Opgetogen is hij zeker, helemaal nu de omgevings­vergunning binnen is. John McNally mag als CEO van Project One de komende jaren de veelbesproken ethaankraker van Ineos bouwen in de Antwerpse haven. Een miljardeninvestering die de Europese chemie qua omvang in decennia niet heeft gezien. Alle kritiek ten spijt wordt die significant schoner dan welke Europese kraker ook. McNally: ‘Wachten we op de ultieme auto, of willen we nu al vooruit?’

John McNally deelt een grafiek, want beelden zeggen vaak meer dan woorden. Bovenin een grillige lijn met in de huidige maanden enorme pieken. Het is de gasprijs in Europa. ‘Kijk nu naar die grijze lijn onderin’, verzoekt hij. ‘Die is stabiel en laag. Dat is de prijs van aardgas in de Verenigde Staten.’

Dat de prijs van ethaan gekoppeld is aan die van aardgas, hoeft dus geen probleem te zijn voor de ethaankraker van Ineos die straks in de Antwerpse haven verrijst, impliceert de project­directeur. ‘Ook niet als de gasprijzen in Europa hoog blijven. We kunnen ethaan overal vandaan halen. Uit de gaswinning in de Noordzee, uit Noorwegen, maar zeker ook uit de Verenigde Staten. Nu al importeren we veel ethaan uit de VS naar fabrieken in Schotland in Noorwegen. Dat wordt straks alleen maar meer.’

Een derde

Ethaan is een bijproduct van de aardgaswinning en werd vroeger als “nutteloos gas” afgefakkeld. Alleen methaan telde. McNally: ‘Gelukkig zijn we erachter gekomen dat ook ethaan een waardevol product is.’ Bijvoorbeeld als grondstof van etheen, ofwel ethyleen, misschien wel de belangrijkste bouwsteen in de chemie. Als gevolg van de schaliegasrevolutie zijn al verschillende ethaankrakers gebouwd in de Verenigde Staten. In Europa zijn enkele krakers inmiddels zo aangepast dat ze onder andere ook ethaan als grondstof kunnen inzetten, zoals de aangepaste kraker van Total in Antwerpen. Maar een speciaal ontworpen ethaankraker was er nog niet. En daar brengt Ineos de komende jaren dus verandering in. De nieuwe kraker moet in 2026 in gebruik zijn.

John McNally (Ineos): ‘We stoten straks slechts een derde uit van wat nu gemiddeld is bij Europese krakers.’

Traditioneel draaien krakers vooral op nafta, één van de producten uit een aard­olieraffinaderij. De productie van ethyleen uit ethaan is veel directer. Simpel gezegd ontstaat er uit iedere molecuul ethaan een molecuul ethyleen (C2H4) en een molecuul waterstofgas (H2). Bijkomend voordeel is dat de waterstof, die in grotere hoeveelheden vrijkomt dan bij het kraken van nafta, als brandstof kan fungeren. Daar heeft Ineos ook voor gekozen. McNally: ‘Met de waterstof kunnen we meteen al zestig procent van het aardgas vervangen dat we normaal nodig zouden hebben. Omdat we consistent hebben gekozen voor de best beschikbare technieken van vandaag, stoot de kraker straks 58 procent minder CO2 uit dan de tien procent schoonste concurrerende installaties in Europa. En het verschil met een doorsnee kraker is nog veel groter. We stoten straks slechts een derde uit van wat nu gemiddeld is bij Europese krakers.’

Groene waterstof

Het is zelfs goed mogelijk dat de kraker tegen 2036 zelfs helemaal CO2-neutraal is. ‘De kraker is zo ingericht dat deze volledig op waterstof als brandstof kan draaien. Als straks veel meer groene waterstof beschikbaar komt in Antwerpen, kunnen we uiteindelijk ook de overige veertig procent vervangen.’

McNally schat in dat het na ingebruikname van de kraker in 2026 het een decennium kan duren voordat er voldoende betaalbare groene waterstof beschikbaar is. ‘Echt goed inschatten kan ik dat natuurlijk niet. Het zou zo maar heel snel kunnen gaan met waterstof. Wellicht dat blauwe waterstof, waarbij de CO2 wordt afgevangen en opgeslagen, ook een rol kan spelen. Import uit landen waar relatief goedkoop waterstof kan worden geproduceerd, sluit ik ook niet uit.’

ineos

Voor zichzelf ziet Ineos ook mogelijkheden voor de productie van groene waterstof. Expertise op het gebied van elektrolyse, de kerntechnolgie hiervoor, is volop aanwezig. Zo is dochterbedrijf Inovyn met diens chloorproductie een belangrijke industriële operator in elektrolyse in Europa.

Een paar maanden geleden kondigde CEO Jim Ratcliffe aan dat het chemieconcern de komende jaren twee miljard euro investeert in de productie van groene waterstof. De eerste fabrieken wil Ineos de komende tien jaar bouwen in Noorwegen, Duitsland en België, terwijl ook investeringen zijn gepland in het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Een eerste project in België, waarvoorhet bedrijf samenwerkt met een consortium van zes partners, is het power-to-methanol­project voor de productie van groene methanol.

Suikerbieten

Veel aanstekelijke ambities dus. Toch heeft Ineos de nodige kritiek over zich heen gekregen na de aankondiging van de enorme investeringen in de Antwerpse haven. ‘Het is heel belangrijk om de keuzes uit te leggen. Natuurlijk zijn er altijd mensen die kritisch blijven. Maar we hebben veel energie gestoken in communicatie. We laten zien dat de investeringen gezond zijn voor de regionale economie. Het vernieuwt het petrochemische cluster in Antwerpen en levert veel werkgelegenheid op. Met Project One brengen we ongeziene vernieuwing in de petrochemische cluster in Antwerpen na een periode van stilstand. Het is 25 jaar geleden dat Europa nog een dergelijke investering kon aantrekken. Elders in de wereld zoals in China, de VS en het Midden-Oosten wordt massaal geïnvesteerd in soortgelijke nieuwe installaties. Willen we onze industrie ‘offshoren’ en afhankelijk worden van import uit regio’s waarvan we de milieuvoorschriften zelf niet in de hand hebben? Vergeet niet dat de vergunningsprocedure in Vlaanderen strenger is dan waar dan ook. Daar hebben we het onszelf misschien niet gemakkelijker mee gemaakt. Maar we wisten dat we met hoge standaards te maken kregen. Our eyes were wide open.’

‘Onze ethaankraker zal eerder in de verre toekomst als laatste overblijven, the last one standing.’

Veel aandacht ging naar het beantwoorden van vragen. Waarom bijvoorbeeld in deze tijd nog een kraker bouwen met fossiele bronnen als grondstof? Het antwoord van McNally is dat er op korte en middellange termijn nog geen betere alternatieven zijn. ‘We kunnen natuurlijk de ultieme auto willen, maar blijven we daar nog decennia op wachten of willen we nu al klimaatwinst boeken door de best mogelijke technologie van vandaag in te zetten? Natuurlijk zijn bijvoorbeeld biogrondstoffen interessant. Zo is het jammer dat bio-ethaan nog niet bestaat. Productie van ethyleen via bio-ethanol is zeker een interessante route. Maar met de volumes van deze kraker is dat niet realistisch. Suikerbieten vormen wellicht de beste bron voor bio-ethanol. Maar toch geen serieuze optie voor grootschalige chemie. Voor de productievolumes van de nieuwe kraker, zou je al de volledige agrarische oppervlakte van Vlaanderen nodig hebben voor de suikerbieten.’

Elektrisch aangedreven

Met meer dan gemiddelde aandacht volgt McNally de ontwikkelingen op het gebied van circulaire grondstoffen en bijvoorbeeld elektrificatie. Veel grote chemiebedrijven onderzoeken de mogelijkheden van elektrische fornuizen. Vandaag zijn industrieel schaalbare elektrische krakers nog verre toekomstmuziek, stelt McNally. ‘Ze veronderstellen bovendien gigantische hoeveelheden beschikbare energie. Maar zijn elektrische fornuizen in de toekomst wel realiseerbaar, dan sluit ik niet uit dat Ineos daar bij eventuele vervolginvesteringen serieus naar kijkt.’

ineos

John McNally van Ineos – Copyright Bart Dewaele

Hij benadrukt dat Ineos nu de meest realistische stap zet. Eentje die voor het klimaat een enorme stap voorwaarts is en ook verschillende mogelijkheden biedt voor vervolgacties. Niet alleen op het gebied van waterstof, maar ook op andere vlakken. Zo zullen veel onderdelen, denk aan pompen en afsluiters, elektrisch aangedreven zijn. Dat alleen biedt kansen voor vergroening.

Last one standing

Ineos zet breder in op elektrificatie, in combinatie met duurzaam opgewekte stroom. ‘Alle extern betrokken stroom voor Project One zal afkomstig zijn van offshore windparken.’ Begin januari sloot het chemiebedrijf nog een overeenkomst met energiebedrijf Eneco. De komende tien jaar neemt Ineos 250 gigawattuur stroom af van het grootste Belgische offshore windpark Seamade in de Noordzee. De hernieuwbare energie is bestemd voor Belgische en Duitse vestigingen van Ineos. Dit is overigens het derde contract voor windenergie op rij dat Ineos aangaat. In combinatie met eerder overeenkomsten komt de afname van Belgische offshore windparken in totaal op 750 gigawattuur per jaar.

Dat de komende decennia krakers verdwijnen, is volgens de projectdirecteur zeker niet uitgesloten. Maar de kraker van Ineos zal daar hoogstwaarschijnlijk niet bij zijn. ‘Onze ethaankraker zal eerder in de verre toekomst als laatste overblijven, the last one standing.’

Vlaggenschip

Aan vertrouwen dus geen gebrek. Vertrouwen dat continu wordt gevoed, bijvoorbeeld door grote ingenieursbureaus. Ineos zit momenteel in de afrondende fase van de selectie voor de EPC-contractor. ‘De bedrijven die daarvoor in aanmerking komen, zijn natuurlijk wel bekend. Maar nog meer dan normaal doen ze hun best om hier bij te zijn. Het is een uniek project met een investering van ruim drie miljard euro. Helemaal voor Europa. Een vlaggenschip.’

Het investeringsprogramma op het gebied van waterstof dat Ineos voor ogen heeft, behelst een aantal belangrijke projecten in Europa. Met de ontwikkeling van duurzaam methanol in Antwerpen tot duurzaam ammoniak in Keulen en een giga-waterstof­project in de EU, worden serieuze stappen gezet om de waterstofeconomie in 2030 realiteit te maken.

In oktober kondigde Ineos aan dat het plannen heeft om twee miljard euro te investeren in duurzame waterstofprojecten in Europa. Dat ligt volgens Wouter Bleukx, business manager Hydrogen van Inovyn, helemaal in de lijn van de bedrijfsstrategie. ‘Voor Ineos is het een logische stap om in te zetten op groene waterstof. In november 2020 is specifiek voor de ontwikkeling van deze projecten de businessunit Hydrogen binnen Inovyn opgericht.’ Inovyn is het bedrijfsonderdeel dat zich voornamelijk bezig houdt met de productie van PVC (polyvinyl chloride). ‘Voor de productie van PVC hebben we chloor nodig dat wordt geproduceerd door pekelwater te elektrolyseren. Naast chloor en natriumloog is waterstof een co-product van deze chloor-alkali business. We zijn in Europa de grootste operator van elektrolyzers. De technologie om water te elektrolyseren tot waterstof en zuurstof is vergelijkbaar met de elektrolyse-processen die we al opereren. Daar hebben we al ruim honderd jaar ervaring in. Bovendien ontwikkelen, produceren en verkopen we ook elektrolyzers aan derden.’

Dankzij deze ervaring is Inovyn volgens Bleukx bij uitstek de partij, die de ambitie van Ineos om groene waterstof te produceren, kan realiseren.

Groene waterstof

Ineos produceert jaarlijks zo’n 400.000 ton waterstof, als co-product van ethaankrakers, als co-product van zout-elektrolyse of door middel van steam reforming. Alleen door groene stroom te gebruiken voor de elektrolyse, wordt de waterstofstroom gezien als ‘groen’. Maar de kleurstellingen zijn volgens Bleukx niet helemaal correct. ‘De waterstof die we verkrijgen als bijproduct kunnen we eigenlijk niet aanduiden met een kleur zoals groen, blauw of grijs. Want het is een co-product, dat sowieso vrijkomt bij onze processen en dat we nog efficiënter gaan inzetten om onze processen te verduurzamen.’ Het is echter belangrijk on the weten dat dit co-product een lage CO2-voetafdruk heeft. Voor het waterstof dat via steam reforming wordt gemaakt onderzoekt het bedrijf mogelijkheden om CO2 af te vangen en op te slaan, zodat de CO2-uitstoot wordt beperkt.

Wouter Bleukx (Inovyn): ‘We zien de verschillende plannen als een leercurve.’

Eigen processen vergroenen

De twee miljard euro worden de komende tien jaar geïnvesteerd in waterstofprojecten in de verschillende chemische clusters in België, Duitsland, Noorwegen, Frankrijk, Engeland, Zweden en Spanje. Om de weg te effenen voor de nieuwe projecten krijgt de huidige productie van waterstof – die ontstaat als bijproduct van de normale processen – direct extra aandacht. ‘Tegelijkertijd ontwikkelen we nieuwe, groene waterstofprojecten’, aldus Bleukx. ‘Het waterstof dat we al hebben als co-product moet worden gedroogd en gecomprimeerd en dan kan het worden gebruikt in verschillende toepassingen.’ Dat zal in eerste instantie zijn om de eigen processen te vergroenen. Daarnaast wordt het ingezet om de CO2-uitstoot van de eigen transportmiddelen te verminderen. ‘We laten onze vrachtwagens waarmee we producten naar klanten vervoeren op waterstof rijden.’ Tot slot wordt het ook verkocht aan derden als transportbrandstof of, op langere termijn, in de voorziening van warmte en elektriciteit.

Verenigd Koninkrijk

Een van de eerste projecten, die passen in het investeringsprogramma, wordt ontwikkeld in het Verenigd Koninkrijk. Op haar site in Chester produceert Inovyn momenteel jaarlijks 7000 ton waterstof als bijproduct van de chloor en natronloogproductie. Inovyn investeert daar tientallen miljoenen euro’s in een plant die het waterstof geschikt maakt als brandstof voor de locale transportsector. Er worden installaties gebouwd om het waterstof te drogen en te comprimeren. In 2023 wordt het eerste waterstof geleverd aan tankstations in het Verenigd Koninkrijk. Ook onderzoekt Inovyn de uitbreiding met een water-elektrolyzer om de productie te verhogen. De huidige waterstofproductie op deze site zou voldoende zijn om duizend bussen of tweeduizend vrachtauto’s te laten rijden. Tegelijkertijd is Ineos in dit industriële cluster betrokken bij het consortium HyNet. In dit consortium wordt de gehele waterstofketen ontwikkeld, van productie tot infrastructuur, eindgebruikers en opslag. In oktober gaf de Britse overheid zijn fiat aan plannen om waterstof op te slaan in negentien nabijgelegen zoutmijnen. Oorspronkelijk was het plan om deze voor de opslag van aardgas te gebruiken, maar mits technische aanpassingen worden doorgevoerd, kan er waterstof in worden opgeslagen.

 

Power-to-methanol

In 2022 neemt het chemiebedrijf een definitief investeringsbesluit voor de plannen in België en Noorwegen. In Antwerpen werkt Inovyn samen met zes andere partners (Engie, Fluxys, OilTanking, PMV, Indaver en het Havenbedrijf van Antwerpen) om duurzame methanol te produceren. Als grondstof wordt afgevangen CO2 gebruikt. Waterstof wordt gegenereerd door een nieuw te bouwen elektrolyzer van vijf megawatt. De elektriciteit die nodig is voor de elektrolyzer zal afkomstig zijn van zonne- en windenergie. Als besloten wordt om door te gaan met dit project, kan de installatie in 2024 in gebruik worden genomen. De demonstratiefabriek is in de race voor een bijdrage uit het IPCEI-fonds. Deze Europese subsidiepot ‘Important Projects of Common European Interest’, heeft tot doel om projecten te ondersteunen die een zeer belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de economische groei, werkgelegenheid en concurrentiekracht van de Europese industrie en economie.

Groene waterstof in Noorwegen

Op de Rafnes-site in Noorwegen heeft Inovyn plannen voor een twintig megawatt elektrolyzer die ‘first-intent hydrogen’ zal produceren – kortom geen bijproduct van chloorproductie. ‘Hier gaat het automatisch om groene waterstof, de benodigde energie is in Noorwegen afkomstig van waterkracht. Wat mensen vaak vergeten is dat er behalve waterstof ook groene zuurstof wordt geproduceerd. Bij iedere ton waterstof die we produceren, ontstaat acht ton zuurstof. Zowel het waterstof als het zuurstof gebruiken we zowat volledig op de site om onze processen te vergroenen. Een klein deel kunnen we leveren aan de vervoerssector in Noorwegen.’

Duurzaam ammoniak in Keulen

In 2023 wordt besloten of de plannen op de Duitse site in Keulen worden gerealiseerd. Daar wil Ineos een elektrolyzer van honderd megawatt bouwen, als basis voor de productie van duurzaam ammoniak. ‘We zien de verschillende plannen ook als een leercurve. In Antwerpen beginnen we met een demonstratie-elektrolyzer van vijf megawatt, in Noorwegen schalen we op tot twintig en in Duitsland tot honderd megawatt.’

tekst gaat verder onder de afbeelding
Ineos

(c) Oliver Brenneisen / INEOS Koeln

Het bedrijf ziet een toekomst voor ammoniak in de toepassing als transportbrandstof, met name voor de scheepvaart. Naar het gebruik van ammoniak in een brandstofcel doen diverse partijen momenteel onderzoek. Later wordt op deze site gekeken naar de mogelijkheid om hier ook groene methanol te produceren. Het bedrijf is in overleg met verschillende partijen voor wat betreft de levering van (groene) elektriciteit. Ook het project in Keulen zou in aanmerking kunnen komen voor een IPCEI-bijdrage.

Giga-waterstofproject

Tot slot vertelt Bleukx dat Ineos naast de genoemde projecten als onderdeel van het investeringsprogramma ook plannen heeft voor een ‘giga-waterstofproject’ ergens in Europa. Bleukx tekent wel aan dat waterstofprojecten ‘verschrikkelijk duur’ zijn. De investeringen die de onderneming heeft gepland, zijn dan ook voor een deel afhankelijk van overheidsbijdragen en subsidies. ‘Om economisch rendabel te worden, hebben we opschaalervaring nodig en moeten de kosten dalen. Dat geldt voor alle innovatieve sectoren. Denk maar aan de windenergiesector. De eerste windmolens hadden een vermogen van nog geen honderd kilowatt en waren zo’n 75 meter hoog. Huidige offshore-modellen zijn bijna net zo hoog als de Eiffeltoren en hebben een vermogen van meer dan tien megawatt. Om deze groei mogelijk te maken voor waterstof moeten we niet alleen investeren in de productie, maar ook in infrastructuur, pijpleidingen en tankstations. Daarom hebben we de overheid nodig.’

Wouter Bleukx (Inovyn): ‘We kijken naar alle ontwikkelingen, voor mij is er niet één specifieke weg.’

Bleukx ziet dat sommige landen voor lopen op anderen. ‘Duitsland bijvoorbeeld engageert zich duidelijk als groen-waterstofland.’ De Duitse overheid heeft aangegeven negen miljard te investeren in waterstofprojecten en heeft ook al talloze waterstof tankstations in gebruik genomen. In het Verenigd Koninkrijk zijn dat er slechts een handvol. ‘Er is ook veel aandacht voor waterstof vanuit landen die een sterke mix van renewables hebben. Zoals Spanje, het Midden-Oosten, Chili en een aantal Noord-Afrikaanse landen, waar veel zonne- en windenergie capaciteit is.’

Eerst de chemie

Bleukx denkt dat waterstof een belangrijke rol in de transitie naar een duurzame maatschappij heeft. ‘In de eerste plaats denk ik dat waterstof moet worden ingezet in de chemie. Maak er moleculen van, zoals ammoniak of methanol. En gebruik het duurzaam geproduceerde waterstof voor het vergroenen van de processen. Daarnaast denk ik dat waterstof een toekomst heeft als transportbrandstof voor het zwaardere transport. Als transportbrandstof is waterstof zeer geschikt voor zwaardere voertuigen, zoals vrachtauto’s, bussen en bouwmaterieel zoals graafmachines. Het is slim om deze uit te rusten met een fuel cell voor waterstof in plaats van een batterij zoals in een elektrische auto. Voor deze voertuigen zou een batterij te zwaar zijn of te veel ruimte innemen. Ineos ontwikkelt overigens samen met Hyundai een fuel cell voor de intern ontworpen 4×4 auto Grenadier.’

tekst gaat verder onder de afbeelding
Ineos

(c) Oliver Brenneisen / INEOS Koeln

Uiteindelijk kan waterstof aardgas vervangen in de energievoorziening, maar daarvoor moeten de kosten sterk dalen. Tot slot ziet Bleukx een rol voor waterstof als chemische batterij. ‘Als er voldoende renewables zijn, kan opgeslagen waterstof dienen als buffer. We kunnen dat direct opslaan in zoutmijnen, zoals we dat in Chester gaan doen. Maar het kan ook eerst omgezet in ammoniak, dan is de opslag makkelijker.’ Er wordt onderzoek gedaan naar andere carriers om waterstof stabiel te bewaren.

Waterstofeconomie

Het chemiebedrijf wil graag koploper zijn op het gebied van waterstof. Daarvoor denkt Bleukx dat het nodig is dat er vanuit verschillende invalshoeken naar de mogelijkheden en moeilijkheden wordt gekeken. ‘Zeker interessant is bijvoorbeeld de ontwikkeling van offshore waterstofprojecten en het investeren in voldoende elektrificatie. Maar we kijken naar alle ontwikkelingen, voor mij is er niet één specifieke weg. Wij produceren waterstof vanuit de chemie en bekijken de ontwikkelingen vanuit een chemisch perspectief. Ik denk dat we door verstandige en gedreven mensen met verschillende achtergronden bij elkaar te zetten, tegen 2030 een waterstofeconomie kunnen realiseren.’

Ineos stelt een deel van ProjectOne in Antwerpen uit en concentreert zich nu eerst op de bouw van een ethaankraker. Daarmee schuift de bouw van een PDH-unit (propaandehydrogenering) in de planning naar een later moment.

Volgens het oorspronkelijke plan wilde Ineos eerst de PDH-eenheid, ethaantank en bijhorende nutsvoorzieningen en logistieke installaties in de haven van Antwerpen realiseren. Pas daarna zou het concern beginnen aan de bouw van de ethaankraker en bijhorende infrastructuur.

De PDH-unit en de ethaankraker gaan respectievelijk propaan omzetten in propeen, en ethaan in etheen. Dit zijn grondstoffen voor de productie van diverse chemicaliën in verschillende vestigingen van Ineos in België en in Europa. De ethaantank is een tussenopslag voor de regionale verdeling van ethaan via schepen, maar zorgt ook voor de bevoorrading van de ethaankraker.

Het complexe project vergt een grote investering. Ineos heeft het totale project op vijf miljard euro geraamd. Een finale investeringsbeslissing volgt overigens nog als de front end engineering gereed is.

Borealis

Intussen vordert de bouw van de PDH-fabriek van Borealis in Kallo gestaag. In december vorig jaar werd de propeensplitter geïnstalleerd. Dit is de grote destillatiekolom waarin propaan wordt gescheiden van propeen. Het is een belangrijk onderdeel van de nieuwe fabriek en een nieuw element in de skyline van de locatie.

Ineos kan weer door met ProjectONE. Het bedrijf heeft alsnog een omgevingsvergunning gekregen voor de voorbereidende werken van het project. Daarmee kan het eindelijk beginnen met het bouwrijp maken van de terreinen in Lillo.

Voor ProjectONE ontwikkelt Ineos in de haven van Antwerpen nu nog braakliggend terrein. Het bedrijf heeft niet gebruikte delen van concessies van buurbedrijven overgenomen. Het bedrijf gaat er een PDH-unit (propaandehydrogenering), een ethaantank en een ethaankraker bouwen. De PDH-unit en de ethaankraker gaan respectievelijk propaan omzetten in propeen, en ethaan in etheen. Dit zijn grondstoffen voor de productie van diverse chemicaliën in verschillende vestigingen van Ineos in België en in Europa.

De ethaantank is een tussenopslag voor de regionale verdeling van ethaan via schepen, maar zorgt ook voor de bevoorrading van de ethaankraker. En verder is er voor de geplande installaties natuurlijk ondersteunende infrastructuur nodig, zoals nutsvoorzieningen, stroom, een tankenpark en logistieke diensten.

Vegetatie

Het projectgebied bestaat uit twee delen. Het noordelijk deel zit ingeklemd tussen Gunvor Petroleum Antwerpen in het noorden en de huidige Ineos- en Inovyn-site in het zuiden. Op dit deel moet de PDH-unit komen te staan. Het zuidelijk gedeelte van het terrein is bestemd voor de ethaankraker en de ethaantank. Dit deel ligt ten zuiden van de bestaande Ineos-site.

In de loop der jaren is er op de braakliggende terreinen vegetatie ontstaan. Daarom omvatte de omgevingsvergunning voor de voorbereidende werken een verzoek tot het rooien van bomen. Eind 2019 kende de Provincie Antwerpen de omgevingsvergunning al toe aan Ineos. Maar verschillende natuur- en klimaatorganisaties dienden een bezwaarschrift in tegen het weghalen van de bomen.

Ineos had in de aanvraag al geprobeerd eventuele bezwaarmakers tegemoet te komen met de belofte om 22 hectare aan bomen ouder dan 22 jaar te vervangen door 55 hectare bos in Vlaanderen. En hoewel het bedrijf benadrukte dat het weghalen van bomen binnen de normale ontwikkeling van de industriële zone paste, het mocht niet baten. Het dossier kwam op het bord van de Vlaamse regering terecht en het concern kon niet beginnen met de voorbereidende werkzaamheden.

Vijf miljard euro

Nu heeft minister Demir (Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme) eind oktober alsnog groen licht gegeven voor de voorbereidende werken van ProjectONE. ‘Dit betekent dat we kunnen starten met het bouwrijp maken van de terreinen in Lillo’, schrijft Nathalie Meert, communications & external relations manager bij Ineos, op LinkedIn. Dit is allereerst nodig om het volledige projectgebied toegankelijk te maken voor geotechnisch onderzoek. Pas in een tweede fase bouwt Ineos de PDH-eenheid, ethaantank en bijhorende nutsvoorzieningen en logistieke installaties. En in een derde fase bouwt het concern de ethaankraker en bijhorende infrastructuur. Het project zal daardoor zeker nog zo’n vier tot vijf jaar duren.

Het complexe project vergt naast tijd overigens ook een steeds grotere investering. Ineos had het project eerst ruw ingeschat op 2,7 miljard euro. Later schroefde het concern dit bedrag al op naar drie miljard. En inmiddels communiceert het bedrijf vijf miljard euro. ‘Ondertussen zijn we een heel eind verder met de precisering van de scope’, schrijft Meert. ‘Het bedrag van vijf miljard euro omvat grotere productie-eenheden en de ondersteunende infrastructuur, zoals een tankenpark en nutsvoorzieningen.’ Een finale investeringsbeslissing volgt als de front end engineering gereed is.

Ineos neemt voor vijf miljard dollar (zo’n 4,4 miljard euro) de petrochemische activiteiten van BP over. Daarmee komt BP in Geel nu volledig in handen van het Britse bedrijf. Eerder nam Ineos ook al een deel van de oorspronkelijke BP-installaties in Geel over.

In 2005 kwam BP-dochter Innovene onder de hoede van Ineos. Het ging toen om een transactie van 9 miljard dollar. Innovene was de olefinen en derivaten divisie van BP. Het relatief nog kleine Ineos groeide in één klap uit tot de op drie na grootste petrochemisch producent wereldwijd.

Bij die overname gingen drie Belgische filialen van BP naar Ineos. Namelijk de polyetheen- en polypropeen activiteiten in Lillo, de polypropeeninstallaties in Geel en de oligomeren site in Feluy. In Geel is dus al een deel van de oorspronkelijke BP-installaties in handen van Ineos. En met deze transactie gaan nu ook de resterende installaties en medewerkers van BP onder de vlag van Ineos werken. Nu gaat het om de fabrieken die gezuiverd tereftaalzuur (PTA) en paraxyleen (PX) produceren.

Financieel voordeel

BP produceert sinds 2000 paraxyleen in Geel. De PX-eenheid kwam er omdat het een strategisch en financieel voordeel opleverde om de basisgrondstof van de PTA-eenheden ter plaatse te produceren. De PX-productie in Geel is dan ook uitsluitend voor eigen gebruik. De twee PTA-eenheden op de site – PTA2 (uit 1991) en PTA3 (uit 1998) – zijn de enige afnemers. Samen hebben ze een capaciteit van 1,4 miljoen ton PTA per jaar.

Wereldwijd gaat de transactie om de aromaten en acetylen business van BP. Veertien fabrieken in Azië, Europa en de Verenigde Staten wisselen daardoor van eigenaar. Samen produceerden ze in 2019 zo’n 9,7 miljoen ton petrochemische producten. De overname zal naar verwachting eind 2020 rond zijn.

Complete verrassing

In een persbericht erkent ceo Bernard Looney dat de verkoop voor de medewerkers een complete verrassing zal zijn. ‘We zullen ons best doen om de onzekerheid tot een minimum te beperken. Ik heb er echter alle vertrouwen in dat de bedrijven zullen floreren als onderdeel van Ineos.’

In 2005 was de overname van Innovene door Ineos ook al een totale verrassing. BP had zijn olefinen en derivaten divisie verzelfstandigd en de naam Innovene gegeven. Voor de site in Geel betekende dit dat de polypropeenactiviteiten vanaf dat moment al zelfstandig opereerden. BP was vervolgens van plan Innovene met een beursgang helemaal te verzelfstandigen. Maar onverwacht kondigde de BP-groep een overeenkomst met Ineos aan om Innovene te verkopen.

Lees meer over Ineos in Petrochem 11, 2018.

Of lees het artikel over de laatste turnaround bij BP Geel in iMaintain 6, 2019

De Belgische sectorfederatie Essenscia maakt zich zorgen over een staking bij Ineos Phenol in het Vlaamse Doel. Het conflict duurt inmiddels drie weken en dreigt te worden gekaapt door de klimaatbeweging. 

Bij Ineos Phenol ligt de productie nu drie weken stil als gevolg van het ontslag van een vakbondsgedelegeerde. De vakbonden verzetten zich tegen dat ontslag en eisen op hun beurt het ontslag van een directeur. Er heerst ook ongenoegen over veranderingen op de werkvloer en over het huidige sociaal beleid in de fabriek.

Doorn in het oog

Inmiddels krijgen de vakbonden ook steun van de klimaatbeweging. Enkele van de deelnemende actiegroepen voeren al langer actie tegen de vorig jaar aangekondigde miljardeninvestering van Ineos in de Antwerpse haven. Volgens de activisten zullen die installaties draaien op een desastreuze productiemethode voor milieu en klimaat. Dat de Vlaamse overheid dergelijke projecten steunt, terwijl ze bespaart in andere sectoren is hen een doorn in het oog.

Sociale dialoog

De vertegenwoordiger van de chemische industrie, Essenscia denkt daar echter heel anders over. ‘In het belang van de 180 werknemers bij Ineos Phenol in Doel en de internationale concurrentiekracht van het chemiebedrijf en de Belgische chemiesector in zijn geheel’, roept de sectorfederatie, de sociale partners op om in dialoog tot een snelle en constructieve oplossing te komen voor het aanhoudende sociale conflict. ‘Dat andere organisaties de staking nu beginnen aan te grijpen om hun eigen thema’s op de agenda te plaatsen, mag de vakorganisaties niet afleiden van het uiteindelijke doel: een sociale dialoog voor kwaliteitsvolle jobs en economische groei op lange termijn.’

De acties van de klimaatgroepen bemoeilijken volgens Essenscia de gewenste sociale dialoog ‘die hierdoor dreigt gekaapt te worden door andere belangengroepen. Sociaal overleg draait in de eerste plaats om jobs en tewerkstelling op lange termijn. Als sociale partners en activisten zich gaan verenigen in acties die vooral het economische imago van ons land schaden, staat dit haaks op de inzet en het werk dat vele organisaties in België dagelijks leveren om net investeringen met bijhorende jobs aan te trekken.’

Bondgenoot

Volgens Essenscia is de chemie-industrie juist een bondgenoot in de klimaatuitdaging. ‘De uitstoot van broeikasgassen per productievolume is met tachtig procent verminderd, de sector produceert de materialen waarmee andere sectoren zoals energie, transport of gebouwen hun uitstoot kunnen terugdringen en chemiebedrijven werken samen met universiteiten en onderzoekscentra aan doorbraaktechnologieën, zoals de opvang en het hergebruik van CO2 als grondstof of de uitbouw van een waterstofeconomie.’

Chemieterreinen die enkele decennia geleden slechts één eigenaar en producent kenden, herbergen nu vaak een heel palet aan producenten. Vooral de verkoop en aankoop van activiteiten sneed dwars door sites heen. Op Chemelot is zelfs nauwelijks geen DSM meer te bespeuren. Een vuurtje dat aangestoken lijkt door Ineos in Antwerpen.

Eind jaren negentig ontstond een nieuw bedrijf in Antwerpen, door een management buy-out van Inspec België. Ineos is inmiddels een bekende chemische multinational, maar ruim twee decennia geleden begon het dus relatief klein. Met een site die op dat moment al uitblonk in cositing en een paar jaar eerder was overgenomen van BP, wilde Ineos een stap verder gaan. Ze stelde het industriepark open voor nieuwe investeerders.

Medio 1998 publiceerde Petrochem een interview met de toenmalige business & operations directeur Paul Nauwelaerts onder de titel ‘De petrochemische camping van Ineos.’ Daarin stelde hij dat de site nog veel ruimte had. ‘Door de kosten te spreiden en de site met derde partijen te delen, kun je efficiënter werken. Zeker in landen als België, waar de loonkosten hoog liggen. Hele grote bedrijven kunnen dat doen door zelf nieuwe installaties neer te zetten. Neem bijvoorbeeld BASF in Antwerpen. Daar werken drie- tot vierduizend mensen en is groot genoeg om de kosten te spreiden door de bouw van eigen installaties. Een kleinere speler als Ineos moet naar andere mogelijkheden zoeken om kosten te spreiden, en de kwaliteit van het personeel hoog te houden.’

 

Business & operations directeur Paul Nauwelaerts van Ineos in Petrochem (medio 1998), toen men nog rookte op kantoor. (c) Wim Raaijen

Japanse bedrijven

Naast utilities en infrastructuur bood Ineos nieuwe investeerders bijvoorbeeld ook personeelszaken aan. Nauwelaerts: ‘Voor de personeelsdienst hebben we momenteel vijf mensen in dienst. Dat is het een minimum om alles goed te laten verlopen. Als je bijvoorbeeld teruggaat van 450 werknemers naar tweehonderd, heb je nog steeds vijf mensen nodig. En als het naar duizend gaat, kan het ook met vijf mensen.’

Zelf had Ineos ook nog eigen productie, met name van ethyleenoxide en derivaten. Bij de zoektocht naar derde partijen wilde het ook op zoek gaan naar afnemers van ethyleenoxide, te meer omdat het zeer reactief is en vervoer per weg ongewenst is.

Niet lang daarna vestigden zich al enkele bedrijven op het Ineos-terrein. Opvallend was de komst van twee Japanse bedrijven: Kuraray en Nippon Shokubai. Beide bedrijven begonnen eind vorige eeuw met relatief kleine investeringen, maar recent hebben ze allebei een additieve investering achter de rug. Zo verdubbelde Kuraray de afgelopen jaren haar productiecapaciteit van de speciale kunststof EVOH (etheenvinylalcohol copolymeer). Een investering van 50 miljoen euro. Nippon Shokubai breidde nog steviger uit. Dat investeerde 350 miljoen euro voor uitbreiding van de productiecapaciteit van SAP en een eigen acrylzuurfabriek.

Ineos Phenol Belgium (c) Alf van Beem

Chemelot

Zonder overdrijven zou je Ineos op dit vlak een wegbereider kunnen noemen. Niet dat veel bedrijven dit concept meteen als kerncompetentie gingen omarmen, er ontstond de afgelopen decennia eerder de noodzaak om nieuwe samenwerkingsvormen aan te gaan. Vooral doordat grote concerns zich gingen concentreren op kerntaken gingen ze activiteiten verkopen en andere weer kopen. Daardoor kwamen nieuwe eigenaren op terreinen die daarvoor alleen van Shell (Pernis), Dow (in Terneuzen) en bijvoorbeeld AkzoNobel in Delfzijl waren.

Misschien wel het meest kenmerkende voor deze trend is het voormalige terrein van DSM in Geleen, nu bekend onder de naam Chemelot. De verkoop van de krakers en productie van bulkchemicaliën door DSM aan Sabic begin deze eeuw, was het startschot van een volledige herverdeling. DSM is nog wel heel lang de beheerder van het enorme terrein gebleven, maar ook die taken zijn de afgelopen jaren overgedragen aan Chemelot, dat verschillende productiebedrijven op het terrein als aandeelhouder heeft. Inmiddels runt DSM alleen nog maar een paarkleine installaties. De rest is in handen van Sabic, OCI Nitrogen, Saudi Aramco, Borealis, USG en verschillende andere bedrijven. Ook Chemelot is actief op zoek naar andere ‘site-bewoners’. Verschillende nieuwe investeerders kwamen op het terrein. Van technostarters tot grote chemiebedrijven. Denk bijvoorbeeld aan de Japanse producent Sekisui.

Gemeentelijke belasting

Inmiddels zijn er bedrijven die van het cositing-concept hun corebusiness hebben gemaakt. Denk bijvoorbeeld aan Emmtec. Dat is onderdeel van Getec, dat van het beheren van industrieparken een specialisme heeft gemaakt. Het bedrijf beheert bijvoorbeeld ook parken van Novartis en Clariant in het Zwitserse Basel. Onlangs had Petrochem een interview met Hendrik van der Ploeg, de directeur van Emmtec.

Naast levering van energie en andere utilities heeft Emmtec verschillende andere taken en verantwoordelijkheden. Zo kunnen klanten terecht in het laboratorium en heeft het een eigen engineeringsafdeling. Daarnaast biedt de parkbeheerder verschillende parkservices aan, waaronder brandweer, beveiliging, catering en het beheer van de wegen op het terrein. Van der Ploeg: ‘De kosten van deze services worden zonder opslag verdeeld over de bedrijven op het park. Een soort gemeentelijke belasting? Ja, zo zou je het wel kunnen zien.’

Ook op logistiek vlak ondersteunt het de aanwezige bedrijven. Daarin is het haar tijd lang vooruit. Al vanaf 2002 heeft het park een vernuftig systeem waardoor minder vrachtwagenbewegingen binnen de hekken nodig zijn. Onder luchtdruk worden kunststofkorrels vanaf de productie-installaties via leidingen naar silo’s aan de rand van het terrein geblazen.

Maasvlakte

Vorig jaar opende Emmtec een vestiging in Delfzijl, waar Nouryon momenteel het Chemie Park Delfzijl beheert. Een opstapje naar meer? ‘De vestiging in Delfzijl richt zich op engineeringactiviteiten. Niet direct op beheer’, antwoordt Van der Ploeg. Toch doet hij er niet geheimzinnig over. ‘Natuurlijk hebben we interesse om het beheer van andere industrieparken over te nemen en daar zijn ook heus wel gesprekken over. We hebben natuurlijk een sterke formule. Laatst hadden we bijvoorbeeld vertegenwoordigers van het havenbedrijf van Rotterdam over de vloer. Die wilden eens bekijken hoe we dat doen. Een concept voor op de Maasvlakte? Zou natuurlijk prima kunnen.’

Openingsfoto (c) Chemelot

Chemieconcern Ineos heeft Bilfinger gecontracteerd als steigerbouwpartner voor de komende jaren. Het onderhoudscontract geldt voor de locaties Ineos Oxide (Zwijndrecht) en Phenol (Kallo).

Ineos heeft gekozen voor Bilfinger mede vanwege de visie van het bedrijf op het gebied van digitalisering. Bilfinger zette de afgelopen jaren grote stappen op het gebied van digitalisering en innovatie in de steigerbouw. De laatste ontwikkeling binnen deze digitalisering is de Client Portal. Met dit klantsysteem kunnen alle relevante data worden ingezien rond de steigerbouwprojecten van Bilfinger. Bijvoorbeeld de vastgestelde KPI’s, de financiële contractafspraken en een overzicht met de locatie van steigers op site.

Ineos gaat een nieuwe ethaankraker en propaandehydrogeneringsfabriek bouwen op zijn bestaande site in Lillo en aanpalende terreinen. Het bedrijf neemt daarvoor niet gebruikte delen van concessies van buurbedrijven over, waardoor een optimale integratie met de bestaande industrie wordt gegarandeerd. De nieuwe installaties zullen ook via pijpleidingen verbonden zijn met diverse Ineos etheen- en propeenderivatenunits in Europa.

Ineos investeert drie miljard euro in de ethaankraker en propaandehydrogeneringsfabriek in plaats van de eerder geschatte 2,7 miljard euro. Het zal de eerste nieuwe kraker in Europa zijn sinds twintig jaar. Het is eveneens de grootste investering in de Europese chemische industrie sinds twintig jaar. De propaandehydrogeneringsfabriek zal 750.000 ton propaan per jaar omzetten in propeen. De capaciteit van de kraker is niet bekend gemaakt.

Ineos produceert momenteel bijna 4,5 miljoen ton etheen en propeen in Europa, maar is nog steeds de grootste afnemer van die twee bouwstenen in de regio. Als het megaproject zal zijn afgerond, voorziet het bedrijf veel meer zelf in de grote behoefte aan etheen en propeen. De verwachting is dat de nieuwe productie-eenheden in 2024 in gebruik kunnen worden genomen. Zodra de fabrieken operationeel zijn, zorgen ze voor vierhonderd directe, voltijdse arbeidsplaatsen en een vijfvoud aan indirecte jobs. Tijdens de constructiefase zullen ongeveer drieduizend werkkrachten aan de slag zijn.

Lees ons artikel over Ineos in Petrochem 11, 2018.

In ons februarinummer kunt u een uitgebreid artikel lezen over de investering van Ineos.

Chemiebedrijf Ineos gaat de grootste investering in de Europese chemiesector in twintig jaar doen in de haven van Antwerpen. Het gaat om een totale investering van 2,7 miljard euro. Dat meldt de Vlaamse krant De Tijd zaterdag. De gesprekken zijn nog niet helemaal afgerond, maar ‘de belangrijkste hordes in het dossier zijn genomen’. Het bedrijf was ook in gesprek in Rotterdam. 

De chemiegigant wil in de Antwerpse haven, waar het al aanwezig is met productie-installaties, twee fabrieken bouwen. Een van de twee is een kraker die ethaangas omzet in ethyleen. Dat is een belangrijke grondstof in de chemiesector. Ook wil het bedrijf een propaandehydrogeneringsfabriek (PDH) bouwen. Die zet propaangas om in propyleen.

Al eerder waren de plannen bekend, alleen de locatie nog niet. Begin juli 2018 werd duidelijk dat de hydrogeneringsfabriek 750.000 ton propaan per jaar gaat omzetten in propeen. De capaciteit van de ethaankraker werd toen nog niet bekend gemaakt.

Schaliegas

Oprichter en CEO van Ineos Jim Ratcliffe benadrukte in juli dat deze investeringen alleen mogelijk zijn door de schaliegasrevolutie in de VS. Daar zal een groot deel van de grondstoffen vandaan komen. Eerder investeerde Ineos twee miljard dollar in acht speciale schepen. Daarmee kan het jaarlijks meer dan 800.000 ton ethaangas bij -90 graden Celsius uit de Verenigde Staten naar Europa importeren.

Volgens De Tijd zou de keuze van Ineos uiteindelijk op Antwerpen zijn gevallen, omdat de meeste afnemers van de grondstoffen uit de nieuwe fabrieken zich in de Vlaamse haven bevinden.