Vier de industrie! Het wordt tijd dat we de industrie niet alleen vereenzelvigen met het negatieve deel. We kennen het beeld wel, de industrie veroorzaakt veel problemen. Op het gebied van veiligheid, milieu en klimaat bijvoorbeeld. Het is natuurlijk waar. Industriële productie kent grote uitdagingen. Als we ons daar niet bewust van zijn, dan zijn de risico’s enorm.

Tegelijkertijd kan de industrie juist onderdeel zijn van de oplossingen. Ook op dat vlak zijn de grote lijnen wel bekend. Zonder composieten zijn de moderne windmolens niet mogelijk en kunnen onze auto’s nauwelijks lichter en dus zuiniger worden. In de transitie naar schonere energiedragers en grondstoffen speelt de industrie een cruciale rol. En de industrie levert ons medicijnen, voeding, beschermingsmiddelen en ga zo maar door.

Echter, onbekend maakt onbemind. De samenleving lijkt het beeld van de vieze en gevaarlijke industrie te koesteren. Tegelijkertijd hebben veel industriële bedrijven en hun medewerkers moeite om uit hun schulp te kruipen. Misschien doordat ze zich in het defensief gedwongen voelen. Maar zeker ook onder druk van juristen en aandeelhoudersbelangen. Een negatieve status quo zo lijkt het.

Hoopgevend

Dat is jammer. Want er zijn veel mooie verhalen te vertellen over de industrie. Jaar na jaar treffen wij slimme en gedreven mensen in de industrie, bijvoorbeeld voor onze verkiezingen van de Plant Manager of the Year en de Techniekheld. Ze zijn zich terdege bewust van de risico’s, maar ook de kansen van hun vak en industriële omgeving. En ze eisen een rol op in de verbetering van de industrie. Ook zijn er voldoende interessante innovaties. Als redactie moeten we echter ons best doen om een deel van die vernieuwingen boven water te tillen. Alsof de meeste industriële bedrijven niet trots durven te zijn.

Blijkbaar niet genoeg allemaal. Al voor de coronapandemie rees daarom bij ons en enkele partners het idee om meer schijnwerpers op de industrie te zetten. Op de uitdagingen, maar ook de oplossingen. En niet alleen vergezichten, maar vooral de stappen die nu al worden gezet. Eerlijk, open en waar kan hoopgevend.

HYTE

De afgelopen tijd is daarom het idee van een industriefestival geboren. Dat idee begint concrete vormen aan te nemen. Sterker nog, we hebben een datum en een tijd. Samen met founding partner iTanks en – hopelijk veel – andere partners willen we op 22 en 23 juni in de RDM Onderzeebootloods de industrie vieren. Schrijf dus in je agenda: iLinqs, festival van de industrie.

Een festival met innovaties, pitches en demonstraties. Zeker met bekende elementen, bijvoorbeeld van onze congressen Watervisie en Deltavisie. En de verkiezing van de Plant Manager of the Year bijvoorbeeld. Maar ook veel nieuwe side-events over de druk op de technische arbeidsmarkt, de mogelijkheden van digitalisering, ideeën van young professionals en uiteraard thema’s als veiligheid en transitie.

Om het allemaal nog intensiever te maken; een week later ga ik met drie young professionals op pad voor de Hydrogen Trail Europe, ofwel HYTE, van 27 juni tot 8 juli. Via vlogs, blogs, artikelen en een documentaire willen we laten zien waar de industrie in Europa mee bezig is. Dan wel specifiek op het gebied van transitie en met name waterstof. Ook weer op een eerlijke en hopelijk inspirerende manier.

Meer informatie over beide initiatieven volgt de komende weken en maanden. In onze beide magazines Petrochem en Industrielinqs, op onze sites en zeker ook op social media. Volg de pagina’s van Industrielinqs, Petrochem platform en Hydrogen Trail Europe op LinkedIn! Wil je met je bedrijf of organisatie actief deel uitmaken van onze initiatieven, neem gerust contact met me op. Laten we komend jaar vooral met ons allen de industrie vieren.

Reageren? wim@industrielinqs.nl

Digitalisering is niet meer weg te denken in de industrie. Er is steeds meer mogelijk. Wat zijn de innovaties op dit gebied met betrekking tot asset management? ‘Conditiemeting gebeurt in de industrie veel en vaak, maar tegelijkertijd voeren veel onderhoudsmonteurs ook nog manuele inspecties en preventief onderhoud uit. Toch zie je bedrijven werkzaam in de procesindustrie steeds vaker sensoren implementeren, er de meerwaarde van inzien en ze combineren met andere slimme technieken. Nieuwe communicatietechnologieën zoals NB-IoT en 5G, de cloud en AI-modellen met Machine Learning protocollen zorgen ervoor dat de industrie veel meer kan met digitalisering terwijl het ook goedkoper en betrouwbaarder wordt’, zegt Staf Seurinck, Country Managing Director bij ABB Nederland.

De technologie is marktbreed beschikbaar en de acceptatie neemt toe. Staf Seurinck: ‘De coronacrisis is een enorme enabler geweest voor veel bedrijven om die digitaliseringsslag te maken. Er is meer vertrouwen in bijvoorbeeld de cloud en online meetings, maar ook meer aandacht voor cybersecurity en remote service.’ Collega Robin Huber, condition monitoring expert, geeft een voorbeeld uit de praktijk. ‘Je kunt tegenwoordig vaak kiezen voor een éénweg- dan wel tweewegcommunicatie. Wij hebben voor onze drives onze gateways zo ingericht dat we niet alleen data kunnen uitlezen, maar indien nodig ook kunnen ingrijpen. Een engineer hoeft niet langer ter plaatse te komen, maar kan door in te loggen met een veilige digitale sleutel op afstand wijzigingen doorvoeren. Hiermee kun je veel kosten en tijd besparen.’

‘Ik verwacht dat augmented reality in 2022 definitief doorbreekt.’

Staf Seurinck, Country Managing Director ABB Nederland

Een aantal van ABB’s klanten maken al gebruik van de tweewegcommunicatie, maar andere klanten geven vooralsnog de voorkeur aan eenrichtingsverkeer. ‘Het klopt dat er bij tweewegcommunicatie meer cyberrisico’s zijn in vergelijking met éénwegcommunicatie omdat er tijdelijk een deur wordt opengezet, maar door goede monitoring en de juiste veiligheidsmaatregelen kun je indringers buiten houden. Dit betekent wel dat er blijvende aandacht voor cybersecurity nodig is. De aandacht daarvoor wordt in de toekomst nog belangrijker aangezien steeds meer digitaal gebeurt. De overheid maakt gelukkig ook fondsen vrij om er extra aandacht aan te besteden.’

5G

Met 5G zijn bepaalde technologieën ook eenvoudiger te implementeren, stelt Seurinck. ‘Met 4G en binnenkort 5G is veel mogelijk, maar het is tegelijkertijd vooralsnog niet goedkoop. Wil je dit in asset management toepassen, dan is een goed businessmodel essentieel. Het moet waarde genereren zoals het voorkomen van stilstanden, het verhogen van de productiviteit, het verlagen van kosten, verbeteren van processen enzovoort. Voor conditiemeting an sich is geen 5G nodig, maar wil je bijvoorbeeld augmented reality (AR) toepassen, dan is het een heel ander verhaal. Een engineer loopt met een AR-bril door de fabriek en ziet op het netvlies waarschuwingen opduiken bij een onderdeel van een asset.

De tablet, die eveneens met 5G is gekoppeld, gebruikt de engineer om via een wireless verbinding meer info van de betreffende asset via de cloud op te vragen of remote ondersteuning van collega-engineers. Real-time ontvangt de monteur instructies. Dit beeld werd in het verleden al eens beschreven, maar dit zal binnenkort bij veel bedrijven realiteit worden. De nieuwste generatie brillen zijn namelijk in combinatie met 5G en softwareontwikkeling eenvoudiger te dragen en veel intuïtiever, waardoor ik verwacht dat AR in 2022 definitief doorbreekt.

Het fieldlab VIA APPIA dat bij World Class Maintenance is opgestart heeft twee miljoen subsidie gekregen van de overheid. De doelstelling van dit Smart Industry Fieldlab is om toepassingen van VR/AR in combinatie met AI binnen een maintenance en service context te industrialiseren door de gezamenlijke krachten, kennis en ervaringen van projectdeelnemers te bundelen, gezamenlijk te analyseren waar de beste kansen liggen en te bepalen hoe het beste kan worden gekomen tot waardevolle industriële toepassingen. Denk bijvoorbeeld aan het ontwikkelen van software om engineers automatisch van antwoorden te voorzien als zij vragen hebben. Hiermee komt de techniek in een stroomversnelling.’

Combinatie

Het combineren van meerdere technieken heeft de toekomst, stelt Seurinck. ‘Sensoren en communicatieprotocollen worden beter en nauwkeuriger, rekenkracht wordt sneller en beter, machine learning wordt betrouwbaarder, vision technologie maakt stappen voorwaarts en AR is de kinderschoenen ontgroeid.’ Dit leidt tot nieuwe mogelijkheden, ook in asset management.

Huber geeft een voorbeeld. ‘Een van onze klanten voerde in het verleden ééns in het kwartaal trillingsmetingen uit aan motoren. Dat gebeurt nu één keer per uur met behulp van slimme sensoren. Voor drives was de frequentie één keer per jaar, terwijl er nu een continue datastroom wordt verzameld in de cloud. Tegenwoordig analyseren we deze data aan de hand van machine learning, anomaliedetectie en statistische tools in combinatie met historische kennis en modellen, waardoor we steeds nauwkeurigere conclusies kunnen trekken. Voor een motor kunnen we nu al aan de hand van data concluderen dat bijvoorbeeld de lager aan de aandrijfzijde binnen afzienbare tijd moet worden vervangen. Koppel je deze informatie aan je longterm en short term KPI ’s, dan kun je hier acties en een onderhoudsstrategie aan koppelen.’

Seurinck vult aan: ‘Bedrijven kunnen besluiten veel beter gefundeerd nemen omdat er met meer factoren rekening kan worden gehouden. De algoritmes kunnen elkaar versterken en corrigeren zodat de diagnose die wordt gesteld veel betrouwbaarder wordt. De tijd van trial and error is definitief voorbij. Kortom, verbeterde technieken leiden tot een exponentieel beter resultaat.’

Systeem grijpt in

We gaan van voorspellend naar oplossend onderhoud. Seurinck geeft een praktijkvoorbeeld: ‘In melkfabrieken is het probleem dat veel pompen te maken hebben met cavitatie. Het proces zorgt voor trillingen waardoor waaiers stuk gaan. Dat proces kunnen we meten in het stroombeeld van onze frequentiesturingen. Voorafgaand bepalen we in samenwerking met de procestechnoloog hoe het systeem hiermee om dient te gaan. Als het systeem cavitatie opmerkt, brengt dit het toerental gedurende een vooraf ingestelde periode naar beneden conform de input van de procestechnoloog. Na die periode van afschaling geeft het systeem het setpunt terug aan het bovenliggende controlesysteem. Zo wordt het systeem ingeregeld om zelfstandig cavitatie op te merken en daar zelf op te acteren. Dit gebeurt automatisch zonder tussenkomst van de procestechnoloog. Er komen steeds meer van dit soort applicaties op de markt. Je bent niet langer met preventief onderhoud bezig, maar ook prescriptief onderhoud.’

‘Data science is een belangrijke additionele competentie geworden.’

Johan Enters, directeur Digital Transformation Emerson Automations Solutions

Johan Enters, directeur Digital Transformation bij Emerson Automations Solutions, ziet ook behoorlijk wat kansen voor digitalisering in de industrie. ‘In het verleden werd de staat of gezondheid van de asset bepaald tijdens periodieke inspecties, maar wil je asset management naar een hoger plan brengen, dan moet je tussen twee inspectieperiodes ook iets over de gezondheid van de assets kunnen zeggen zodat je de juiste onderhoudsbeslissingen kunt nemen. Dit kan onder meer door (real-time) monitoring. Veel bedrijven maken stappen en zijn volop aan het innoveren.’

Open standaard

Steeds meer systemen genereren data. Deze worden – tegenwoordig vaak wireless – overgebracht naar een centraal systeem dat hier hiërarchie en context in aanbrengt en van data informatie maakt. Dit leidt tot het stroomlijnen van processen, het besparen van energie of het slimmer uitvoeren van onderhoud. Om dit mogelijk te maken moet informatie van diverse systemen van verschillende leveranciers aan elkaar kunnen worden gekoppeld. Enters: ‘Wat je merkt is dat een open standaard, zoals Namur Open architecture, nodig is om koppelingen probleemloos te kunnen maken. Er zijn diverse wireless communicatieprotocollen op de markt, maar ik verwacht dat er uiteindelijk één of twee de standaard worden.’

Platform

Wil een bedrijf voorspellende beslissingen kunnen nemen op het gebied van asset management, dan moet de beschikbare data verworden tot informatie. ‘Er zijn hiervoor diverse platforms op de markt, zoals bijvoorbeeld het Emerson Plantweb Optics-platform. Dit verbindt en verzamelt operationele gegevens van productie-, procesbesturings- en IT-systemen. Deze worden in een context geplaatst en met behulp van algoritmes en machine learning omgezet naar bruikbare informatie die volledig beschikbaar is voor de besluitvormer.’

(c) Emerson

Ook augmented reality kan hieraan worden gekoppeld. ‘AR kun je zien als de Google Maps van een fabriek. Op het moment dat je met een AR-bril rondloopt zie je de assets en de procesvariabelen boven de assets, zodat je meteen kunt zien of actie nodig is. Daarnaast leidt een AR-bril je, als je een specifiek onderdeel zoekt, snel naar dit onderdeel. Deze technologie is essentieel om jongere werknemers snel wegwijs te maken in de fabriek.’

Ontzorgen

Het doel is dat digitalisering bijdraagt aan het ontzorgen van de asset owner en werknemers met het bieden van meerwaarde. Enters: ‘Wanneer een apparaat op dit moment afwijkend gedrag vertoont, ontvangt de procesoperator een melding. Waar je heen wil, is dat het apparaat ook meteen de melding en onderliggende informatie naar de maintenance manager stuurt met de daarbij behorende prioriteit. Zodra de maintenance engineer klaar is met het onderhoud, zal de informatie over die specifieke asset automatisch worden bijgewerkt in onder andere het CMMS en ontvangen alle betrokkenen een melding van de status. Wanneer iedereen op diens niveau over de juiste actuele informatie kan beschikken, kun je misverstanden, miscommunicatie en tijdverlies voorkomen. Dit is het summum van digitale innovatie .’

Actie ondernemen

Beslissingsmomenten kun je eveneens ondersteunen met digitale middelen. ‘Op bepaalde assets kun je een AI-gebaseerde tool toepassen die vertelt of je optimaal produceert, of onderdelen slijtage vertonen, of de output klopt met de verwachtingen, of er een mismatch is. Dit kun je niet alleen op procescontroleniveau doen, maar ook op assetmanagementniveau. Een voorbeeld: In realiteit kun je niet in een destillatiekolom kijken, maar met behulp van metingen en analysetools kun je zien of de gegevens die een kolomschotel genereren afwijkingen vertonen. Tegenwoordig kun je met het softwarepakket Automated Root Cause Analysis (eRCA) geautomatiseerd bepalen wat er aan de hand is (symptoom) en wat de afwijking veroorzaakt (root cause). Je kunt meteen actie ondernemen op datgene waarvan het systeem aangeeft dat waarschijnlijk de oorzaak is.’

Operators van de toekomst

‘Data science is een belangrijke additionele competentie geworden’, stelt Enters. ‘Data scientists moeten zorgen dat betrouwbare informatiemodellen worden gebouwd. Ze bepalen echter niet wat er moet gebeuren in de fabriek omdat ze deze kennis niet hebben. Je hebt nog steeds operators en maintenance managers nodig die in de fabriek de juiste handelingen uitvoeren om de beschikbaarheid van de fabriek te garanderen. Dat zal niet zo snel veranderen.’

Wel moet de operator meer kennis hebben over digitale aspecten. ‘Om te laten zien wat mogelijk is, levert ons bedrijf daarom onder meer een bijdrage aan STC Brielle voor hun ‘Plant of the Future’. Deze opleidingsplant wordt volledig uitgerust met smart transmitters. Ze bieden informatie over de toestand van de apparaten zelf. Daarnaast geven ze inzicht in de manier waarop ze invloed hebben op het gehele systeem en de fabriek. De operators en monteurs van de toekomst zien hier wat nu mogelijk is op digitaal gebied en worden hierop opgeleid.’

In Groningen is vandaag WING, het testnetwerk voor waterstof, geopend. Met WING kunnen netwerkbeheerders, installateurs en andere technische organisaties trainingen met waterstof voor hun personeel organiseren. Maar ze kunnen ook fysieke tests uitvoeren en hun technologie demonsteren.

Nu de industrie beweegt van plannen maken naar realisatie van waterstofprojecten heb je ook een omgeving nodig waar de praktijk tot leven wordt gebracht. Waar bedrijven hun apparatuur in de praktijk kunnen laten zien, bewijzen dat het functioneel en veilig is. Denk daarbij aan cv-ketels, meetapparatuur en kleppen. Al deze apparatuur zal uiteindelijk over moeten gaan van aardgas naar waterstof. De industrie maakt op dat gebied al grote stappen, maar er hoort ook nog veel ontwikkeling en testen bij. Welke pakking heb je nodig, welke afsluiters zijn goed, gedraagt kunststof zich hetzelfde als staal?

De chemische industrie heeft al veel ervaring met waterstof, maar hoe vertaal je die naar een woonwijk waar je geen hek omheen zet? Je moet dat anders gaan organiseren. Binnen de WING-omgeving kunnen bedrijven veilig en verantwoord testen met waterstof, in een gecontroleerde omgeving en met kundige mensen. Bovendien kunnen ook studenten en technici oefenen en uitproberen.

Waterstof Innovatie Netwerk Groningen

WING staat voor Waterstof Innovatie Netwerk Groningen. Het testnetwerk bevindt zich in de energietransitie-proeftuin van EnTranCe van de Hanzehogeschool Groningen. Het systeem bestaat om te beginnen uit een container waarin maximaal 200 bar waterstof in vijf tubes van glasvezel is opgeslagen. Deze kunnen worden gevuld via een losstation. Het testnetwerk heeft vervolgens meerdere waterstofaansluitingen van 30 mbar tot 8 bar en zelfs een aansluiting met hogere druk is mogelijk.

Iedere keer als er weer een klimaattop is, lijkt het erop dat het internationale overleg alleen maar tot teleurstellingen leidt. Natuurlijk, er zijn zeker pluspunten te noemen. Zo zijn bijna alle landen overeengekomen steenkool uit te faseren. Helaas spreekt China liever over afschalen. Ook wat betreft de uitstoot van methaan, verantwoordelijk voor een derde van de opwarming, beloofden de grootste vervuilers zoals China, India en Rusland maatregelen te nemen. En, misschien wel de belangrijkste afspraak, verschillende landen zijn overeengekomen te stoppen met subsidies voor fossiele brandstoffen.

Toch zijn de beloften en afspraken in veel gevallen niet veel meer dan dat. Want steeds weer zien we berekeningen terugkomen over de geschatte effecten van de afspraken. En dan blijkt dat de verwachte temperatuurstijging in 2100 momenteel op 2,4 graden Celsius staat.

Nu is het misschien te eenvoudig om alleen naar de politieke leiders te kijken. Uiteindelijk zijn die in veel gevallen democratisch gekozen en vertegenwoordigen ze de wil van het volk. En die vindt het in het algemeen maar wat gemakkelijk om met het vingertje te wijzen naar de vervuilende industrie. Terwijl ze wel de producten van diezelfde industrie afnemen, met het vliegtuig op vakantie gaan en het liefste een stukje vlees eten.

Onlangs hoorde ik nog een interview met hoogleraar Bert Weckhuysen, die ook op de European Industry & Energy Summit begin december spreekt, over de belofte van een groene chemie. Goed om te horen dat de onderzoeksgroep van Weckhuysen onderzoekt hoe diezelfde producten waar we als samenleving van profiteren op duurzame wijze kunnen worden geproduceerd. Maar ook confronterend om te horen dat de gemiddelde westerse mens jaarlijks elf ton CO2 uitstoot. Een groot deel van die uitstoot gaat overigens naar de heilige koe: de auto. Natuurlijk hakt een vliegreis er ook goed in. Gedragsverandering heeft dus wel degelijk impact.

Weckhuysen weigerde ook om mee te gaan met de politici die beweerden dat de technologie om de klimaatcrisis af te wenden al klaar ligt. Er zijn natuurlijk al alternatieven voor fossiele brand- en grondstoffen. Maar er is nog heel veel geld en onderzoek nodig om die technologie tot wasdom te laten komen. Het is dan ook te simpel om te denken dat politici, wetenschappers of zelfs de industrie het klimaatprobleem gaan oplossen. Uiteindelijk moet iedereen zijn steentje bijdragen en zijn CO2-uitstoot terugdringen. Je adem inhouden schijnt ook te helpen, maar de trein nemen lijkt me een stuk eenvoudiger.

David van Baarle, hoofdredacteur

Een nieuw en opwindend onderdeel van de European Industry & Energy Summit is de Dragons’ Den of Transition. Sommige baanbrekende innovaties hebben namelijk alleen een duwtje in de rug nodig om tot bloei te komen. Door innovators te koppelen aan Dragons met geld, contacten of andere steun, hopen we de energietransitie te versnellen. We stellen de innovators vast aan u voor. SpectX werkt aan een oplossing waarbij twee drones samenwerken om remote en automatische röntgeninspecties mogelijk te maken. Met uitbreiding van het budget zou het bedrijf binnen anderhalf jaar met een eerste concept kunnen komen van de SpectX-technologie. Maar een launching customer is ook zeer welkom.

Barre omstandigheden

Akhilesh Goveas schetst een beeld van de nabije toekomst waarbij twee drones nauw samenwerken om röntgenopnames te maken van windturbinebladen. ‘Bij een röntgeninspectie is zowel een stralingsbron als een ontvanger nodig die de straling opvangt en in beeld overzet. Normaal gesproken doet men dat met grote apparaten aan beide kanten van een te inspecteren object. In die gevallen moet men de omgeving vrijmaken om ervoor te zorgen dat er geen personen zijn die eventueel met de straling in aanraking zouden komen. Dat is bij een gewone fabriek al lastig, maar offshore eigenlijk niet te doen.

We bedachten dat het mogelijk moest zijn om deze inspecties door drones te laten uitvoeren. Er zijn namelijk ook röntgeninspectiecamera’s die redelijk compact zijn. Enige uitdaging was dat je een tweede drone nodig hebt om de straling die door het turbineblad gaat weer op te vangen. De hardware is zoals gezegd niet zozeer het probleem, maar het is wel een uitdaging om twee drones synchroon met elkaar te laten werken onder de barre weersomstandigheden offshore. Het grootste deel van ons werk is dan ook de ontwikkeling van software en kunstmatige intelligentie om twee drones autonoom met elkaar samen te laten werken.’

Hulpvraag

Als Goveas zijn budget kan uitbreiden, zou hij binnen anderhalf jaar met een eerste concept kunnen komen van de SpectX-technologie. Maar hij zoekt ook nog een launching customer die zijn windturbines beschikbaar stelt voor testen.

European Industry & Energy Summit 2021

Op 7 en 8 december vindt de European Industry & Energy Summit 2021 plaats in Rotterdam Ahoy. De plenaire opening belooft wederom spektakel met key notes van Melanie Maas-Brunner (CTO BASF), Holger Kreetz (COO Uniper), Hans van den Berg (CEO Tata Steel Nederland) en professor Bert Weckhuysen (Universiteit Utrecht). De summit richt zich op een verscheidenheid aan onderwerpen zoals emissievrije waterstof, chemcycling, energie-efficiëntie, elektrificatie, carbon capture, usage and storage (CCUS), biobased industry en meer. Al deze technologieën kunnen een duurzame toekomst mogelijk maken. > Programma en aanmelden

Een nieuw en opwindend onderdeel van de European Industry & Energy Summit is de Dragons’ Den of Transition. Sommige baanbrekende innovaties hebben namelijk alleen een duwtje in de rug nodig om tot bloei te komen. Door innovators te koppelen aan Dragons met geld, contacten of andere steun, hopen we de energietransitie te versnellen. We stellen de innovators vast aan u voor. REDstack ontwikkelde membranen die selectief positief of negatief geladen ionen doorlaten en bouwde hiervan een systeem dat inmiddels werkend te zien is op de Afsluitdijk. Met een bedrag van 17 miljoen euro kan REDstack de komende drie jaar zodanig opschalen dat het op eigen benen verder kan.

Wereldwijd zijn er heel wat deltagebieden waar zoet water uit de rivieren de zoute zee instroomt. Dit zijn allemaal potentiële energiebronnen wat REDstack betreft. Directeur Pieter Hack rekende al uit dat wereldwijd één terawatt blue energy beschikbaar is. Men moet het alleen nog maar oogsten. ‘Theoretisch is het energiepotentieel van een vierkante meter membraan twee watt. Daarmee zou een kuub zoet water die de zee instroomt één megawatt per seconde kunnen opleveren’, zegt Hack.

‘We hebben belangrijke resultaten geboekt met de stack-technologie. We weten niet alleen hoe we de stacks moeten ontwerpen, maar ook hoe de processen daaromheen moeten worden ingericht. De volgende stap voor ons is om opschalingsprojecten op te starten zodat we de industriële werking van blue energy voor potentiële klanten kunnen aantonen. Dit is een zeer interessante technologie voor duurzame energieproducenten omdat het een vaste basislast levert.’

Om op grotere schaal te leveren, moeten we wel een membraanproductielijn inrichten. En ook voor de stacks geldt dat als we die op industriële schaal kunnen produceren, ze steeds goedkoper zullen worden. En daarvoor hebben we vooral geld nodig.’

Hulpvraag

Met een bedrag van 17 miljoen euro kan REDstack de komende drie jaar zodanig opschalen dat het op eigen benen verder kan. Onze businesscase is voor een investeerder zeer aantrekkelijk met een volwassen technologie en een markt die liever vandaag dan morgen zowel de ontzilting als energieopwekkingsmogelijkheden wil inzetten.’

European Industry & Energy Summit 2021

Op 7 en 8 december vindt de European Industry & Energy Summit 2021 plaats in Rotterdam Ahoy. De plenaire opening belooft wederom spektakel met key notes van Melanie Maas-Brunner (CTO BASF), Holger Kreetz (COO Uniper), Hans van den Berg (CEO Tata Steel Nederland) en professor Bert Weckhuysen (Universiteit Utrecht). De summit richt zich op een verscheidenheid aan onderwerpen zoals emissievrije waterstof, chemcycling, energie-efficiëntie, elektrificatie, carbon capture, usage and storage (CCUS), biobased industry en meer. Al deze technologieën kunnen een duurzame toekomst mogelijk maken. > Programma en aanmelden

Een nieuw en opwindend onderdeel van de European Industry & Energy Summit is de Dragons’ Den of Transition. Sommige baanbrekende innovaties hebben namelijk alleen een duwtje in de rug nodig om tot bloei te komen. Door innovators te koppelen aan Dragons met geld, contacten of andere steun, hopen we de energietransitie te versnellen. We stellen de innovators vast aan u voor. BioCore vraagt de Dragons om hulp bij het financieren van een full scale pilot project voor zijn solid oxide fuel cell technologie. Daarmee wordt de biogasproductie bij boeren weer economisch haalbaar.

Biogas

In de energietransitie speelt biogas een grote rol. Het duurzame methaan is namelijk altijd beschikbaar en kan daardoor een belangrijke rol spelen in balancering van het energiesysteem. De agrarische sector is een belangrijke producent van het gas en de veeboeren verbranden een deel van het gas om er warmte en elektriciteit van te maken. Die conversie kan efficiënter, dacht Stephan Herrmann. Hij ontwikkelde met een aantal studenten van de Universiteit van München een systeem dat is gebaseerd op solid oxide fuel cells en noemde het BioCore, wat staat voor Biogas conversion with Reversible Electrolysis.

‘In Europa staan inmiddels 19.500 biogasfabrieken bij boeren’, zegt Herrmann. ‘Van die fabrieken staat ongeveer de helft in Duitsland. Inmiddels zijn veel van die systemen al twintig jaar oud, waardoor de subsidie op de gasproductie een stuk terugloopt. Veel boeren overwegen dan ook de productie te stoppen.

Om die inkomsten te compenseren, zal men het gas efficiënter moeten inzetten. Door solid oxide fuel cells (SOFC’s) in te zetten, verdubbelt de stroomproductie. Bovendien is de SOFC-techniek omkeerbaar. Dat betekent dat als duurzame stroomproductie de vraag overstijgt, de cellen ook waterstof of syngas kunnen produceren. En, of het niet genoeg is, de brandstofcellen scheiden bovendien de koolstofdioxide in het biogas af van het waterstof. Dat koolzuur kunnen de boeren weer verhandelen op de markt of eventueel ondergronds opslaan. In dat geval ontstaan dus zelfs negatieve emissies.

Hulpvraag

Hermann en consorten willen graag opschalen. ‘We bouwden een compleet systeem van tien kilowatt in een standaard container. De boeren hebben echter minstens honderd kilowatt nodig. En daarvoor hebben we financiering nodig. We hebben al een klant die graag zijn installatie beschikbaar stelt om te testen. Na deze stap kunnen we snel opschalen en de boeren helpen hun bijdrage te leveren aan de energietransitie.’

European Industry & Energy Summit 2021

Op 7 en 8 december vindt de European Industry & Energy Summit 2021 plaats in Rotterdam Ahoy. De plenaire opening belooft wederom spektakel met key notes van Melanie Maas-Brunner (CTO BASF), Holger Kreetz (COO Uniper), Hans van den Berg (CEO Tata Steel Nederland) en professor Bert Weckhuysen (Universiteit Utrecht). De summit richt zich op een verscheidenheid aan onderwerpen zoals emissievrije waterstof, chemcycling, energie-efficiëntie, elektrificatie, carbon capture, usage and storage (CCUS), biobased industry en meer. Al deze technologieën kunnen een duurzame toekomst mogelijk maken. > Programma en aanmelden

Er moet meer gerichte aandacht komen voor de opschaling van klimaattechnologie startups, vinden Mare Straetmans (Port XL) en Auke Ferwerda (Lightyear). Zij zijn initiatiefnemers van Platform Zero, een verwijzing naar zero emissions oftewel nul uitstoot.

Platform Zero legt zich specifiek toe op het versnellen van de groei van bedrijven die actief zijn in de klimaattechnologie. Daarnaast wil het, met steun van het Havenbedrijf en de stad Rotterdam, de komende jaren een fysieke klimaatcampus ontwikkelen in de Merwe4Haven in Rotterdam.

De rode loper moet uit voor ‘scale ups’ die de energietransitie kunnen versnellen aldus Straetmans: ‘Rotterdam staat bij jonge bedrijven nog onvoldoende op de kaart met haar ambities als klimaat- en energie-innovatie hoofdstad; bijvoorbeeld op het gebied van waterstof, elektrificatie of circulariteit. Hierdoor vestigen partijen zich soms elders, terwijl de infrastructuur, de aanwezige bedrijven en het Zuid-Hollandse talent van wereldklasse zijn.’

Klimaatcampus

Platform Zero wil met haar klimaatcampus actief bijdragen aan de aspecten die voor groeibedrijven belangrijk zijn. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om een inspirerende kantoorlocatie, het aantrekken van talentvolle medewerkers en het investeringsklimaat. Van strategisch belang is ook de aansluiting op de haven, de procesindustrie, bedrijven in de maakindustrie en infrastructuur.

Daarnaast is de kwaliteit van de reeds in het gebied aanwezige bedrijven van cruciaal belang: talent trekt talent. Partijen als sHYp (waterstof), Lightyear (elektrificatie) en Blue Alp (circulair), trekken mondiaal de aandacht met hun innovaties. Een handjevol bedrijven van een dergelijk kaliber kan bepalend zijn voor het aantrekken van andere top-initiatieven, en kan zo het hele gebied naar een hoger plan tillen.

Je kunt er momenteel niet omheen (en terecht). Het wordt wel het grootste probleem van deze tijd genoemd en ten tijde van het schrijven van deze column is de top in Glasgow gaande. Natuurlijk heb ik het over de klimaatproblematiek. Inmiddels al omgedoopt tot klimaatcrisis, want het is wel duidelijk dat er geen tijd meer te verliezen is. We moeten allemaal ons steentje bijdragen, maar weet u wat dat precies moet zijn?

Alternatief opwekken

Zelf ben ik recentelijk verhuisd, vanwege een nieuwe baan. Een uitgesproken kans om, naast de al geplande verbouwingen in het kader van comfort en onderhoud, ook investeringen te doen om het energieverbruik te reduceren en mijn verantwoordelijkheid in het klimaatprobleem te nemen. Dat is nodig, want de woning is uit de jaren dertig van de vorige eeuw, dus gebouwd in een periode waarin men zich totaal niet realiseerde dat we als mens invloed op het klimaat hebben. Eigenlijk erg vergelijkbaar met de situatie waar een groot deel van de chemische industrie ook in verkeert. De fabrieken zijn niet bepaald ontworpen voor een klimaatneutrale energiehuishouding en toch willen we allemaal iets doen om de status van energieneutraliteit te bereiken. Maar hoe die te bereiken? Dat is de uitdaging.

In mijn persoonlijke situatie heb ik meerdere opties tegen elkaar afgewogen. De makkelijkste optie is het beperken van het energieverbruik door bijvoorbeeld isoleren, dubbel glas en betere apparatuur zoals verwarmingsketel. Want wat je niet aan energie hoeft te gebruiken, hoeft ook niet te worden opgewekt. Dit geldt natuurlijk ook voor de procesinstallaties in de industrie. Het vervangen van verouderde grote energieverbruikers door modernere zuinigere installaties is haast een must. Dit vraagt natuurlijk wel flinke investeringen en de terugverdientijd is vaak (te) lang. Maar daarmee alleen kom je er niet. Dus is ook de optie voor het alternatief opwekken van energie een logische stap. Zonnepanelen op het dak dan maar. Iets met aardwarmte misschien? Een windmolen in de tuin komt er toch echt niet! En kernenergie heb ik maar achterwege gelaten…

Restenergie

Voor de industrie is dit een lastigere optie, omdat het opwekken van energie een eigen tak van sport is. Toch zijn er ook bedrijven die hun opslagtanks hebben voorzien van zonnepaneel-folie. En wat te doen met de daken van de controlekamers, kantoren en lege ruimtes rondom de fabrieksinstallaties? Hoewel het misschien niet veel lijkt, is dit toch een geval van alle beetjes helpen.

Maar de zon schijnt niet ’s nachts en ook waait het niet altijd als je meer energie nodig hebt. Opslag dan maar? Maar hoe dan? Een batterij? Of toch waterstof? Methaan en ammoniak worden tegenwoordig ook al als optie genoemd. Maar hoe te kiezen tussen al deze opties? Daar zit het grote probleem. Want elke optie heeft zijn voor- en zijn nadelen. Waterstof produceren met een overschot aan elektriciteit op zonnige dagen zou handig kunnen zijn, omdat er mogelijk een landelijk netwerk wordt gerealiseerd. Maar zou u mijn buurman willen zijn, als u weet dat er een waterstofgenerator en -opslag achter de heg komt te staan? En dat landelijke netwerk is ook niet zeker. De overheid heeft hierin nog niet beslist.

Voor de industrie zit hier misschien nog wat onontgonnen ruimte. Want het gebruik van restenergie elders in de installatie of bij een naastgelegen installatie is ons niet vreemd. Denk aan de Verbund-sites. Toch wordt er nog genoeg energie door de schoorsteen of via andere reststromen uitgestoten. Misschien goed om daar ook nog eens te kijken of er iets bruikbaars mee kan worden gedaan. Is het mogelijk deze energie in het landelijke netwerk te steken? Wat dat landelijke netwerk ook moge zijn, elektra of iets anders.

Verantwoordelijkheid pakken

Zo ziet u dat er voldoende uitdagingen en onzekerheden zijn. Er is geen totaaloplossing. De overheid gaat de uiteindelijke richting ook niet bepalen en wat voor de een werkt, past bij de ander totaal niet. Toch moeten we allemaal onze bijdrage leveren. Wat is uw bijdrage? Laten we als industrie niet wachten op andere bedrijven, sectoren of overheden en zelf onze verantwoordelijkheid pakken. Gelukkig lopen er al veel initiatieven in de industrie, maar of het voldoende is? Dat mag u zelf bepalen.

 

Chris Aldewereld is ingenieur Scheikundige Technologie en werkzaam als HSE-specialist. Aldewereld@gmail.com

Het omzetten van heterogene afvalstromen in chemische bouwstenen, zonder uitstoot en nog betaalbaar ook. Op 8 december tijdens de European Industry & Energy Summit gaat technostarter DOPS bij de allereerste Dragons’ Den of Transition op zoek naar Dragons die de ontwikkeling van een proeffabriek mogelijk kunnen maken. Ook zoekt het bedrijf coaching op haar groeiambities.

Innovatie vraagt ​​om meer dan eens over het hek durven kijken. Dat deden de oprichters van de technische start-up DOPS Recycling Technology ook. Een enige tijd geleden ontwikkelde technologie voor de productie van cokes in de staalindustrie werd daar nog niet toegepast. Directe Carbon Immobilisatie (DCI) bleek echter een uitstekende basis voor het recyclen van heterogeen organisch afval.

Grondstoffen

Het is een proces op basis van pyrolyse en hoge temperaturen. In twee stappen zet de DCI-technologie heterogene afvalstromen om in bouwstenen voor de chemie. Met name syngas uit waterstof en koolmonoxide, maar ook vaste koolstof, metalen en mineralen.

Een groot voordeel van het proces is dat er geen voorscheiding van organisch afval nodig is. Het is letterlijk een alleseter. Biomassa, plastic afval, papier, agrofoodresten, rioolslib en alle mengsels die deze componenten bevatten; het proces zet alles om in bruikbare grondstoffen. Volgens Wiebe Pronker, een van de vier oprichters van DOPS, kan dat op een betaalbare manier. En belangrijker nog, het proces kent geen uitstoot van CO2 of stikstofverbindingen. En het breekt moeiteloos PFAS af en ook bijvoorbeeld dioxines. DOPS voert momenteel uitgebreide experimenten uit in het laboratorium.

Hulpvraag

Ondertussen werkt DOPS ook aan de volgende stappen. Wiebe Pronker: ‘We ontwerpen een testreactor ter grootte van een zes meter lange container. Hiermee willen we onze technologie demonstreren aan potentiële klanten in realistische omgevingen. Daarom zijn we op zoek naar financiering voor de ontwikkeling, bouw en inbedrijfstelling van deze proeffabriek. We verwachten een budget van minimaal twee miljoen euro nodig te hebben.’

DOPS zoekt ook andere hulp. ‘Tegelijkertijd zoeken we coaching voor een triple digit jaarlijks groeitraject. Om onze technologie in Nederland en ook internationaal te verspreiden.’

European Industry & Energy Summit 2021

De Dragons’ Den of Transition is het slotevenement van de European Industry & Energy Summit 2021 (EIES2021).
>Meer informatie over het evenement op 7 en 8 december in Rotterdam Ahoy