Eén van de drie oudste turbines van AVR in Rozenburg is onlangs vervangen door een nieuw exemplaar. Door in de planning rekening te houden met eventuele tegenslagen en dankzij constant overleg, kon het project ruim binnen de planning worden opgeleverd. ‘Het is gelukt om al in november 2021 te testen en meteen op maximaal vermogen te draaien’, aldus Marcel Kooman van AVR.

Sinds eind vorig jaar draait bij AVR Rozenburg een gloednieuwe turbine. Het nieuwe model is een tegendrukturbine met een maximaal ‘slokvermogen’ van 200 ton stoom per uur. De uitgaande stoom heeft een temperatuur van 130 graden Celsius bij 2,5 bar. Daarnaast levert de nieuwe installatie 22,5 megawatt elektrische energie. Al met al voldoende om tienduizenden huishoudens in Rotterdam te voorzien van elektriciteit en warmte via het warmtenet. De warmtelevering wordt flexibeler en betrouwbaarder waarmee de positie van AVR is verbeterd.

> Lees hier digitaal verder

Opgetogen is hij zeker, helemaal nu de omgevings­vergunning binnen is. John McNally mag als CEO van Project One de komende jaren de veelbesproken ethaankraker van Ineos bouwen in de Antwerpse haven. Een miljardeninvestering die de Europese chemie qua omvang in decennia niet heeft gezien. Alle kritiek ten spijt wordt die significant schoner dan welke Europese kraker ook. McNally: ‘Wachten we op de ultieme auto, of willen we nu al vooruit?’

John McNally deelt een grafiek, want beelden zeggen vaak meer dan woorden. Bovenin een grillige lijn met in de huidige maanden enorme pieken. Het is de gasprijs in Europa. ‘Kijk nu naar die grijze lijn onderin’, verzoekt hij. ‘Die is stabiel en laag. Dat is de prijs van aardgas in de Verenigde Staten.’

Dat de prijs van ethaan gekoppeld is aan die van aardgas, hoeft dus geen probleem te zijn voor de ethaankraker van Ineos die straks in de Antwerpse haven verrijst, impliceert de project­directeur. ‘Ook niet als de gasprijzen in Europa hoog blijven. We kunnen ethaan overal vandaan halen. Uit de gaswinning in de Noordzee, uit Noorwegen, maar zeker ook uit de Verenigde Staten. Nu al importeren we veel ethaan uit de VS naar fabrieken in Schotland in Noorwegen. Dat wordt straks alleen maar meer.’

Een derde

Ethaan is een bijproduct van de aardgaswinning en werd vroeger als “nutteloos gas” afgefakkeld. Alleen methaan telde. McNally: ‘Gelukkig zijn we erachter gekomen dat ook ethaan een waardevol product is.’ Bijvoorbeeld als grondstof van etheen, ofwel ethyleen, misschien wel de belangrijkste bouwsteen in de chemie. Als gevolg van de schaliegasrevolutie zijn al verschillende ethaankrakers gebouwd in de Verenigde Staten. In Europa zijn enkele krakers inmiddels zo aangepast dat ze onder andere ook ethaan als grondstof kunnen inzetten, zoals de aangepaste kraker van Total in Antwerpen. Maar een speciaal ontworpen ethaankraker was er nog niet. En daar brengt Ineos de komende jaren dus verandering in. De nieuwe kraker moet in 2026 in gebruik zijn.

John McNally (Ineos): ‘We stoten straks slechts een derde uit van wat nu gemiddeld is bij Europese krakers.’

Traditioneel draaien krakers vooral op nafta, één van de producten uit een aard­olieraffinaderij. De productie van ethyleen uit ethaan is veel directer. Simpel gezegd ontstaat er uit iedere molecuul ethaan een molecuul ethyleen (C2H4) en een molecuul waterstofgas (H2). Bijkomend voordeel is dat de waterstof, die in grotere hoeveelheden vrijkomt dan bij het kraken van nafta, als brandstof kan fungeren. Daar heeft Ineos ook voor gekozen. McNally: ‘Met de waterstof kunnen we meteen al zestig procent van het aardgas vervangen dat we normaal nodig zouden hebben. Omdat we consistent hebben gekozen voor de best beschikbare technieken van vandaag, stoot de kraker straks 58 procent minder CO2 uit dan de tien procent schoonste concurrerende installaties in Europa. En het verschil met een doorsnee kraker is nog veel groter. We stoten straks slechts een derde uit van wat nu gemiddeld is bij Europese krakers.’

Groene waterstof

Het is zelfs goed mogelijk dat de kraker tegen 2036 zelfs helemaal CO2-neutraal is. ‘De kraker is zo ingericht dat deze volledig op waterstof als brandstof kan draaien. Als straks veel meer groene waterstof beschikbaar komt in Antwerpen, kunnen we uiteindelijk ook de overige veertig procent vervangen.’

McNally schat in dat het na ingebruikname van de kraker in 2026 het een decennium kan duren voordat er voldoende betaalbare groene waterstof beschikbaar is. ‘Echt goed inschatten kan ik dat natuurlijk niet. Het zou zo maar heel snel kunnen gaan met waterstof. Wellicht dat blauwe waterstof, waarbij de CO2 wordt afgevangen en opgeslagen, ook een rol kan spelen. Import uit landen waar relatief goedkoop waterstof kan worden geproduceerd, sluit ik ook niet uit.’

ineos

Voor zichzelf ziet Ineos ook mogelijkheden voor de productie van groene waterstof. Expertise op het gebied van elektrolyse, de kerntechnolgie hiervoor, is volop aanwezig. Zo is dochterbedrijf Inovyn met diens chloorproductie een belangrijke industriële operator in elektrolyse in Europa.

Een paar maanden geleden kondigde CEO Jim Ratcliffe aan dat het chemieconcern de komende jaren twee miljard euro investeert in de productie van groene waterstof. De eerste fabrieken wil Ineos de komende tien jaar bouwen in Noorwegen, Duitsland en België, terwijl ook investeringen zijn gepland in het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Een eerste project in België, waarvoorhet bedrijf samenwerkt met een consortium van zes partners, is het power-to-methanol­project voor de productie van groene methanol.

Suikerbieten

Veel aanstekelijke ambities dus. Toch heeft Ineos de nodige kritiek over zich heen gekregen na de aankondiging van de enorme investeringen in de Antwerpse haven. ‘Het is heel belangrijk om de keuzes uit te leggen. Natuurlijk zijn er altijd mensen die kritisch blijven. Maar we hebben veel energie gestoken in communicatie. We laten zien dat de investeringen gezond zijn voor de regionale economie. Het vernieuwt het petrochemische cluster in Antwerpen en levert veel werkgelegenheid op. Met Project One brengen we ongeziene vernieuwing in de petrochemische cluster in Antwerpen na een periode van stilstand. Het is 25 jaar geleden dat Europa nog een dergelijke investering kon aantrekken. Elders in de wereld zoals in China, de VS en het Midden-Oosten wordt massaal geïnvesteerd in soortgelijke nieuwe installaties. Willen we onze industrie ‘offshoren’ en afhankelijk worden van import uit regio’s waarvan we de milieuvoorschriften zelf niet in de hand hebben? Vergeet niet dat de vergunningsprocedure in Vlaanderen strenger is dan waar dan ook. Daar hebben we het onszelf misschien niet gemakkelijker mee gemaakt. Maar we wisten dat we met hoge standaards te maken kregen. Our eyes were wide open.’

‘Onze ethaankraker zal eerder in de verre toekomst als laatste overblijven, the last one standing.’

Veel aandacht ging naar het beantwoorden van vragen. Waarom bijvoorbeeld in deze tijd nog een kraker bouwen met fossiele bronnen als grondstof? Het antwoord van McNally is dat er op korte en middellange termijn nog geen betere alternatieven zijn. ‘We kunnen natuurlijk de ultieme auto willen, maar blijven we daar nog decennia op wachten of willen we nu al klimaatwinst boeken door de best mogelijke technologie van vandaag in te zetten? Natuurlijk zijn bijvoorbeeld biogrondstoffen interessant. Zo is het jammer dat bio-ethaan nog niet bestaat. Productie van ethyleen via bio-ethanol is zeker een interessante route. Maar met de volumes van deze kraker is dat niet realistisch. Suikerbieten vormen wellicht de beste bron voor bio-ethanol. Maar toch geen serieuze optie voor grootschalige chemie. Voor de productievolumes van de nieuwe kraker, zou je al de volledige agrarische oppervlakte van Vlaanderen nodig hebben voor de suikerbieten.’

Elektrisch aangedreven

Met meer dan gemiddelde aandacht volgt McNally de ontwikkelingen op het gebied van circulaire grondstoffen en bijvoorbeeld elektrificatie. Veel grote chemiebedrijven onderzoeken de mogelijkheden van elektrische fornuizen. Vandaag zijn industrieel schaalbare elektrische krakers nog verre toekomstmuziek, stelt McNally. ‘Ze veronderstellen bovendien gigantische hoeveelheden beschikbare energie. Maar zijn elektrische fornuizen in de toekomst wel realiseerbaar, dan sluit ik niet uit dat Ineos daar bij eventuele vervolginvesteringen serieus naar kijkt.’

ineos

John McNally van Ineos – Copyright Bart Dewaele

Hij benadrukt dat Ineos nu de meest realistische stap zet. Eentje die voor het klimaat een enorme stap voorwaarts is en ook verschillende mogelijkheden biedt voor vervolgacties. Niet alleen op het gebied van waterstof, maar ook op andere vlakken. Zo zullen veel onderdelen, denk aan pompen en afsluiters, elektrisch aangedreven zijn. Dat alleen biedt kansen voor vergroening.

Last one standing

Ineos zet breder in op elektrificatie, in combinatie met duurzaam opgewekte stroom. ‘Alle extern betrokken stroom voor Project One zal afkomstig zijn van offshore windparken.’ Begin januari sloot het chemiebedrijf nog een overeenkomst met energiebedrijf Eneco. De komende tien jaar neemt Ineos 250 gigawattuur stroom af van het grootste Belgische offshore windpark Seamade in de Noordzee. De hernieuwbare energie is bestemd voor Belgische en Duitse vestigingen van Ineos. Dit is overigens het derde contract voor windenergie op rij dat Ineos aangaat. In combinatie met eerder overeenkomsten komt de afname van Belgische offshore windparken in totaal op 750 gigawattuur per jaar.

Dat de komende decennia krakers verdwijnen, is volgens de projectdirecteur zeker niet uitgesloten. Maar de kraker van Ineos zal daar hoogstwaarschijnlijk niet bij zijn. ‘Onze ethaankraker zal eerder in de verre toekomst als laatste overblijven, the last one standing.’

Vlaggenschip

Aan vertrouwen dus geen gebrek. Vertrouwen dat continu wordt gevoed, bijvoorbeeld door grote ingenieursbureaus. Ineos zit momenteel in de afrondende fase van de selectie voor de EPC-contractor. ‘De bedrijven die daarvoor in aanmerking komen, zijn natuurlijk wel bekend. Maar nog meer dan normaal doen ze hun best om hier bij te zijn. Het is een uniek project met een investering van ruim drie miljard euro. Helemaal voor Europa. Een vlaggenschip.’

De investering van Shell in een groene waterstoffabriek in Rotterdam lijkt in de maak. Het concern maakt nu al de belangrijkste technologieleverancier bekend. Thyssenkrupp gaat de installatie van 200 megawatt ontwerpen en bouwen.

Daarvoor levert de Duitse technologiegigant elektrolysemodules van 20 megawatt. Officieel moet Shell ergens komende maanden de investeringsbeslissing nog nemen, maar dat lijkt steeds een formaliteit.  De eerste bouwwerkzaamheden van de elektrolyse-installatie zijn gepland voor het voorjaar. ‘Holland Hydrogen I’ gaat naar verwachting vanaf 2024 waterstof produceren.

Pijpleiding

De waterstoffabriek komt in een hal met de omvang van twee hectare op de Tweede Maasvlakte. De groene waterstof is straks bedoeld voor industrie en het vervoer. De elektriciteit is dan afkomstig van het offshore windmolenpark Hollandse Kust (Noord). Dit offshore windpark van 759 megawatt zal in 2023 operationeel zijn en is een joint venture van Shell en Eneco. De waterstof kan worden getransporteerd via een pijpleiding die ongeveer veertig kilometer zal lopen van de fabriek naar het Energie- en Chemie Park Rotterdam, ofwel Shell Pernis.

 

Nederland sluit zich alsnog aan bij de coalitie van landen die op korte termijn willen stoppen met directe overheidssteun voor internationale fossiele energieprojecten. In Glasgow heeft Nederland hiertoe een verklaring getekend, zo schrijft staatssecretaris Vijlbrief (Financiën) aan de Tweede Kamer. Vorige week gaf het demissonaire kabinet nog aan niet te tekenen en dat deze kwestie aan een volgend kabinet is, wat tot protest in de Kamer en bij verschillende milieuorganisaties leidde.

De ondertekening betekent dat het kabinet in 2022 zal werken aan nieuw beleid voor het beëindigen van internationale overheidssteun aan de fossiele energiesector. Dit geldt in het bijzonder voor de exportkredietverzekering (ekv). Het streven is dit voor eind 2022 te implementeren. Ook hoopt het kabinet dat zoveel mogelijk andere landen de verklaring ook willen ondertekenen, om een gelijk speelveld te behouden voor Nederlandse bedrijven en hun buitenlandse concurrenten.

Tijdens de European Industry & Energy Summit 2021 (EIES2021) zoeken innovators partners op wiens rug ze even mee kunnen vliegen. Tijdens de eerste Dragons’ Den of Transition op 8 december.

De derde editie van de European Industry & Energy Summit heeft dit jaar plaats op 7 en 8 december in Rotterdam Ahoy. Verschillende partijen zullen hun side-events organiseren, gedurende deze twee dagen. Inhoudelijk zal organisator Industrielinqs ook de regie hebben bij twee onderdelen, de centrale opening en een innovatieplatform: een Dragons’ Den of Transition.

Dragons’ Den of Transition is een nieuw onderdeel van de summit. Daarmee wil de organisatie een podium bieden voor hoopvolle innovaties op het gebied van Europese industriële transformatie. Het gaat bijvoorbeeld om bijvoorbeeld starters, die een zetje in de rug kunnen gebruiken om tot wasdom te komen. Ook staat het onderdeel voor transformatieve businessmodellen. De behoefte kan van financiële aard zijn, maar ook ondersteuning op het gebied van marketing, netwerk, ondernemerschap, business development en meer.

Metalot

Een hulpvraag komt van Metalot, een spin-off van de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e). Deze universiteit werkt al verschillende jaren aan een techniek die energie wint uit de verbranding van metalen. Bij het verbranden van ijzerpoeder komt veel warmte vrij dat kan bijvoorbeeld dienen voor stoomproductie in industrie. Bovendien kan het dienen als alternatief voor kolen in energiecentrales en als brandstof voor vrachtauto’s en schepen. Het verbrandingsproduct, vergelijkbaar met roestpoeder, wordt opgevangen en met duurzame energie weer omgezet tot metaalpoeder. Hiermee fungeert het metaal als circulaire energiedrager.

Metalot bouwde inmiddels de eerste proefinstallatie bij een Nederlandse brouwerij van Swinkels (Bavaria) om stoom te produceren voor haar brouwproces. Het is nog een bescheiden installatie van 100 kW, maar inmiddels zijn er plannen om vanaf volgend jaar een volledige brouwerij van energie te voorzien.

Professor Philip de Goey (TU/e): ‘Het is onze visie dat er over tien jaar een wereldwijd netwerk staat dat duurzame energie op een goedkope manier beschikbaar stelt, daar en wanneer het nodig is.’ Hij denkt aan regeneratie-fabrieken in zonnige gebieden, zoals Chili, Noord-Afrika, rond de Rode Zee of Australië. Die slaan duurzaam opgewekte energie op door aangevoerd geoxideerd poeder weer op te werken tot ijzerpoeder. ‘Dit ijzerpoeder wordt dan met schepen over de hele wereld verhandeld naar plaatsen zoals Noordwest-Europa waar dan een tekort aan duurzame energie is.’

Partners

Metalot zoekt in de Dragons’ Den partners om dit ecosysteem stapsgewijs op te bouwen. Het bedrijf wil branders neerzetten bij verschillende eindgebruikers en warmte leveren aan hun processen. Denk aan energiecentrales, warmte-intensieve industrie en hoog temperatuur processen. Ook zoekt Metalot in Nederland een strategische plaats voor een eerste fabriek voor de regeneratie van het poeder.

European Industry & Energy Summit 2021
Op 7 en 8 december vindt de European Industry & Energy Summit 2021 plaats in Rotterdam Ahoy. De summit richt zich op een verscheidenheid aan onderwerpen zoals emissievrije waterstof, chemcycling, energie-efficiëntie, elektrificatie, carbon capture, usage and storage (CCUS), biobased industry en meer. De plenaire opening belooft weer veel vuurwerk te geven. Zo zijn er key notes van Melanie Maas-Brunner (CTO BASF), Holger Kreetz (COO Asset Management Uniper), Hans van den Berg (CEO Tata Steel Nederland) en professor Bert Weckhuysen (Utrecht University).

> Volledige programma en aanmelden

Tijdens de European Industry & Energy Summit 2021 (EIES2021) zoeken innovators partners op wiens rug ze even mee kunnen vliegen. Tijdens de eerste Dragons’ Den of Transition op 8 december.

De derde editie van de European Industry & Energy Summit heeft dit jaar plaats op 7 en 8 december in Rotterdam Ahoy. Verschillende partijen zullen hun side-events organiseren, gedurende deze twee dagen. Inhoudelijk zal organisator Industrielinqs ook de regie hebben bij twee onderdelen, de centrale opening en een innovatieplatform: een Dragons’ Den of Transition.

Dragons’ Den of Transition is een nieuw onderdeel van de summit. Daarmee wil de organisatie een podium bieden voor hoopvolle innovaties op het gebied van Europese industriële transformatie. Het gaat bijvoorbeeld om bijvoorbeeld starters, die een zetje in de rug kunnen gebruiken om tot wasdom te komen. Ook staat het onderdeel voor transformatieve businessmodellen. De behoefte kan van financiële aard zijn, maar ook ondersteuning op het gebied van marketing, netwerk, ondernemerschap, business development en meer.

Deep Branch

Een van die innovators is Deep Branch. Het Brits-Nederlandse biotechbedrijf kan met CO2, water, waterstof en micro-organismen hoogwaardige eiwitten maken die geschikt zijn als grondstof voor diervoeder. De CO2-uitstoot van dit proces is negentig procent lager dan processen die nu worden gebruikt om eiwitten te maken.

Pluimvee en kweekvis in Europa worden nu gevoerd met vismeel en soja, voornamelijk afkomstig uit Zuid-Amerika. ‘Bepaald niet duurzaam, omdat de zeeën worden leeggevist en het regenwoud aangetast. Bovendien is het transport van deze eiwitten belastend voor het milieu,’ zegt Peter Rowe, medeoprichter en CEO van Deep Branch.

In het lab en op kleinere schaal is de technologie al bewezen. En in de eerste helft van 2021 bouwde het bedrijf een pilot plant op Brightlands Chemelot Campus in Sittard-Geleen. Rowe: ‘De pilotplant is essentieel om de juiste recepten te vinden voor ProtonTM zoals de nieuwe voedingsstof is gedoopt. De eiwitten worden gebruikt in zalm- en kipvoeding door BioMar en AB Agri, twee leidende Europese marktspelers in diervoeding.’

Hulp

Inmiddels staat Deep Branch voor de volgende stap. Opschaling naar de eerste fabriek op commerciële schaal. In de Dragons’ Den of Transition vraagt Deep Branch daarom hulp bij het vinden van een geschikte locatie voor de eerste fabriek op commerciële schaal. Het gaat om een locatie van ongeveer 4.000 vierkante meter met toegang tot lokale bronnen voor CO2 en waterstof.

European Industry & Energy Summit 2021
Op 7 en 8 december vindt de European Industry & Energy Summit 2021 plaats in Rotterdam Ahoy. De summit richt zich op een verscheidenheid aan onderwerpen zoals emissievrije waterstof, chemcycling, energie-efficiëntie, elektrificatie, carbon capture, usage and storage (CCUS), biobased industry en meer. De plenaire opening belooft weer veel vuurwerk te geven. Zo zijn er key notes van Melanie Maas-Brunner (CTO BASF), Holger Kreetz (COO Asset Management Uniper), Hans van den Berg (CEO Tata Steel Nederland) en professor Bert Weckhuysen (Utrecht University).

> Volledige programma en aanmelden

Begin voorjaar was de overname van DSM Resins & Functional Materials een feit. ‘Wow, was mijn eerste reactie, toen ik zag hoeveel specifieke kennis op het gebied van materialen beschikbaar is binnen Covestro. Dat kan verschillende ontwikkelingen enorm versnellen.’ Managing director Covestro Nederland Aukje Doornbos ziet vooral veel mogelijkheden.

De aanleiding voor een interview kan tegenwoordig zo maar een bericht zijn op social media. LinkedIn in dit geval. De bijdrage ging over DSM, dat onlangs aankondigde de laatst overgebleven materiaalactiviteiten in een apart onderdeel te bundelen en in de etalage te zetten. De laatste der Mohikanen. Vanaf de aankoop van Gist Brocades (en de latere overname van de Roche Vitamins business) veranderde het bedrijf zich in meer dan twintig jaar van basischemie- en materialenproducent naar een grote speler in wat je kunt samen vatten onder het kopje life science. Met enige fantasie: Gist Brocades 2.0.

Alom veel respect voor DSM als nationaal recordhouder transformatie. Want de historie en de totale make-over gaan nog veel verder terug, naar de Staatsmijnen. Ook veel lof voor het feit dat het bedrijf telkens frontrunner is op het gebied van innovatie en verduurzaming. Met veel erkenning in tal van internationale benchmarks.

Toch valt er ook wel een kritische noot te plaatsen, met name als je verduurzaming bekijkt in een groter geheel, vanuit volledige industriële ketens bijvoorbeeld. DSM heeft door zich door de decennia heen telkens versterkt in de onderdelen waarin veel aanknopingspunten liggen voor innovatie en verduurzaming. Denk aan ingrediënten voor voeding en gezondheidsproducten. In de basischemie- en kunststoffenproductie – die in verschillende deals zijn afgestoten – zijn er weliswaar ook mogelijkheden, maar die zijn schaarser en vragen wellicht om grotere, complexere acties.

Het gaat dus niet alleen over de toekomst van DSM, maar ook over het nalatenschap. Vanuit het grotere industriële systeem is het van belang hoe de kopers de voormalige DSM-onderdelen voortzetten.

Aukje Doornbos (Covestro): ‘Er is heel veel aandacht geweest voor de cultuurverschillen. Er wordt ook echt met interesse geluisterd.’

Sterk dna

Een van de commentaren op het LinkedIn-bericht kwam van Aukje Doornbos, sinds april managing director van Covestro Nederland. Volgens haar profiel op LinkedIn werkte ze daarvoor – op een maand na – zeventien jaar in verschillende functies bij DSM. Zij ging dus in het afgelopen voorjaar mee met de recente verkoop van DSM: De overgang van de activiteiten op het gebied van Resins & Functional Materials (RFM) naar Covestro. De voorlaatste groep der Mohikanen, zou je kunnen zeggen.

Doornbos begrijpt de kritische noot wel. Ze heeft met heel veel plezier en bezieling bij DSM gewerkt. Met overtuiging ook. ‘DSM heeft een heel sterk dna waarin de passie voor verduurzaming, de wereld beter te maken, heel belangrijk is. Ik had het erg naar mijn zin’, stelt ze. Dan kun je alleen maar hopen dat de nieuwe eigenaar daar ook ruimte voor geeft.

doornbos

Op dat vlak is Doornbos optimistisch gestemd. Ze is vanaf het begin betrokken geweest bij de overname, zelfs een paar maanden eerder dan bijna al haar collega’s. ‘Ik moest een tijdje echt mijn lippen stijf op elkaar houden.’ Tijdens het overnameproces en ook in de afgelopen zes maanden binnen Covestro heeft ze veel respect gevoeld. ‘Er is heel veel aandacht geweest voor de cultuurverschillen. Er wordt ook echt met interesse geluisterd. Hoe vaak heb ik de vraag gekregen: ‘Hoe doen jullie dat dan?’ Over en weer willen we veel van elkaar leren.’

Iedereen lijkt er van doordrongen dat veel fusies en overnames niet goed uit de verf komen door cultuurverschillen. Want die verschillen zijn er zeker. Zelfs sommige stereotypen blijken te kloppen. Doornbos: ‘Binnen DSM waren we gewend om iets minder strak op de beslissingen te zitten. Dat zit wat meer in de Nederlandse en misschien ook wel Limburgse cultuur. Dat geeft flexibiliteit. Covestro heeft meer strakke processen. Dat kennen we van de Duitse cultuur. Ja is ja en nee is nee. Dat geeft wel veel duidelijkheid.’ Maar over alles is open te praten en weinig is van tevoren in beton gegoten. ‘Behalve over de inrichting van SAP. Daar moesten we wel in mee’, glimlacht ze.

Versnellen

Het lijkt er sterk op dat Covestro delen van het DSM-dna omarmt. Toen het chemiebedrijf zich in 2015 afscheidde van Bayer, had het innovatie en verduurzaming meteen hoog in het vaandel staan. De gedrevenheid die de voormalig DSM-ers binnenbrengen kan die ambitie nog meer impulsen geven. Doornbos: ‘Met RFM waren we mondiaal koploper op verschillende gebieden, bijvoorbeeld in het vervangen van zorgwekkende stoffen en het introduceren van producten op basis van hernieuwbare grondstoffen. En neem bijvoorbeeld het onderdeel Niaga, waarbij we heel ver gaan met de recycling van tapijt. We gaan dan ook echt naar veranderingen in het product tapijt zelf. Design for sustainability.’

Doornbos verwacht dat deze posities binnen Covestro juist nog meer zijn uit te breiden. ‘Binnen DSM had ik toch soms het gevoel dat beschikbaar kapitaal eerder in andere onderdelen werd geïnvesteerd. Hier bij Covestro lijkt veel meer mogelijk, alleen al op het gebied van investeringen. Er is bijvoorbeeld een miljard euro beschikbaar voor diverse investeringen met een focus op circulariteit. Wow, was mijn eerste reactie, toen ik zag hoeveel specifieke kennis op het gebied van materialen beschikbaar is binnen Covestro. Dat kan verschillende ontwikkelingen enorm versnellen.’

Individueel bewijsdrang

Het was in het overnameproces ook opgevallen dat bij RFM veel vrouwen belangrijke posities bekleedden. Doornbos zelf en bijvoorbeeld ook Mirjam Verhoeff, Plant Manager of the Year 2019. ‘Daar is bij DSM heel veel op gestuurd. Sowieso op meer diversiteit, dus niet alleen meer vrouwen op belangrijke posities. Daarbij gaat het om goede rolmodellen. Helen Mets heeft op dat vlak binnen DSM heel veel betekent. Tegelijkertijd moeten we uitkijken dat we niet te veel in categorieën gaan denken. Inclusiviteit is niet alleen een kwestie van vinklijstjes. Hoewel ik graag rolmodel wil zijn, sta ik niet met een spandoek ‘Vrouw met twee kinderen’. Bij inclusiviteit gaat het er ook om hoe je met elkaar omgaat. Hoewel ik nu in een team zit met minder vrouwen dan eerder, voelt het wel inclusiever. Er is veel meer sprake van een hecht team en minder individuele bewijsdrang.’

Samenwerking

Ook in omvang lijkt het voormalige DSM RFM groot genoeg om een rol van betekenis te spelen binnen Covestro. ‘Het hoofdkantoor voegt wat dat betreft ook daad bij het woord. Zo is zestig procent van het management van het onderdeel Coatings & Adhesives voormalig DSM.’

‘Heel veel mensen hebben het gevoel dat er voor hen is besloten. En dat is natuurlijk ook een hele reële emotie.’

Voor het eerst wordt Covestro vol zichtbaar in de Nederlandse chemie, met vestigingen in Hoek van Holland, Geleen, Waalwijk, Zwolle en Amsterdam. Weliswaar is het concern al langer vijftig procent eigenaar van Lyondell­Basell op de Maasvlakte, maar Covestro is niet betrokken bij het opereren van de fabriek. Aan Doornbos nu de taak om Covestro Nederland op de kaart te zetten met bijbehorende infrastructuur. ‘Uiteraard zoeken we ook veel samenwerking met Antwerpen, waar Covestro een grote productielocatie heeft. Bijvoorbeeld op het gebied van corporate communicatie gaan we veel samen doen. Van een Benelux-organisatie is echter geen sprake geweest. Er zijn te veel specifieke zaken per land. Bijvoorbeeld op het gebied van arbeidsvoorwaarden.’

tekst gaat verder onder de afbeelding

doornbos

Reële emotie

Al met al was het afgelopen jaar – sinds de aankondiging op 30 september 2020 – een emotionele achtbaan voor Doornbos en haar collega’s die de overstap maakten. ‘Ik vergelijk het wel eens met een verhuizing van het ene mooie dorp naar het andere mooie dorp. De nieuwe buren zijn heel vriendelijk, maar het is natuurlijk wel erg wennen. En nog steeds zijn we soms op zoek naar waar de melk staat in de lokale supermarkt.’

Ze is er zich ook van bewust dat het voor haar gemakkelijker is geweest dan voor haar collega’s, omdat ze vanaf het begin dichter op het vuur zat. ‘Heel veel mensen hebben het gevoel dat er voor hen is besloten. En dat is natuurlijk ook een hele reële emotie. Daarom zijn we ook heel open over het proces geweest. Mensen moeten ook de tijd en ruimte krijgen. Er is vanuit Covestro ook alles aan gedaan om op 1 april iedereen welkom te laten voelen. Vanwege de overname hebben we gelukkig nauwelijks medewerkers verloren.’

Ineos investeert meer dan twee miljard euro in de productie van groene waterstof in heel Europa. Het bedrijf bouwt daarvoor in de komende tien jaar fabrieken in België, Noorwegen en Duitsland. Ook zijn investeringen gepland in het VK en Frankrijk.

De eerste installatie die Ineos bouwt, is een 20 MW-elektrolyzer. Hiermee kan het bedrijf schone waterstof produceren door middel van elektrolyse van water, aangedreven door koolstofvrije elektriciteit in Noorwegen. Dit project leidt tot een minimale reductie van naar schatting 22.000 ton CO2 per jaar door de ecologische voetafdruk van de activiteiten van Ineos in Rafnes te verkleinen en als hub te dienen voor de levering van waterstof aan de Noorse transportsector.

Duitsland

In Duitsland is Ineos van plan om een 100 MW elektrolyzer op grotere schaal te bouwen om groene waterstof te produceren op de locatie in Keulen. Waterstof uit de installatie gebruikt ze bij de productie van groene ammoniak. Het Keulen-project resulteert in een vermindering van de CO2-uitstoot van meer dan 120.000 ton per jaar. Het biedt ook kansen om E-Fuels te ontwikkelen via Power-to-Methanol-toepassingen op industriële schaal.

Ineos ontwikkelt andere projecten in België, Frankrijk en het VK en het bedrijf verwacht verdere partnerschappen aan te kondigen met toonaangevende organisaties die betrokken zijn bij de ontwikkeling van nieuwe waterstoftoepassingen.

Infrastructuur

In november 2020 lanceerde Ineos een nieuw bedrijf als onderdeel van dochterbedrijf Inovyn, dat een exploitant is van elektrolyse. Het nieuwe bedrijfsonderdeel is opgericht voor de ontwikkeling en opbouw van groene waterstofcapaciteit in heel Europa, ter ondersteuning van het streven naar een koolstofvrije toekomst.

Het Ineos-waterstofbedrijf krijgt zijn hoofdkantoor in het VK hebben en heeft als doel capaciteit op te bouwen om waterstof te produceren in het Ineos-netwerk van locaties in Europa, naast partnerlocaties waar waterstof de decarbonisatie van energie kan versnellen.

Ineos is ook van plan nauw samen te werken met Europese regeringen om ervoor te zorgen dat de nodige infrastructuur wordt aangelegd voor waterstof.

Foto: Ineos in Rafnes. Credit: Ineos

Zoals een aantal jaren geleden veel projecten werden opgezet om biobrandstoffen te maken van plantaardig materiaal, schieten nu diverse projecten om afval om te zetten in allerlei grondstoffen als paddestoelen uit de grond. Zo richten verschillende bedrijven zich op het verwerken van afvalplastic dat niet geschikt is voor recycling. En zelfs CO2 is straks een nuttige materiaalstroom.

Het hele artikel vind je in onze digitale Projecten Special 2021!

Als de Nederlandse industrie haar CO2-uitstoot tegen 2030 flink omlaag wil hebben gebracht, zijn er ingrijpende veranderingen in productieprocessen nodig. Het vraagt bijvoorbeeld om innovaties die de energievraag omlaag brengen. Maar ook om nieuwe processen waarmee afvalstromen weer grondstoffen worden. Splitsen we in de toekomst CO2 met plasma en scheiden we mengsels dan in een horizontale kolom?

Het hele artikel vind je in onze digitale Projecten Special 2021!