Vier de industrie! Het wordt tijd dat we de industrie niet alleen vereenzelvigen met het negatieve deel. We kennen het beeld wel, de industrie veroorzaakt veel problemen. Op het gebied van veiligheid, milieu en klimaat bijvoorbeeld. Het is natuurlijk waar. Industriële productie kent grote uitdagingen. Als we ons daar niet bewust van zijn, dan zijn de risico’s enorm.

Tegelijkertijd kan de industrie juist onderdeel zijn van de oplossingen. Ook op dat vlak zijn de grote lijnen wel bekend. Zonder composieten zijn de moderne windmolens niet mogelijk en kunnen onze auto’s nauwelijks lichter en dus zuiniger worden. In de transitie naar schonere energiedragers en grondstoffen speelt de industrie een cruciale rol. En de industrie levert ons medicijnen, voeding, beschermingsmiddelen en ga zo maar door.

Echter, onbekend maakt onbemind. De samenleving lijkt het beeld van de vieze en gevaarlijke industrie te koesteren. Tegelijkertijd hebben veel industriële bedrijven en hun medewerkers moeite om uit hun schulp te kruipen. Misschien doordat ze zich in het defensief gedwongen voelen. Maar zeker ook onder druk van juristen en aandeelhoudersbelangen. Een negatieve status quo zo lijkt het.

Hoopgevend

Dat is jammer. Want er zijn veel mooie verhalen te vertellen over de industrie. Jaar na jaar treffen wij slimme en gedreven mensen in de industrie, bijvoorbeeld voor onze verkiezingen van de Plant Manager of the Year en de Techniekheld. Ze zijn zich terdege bewust van de risico’s, maar ook de kansen van hun vak en industriële omgeving. En ze eisen een rol op in de verbetering van de industrie. Ook zijn er voldoende interessante innovaties. Als redactie moeten we echter ons best doen om een deel van die vernieuwingen boven water te tillen. Alsof de meeste industriële bedrijven niet trots durven te zijn.

Blijkbaar niet genoeg allemaal. Al voor de coronapandemie rees daarom bij ons en enkele partners het idee om meer schijnwerpers op de industrie te zetten. Op de uitdagingen, maar ook de oplossingen. En niet alleen vergezichten, maar vooral de stappen die nu al worden gezet. Eerlijk, open en waar kan hoopgevend.

HYTE

De afgelopen tijd is daarom het idee van een industriefestival geboren. Dat idee begint concrete vormen aan te nemen. Sterker nog, we hebben een datum en een tijd. Samen met founding partner iTanks en – hopelijk veel – andere partners willen we op 22 en 23 juni in de RDM Onderzeebootloods de industrie vieren. Schrijf dus in je agenda: iLinqs, festival van de industrie.

Een festival met innovaties, pitches en demonstraties. Zeker met bekende elementen, bijvoorbeeld van onze congressen Watervisie en Deltavisie. En de verkiezing van de Plant Manager of the Year bijvoorbeeld. Maar ook veel nieuwe side-events over de druk op de technische arbeidsmarkt, de mogelijkheden van digitalisering, ideeën van young professionals en uiteraard thema’s als veiligheid en transitie.

Om het allemaal nog intensiever te maken; een week later ga ik met drie young professionals op pad voor de Hydrogen Trail Europe, ofwel HYTE, van 27 juni tot 8 juli. Via vlogs, blogs, artikelen en een documentaire willen we laten zien waar de industrie in Europa mee bezig is. Dan wel specifiek op het gebied van transitie en met name waterstof. Ook weer op een eerlijke en hopelijk inspirerende manier.

Meer informatie over beide initiatieven volgt de komende weken en maanden. In onze beide magazines Petrochem en Industrielinqs, op onze sites en zeker ook op social media. Volg de pagina’s van Industrielinqs, Petrochem platform en Hydrogen Trail Europe op LinkedIn! Wil je met je bedrijf of organisatie actief deel uitmaken van onze initiatieven, neem gerust contact met me op. Laten we komend jaar vooral met ons allen de industrie vieren.

Reageren? wim@industrielinqs.nl

De industrie moet wat CDA-politicus Henri Bontenbal betreft weer op het politieke netvlies komen. En dan het liefst via een groene industrieagenda. Maar dat betekent ook dat er complexe knopen moeten worden doorgehakt. ‘De discussie gaat nog teveel over wat men allemaal niet wil’, zegt Bontenbal. ‘Terwijl de politieke discussies vooral moeten gaan over de energiemix waar we wél mee kunnen leven.’

De Tweede Kamer is niet heel dik bezaaid met bèta’s en dat kan de discussie rondom de energie- en grondstoffentransitie best nog wel eens in de weg zitten. Gelukkig zijn er ook uitzonderingen. Henri Bontenbal zit weliswaar tijdelijk in de Kamer als vervanger van Harry van der Molen, maar vormt al langer het energie- en klimaatgeweten van het CDA. De natuurkundige is al snel geneigd even een spreadsheet er bij te pakken wanneer de discussie over energie gaat. ‘Veel van de energiedebatten gaan eerder over beeldvorming dan over de daadwerkelijke beleidskeuzes’, zegtpol Bontenbal. ‘Men heeft het al snel over groene waterstof als oplossing voor alles of men serveert CO2-opslag, biomassa en kernenergie af als opties, terwijl we weten dat we eigenlijk alle opties nodig hebben. Als je de getallen erbij pakt, zie je dat groene waterstof voorlopig schaars is en duur, en dat we dus ook andere opties zoals blauwe waterstof en CO2-opslag nodig hebben. Maar ook de discussies rondom bijvoorbeeld biomassa gaan vaak meer over emoties dan over de harde cijfers. Om de achterban tevreden te houden, praat men al snel de kritische burger naar de mond zonder het eerlijke verhaal te vertellen. En dat is dat er geen free lunch is. Op de postzegel die Nederland is, heeft iedere keuze zijn keerzijde: windturbines nemen nu eenmaal schaarse ruimte in, net als zonneparken en biomassa. Bovendien zijn de duurzame energiebronnen vaak nog duurder dan de fossiele brandstoffen. Houden we het echter bij aardgas, dan worden we steeds afhankelijker van import uit landen die soms politiek gevoelig liggen. Geopolitiek lijkt niet echt een overweging te zijn in het energiebeleid en we vertrouwen nu wel erg op de energiemarkten.’

Keuzes

Bontenbal wil dan ook wat meer sturing vanuit Den Haag. ‘Het is de taak van de Kamer de pro’s en contra’s tegen elkaar af te wegen en knopen door te hakken. Nu lijkt het er op dat Kamerleden, maar ook NGO’s, vooral weten waar ze allemaal tegen zijn. Terwijl de discussie zou moeten gaan over de energiemix waar we wél mee kunnen leven.’

bontenbal

‘Om de achterban tevreden te houden, praat men al snel de kritische burger naar de mond zonder het eerlijke verhaal te vertellen.’

Henri Bontenbal – vervangend Tweede Kamerlid CDA

De actuele energiecrisis maakt weer pijnlijk duidelijk hoe ingrijpend energietekorten kunnen zijn voor de maatschappij. Bontenbal: ‘We kunnen het ons niet veroorloven om alles maar aan de markt over te laten en hebben wel enige vorm van regie nodig. De TTF gasfutures stonden een jaar geleden nog op vijf euro per megawattuur, nu zo’n 88 euro. Dat is echt absurd hoog. Je moet burgers beschermen tegen de gevolgen van dergelijk hoge prijzen, maar ook een beetje gasverbruikend MKB-bedrijf houdt het op deze manier niet lang vol. Als je iets positiefs uit deze energiecrisis wil halen, dan is dat het feit dat energie en leveringszekerheid weer bovenaan de politieke agenda staan. Maar het geeft ook aan hoe wankel het evenwicht is tussen leveringszekerheid, betaalbaarheid en duurzaamheid. Ik zou daarom ook zeker kernenergie meenemen in de afwegingen. Het energiesysteem dreigt spaak te lopen als er te veel volatiel vermogen op het net komt. Kernenergie kan net dat beetje basislast leveren dat nodig is om de balans in evenwicht te houden. Natuurlijk moet je daarbij wel de maatschappelijke baten en lasten doorrekenen, maar op voorhand uitsluiten is een luxe die we ons niet kunnen veroorloven.’

Industrieagenda

Bontenbal bespeurt daarbij met name bij de linkse partijen een cynische houding richting industrie. ‘Als de industrie al in de debatten wordt genoemd, is het vooral vanwege de dingen die de industrie niet goed doet. Dat zie je bijvoorbeeld bij de discussie rondom Tata Steel. Een aantal partijen zien het bedrijf dan ook liever gaan dan blijven. Maar ze vergeten vaak voor het gemak even dat je daarmee ook een hele keten vernietigt van toeleverende bedrijven en kennisnetwerken rondom de staalreus. De door de publieke opinie afgedwongen koerswijziging van het bedrijf naar groene staalproductie is wat mij betreft dan ook de lakmoesproef voor de groene industriepolitiek die het kabinet wil voeren. Want zonder politieke steun heeft zo’n forse ingreep geen kans.’

De rechtszaak tegen Shell is volgens Bontenbal een ander typerend voorbeeld van hoe de industrie in een negatief daglicht staat. ‘Maar het is vooral de taak van de overheid om grenzen te stellen aan de impact die bedrijven hebben op de directe leefomgeving of het klimaat in het algemeen. Je kunt daar bedrijven individueel niet alleen op aanspreken. Je kunt een klimaatdoel van een land of werelddeel niet zo maar één op één vertalen naar een bedrijfsdoel. Het gelijk dat de aanklager kreeg van de rechter is in mijn ogen dan ook een pyrrusoverwinning. De perverse effecten van zo’n rechterlijke ingreep is dat bedrijven hun activiteiten verplaatsen naar landen met minder stringente regelgeving. Of bedrijfsonderdelen verkopen aan partijen die het minder nauw nemen met het milieu, waardoor de werkelijke uitstoot alleen maar toeneemt.’

bontenbalLeiden

Bontenbal gaf zelf al een voorzetje door een groene politieke industrieagenda te schrijven. ‘Het Klimaatakkoord is een goede aanzet geweest om de industrie te betrekken bij de klimaatambities van het kabinet. Toch blijft het publiek in het algemeen wantrouwig kijken naar de industrie. Ook in de discussies rondom de energietransitie wordt de industrie vooral als probleem gezien. Terwijl een groot deel van het verdienvermogen bij diezelfde energie-intensieve industrie ligt. We hebben nu eenmaal een geografisch gunstige ligging aan de Noordzee waar de oude economie van profiteerde, maar die ook ideaal is voor duurzame innovatie. We kunnen offshore windparken aanleggen, duurzame brand- en grondstoffen importeren. Maar ook CO2 afvangen en opslaan omdat we uitgeproduceerde velden hebben die relatief eenvoudig te bereiken zijn. Als de circulaire economie ergens kan slagen, dan is het hier. Bovendien zijn de Nederlandse universiteiten en hogescholen van wereldklasse, waardoor we ook de kennis in huis hebben om vooruit te lopen in de energietransitie.’

Bontenbal is van mening dat als we als maatschappij kiezen voor een duurzame koers voor onze industrie, we een kraamkamer scheppen voor innovatieve technologie. ‘Als we duurzame alternatieven vinden voor kunstmest en chemische producten, profiteert niet alleen Nederland daarvan, maar leiden we de rest van de wereld naar een schonere toekomst.’

Blauwe boorden

Op het moment van schrijven is de kabinetsformatie nog in volle gang, maar de speerpunten voor de komende vier jaar zijn inmiddels wel duidelijk. ‘De klimaatcrisis, stikstofcrisis, veiligheid en woningen vragen de komende jaren veel aandacht’, zegt Bontenbal. ‘De industrie heeft zeker een aandeel aan de klimaatverandering, maar ook het vermogen om deze op te lossen. Het heeft geen zin om schuldigen aan te wijzen. Kijk vooral naar welk aandeel de partijen kunnen leveren in de transitie.’

‘De industrie heeft zeker een aandeel aan de klimaatverandering, maar ook het vermogen om deze op te lossen.’

Henri Bontenbal – vervangend Tweede Kamerlid CDA

De industrie is ook een grote werkgever en voor de energie en grondstoffen­transitie is nog veel meer bèta-kennis en -kunde nodig. ‘Dan helpt het imago dat de industrie krijgt opgelegd niet mee om leerlingen te motiveren te kiezen voor een bètacarrière. Nu kun je niet alles sturen, maar het is wel de vraag hoeveel jongeren we moeten opleiden voor bijvoorbeeld recreatiewetenschap, terwijl elders grote tekorten ontstaan voor technische beroepen. We hebben als maatschappij en bedrijfsleven de bijna onmogelijke opdracht om grootschalig woningen te renoveren en verduurzamen, netten aan te passen aan elektrificatie en waterstof en nieuwe energiebronnen aan elkaar te knopen. Managers en consultants zijn er genoeg, waar we echt behoefte aan hebben zijn de blauwe boorden. Straal dan ook uit dat we ze belangrijk vinden, anders wordt het nog een lastige transitie.’

Al die partijen die de industrie aanwijzen als grote vervuiler die maar beter uit Nederland kan verdwijnen, krijgen een lange neus van de klimaat- en energieverkenning 2021. Want wie denk je dat van de grote CO2-uitstoters de grootste sprongen maakte het afgelopen jaar? Juist, trek de champagne maar open, liefst eentje met veel koolzuur. Natuurlijk worden de energiegrootverbruikers daarbij wel geholpen door de stok die CO2-heffing heet en de SDE++ wortel, maar dat is eigenlijk alleen maar een bewijs dat overheidssturing wel degelijk effect heeft.

De Klimaatwet schrijft voor dat onderzoekers van onder andere CBS, PBL en TNO jaarlijks de tussenstand opmaken van het klimaat- en energiebeleid. Zoals het er nu naar uitziet, is het kabinetsdoel om in 2030 49 procent minder uit te stoten dan in 1990 nog niet in zicht. Als het tegenzit komt men maar tot 38 procent en met alle wind in de rug zou 48 procent nog haalbaar zijn. Dat is niet erg hoopgevend, nu de Europese Unie zint op hogere besparingsdoelen met het ‘Fit for 55’-programma. Nederland mag zich dan zeker ook nog niet op de borst kloppen. Andere landen doen het echt beter.

Ook opvallend: het grootste deel van de industriële CO2-besparing komt op het conto van de afvang en opslag van CO2. Een optie die het Planbureau voor de Leefomgeving in alle publicaties als snelste en goedkoopste oplossing presenteert, maar die politiek nog niet veel bijval krijgt. Volgens de opstellers van het rapport is de reductiepotentie het grootst bij bedrijven die investeren in CCS, gevolgd door elektrificatie, energiebesparing en de reductie van de uitstoot van lachgas. Maar nu komt het addertje: het slagen van die ingrepen gaat gepaard met grote onzekerheden. Voor zowel CCS en elektrificatie zijn forse investeringen nodig in complexe infrastructuur met lange vergunningstrajecten. Daar zal de politiek bij moeten springen. U ziet de patstelling al opdoemen. En dan is het ook nog de vraag wie de CO2-rechten krijgt toebedeeld als CO2 wordt opgeslagen of als bijvoorbeeld warmte wordt uitgewisseld.

Dinsdag 7 en woensdag 8 december brengen we de industrie, energiesector, politiek en wetenschap samen voor de European Industry & Energy Summit. De industrie en energiesector heeft twee dagen lang de tijd om te laten zien hoe ze nog grotere sprongen kan maken. Misschien wel net zo belangrijk is om in de discussies tijdens de summit of in de pauzes de patstellingen om te zetten in een remise. Aan alle oplossingen kleven bezwaren, maar laten we samen kiezen waar we wél mee kunnen leven.

Voor een Dragon’s Den of Transition, zoekt de organisatie van EIES2021 zowel dragons als innovators. Tijdens de afsluiting van European Industry and Energy Summit op 8 december in Rotterdam Ahoy kunnen zij deals sluiten over de ondersteuning van interessante energie-innovaties. Meld je nu aan als dragon óf innovator!

Dragon’s Den of Transition is een nieuw onderdeel van de Summit. De organisatie wil een podium bieden voor hoopvolle innovaties op het gebied van Europese industriële transformatie en ze ook verder omweg helpen. Het gaat om dus innovaties van bijvoorbeeld van starters, die een zetje in de rug kunnen gebruiken om tot wasdom te komen. De behoefte kan van financiële aard zijn, maar ook ondersteuning op het gebied van marketing, netwerk, ondernemerschap, business development en meer.

Aanbiedingen

Tijdens het laatste dagdeel van de tweedaagse Summit, op woensdagmiddag 8 december kunnen vijf geselecteerde bedrijven hun innovaties pitchen aan vijf Dragons, vertegenwoordigers van ontwikkelmaatschappijen, funds, overheden, banken en/of investeringsmaatschappijen. Zij kunnen zelf reageren op de pitches, contacten leggen en zelfs aanbiedingen doen.

Journalistieke nominatiefilm

Innovators kunnen zich aanmelden bij de redactie van Industrielinqs, organisator van het evenement. Die stelt een longlist samen. Uiteindelijk worden daar minimaal acht uitgekozen door een panel (redactie en een aantal experts). Van die finalisten worden journalistiek ingestoken nominatiefilms gemaakt van 112 seconden. Deze films worden vanaf eind oktober met korte artikelen gepubliceerd op de nieuwssite www.industryandenergy.eu. Samen met het publiek bepalen de dragons wie uiteindelijk op 8 december mogen pitchen in de Dragon’s Den of Transition.

Naast innovators is de organisatie ook nog op zoek naar dragons. Inmiddels hebben een paar organisaties al toegezegd een dragon te leveren, maar er zijn nog een paar stoeltjes vrij.

Innovators kunnen zich melden met een korte omschrijving van hun innovatie via redactie@industrielinqs.nl. 

Voor meer informatie over een Dragon-stoel kunnen belangstellende contact opnemen met hoofdredacteur Wim Raaijen: wim@industrielinqs.nl. 

Nobian gaat verder als een onafhankelijk bedrijf. De aankondiging volgt op het eerder aangekondigde voornemen om af te splitsen van Nouryon. 

‘Nobian blinkt uit in de veilige en betrouwbare levering van hoogzuiver zout, chloor-alkali en chloormethaan. Onze producten zijn essentiële chemicaliën die de basis vormen van duizenden producten die we elke dag gebruiken,’ stelt Knut Schwalenberg, president van Nobian, in een persbericht.

100 jaar

Nobian is gespecialiseerd in de productie van chemische bouwstenen voor de productie van bijvoorbeeld ontsmettingsmiddelen, lichtgewicht duurzame kunststoffen, aluminium, isolatiematerialen, elektrische auto’s en farmaceutica. Nobian heeft zo’n 1.600 medewerkers, in 2020 was de omzet zo’n EUR 1 miljard. Het bedrijf exploiteert zeven chemische en zout fabrieken in Nederland (Rotterdam en Delzijl), Duitsland en Denemarken. De geschiedenis van Nobian in Nederland gaat meer dan 100 jaar terug.

 

Samen met academische collega’s, maar met ook grote industriële bedrijven, pleit professor Ben Feringa voor het gezamenlijk heruitvinden van de chemie. Niet alles hoeft rigoureus op de schop, vindt de Nobelprijswinnaar van 2016, maar op verschillende vlakken zijn basale veranderingen nodig. En dat vraag om fundamenteel onderzoek, creativiteit van onderzoekers, samenwerking en vooral doorzettingsvermogen.

Tijdens de huidige coronacrisis zijn vaccins veel sneller ontwikkeld dan ooit tevoren. Maar er was ook onwaarschijnlijk veel geld voor beschikbaar en wereldwijd werkten er grote aantallen onderzoekers aan. ‘Dat is normaal niet zo’, stelt professor Ben Feringa van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). ‘Onder normale omstandigheden duurt het al gauw twaalf jaar voordat een nieuw geneesmiddel op de markt komt. En het is belangrijk dat een geneesmiddel goed wordt ontwikkeld en uitvoerig getest.’

Of de acceptatie van medicijnen of andere chemische producten soms misschien wat minder bureaucratisch kan? Feringa doet duidelijk moeite om daar niet te veel op in te gaan. ‘Er is op dat vlak zeker enige tijdwinst te halen. Maar vooral moet de vrijheid van het fundamentele onderzoek niet te veel worden ingeperkt.’ De regelzucht moet volgens Feringa niet als een rem werken op de wetenschap. ‘Geef onderzoekers voldoende vrijheid. En beknot niet de creativiteit van jonge mensen. Ze moeten de vrijheid krijgen om te verdwalen. Want dan kunnen ze ook stuiten op de meest fantastische dingen.’ Vindingen die de toekomst kunnen veranderen.

Professor Ben Feringa: ‘Je bouwt echt niet een innovatief chemisch productieproces in drie jaar.’

Geef wetenschappers tegelijkertijd voldoende tijd, voegt hij daar meteen aan toe. ‘Je bouwt echt niet een innovatief chemisch productieproces in drie jaar. Ik heb begin jaren tachtig nog een aantal jaar bij Shell gewerkt. Toen was het bedrijf al bezig met de ontwikkeling van technologie om schone diesel uit aardgas te produceren. Pas decennia later bouwde Shell ‘s werelds grootste gas-to-liquids (GTL) fabriek in Qatar.’ In 2011 is de eerste lading synthetische diesel verscheept.

feringaBioritme

Tegenwoordig staat Feringa met zijn onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen nog verder af van commerciële toepassing dan destijds bij Shell. De ontwikkeling van moleculaire machientjes bijvoorbeeld, waarvoor hij vijf jaar geleden samen met twee andere wetenschappers de Nobelprijs ontving. Deze nanomachines zijn niet groter dan een molecuul. Zoals tandwielen in normale machines om een as draaien, kunnen ook moleculen met bewegende onderdelen bestaan. Stel dat deze machines op nanoschaal ook een aan-knop hebben. Op een medicijn, bijvoorbeeld. Na het slikken van een pil reist het medicijn via de bloedbaan door het lichaam, maar veroorzaakt nog nergens vervelende bijwerkingen. Pas als het medicijn bij het juiste orgaan aankomt, druk je op de knop, en begint het zijn helende werk te doen. Overigens kent de natuur talloze van dit soort werkzame moleculen, maar er zelf één maken blijft de uitdaging voor veel wetenschappers.

Vijf jaar later is zo’n medicijn bijvoorbeeld nog steeds niet op de markt. Het kan ook nog een tijdje duren. Wel heeft sinds die tijd het onderzoek op dat terrein een vlucht genomen. Overal in de wereld doen vakgroepen onderzoek naar moleculaire machines en in de laboratoria worden ook successen geboekt. Feringa: ‘Zo slagen we er bijvoorbeeld in om in het laboratorium het bioritme van levende cellen met drie uur aan te passen.’ Dat kan wellicht in de toekomst een oplossing bieden voor jetlag of mensen een handje helpen bij de overgang naar winter-, of juist naar zomertijd. Of sporters die aan de andere kant van de wereld een topprestatie moeten leveren. Feringa: ‘In Tokyo? Ja, als over een paar decennia daar weer Olympische Spelen worden georganiseerd.’

Building Blocks

Fundamenteel onderzoek staat vaak ver van de dagelijkse realiteit van de chemische industrie af. In de fabrieken moet die zo efficiënt mogelijk enorme hoeveelheden materialen en tussenproducten produceren en zijn er heel andere prioriteiten. Daar worden producten gemaakt die volgens Feringa te vaak te negatief worden afgeschilderd. De afgelopen vijftig tot honderd jaar is enorme voortgang geboekt. Kunststoffen maken auto’s lichter, isoleren huizen, maken grotere windturbines mogelijk en noem maar op. Alleen daarom is het een enorme verspilling dat waardevolle plastics als afval in de natuur terechtkomen.

Laten we het kind vooral niet met het badwater weggooien, wil Feringa hiermee zeggen. De uitdagingen op het gebied van afvalplastics, klimaatverandering en biodiversiteit vragen juist om nieuwe grondstoffen, processen en producten. En soms zijn er ook fundamentele veranderingen nodig. Daar heeft de industrie de fundamentele wetenschap hard bij nodig en omgekeerd ook om te komen tot nieuwe duurzame producten en processen. ‘Veel grote chemische bedrijven zijn zich daar steeds meer van bewust’, weet Feringa. Daar werden hij en zijn collega Bert Weckhuijsen van de Universiteit Utrecht ook in bevestigd, toen ze een paar jaar geleden toenadering zochten tot de industrie. Dat wetenschap en industrie nog meer met elkaar moesten samenwerken, was niet alleen een behoefte van de universiteiten. Ook bij de industrie en overheden leefde dat.

Het leidde in 2016 tot de oprichting van het Advanced Research Center Chemical Building Blocks Consortium (ARC CBBC). Daarbinnen werken de chemiebedrijven AkzoNobel, BASF, Nouryon en Shell en de universiteiten van Eindhoven, Groningen en Utrecht samen aan de chemie van de toekomst. Met steun van de Nederlandse overheid wil het consortium ‘oplossingen vinden om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan en een duurzame maakindustrie en samenleving te creëren.’

Van de boerderij

Op 22 april houdt het consortium een symposium met de titel ‘Reinventing Chemistry Together’. Opnieuw uitvinden van de chemie betekent voor Feringa echter niet dat alles meteen op de schop moet. Zo zijn fossiele grondstoffen als aardolie en aardgas voorlopig niet weg te denken uit de chemie. Door de decennialange doorontwikkeling zijn veel petrochemische processen zeer efficiënt en kosteneffectief geworden. Het valt niet altijd mee voor alternatieve routes om daar mee te concurreren. Willen we versneld van fossiele bronnen af, dan ligt sowieso het grootste potentieel op het gebied van de brandstoffen. Feringa: ‘Ik weet niet precies wat nu de verhoudingen zijn, maar lange tijd ging niet meer dan tien procent van de fossiele grondstoffen richting de chemie.’ Bovendien worden in de chemie van de grondstoffen materialen gemaakt en verdwijnen ze niet zoals bij brandstoffen, meteen na verbranding, als CO2 in de atmosfeer.

Feringa ziet op de kortere termijn vooral mogelijkheden om petrochemische processen nog efficiënter te maken. Bijvoorbeeld met nieuwe katalysatoren, waardoor er minder energie nodig is voor de reacties. Daar wordt momenteel ook veel onderzoek naar gedaan. ‘Neem bijvoorbeeld kunstmest. Slagen we er in om met nieuwe katalysatoren ammoniak voor kunstmest te produceren op 50 graden Celsius in plaats van een veel hogere temperatuur, dan scheelt dat heel veel energie. Sowieso kan de productie van ammoniak, de belangrijkste grondstof van kunstmest veel en veel duurzamer en schoner. Alleen al door de waterstof die daarvoor wordt gebruikt duurzaam te produceren. Vergeet ook het gebruik van kunstmest niet. Ik kom zelf oorspronkelijk van de boerderij en volg de ontwikkelingen in de agrarische sector met belangstelling. Er wordt goed bestudeerd hoe kunstmest veel effectiever en efficiënter kan worden ingezet. Ook in de hele voedselproductieketen draait het niet om één oplossing.’

Elektrochemische routes

In de chemische industrie ziet Feringa interessante kansen op het gebied van elektrochemie en de elektrificatie van bijvoorbeeld krakers en andere installaties. ‘Elektrochemie is momenteel zeer in opkomst, maar natuurlijk niet echt nieuw. In Delfzijl en Rotterdam produceert Nouryon al heel lang chloor met elektrolyzers. Net na de tweede wereldoorlog zijn vooral in Duitsland veel elektrochemische routes ontwikkeld.’ Juist de mogelijkheid om met elektrificatie het energieverbruik te verduurzamen geven momenteel een nieuwe impuls aan dit gebied.

Professor Ben Feringa: ‘Slagen we er in om met nieuwe katalysatoren kunstmest te produceren op 50 graden Celsius, dan scheelt dat heel veel energie.’

Geen afval

Naast verbeteren van de bestaande – vooral op aardolie gebaseerde – chemie ziet Feringa nog drie belangrijke innovatieve ontwikkelingen om fossiele bronnen als grondstof voor de chemie te vervangen. Dat kan ten eerste door de inzet van biomassa, maar ook met recycling van plastics. De derde optie is CO2 als bouwsteen voor brandstof of zelfs grondstof voor de chemie. Ook Feringa zijn de recente ontwikkelingen op het gebied van synthetische kerosine niet ontgaan. ‘Natuurlijk mooi dat Shell nu vijfhonderd liter kerosine uit CO2 gemaakt heeft. Maar het zal nog een tijd duren voordat er significante hoeveelheden op deze manier worden geproduceerd.’

Daarom moet in het onderzoek ook stevig worden ingezet op circulaire en vooral ook biobouwstenen. Feringa: ‘Suikers en cellulose uit biomassa kunnen in veel gevallen uitstekend worden ingezet als grondstof voor de chemie. Dus vooral niet verbranden. Dat is ongeveer het domste wat je kunt doen.’ Overigens vindt Feringa dat de chemie wel selectief met biomassa moet omspringen. Het heeft weinig nut als de bioroute duurder is, meer energie kost of producten oplevert van mindere kwaliteit. ‘Het mooiste is natuurlijk als er nieuwe materialen worden ontwikkeld met andere bruikbare eigenschappen bijvoorbeeld beter te recyclen plastic. Of dat er minder stappen en energie nodig zijn om tot een product te komen.’

Afgelopen december haalde de vakgroep Feringa nog het nieuws op dit vlak. Binnen een van de programma’s van het ARC CBBC ontwikkelden scheikundigen van de RUG samen met collega’s van AkzoNobel een nieuw route om biomassa om te zetten in een coating van hoge kwaliteit. Het proces werkt met alleen zichtbaar licht, zuurstof en een eenvoudige katalysator. Deze aanpak kan op den duur grondstoffen uit aardolie, zoals acrylaat, vervangen door duurzame bouwstenen voor de productie van coatings, harsen en verf. Een specifieke grondstof is lignocellulose, de meest voorkomende vorm van biomassa op aarde. Ongeveer twintig tot veertig procent van de houtige delen van planten bestaat eruit. Maar vooralsnog wordt dit doorgaans verbrand in energiecentrales of gebruikt voor de productie van biobrandstof. Dan heeft de productie van coatings een veel hogere toegevoegde waarde. Feringa: ‘Ook ontstaat er geen afval. Het enige bijproduct is methylformaat, dat weer nuttig is als vervanger van Cfk’s in andere processen. Hoe mooi is dat.’

De coronacrisis vraagt om nieuwe stappen, ook voor ons als uitgeverij. Zo organiseerden we in het voorjaar zeven online talkshows (Industrielinqs LIVE) en was ons eerste 1,5m-congres Deltavisie – met livestream – een groot succes. We blijven geloven in papier, maar gaan er wel effectiever mee om. Met deze eerste papieren uitgave van Industrielinqs bijvoorbeeld. De magazines Utilities en iMaintain gaan er in op. Naast onderwerpen als energietransitie en onderhoud, pakken we in dit blad ook andere brede industriële uitdagingen bij de hoorns. Denk aan veiligheid, innovatie en digitalisering. Onderwerpen die veel aandacht en ook de nodige soepelheid van ons vragen. Vooral om ons te blijven verbeteren.

In dit nummer:

Met een jaarlijks energieverbruik van 1,7 terawattuur is aluminiumproducent Aldel een van de grootste elektriciteitsconsumenten van Nederland. Die hoge positie heeft een voordeel: door processen te flexibiliseren, kan de smelterij als virtuele batterij fungeren. We spraken CFO Eric Wildschut en COO David Eisma.

Het is niet de eerste keer dat de huidige manier van shutdownmanagement op bezwaren stuit. Het is namelijk steeds lastiger voldoende technisch personeel te vinden. De Covid-19 crisis zette de discussie extra op scherp omdat het een paradox schiep tussen de persoonlijke veiligheid en gezondheid van werknemers en de veiligheid van installaties.

Een pilot met watersysteemalgoritme AquaVest laat zien dat samenwerking tussen de stakeholders niet alleen de waterstress verlicht, maar ook de systeemkosten beperkt.

Biotechnologie heeft veel te bieden en daarom investeren steeds meer chemiebedrijven in biotechnologische toepassingen. Maar zijn micro-organismen echt de fabrieken van de toekomst?

Dit en veel meer leest u in het allereerste Industrielinqs magazine!

Industrielinqs nu 3 maanden gratis ontvangen?

Gebruik kortingscode ILQS20GRATIS voor een gratis proefabonnement!

In het tweede kwartaal van 2020 lag de omzet van de industrie, mede door de effecten van de coronacrisis, 16,6 procent lager dan een jaar eerder. De negatieve omzetontwikkeling was het grootst voor aardolieproducenten. Zij boekten dertig procent minder omzet vergeleken met het eerste kwartaal van 2019. Dit meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers over de industrie.

De omzet nam in het tweede kwartaal zowel in het binnenland als in het buitenland af met 16,6 procent. Halverwege maart zijn door de Nederlandse overheid maatregelen getroffen om het coronavirus te bestrijden. Vooral in de maanden april en mei van het tweede kwartaal hebben industriële producenten minder omzet gegenereerd dan een jaar eerder. De afzetprijzen lagen in het tweede kwartaal 7,1 procent lager dan een jaar eerder.

Klappen raffinage en chemie

De voornaamste negatieve omzetontwikkelingen in het tweede kwartaal van 2020 zijn te zien in de transportmiddelenindustrie (-38,6 procent vergeleken met een jaar eerder), de raffinaderijen en chemie (-30,1 procent) en de textiel-, kleding- en lederindustrie (-27,4 procent).

In de raffinaderijen en chemie hebben de producenten van aardolie, van chemische producten en van rubber- en kunststofproducten minder omzet geboekt dan een jaar eerder. De grootste min was te zien bij de producenten van aardolie die 53,6 procent minder omzet genereerden dan een jaar eerder. De prijzen van aardolieproducten zijn in het tweede kwartaal gedaald met 46,4 procent.

Transport

In de transportmiddelenindustrie heeft een aantal bedrijven hun fabrieken op 19 maart volledig gesloten. De omzet lag ten opzichte van een jaar eerder voornamelijk lager in april en mei, toen de omzet respectievelijk 50,7 en 49,5 procent lager was. Producenten van auto’s en aanhangwagens zetten 51,0 procent minder om in het tweede kwartaal van 2020. Van alle producenten in de maakindustrie lieten deze producenten de grootste omzetafnames zien in april en mei. In deze twee maanden lag de omzet respectievelijk 72,4 procent en 61,6 procent lager dan in dezelfde periode een jaar eerder.

Farma stijgt

Er waren industriële branches die meer omzet genereerden dan een jaar eerder. Binnen de voedings- en genotsmiddelenindustrie sprongen de tabaksproducenten eruit met een positieve omzetontwikkeling van 10,7 procent. Ook de producenten van farmaceutische producten en de producenten van machines noteerden een hogere omzet dan een jaar eerder.

 

Door integratie ontstaat innovatie. Sinds kort komen de werelden van de Europese industrie en energiebedrijven samen op het Industry & Energy Platform. Met de website www.industryandenergy.eu en de jaarlijkse Industry & Energy Summit koppelt het nieuwe platform de industriële transitie naar fossielvrije en circulaire productie aan de opgave van Europese energiebedrijven om het aandeel duurzame energie fors te vergroten.

Via een breed scala aan communicatiekanalen informeert het Industry & Energy Platform de proces-, voedingsmiddelen- en zware industrie als ook energiebedrijven over duurzame energievoorziening, duurzame grondstoffen en circulaire, CO2-emissievrije productie.

Het platform verbindt meerdere communities die invulling geven aan de energie- en grondstoffentransitie via biomassa, chemcycling, carbon capture, usage and storage (CCUS), elektrificatie, emissievrije waterstof, energiebesparing en nog veel meer.

Op de nieuwe website vindt u naast het nieuws over de laatste ontwikkelingen op het gebied van duurzame, emissieloze productie en producten ook achtergrondartikelen over grote technische en economische trends. Zo volgen we de Europese Green Deal op de voet en geven we bijvoorbeeld inzicht in de schakels die de Europese waterstofketen kunnen versterken. Het journalistieke platform zoekt continu naar voorbeelden van Europese integratie en samenwerking tussen industrie en energiebedrijven.

Ook vindt u op www.industryandenergy.eu de laatste informatie over de European Industry & Energy Summit die dit jaar, zij het in aangepaste vorm, weer wordt gehouden in Amsterdam. 8 en 9 december zal een selecte groep vertegenwoordigers van de industrie en energiewereld samenkomen in de Kromhouthal. Maar een veel grotere groep krijgt de mogelijkheden het plenaire programma en de vele break outs te volgen via een online live registratie.

Economisch Netwerk Zuid-Nederland (ENZuid) pleit voor grootschalige toepassing van hernieuwbare grondstoffen en elektrificatie van de procesindustrie voor de fabricage van kunststoffen en kunstmest. Dit staat in het plan ‘Groene Chemie, Nieuwe Economie-Ketentransitie in de procesindustrie’ dat woensdag is gepresenteerd. In het plan worden negen kansrijke opschalingsprojecten beschreven.

Het programma ‘Ketentransitie in de procesindustrie’ heeft tot doel om initiatieven voor een groene chemie en nieuwe economie versneld te realiseren en om duurzaamheidsinitiatieven op te schalen naar industriële schaal per 2025. Samenwerking in de keten is cruciaal om deze ambitie te verwezenlijken. Naast de grote chemische clusters Terneuzen, Moerdijk en Chemelot speelt de hightech een belangrijke rol voor elektrificatie en digitalisering van de industrie, de landbouwsector zorgt voor biobased grondstoffen en de recyclingsector helpt met verwerking en hergebruik van afvalmaterialen. Volgens ENZuid is een ketentransitie nodig.

Weinig aandacht voor circulariteit grondstoffen

Om dat te bereiken is er een analyse gedaan naar beschikbare technologieën voor groene chemie. Ook zijn er negen concrete initiatieven (Zie kader) uit de regio Zuid-Nederland geïnventariseerd die significant kunnen bijdragen aan de CO2-reductie-doelen. Opvallend is dat er nog weinig aandacht voor circulariteit van grondstoffen is. Dit onderwerp wordt nu door ENZuid in brede coalitie op de agenda gezet.

Gemeenschappelijke inspanning

Om te zorgen dat deze initiatieven daadwerkelijk tot bloei komen zet ENZuid voor de komende periode in op drie invalshoeken: De nieuwe ketens concretiseren, obstakels wegnemen en langjarige toelever-en afnameposities veiligstellen; financieringsmogelijkheden uitwerken; met overheden het gesprek aangaan om subsidiemogelijkheden op deze transitie te richten. Volgens ENZuid is het essentieel om samen met overheden op te trekken zodat Nederlands en Europees beleid voor klimaatverbetering zich richt op het stimuleren van circulariteit en elektrificatie in de procesindustrie. Een gemeenschappelijk inspanning is vereist, deze transities vergen commitment van alle betrokken partijen.

Negen initiatieven

De negen concrete initiatieven uit het plan ‘Groene Chemie, Nieuwe Economie-Ketentransitie in de procesindustrie’ die significant kunnen bijdragen aan de CO2-reductie-doelen

  • CO2-vrij produceren van waterstof en etheen uit methaan en stookgas
  • Standaardisatie van elektrolysersystemen
  • Suikerbieten als chemie-grondstof
  • Groene waterstofproductie middels vergassing van getorreficeerd afvalhout
  • Bio-ethanolproductie op basis van bagasse pellets
  • Bio-ethyleenoxideproductie uit bio-ethanol
  • Specialty bio-aromaten productie uit hemicellulose
  • Kraken van plastic afval
  • Crackerfeed uit plastic afval middels pyrolyse