanken maakt onderdeel uit van het Valuepark Terneuzen. ‘Dankzij de groene stroomvoorziening op de Mosselbanken wordt de locatie extra aantrekkelijk voor nieuwe bedrijven om zich er te vestigen’, aldus Geerten van Dijk, directeur Valuepark Terneuzen.

Groene waterstof

Daan Schalck, CEO North Sea Port: ‘De bouw van dit zonnepark zorgt voor de verankering van bedrijvigheid en werkgelegenheid in het havengebied. Dit gaat hand in hand met de energietransitie en het behalen van de klimaatdoelstellingen waar Dow en andere bedrijven in North Sea Port aan meewerken. De productie van groene elektriciteit in de regio levert bovendien ook een bijdrage voor de productie van groene waterstof.’

ABNAMRO en Meewind zijn de financiële partners in het project. ABNAMRO verstrekt een lange termijn lening en Meewind maakt het via een achtergestelde lening mogelijk voor particulieren te investeren in dit project.

Afbeelding: artist impression

Vattenfall wil een elektrische boiler van 150 megawatt bouwen in Diemen. Deze kan duurzame warmte leveren op momenten dat er veel stroom uit zon en wind is. De installatie is krachtiger dan de omstreden biomassacentrale van 100 megawatt die Vattenfall in Diemen wilde bouwen.

De vergunningen en subsidie voor de boiler zijn rond. Het definitieve besluit volgt medio 2022 nadat de onlangs opgestarte aanbesteding is afgerond. De e-boiler kan dan in 2024 in gebruik worden genomen. De installatie is een soort waterkoker, die stroom omzet in warm water dat kan worden geleverd aan huishoudens en bedrijven of dat kan worden opgeslagen in de al aanwezige warmtebuffer. De e-boiler gaat alleen aan als er veel stroom uit zon en wind is.

De elektrische boiler wordt geplaatst bij een van de twee bestaande gascentrales in Diemen: Diemen-34. Het e-boilergebouw beslaat circa 20 bij 30 meter grondoppervlak en is maximaal 15 meter hoog. Het gebouw heeft plek voor twee elektrische boilers. Eén e-boiler heeft een diameter van zo’n 3,5 meter en een hoogte van 6,5 meter. Het vermogen van een e-boiler kan variëren tussen de 10 en 100 megawatt.

Infographic van een deel van de e-boiler. Bekijk hier de uitgebreide tekeningen

Biomassacentrale

De e-boiler heeft meer capaciteit dan de eventuele biomassacentrale van 100 megawatt waarover veel discussie is, maar kan dus minder worden ingezet. Er is namelijk nog niet voldoende groene stroom om de e-boiler veel te laten draaien. Met de huidige verwachte inzet van de e-boiler denkt Vattenfall ongeveer vijftien procent van de warmte duurzaam te kunnen leveren. Het aantal uur dat de e-boiler aan kan, zal de komende jaren wel stijgen vanwege de groei van het aantal wind- en zonneparken in Nederland. Met de Nederlandse overheid wordt momenteel bekeken hoe de elektrische boiler in de duurzaamheidsregelgeving en bouwregels kan worden gewaardeerd.

Daarnaast werkt Vattenfall aan de ontwikkeling van andere duurzame bronnen voor warmte, zoals geothermie, datacenterwarmte en aquathermie. Vattenfall wil in 2040 honderd procent duurzame warmte leveren in de regio Amsterdam.

Ineos sloot onlangs zowel met RWE als Engie een zogenoemd power purchase agreement (PPA) af. Kunstmestproducent Yara deed hetzelfde met Ørsted. Hoewel de motivatie en achtergrond van de samenwerkingen verschillen, zijn het wel typische voorbeelden van hoe de industrie integreert met de energiewereld. Hoe ver bedrijven daar in willen gaan, is met name afhankelijk van de flexibiliteit van de productieprocessen. Maar dat het aandeel duurzame elektriciteit in de energiemix toeneemt, mag duidelijk zijn.

De inzet van groene elektriciteit is een van de instrumenten van de zware industrie om haar CO2-uitstoot te verlagen. Nu kan die elektriciteit worden ingezet om elektrische pompen of verlichting te voeden, maar nog interessanter wordt het als de stroom de inzet van (proces)gas kan vervangen. Steeds meer (petro)chemische bedrijven sluiten dan ook zogenaamde power purchase agreements  (PPA’s) af met energiebedrijven. De PPA is een redelijk nieuw instrument dat de ontwikkeling, bouw en financiering van hernieuwbare energieprojecten ondersteunt. Traditionele PPA’s hebben doorgaans een looptijd van tien tot soms zelfs 35 jaar. In die jaren krijgt de klant vaak tegen een vaste prijs hernieuwbare energie. Veel leveranciers bieden daarbij nog extra diensten.

Groene ammoniak

Ammoniak krijgt inmiddels al mythische proporties in de discussie rondom de overgang naar een koolstofemissieloze energievoorziening. Waar waterstof alleen vloeibaar wordt bij zeer lage temperaturen, is ammoniak dat bij kamertemperatuur. Ideaal om waterstof (en stikstof) over grotere afstanden te transporteren. Het lijkt dan ook niet heel verwonderlijk dat een van de grootste kunstmestproducenten ter wereld een rol wil spelen in deze interessante markt. Want kunstmest bestaat voornamelijk uit ammoniak: een anorganische verbinding van waterstof en stikstof, waarvan het deel waterstof nu nog uit aardgas wordt gewonnen. Het is echter ook mogelijk ammoniak te produceren door stikstof te laten hydrogeneren met groene waterstof. Op die manier zou in afgelegen gebieden geproduceerde groene waterstof eenvoudig via schepen kunnen worden getransporteerd.

Offshore windenergie-leveranciers lijken de Nederlandse industrie steeds vaker te vinden bij het afsluiten van PPA’s.

Het Noorse bedrijf Yara vond een sterke bondgenoot in het Deense Ørsted dat steeds meer offshore windparken ontwikkelt. De samenwerking kan goed uitpakken voor beide bedrijven omdat Ørsted zeker is van een vaste afname van zijn windstroom. Yara op haar beurt bespaart honderdduizend ton CO2, wat het bedrijf emissierechten oplevert. Om de omzet van elektriciteit naar waterstof mogelijk te maken, investeren de bedrijven eerst in een honderd megawatt elektrolyzer. Daarmee kan Yara jaarlijks 75 duizend ton groene ammoniak produceren. Dat is nog maar tien procent van de totale capaciteit van de grootste ammoniakfabriek in Sluiskil. Voordat het zover is, moeten de bedrijven er nog wel zeker van zijn dat de subsidie en regelgeving voor waterstof in orde is. Maar als dat obstakel is genomen, verwacht men rond 2024/2025 operationeel te zijn.

Ørsted staat momenteel op het punt het windpark op zee Borssele 1&2 in gebruik te nemen. Dit windpark is het op één na grootste ter wereld, gelegen voor de kust van Zeeland, vlakbij de fabriek van Yara in Sluiskil. De groene ammoniak wordt voorlopig nog ingezet bij de productie van groene meststoffen. Daarmee kan de voedselketen verder CO2-neutraal worden gemaakt. In de toekomst kan de groene ammoniak mogelijk ook worden gebruikt voor klimaatneutrale scheepsbrandstof.

Propaandehydrogenatie

Ineos kan organische grondstoffen voorlopig niet vervangen, maar wel zorgen dat de productie ervan duurzaam verloopt. Het bedrijf tekende in 2016 een overeenkomst met de stad Antwerpen en de Vlaamse overheid voor de bouw van twee chemische installaties voor de productie van ethyleen en propyleen. Die zouden medio 2025 in gebruik moeten worden genomen. Helaas gooit corona ook bij dit zogenaamde Project One roet in het eten. Met name de propaandehydrogenatie-eenheid wordt voorlopig vooruitgeschoven. Dat is jammer omdat deze kraker grotendeels op groene elektriciteit zou draaien. De ingekochte duurzame energie kan echter alsnog worden aangewend in de ethaankraker, die als eerste wordt gebouwd. De voor het proces benodigde waterstof is namelijk honderd procent groen.

power purchase agreement

Offshore Windpark Burbo Bank Extension

Overigens zijn de contracten van zowel Engie als RWE al begin dit jaar ingegaan. De stroom wordt voorlopig dan ook nog ingezet op de sites van Ineos in Zwijndrecht en Lillo. Ook daar bekijkt men de mogelijkheden voor elektrificatie en de inzet van waterstofgas in de productieprocessen of de warmtekrachtcentrale. Engie levert de komende tien jaar stroom uit zijn Norther offshore windpark. De overeenkomst geldt voor een capaciteit van 84 megawatt. Het Franse bedrijf berekende al dat Ineos in die tien jaar meer dan één miljoen ton CO2-uitstoot vermijdt.

De overeenkomst van RWE geldt eveneens voor tien jaar. Het bedrijf verwacht jaarlijks 198 gigawattuur groene stroom te kunnen leveren van zijn Northwester 2-offshore windpark. De PPA vertegenwoordigt ongeveer 25 procent van de elektriciteit die Northwester 2 opwekt. Dankzij de PPA vermindert Ineos de koolstofvoetafdruk in België met 745.000 ton CO2 tijdens de looptijd van de overeenkomst.

Trend

De offshore windenergie-leveranciers lijken de Nederlandse industrie inmiddels steeds vaker te vinden bij het afsluiten van PPA’s. Zo kregen kregen AkzoNobel Specialty Chemicals, DSM, Google en Philips in 2018 voor het eerst stroom van het windpark Bouwdokken. Een jaar later volgde de elektriciteit van windpark Krammer. In de twee jaren daarvoor tekenden de partijen de samenwerkingsovereenkomst voor de bouw van de twee windparken met een gezamenlijk vermogen van 140 megawatt.

Alle vier de bedrijven streven naar een honderd procent groene energievoorziening. Net als overigens 280 andere bedrijven die zich committeerden aan de Climate Group RE 100 doelstelling van honderd procent groene energie. Google en Philips hadden dat streven met deze investering al bereikt. Akzonobel, nu Nobian (was hiervoor Nouryon, red.) zat ongeveer op de helft.

Shell sloot eind vorig jaar nog een vijftienjarige PPA af met de ontwikkelaars van het Dogger Bank Windpark: SSE Renewables en Equinor. Het Dogger Bank Windpark A en B, dat voor de kust van Yorkshire ligt heeft een vermogen van maar liefst 2,4 gigawatt. Shell zal daarvan 480 megawatt gebruiken.

Waterstof kan als opslagmedium een belangrijke rol spelen in het afstemmen van energieproductie en -consumptie.

Elektrificatie

Tegelijk met de vergroening van de elektriciteitsvoorziening, bekijken de bedrijven ook hoe ze hun processen kunnen elektrificeren. De elektrochemische processen van Nobian, dat chloor produceert uit zout, zijn het eenvoudigst te vergroenen. Maar het bedrijf wil ook andere processen elektrificeren. Zo onderzoekt men de inzet van e-boilers voor de productie van stoom.

Intussen onderzoeken Shell en Dow of ze in de toekomst elektrische fornuizen kunnen inzetten. Deze technologie staat nu echter nog in de kinderschoenen. In de tussentijd bekijken de bedrijven wel hoe ze andere processen kunnen elektrificeren. Zo verving Shell Moerdijk tijdens een grote stop de stoomaandrijving van de MSPO-1 door een elektrische aandrijving. Op jaarbasis zorgt deze nieuwe aandrijving voor een CO2-reductie van dertienduizend ton.

Minstens zo interessant lijkt het om de groene stroom aan te wenden voor de productie van groene waterstof. Zeker als opslagmedium kan waterstof een belangrijke rol spelen in het afstemmen van energieproductie en -consumptie. Nobian heeft wat dat aangaat de meeste ervaring met elektrolyseprocessen. Het bedrijf heeft meer dan honderd jaar ervaring met elektrolyse en beheert wereldwijd meer dan 1.000 megawatt aan elektrolyse-capaciteit. Deze technologie wordt nu nog met name gebruikt voor de productie van chloraat, chloor en loog, maar door elektrolyse van water is het ook mogelijk op grotere schaal groene waterstof te produceren.

Ook andere bedrijven hebben interesse in elektrolysecapaciteit. De energiebedrijven omdat ze daarmee meer kans maken op het binnenhalen van concessies. De industriële gebruikers kunnen de waterstof op hun beurt inzetten in hun processen. Onderdeel van het CrossWind-project, een joint venture tussen Shell en Eneco, is dan ook de aanleg van een tweehonderd megawatt elektrolyzer. De windenergie komt van het offshore windpark Hollandse Kust. Het windpark heeft een geïnstalleerd vermogen van in totaal 759 megawatt en levert ten minste 3,3 terawattuur groene stroom per jaar.

Havenbedrijf Rotterdam maakte al een terrein vrij met ruimte voor in totaal twee gigawatt conversiecapaciteit, ofwel elektrolyzers en bijbehorende assets. Als alles daadwerkelijk doorgaat zal Shell in 2023 dagelijks zo’n vijftig tot zestigduizend kilogram waterstof maken. Deze groene waterstof gebruikt Shell in het begin in zijn krakers in Pernis. De ambitie is om vanaf 2023 voldoende groene waterstof te hebben om de transportsector rechtstreeks te verduurzamen.

Zonneparken

Hoewel veel eigenaren van offshore windparken power purchase agreements afsluiten, weten zonneparkbeheerders de industrie inmiddels ook te vinden. Zo tekende PV-ontwikkelaar Solaria begin dit jaar een PPA met Shell Energy Europe voor zes zonne-energiecentrales in Spanje met een gecombineerde capaciteit van driehonderd megawatt. De overeenkomst heeft een looptijd van tien jaar en de stroomlevering begint na de voltooiing van de installaties. Men verwacht dat de centrales samen ongeveer 570 gigawatt elektriciteit per jaar produceren. Shell had al een PPA in Spanje afgesloten voor een PV-installatie van 26,1 megawatt.In 2019 sloot Shell nog een vergelijkbare deal met de Noord-Amerikaanse tak van EDF. Het bedrijf tekende voor een vijftien jaar lange afname van stroom van een zonnepark in Californië. Het bedrijf gebruikt ‘slechts’ 132 megawatt van de in totaal vijfhonderd megawatt vermogen van het Palen Solar’s Maverick 7 Solar Project.