Dunea, Staatsbosbeheer en Unmanned Valley gaan verkennen in hoeverre het mogelijk is om in duingebied Berkheide drone- en ander sensorgerelateerd onderzoek uit te voeren. De verwachting is dat de samenwerking leidt tot nieuwe inzichten en kansen voor het gebruik van deze innovaties in natuur- en waterwingebieden.

Unmanned Valley, het fieldlab voor sensorgerelateerde technologieën en toepassingen, is gevestigd op voormalig marinevliegkamp Valkenburg in Katwijk. Dit is vlakbij Berkheide, een Natura 2000-beschermd natuur- en waterwingebied, waar Staatsbosbeheer en Dunea de belangrijkste natuurbeheerders zijn.

De gezamenlijke verkenning bestaat uit drie delen. Het gaat om een eventuele vliegroute van Unmanned Valley richting zee voor onderzoek naar sensorgerelateerde technologieën en toepassingen. Daarnaast kijken ze naar de monitoring van drone- en ander luchtverkeer (geautoriseerd en ongeautoriseerd). Ten slotte onderzoeken ze het gebruik van drones en sensortechnologie door Dunea en Staatsbosbeheer voor hun kerntaken.

Toekomst

Natuurbeheerder en drinkwaterbedrijf Dunea wil graag verkennen welke onderzoeksactiviteiten van Unmanned Valley mogelijk zijn, zonder risico’s voor waterwinning en natuurkwaliteit. Wim Drossaert, directeur Dunea: ‘De zorg voor duin en water staat bij ons op 1, 2 en 3. Tegelijk geloven wij dat nieuwe technologieën noodzakelijk zijn om onze taken in de toekomst naar ieders tevredenheid te kunnen blijven uitvoeren. Daarom verkennen we kansen voor technologie in samenhang met de bescherming én beleving van ons natuur- en waterwingebied.’

DCMR heeft namens provincie Zuid-Holland de BP Raffinaderij in Rotterdam onder verscherpt toezicht gesteld. Dit meldt DCMR op haar website. Aanleiding zijn enkele ernstige incidenten, een zware overtreding die tijdens een inspectie is geconstateerd en de manier waarop het bedrijf met deze zaken is omgegaan.

Zo vond er in 2020 onder meer een lekkage van waterstoffluoride plaats. In 2021 was er een stroomstoring in de controlekamer, waarop een klachtengolf volgde over een zwavel-/petroleumgeur bij het weer opstarten van een aantal installaties. Verder is een zware overtreding geconstateerd met betrekking tot koel- en blusleidingen van enkele gasopslagbollen. Dit werd door DCMR Milieudienst Rijnmond geconstateerd tijdens een Brzo-inspectie in september 2020.

Onderzoek en extra inspecties

De houding en het gedrag van BP tijdens inspecties en bij de afhandeling van incidenten geven de provincie en DCMR niet het vertrouwen dat incidenten in de toekomst worden voorkomen. Opgevraagde informatie en documenten komen moeizaam beschikbaar en bij incidenten krijgen inspecteurs geen of minimaal toegang tot de controlekamer.

Via verscherpt toezicht willen de provincie en DCMR de naleving en het gedrag van BP weer op het gewenste niveau krijgen. DCMR voert een verdiepend gedragsonderzoek veiligheidscultuur uit, zoals gebruikelijk bij verscherpt toezicht. Ook zal DCMR extra en verdiepende inspecties uitvoeren op onder andere de koel- en blusinstallaties en onderhoudssystemen.

DCMR-directeur Rosita Thé is geen voorstander van centralisatie van veiligheid- en milieutoezicht. Liever ziet ze betrokken maar strenge toezichthouders die met BRZO-bedrijven meedenken hoe ze veiliger kunnen werken. ‘Waar nodig moeten we de stok hanteren, maar als we de veiligheidscultuur in een bedrijf echt willen verbeteren, werkt de dialoog beter.’

In de vijftig jaar dat de DCMR Milieudienst Rijnmond bestaat, is de wereld behoorlijk veranderd. Veel assets van de bedrijven in het gebied hebben inmiddels een vergelijkbare leeftijd en in die periode is ook veel nieuwe bedrijvigheid en technologie ontstaan. Waarmee risicobeheersing een andere focus krijgt en moet meebewegen met zowel ageing als innovatie.

Alweer bijna tien jaar geleden moest de vergunningverlener, toezichthouder en handhaver zichzelf opnieuw uitvinden. De tekortkomingen en near misses bij tankopslagbedrijf Odfjell riepen Kamervragen op en leidden zelfs tot een evaluatie van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV). Die trok harde conclusies die neerkwamen op onvoldoende aandacht voor milieu en veiligheid bij het bedrijf, zowel bij het management als bij de Raad van Commissarissen. Ook wees de raad nadrukkelijk op tekortkomingen bij de inspectiediensten, zowel op het vlak van werkwijzen als samenwerking.

Onafhankelijk

Voor DCMR-directeur Rosita Thé is het Odfjell-dossier vooral een les uit het verleden. Haar carrière bij DCMR startte vijf jaar geleden. ‘Toch merk ik dat het O-woord hier nog erg gevoelig ligt’, zegt Thé. ‘De conclusies uit het rapport van de OvV veroorzaakten destijds een schokgolf door de organisatie. Men werkte en werkt hier nog steeds met de grootste inzet om de veiligheid te borgen en het milieu in het Rijnmondgebied te beschermen. Dat daar fouten in kunnen worden gemaakt, is menselijk. Je moet er natuurlijk wel van leren. De aanbevelingen uit het rapport zijn dan ook allemaal overgenomen en in de organisatie ingebed.’

Veel van de aanbevelingen van de Onderzoeksraad hadden te maken met de samenhang tussen vergunningverlening, toezicht en handhaving en vooral het belang van onafhankelijkheid in het inspectiewerk. Men trok de analogie van de slager die zijn eigen vlees keurt door en stelde voor vergunningverlening enerzijds en handhaving en toezicht anderzijds te scheiden.

Specialisatie

Thé: ‘Nu hebben we twee aparte afdelingen met twee aparte bestuurders om alle schijn van belangenverstrengeling te voorkomen. Ook de samenwerking tussen de inspectiediensten, een van de andere aanbevelingen uit het rapport, is inmiddels een stuk verbeterd. DCMR is tenslotte niet de enige partij die de industriële veiligheid controleert. De Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond en de Inspectiedienst van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid houden op hun beurt toezicht op de brandveiligheid en arbeidsomstandigheden. De diensten stemmen weer af met het openbaar ministerie om ook de strafrechtelijke handhaving te betrekken bij de zogenaamde BRZO+ samenwerking. Om het lijstje compleet te maken zitten ook Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), de waterschappen en Staatstoezicht op de Mijnen in het overlegorgaan.’

Rosita Thé (DCMR): ‘Het is een beetje een achterhaalde gedachte om alles centraal te willen uitvoeren.’

Het is niet geheel toevallig dat Thé ook voorzitter is van de landelijke samenwerking. De grootste milieudienst van het land heeft de meeste BRZO-bedrijven in zijn portfolio. ‘De concentratie chemiebedrijven is zeer hoog in het Rotterdam-Rijnmondgebied. Inmiddels is DCMR bovendien verantwoordelijk voor het toezicht op de Zeeuwse industrie. Die stap vloeit voort uit de verbeterplannen naar aanleiding van het OvV-onderzoek. Na Odfjell is namelijk afgesproken dat het toezicht op de risicobedrijven wordt geconcentreerd bij zes gespecialiseerde inspectiediensten.’

Decentraal

Ook de vorig jaar in het leven geroepen Commissie van Aartsen werpt zich inmiddels op verbetering van het vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH)-stelsel. De commissie kreeg van staatssecretaris van Milieu Stientje van Veldhoven de opdracht te adviseren over versterking van milieutoezicht en -handhaving. Van Veldhoven wil met name weten hoe de onafhankelijkheid en deskundigheid van toezichthouders, in het bijzonder omgevingsdiensten, kan worden versterkt. Ook wil de staatssecretaris weten hoe het stelsel van handhaving en toezicht eenvoudiger, effectiever en transparanter kan.

veiligheidThé zegt niet dat er niks te verbeteren valt, maar waarschuwt ervoor om het stelsel weer helemaal om te gooien. ‘Het is ook een beetje een achterhaalde gedachte om alles centraal te willen uitvoeren. Kijk maar wat er nu gebeurt bij de Belastingdienst. Daar is de menselijke maat verdwenen door ogenschijnlijk gelijkwaardige zaken op één hoop te gooien.’ Thé pleit er dan ook voor om vanuit het opgebouwde stelsel van omgevingsdiensten nu verder te bouwen en de samenwerking en kwaliteit verder te versterken.

‘De uitvoering van het toezicht van de BRZO-bedrijven is nu veel beter dan ten tijde van Odfjell en bijvoorbeeld Chemiepack. Bij de grote dossiers trekken de toezichthouders gezamenlijk op en zetten hun specifieke expertise in om bedrijven te controleren en ondersteunen. De voorbeelden waar de OvV destijds zijn advies op baseerde, zijn inmiddels ook achterhaald. Daar hebben we nu talloze voorbeelden voor terug van bedrijven die snelle sprongen maken en open en transparant samenwerken. Incidenten op het gebied van veiligheid en milieu hebben doorgaans te maken met menselijke fouten. Wil je die fouten in de toekomst voorkomen, dan zit de oplossing ook vaak bij die mensen.’

Advies

De veiligheidscultuur van bedrijven is volgens Thé niet altijd in getallen uit te drukken. ‘Onze inspecteurs komen regelmatig over de vloer bij bedrijven en doorzien, dankzij jaren van ervaring, snel hoe veiligheid is geborgd. Dat zie je bijvoorbeeld al bij het melden van incidenten. Sommige bedrijven melden zelfs de kleinste incidenten en bellen gelijk terug als we informatie nodig hebben. De bedrijven met een goed doorwrochte veiligheidscultuur belonen vaak ook mensen die near misses melden. Liever drie keer voor niets ingegrepen dan een keer een incident, redeneren ze. Er zijn zelfs bedrijven die intern strengere normen hanteren dan de wet voorschrijft. Uiteraard moeten wij nog steeds controleren of ze ook daadwerkelijk aan de zelf opgelegde normen voldoen. Maar alleen de stok hanteren als het fout gaat, werkt niet. Zo is onze ervaring.’

Naast toezichthouden is DCMR ook veel bezig met advisering over vergunningverlening. ‘Het invullen van zo’n aanvraag is niet eenvoudig en bedrijven worstelen vaak met hoofd- en bijzaken. Door vooraf voorlichting te geven ontlasten we niet alleen de bedrijven, maar zijn we er ook zeker van dat ze hun tijd kunnen steken in de zaken die bijdragen aan de veiligheid. Het doel is tenslotte niet het op orde hebben van de papieren, maar het borgen van de veiligheid.’

Toezichtlast

Intussen merkt Thé dat de burger een stuk kritischer is geworden en risico’s anders inschat dan een aantal jaren geleden. ‘Dat is ook niet vreemd. We delen een klein gebied met miljoenen mensen. Het is soms ook best wonderlijk hoe dicht mensen op de industrie wonen. Vroeger hoorde je uit die omliggende dorpen minder klachten vandaan komen omdat de meeste mensen bij diezelfde industrie werkten. Dat is inmiddels wel veranderd.’

Rosita Thé (DCMR): ‘Wij begrijpen dat het voor bedrijven lastig is al die bordjes draaiende te houden.’

veiligheid

 

Mensen stellen terecht vragen als er stoffen als PFAS of andere zeer zorgwekkende stoffen in het milieu terechtkomen. ‘Binnen BRZO+ hebben we een gremium gevonden waar we dit soort informatie kunnen uitwisselen om er gezamenlijk van te leren. De industrie werkt op zijn beurt meer samen met wetenschappers en overheden in Safety Delta Nederland. Al bij de oprichting drongen we er op aan om ook bij de besprekingen aan tafel te komen. Anders loop je het risico dat de partijen allemaal mooie plannen bedenken en dat de overheden dan moeten zeggen: dat kan helemaal niet. Dan denken we liever van tevoren mee om er zeker van te zijn dat we in lijn liggen.’

Intellectueel eigendom

Tegelijkertijd ziet de industrie ook steeds meer op zich afkomen. Bedrijven geven aan te zuchten onder de toezichtlast en vragen wat ze zelf kunnen doen om het vertrouwen te winnen. Thé gaat daar gedeeltelijk in mee. ‘Het huidige tijdsgewricht is best complex voor BRZObedrijven. Naast verscherpte wetgeving, bijvoorbeeld rondom zeer zorgwekkende stoffen, vraagt de maatschappij ook of ze hun CO2-uitstoot wil beperken en circulaire processen inricht. Wij begrijpen ook wel dat het voor bedrijven lastig is al die bordjes draaiende te houden. We horen dan ook nog wel eens de wens om een met de luchtvaart vergelijkbaar toezicht in te richten. Wat ze niet moeten vergeten is dat het jarenlang overleg en opbouwen van vertrouwen vergde voor ILT en de luchtvaart tot een just culture kwam. Een groot deel van het opgebouwde vertrouwen is gebaseerd op transparantie. En dat zie ik nog niet altijd terug bij de chemische industrie. We snappen ook wel dat bedrijven soms hun intellectueel eigendom moeten beschermen. Maar waar het om gevaarlijke stoffen en processen gaat, moeten ze in onze ogen meer openheid van zaken geven.’

Transparantie

Andersom geldt dat volgens Thé overigens ook. ‘Wij moeten ook onze processen transparant en openbaar toegankelijk maken. Daar zijn we mee bezig met het inrichten van altijd actuele digitale vergunningen. In de toekomst moeten bedrijven alle uitstaande vergunningen op één plek kunnen inzien. In het meest ideale geval kunnen bedrijven daar ook zelf hun eigen vergunningen aanvragen. Dan hoeven wij alleen te kijken of ze dat goed hebben gedaan.’

Een goed voorbeeld van de toenemende transparantie vond Thé bij kunststofproducent Ducor. Toen de Plastic Soup Foundation plastic korrels vond in de Londenhaven, trok ze aan de bel bij DCMR. ‘Ducor heeft direct het boetekleed aangetrokken en actie ondernomen om de korrels op te ruimen en spills in de toekomst te voorkomen. Ook buiten haar eigen bedrijfsgrenzen. Doordat het bedrijf zo open en transparant was, kon DCMR samen met de gemeente Rotterdam en Ducor optrekken om het probleem bij de wortel aan te pakken. Dit soort acties dragen meer bij aan het opbouwen van vertrouwen dan het tekenen van convenanten. Al is dat natuurlijk een begin.’

Zeventig procent van de zeventig geïnspecteerde producenten van lijmen, harsen en kitten en groothandels van chemische producten overtreden de regels. Dat meldt de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De inspecties in deze bedrijfstak waren gericht op blootstelling aan gevaarlijke stoffen. En dan in het bijzonder op blootstelling aan carcinogene, mutagene, reproductietoxische stoffen en sensibiliserende stoffen. Dat een groot deel van de geïnspecteerde bedrijven niet voldoet aan de huidige wet- en regelgeving, kan betekenen dat medewerkers onvoldoende beschermd zijn tegen de blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Deze bedrijven hebben of een waarschuwing gekregen of er is een eis gesteld om binnen een periode maatregelen te nemen.

Dit jaar zal de Inspectie SZW her- en vervolginspecties uitvoeren. Dan wordt beoordeeld of de in 2020 geconstateerde overtredingen zijn opgeheven. Als dat niet het geval is, gaat de Inspectie boetes opleggen.

Een onderhoudsmonteur met geoefende oren kan een afwijking in een machine direct horen. Toch zijn er steeds minder van dit soort vakmannen. Bovendien kunnen geluidssensoren en slimme algoritmes nog beter dan de mens de locatie van afwijkingen bepalen én iets voorspellen over de degradatie. In een proof of concept met geluidssensoren voerde het Fieldlab Smart Maintenance een test uit bij TataSteel voor inspectie aan transportbandrollen. En met succes.

Leverancier van akoestische camera’s en analysesoftware Sorama onderzocht de inzet van zijn camera’s in een industriële omgeving.  Paul van Doorn van Sorama: ‘Wij werken met bedrijven samen om inzicht te geven waar geluid in hun producten of omgeving vandaan komt. Door het geluidsniveau duidelijk in beeld te brengen, kunnen we zien welke componenten het geluid veroorzaken.’ Van oorsprong richtte Sorama zich op het meten van geluid in R&D-omgevingen. In de loop van de tijd ontstond het idee om ook in publieke ruimte geluid te meten. Hier luisteren de camera’s naar de bewegende delen van machines om de conditie ervan te bepalen.

Proof of concept

De samenwerking tussen Sorama en het Fieldlab kwam tot stand via Fieldlab-partner, Semiotic Labs. Simon Jagers: ‘In het Fieldlab Smart Maintenance Techport werken partijen samen vanuit verschillende competenties. Wij voorspellen op basis van spanningsmetingen afwijkingen in installaties. Sorama heeft weer een heel andere manier van het detecteren van bijvoorbeeld defecten of slijtage; detectie op basis van geluid. Dat maak Sorama complementair als partij en interessant om aan te haken bij het Fieldlab.’ De partijen werkten samen aan een user case  voor Tata Steel.

Inspecties

Sorama zette geluidscamera’s in om transportbandrollen van Tata Steel efficiënter te inspecteren en inspecteurs te helpen bij het identificeren van versleten rollen. Inspecteurs doen nu door rondes te lopen langs het 55 kilometer lange netwerk van transportbanden. Daarbij luisteren ze of ze defecte rollen horen.

Elisa Bot van Tata Steel: ‘Onze inspecteurs Thomas Boutsma en Johan van der Kruijssen zijn nauw betrokken bij de proof-of-concept en ook erg enthousiast over de vernieuwing. Zij zien voordelen voor hun dagelijkse werk. Het inspecteren van rollen op basis van hun eigen gehoor is tijdrovend en slechts een onderdeel van het takenpakket. Als dit werk kan worden vervangen, is er meer tijd beschikbaar voor het meer inhoudelijke deel van het werk. Daarnaast hopen we dat we door de sensoren nog eerder afwijkingen kunnen horen. Of deze sensoren op plekken te kunnen installeren waar we slecht bij kunnen komen.’

Metingen

Metingen aan de transportband en in een laboratoriumopstelling laten duidelijk verschil zien tussen het geluid van goede, gebruikte en versleten rollen. Een groot deel van de technologie bestaat uit machine learning en artifical intelligence. De proof of concept liet zien dat de sensoren specifiek kunnen aangeven welke rol in een bepaald cluster slijtage vertoont.  Bot: ‘Deze technologie maakt het nu al mogelijk om defecte rollen te vervangen.  In de toekomst zou deze techniek ook kunnen helpen om te bepalen welk onderhoud prioriteit moet krijgen. Daarmee kunnen we stilstanden verminderen of vermijden.’

Het ministerie van SZW is voornemens de Inspectieafdeling van de gebruiker (IVG) af te schaffen. Bedrijven met een kleinere onderhoudsorganisatie krijgen daardoor weer directe audits van de publieke inspectiediensten. Een ingreep die de audit-druk op bedrijven behoorlijk kan opvoeren.

Bedrijven die gebruik maken van drukapparatuur met een overdruk van meer dan een halve bar moeten deze laten beoordelen, repareren en keuren door speciaal opgeleid personeel. Tot nog toe mogen gebruikers dit zelf doen via de Inspectieafdeling van gebruiker (IVG) en worden ze bijgestaan en gecontroleerd door de zogenaamde conformiteitsbeoordelingsinstantie (NL-CBI).

SZW initieerde onlangs een marktconsultatie om te verkennen of het mogelijk is de IVG’s af te schaffen. De keuringsdiensten van gebruikers (KVG) zouden wel in stand worden gehouden, maar deze accreditatie vraagt om een veel grotere organisatie.

De notified body’s zoals Bureau Veritas vrezen dat de wijziging in het audit-systeem tot onnodige regeldruk bij bedrijven zal leiden. Daarmee stapt kabinet Rutte III af van de belofte om de regeldruk te verlagen. De stap van het ministerie wijkt ook af van de Europese wetgeving die wel ruimte overlaat voor eigen, gecontroleerde en geaccrediteerde inspecties

Terra Inspectioneering gaat de besloten ruimtes met van Vopak in Nederland en België met drones inspecteren. Het bedrijf heeft daarvoor een contract gewonnen.

Met drones en robots gaat Terra Inspectioneering visuele testen, ultrasonisch (wand) diktemetingen en deformatie analyse bij de opslagtanks doen. Voorheen werden deze werkzaamheden uitgevoerd door mensen de besloten ruimtes in te sturen. Een gevaarlijke en tijdrovende klus. Drone-inspecties maken het werk veiliger en verhogen de beschikbaarheid van opslagtanks. Ook is de inspectietijd tot wel zestig procent korter volgens Terra Inspectioneering.

De drone- en robotinspecties hebben zich in pilotprojecten al bewezen bij Vopak. Het doel is nu om de technologie volledig uit te rollen. Uiteindelijk wil het bedrijf helemaal geen mensen meer besloten ruimtes in sturen.

Nouryon in Delfzijl heeft in plaats van een visuele inspectie van een 2,4 kilometer lange stoomleiding naar de warmtekrachtkoppelingsinstallatie gekozen voor een digitale drone-inspectie.

De visuele inspectie van de stoomleiding tussen Eneco en EEW was traditioneel een uitdagende en tijdrovende klus voor inspecteurs omdat zij de gehele lengte van de pijpleiding langs liepen, waarbij met name de bovenkant van de leiding moeilijk in zicht te krijgen was. Ook is het moeilijk om inspecties uitgevoerd door verschillende personen te vergelijken. Drones helpen de inspecteurs met het krijgen van een goed beeld van de leiding, dat in latere inspecties als basis kan dienen.

Vorig jaar werd door Groningen Seaports, verantwoordelijk voor de pijplijn, voor het eerst gebruik gemaakt van een drone bij de uitvoering van een ​​digitale inspectie. De drone-camera heeft een goed zicht op de gehele pijplijn en registreert alles met GPS-coördinaten. Verder is de drone uitgerust met een thermische camera om te controleren op warmteverlies. In de standaard visuele inspectie konden inspecteurs draagbare thermocamera’s gebruiken wanneer ze een lek vermoedden. Nu hadden de bedrijven een volledige thermografische scan van de hele pijplijn tot hun beschikking.

Een ander voordeel is dat drones ook grote gesloten ruimtes kunnen betreden, zoals reactievaten en dat ze de behoefte aan transport verminderen – en alle emissies die daarmee gepaard gaan.

Op het Chemiepark Delfzijl is het gebruik van drones één van de voorbeelden van Industry 4.0 in de praktijk. ‘Dit is slechts het begin’, aldus Henk Assink, Asset Manager en projectmanager Industry 4.0 Nouryon. ‘De komende jaren zie ik in ten minste drie gebieden digitaliseringslagen: predictive maintenance, performance management, en digital twins treden de komende jaren op de voorgrond.’

Foto: Drone-inspectie stoomleiding Delfzijl. (Groningen Seaports)

In plaats van een duiker is woensdag een onderwaterrobot ingezet om de kades van North Sea Port in Terneuzen te inspecteren. Het gaat om een proef.  

onderwaterrobotDe hightech-onderwaterrobot is uitgerust met diverse sensoren, zoals ultrasoon, laser, PEC, sonar en een high-resolution-camera. De metingen van de inspectie zijn nauwkeurig en worden goed leesbaar weergegeven op een dashboard. Ook is de inzet van een robot onder water veiliger dan een duiker een inspectie te laten doen. Bijkomend voordeel is dat schepen gewoon kunnen blijven varen. North Sea Port zet hiermee in op innovatieve ontwikkelingen voor het beheer van de haveninfrastructuur.

Continue beschikbaarheid

Kades worden continu belast door schroefbewegingen en het draaien van schepen. Het repareren en herstellen van kades is vaak kostbaar. Op tijd zicht krijgen in de staat van de kades is daarom van groot belang. Er moet op tijd worden gedetecteerd of er scheuren gaan ontstaan. Gebeurt dit niet, dan brengt dat economische en veiligheidsrisico’s met zich mee.

‘Inzicht krijgen in de dikte van de kademuren, scheuren en defecten zonder het vaarverkeer te storen, is een grote meerwaarde om aan de slag te gaan met deze innovatieve kade-inspectie’, vertelt Jan Lagasse, CEO van North Sea Port.

 

Op het industrieterrein in Delfzijl is een stoomleiding van 2800 meter geïnspecteerd met een hightech drone. Tot nu werden de inspecties lopend gedaan.

De stoomleiding loopt tussen de bedrijven Eneco Bio Golden Raand en AkzoNobel. Deze wordt nu door Engie, Eyefly en Vliegend.nl geïnspecteerd met een droge, uitgerust met een 100 megapixel camera en infraroodcamera. Dit levert veelvoudige en betrouwbaardere informatie op. In plaats van steekproefsgewijs meten, wordt op deze manier de gehele leiding geïnspecteerd. Hierdoor kan de hele leiding digitaal in kaart worden gebracht. Dat maakt het mogelijk maakt om de leiding ieder jaar te vergelijken en afwijkingen te detecteren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan eventuele verzakkingen, corrosie en aantasting van coating.

Toestemming

De uitdaging bij de drone-inspectie is dat er over verschillende industriële bedrijven wordt gevlogen. Hier gelden strenge veiligheidseisen, zoals bijvoorbeeld de ATEX richtlijn, die van toepassing is op alle plaatsen waar ontploffingsgevaar kan plaatsvinden. Alle bedrijven moeten toestemming geven om te vliegen boven hun terrein, wat organisatorisch uitdagend is.

Bovendien moeten de uitvoerende partijen voldoen aan de strenge regelgeving rondom het vliegen met drones. Het is volgens de betrokken partijen de eerste keer dat een drone-inspectie op zo’n grote schaal in een industriële omgeving wordt uitgevoerd. Eerdere pogingen lukten niet omdat de technische mogelijkheden nog onvoldoende waren of vanwege het feit dat bedrijven geen toestemming verleenden om over hun terrein te vliegen. In Delfzijl hebben alle aanliggende bedrijven hun medewerking verleend.