Vattenfall voegt  Nobian’s chloorfabriek in Rotterdam toe aan zijn flexibele capaciteit om het stroomnet beter in balans te houden. Door de samenwerking met Vattenfall kan Nobian inspelen op de toenemende fluctuaties in het stroomaanbod. Dit is nodig door het stijgende aandeel van zonne- en windenergie. Door de samenwerking wordt 40MW aan flexibele capaciteit aan het net toegevoegd. Dit staat gelijk aan een vijfde van de chloorproductie van Nobian in Rotterdam.

Nobian zal de chloorproductie aanpassen als er plotseling meer of minder stroom beschikbaar is. Als er minder stroom beschikbaar is, wordt de chloorproductie automatisch afgeschaald. Het tempo wordt weer opgevoerd als het aanbod dat toelaat. Deze aanpassing gebeurt volautomatisch door real-time ondersteuning van Vattenfall.

Regelvermogen

Door het groeiende aandeel zonne- en windenergie kent het stroomaanbod steeds meer en grotere pieken en dalen. Om dit te balanceren gebruikt netbeheerder TenneT regelvermogen. Dit regelvermogen wordt ingekocht bij verschillende leveranciers, waaronder Vattenfall. Het regelvermogen bestaat uit een verzameling van productielocaties, met name gascentrales, die snel meer, of juist minder, stroom kunnen leveren. De chloorproductie van Nobian wordt hier nu aan toegevoegd.

Verminderen van gebruik fossiele elektriciteitsopwekking

Het huidige aanbod van regelvermogen komt tot nu toe vooral vanuit fossiele elektriciteitscentrales. Door de inzet van de flexibiliteit uit de chloorfabriek is minder fossiele energie nodig om het net te stabiliseren.

Industriële vraagsturing

Erik Suichies, wholesale directeur Vattenfall : ‘Stuurbare productie, zoals in gascentrales, gaat zijn basisrol steeds verder verliezen. De huidige energiecentrales zijn straks niet altijd meer nodig en zullen niet altijd meer draaien. Tegelijkertijd moet het elektriciteitsnet wel 24 uur per dag in balans blijven. We hebben nieuwe flexibiliteit nodig die daarop kan inspringen. Door een grote afnameklant toe te voegen aan onze flexibele asset pool maken we een transitie: we sturen niet langer alleen op productie, maar kunnen vanaf nu ook de vraag nauwkeurig aanpassen.’

Marcel Galjee, directeur Energy & New Business Nobian: ‘Met onze flexibele chloorproductie leveren we een belangrijke bijdrage aan de energietransitie. Waarbij de vraag naar elektriciteit het aanbod van (groene) elektriciteit gaat volgen. De samenwerking met Vattenfall is een volgende stap om de flexibiliteit binnen onze processen te gebruiken om te verduurzamen. Een wens voor de toekomst zou zijn dat we regel- en noodvermogen kunnen aanbieden vanaf dezelfde asset.’

Maarten Abbenhuis, COO TenneT: ‘Het belang van vraagsturing neemt toe doordat elektriciteit steeds meer wordt opgewekt met duurzame, maar weersafhankelijke wind en zon, en minder met niet weersafhankelijke beschikbare energiecentrales. Fluctuatie in de elektriciteitsproductie kan gedeeltelijk worden opgevangen met flexibele afname. Juist industriële grootverbruikers kunnen een substantiële bijdrage leveren aan deze flexibiliteit. Zeker als door elektrificatie het elektriciteitsverbruik voor industriële processen verder toeneemt. Met voldoende flexibiliteit kunnen kostbare maatregelen als import of – toch – regelbare centrales worden beperkt. In Nederland is het potentieel van industriële vraagsturing rond de 3.4 GW. De huidige inzet ligt tussen de 700 en 1900 MW. De mogelijke capaciteit van flexibel elektriciteitsgebruik door de industrie is veelbelovend.’

Nouryon test in haar chloorfabriek in Delfzijl een nieuwe generatie “membrode” membranen. Deze membranen van partner Asahi-Kasei zouden efficiënter en betrouwbaarder zijn voor de productie van chloor. Nouryon is het eerste bedrijf dat ze op industriële schaal test.

Om zout water (brijn) te scheiden in chloor, natriumhydroxide en waterstof gebruikt Nouryon membranen in combinatie met twee elektroden. De nieuwe membroden combineren de elektroden en de membranen in één component. Daardoor vermindert de wrijving tussen de twee oppervlakken.

Als de tests positief uitvallen kan het gebruik van de nieuwe generatie membranen op een veel grotere schaal een hoop energie besparen. Bovendien kunnen ze de downtijd voor onderhoud verminderen, verwacht Jacqueline Oonincx, technology director bij Nouryon.

Na acht jaar maakt Nouryon de installatie Delesto 2 klaar om ‘in actie’ te komen als elektriciteitscentrale. Tussen 1999 en 2012 leverde deze warmtekrachtcentrale stoom en stroom aan bedrijven op en rond het Chemiepark Delfzijl. Dat stopte toen de installatie vanwege de sterk gestegen gasprijzen uit bedrijf is genomen. Aan het einde van dit jaar moet de ‘sleeping beauty’ weer aan het werk als start-stopinstallatie.

Joost Boers

De veranderende energiemarkten maken het mogelijk om stroom te produceren met een gasgestookte centrale. De gasprijs is gedaald terwijl de stroomprijs op niveau bleven. Het verschil tussen de twee (spark spread) is daardoor positief en daar zit de businesscase voor Delesto 2. Daarnaast zie je dat vaker stroom wordt geleverd door windparken en zonneparken. Deze leveren beide onregelmatig stroom – afhankelijk van wind en zon – waardoor het nodig is een back-up te realiseren voor die momenten dat er een piek in de vraag naar elektriciteit optreedt. De stroom die in tijden van laag verbruik wordt opgewekt door zonne- en windenergie kan slecht worden bewaard voor momenten dat de vraag wel hoog is. Milieuoverwegingen en een stijgende CO2-prijs zorgen voor sluiting van kolencentrales. Door de gasgestookte centrale Delesto 2 in te zetten als start-stopinstallatie voor piekuren, kan relatief schone stroom worden geleverd aan het net tegen aantrekkelijke hoge prijzen.

Sleeping beauty

Wat is er in al die jaren gebeurd tijdens de productiestilstand van Delesto 2? Toen de machine is stilgelegd, is een aantal maatregelen genomen om hem optimaal te conserveren. Zo wordt de shaftline van de installatie elke week gedraaid. Inwendig wordt instrumentlucht door de machine gevoerd om corrosie tegen te gaan. Daarnaast is het gebouw geconditioneerd, wat heeft geholpen bij de algehele conservatie. Delesto 2, bijgenaamd ‘Sleeping Beauty’, is een paradepaardje, mede door de degelijke manier waarop de installatie in al die tijd is behandeld.

Aanloop naar herstart

Nouryon is bij het besluit om Delesto 2 weer in gebruik te nemen niet over één nacht ijs gegaan. Eind 2017 werd voor het eerst gedacht aan een herstart, wat leidde tot een formele studie die in de zomer van 2018 is ingezet. Met onder andere een boroscoop werden de gasturbine, ketelonderdelen, afsluiters en pompen aan inspectie onderworpen.

Tussen de zomer van 2018 en april 2019 vond een studie plaats, waarbij akkoord is gegeven op de operatie als start-stop-installatie. De voorbereidingen om dat te realiseren zijn toen ook ingezet. Studies maakten duidelijk dat de algehele conditie van de machine met benodigde technische aanpassingen dit mogelijk maakt.

Toch bleek er nog veel werk te verzetten. Immers, de verwachting is dat Delesto 2 per jaar veelvuldig wordt opgestart en dus ook gestopt. Dat is een compleet andere bedrijfsvoering dan het werken onder baseload. Een opstart werd vroeger handmatig gedaan met veel tussentijdse controles. De starts en stoppen van de installatie worden nu geautomatiseerd. In december 2019 is de uitvoering van de werkzaamheden aan de installaties gestart. Nu worden keuringen, inspecties en herkalibraties uitgevoerd.

Meer onderhoud

De operatie als start-stopmachine vereist meer onderhoud dan wanneer deze voor baseload wordt gebruikt. Maar doordat de machine als start-stop wordt ingezet, heb je ook meer mogelijkheden voor onderhoud. Tot de inbedrijfname eind dit jaar moet er nog veel gebeuren. In het najaar zal Delesto 2 proefdraaien en worden de laatste fijnafstellingen gemaakt. Daarna moet hij een bijdrage leveren aan een flexibele aanvulling op de stroomvoorziening.

Start-stop in de praktijk

Delesto 2 gaat voorzien in stroom op momenten dat hier vraag naar is. In de praktijk zal dit vooral zijn in het najaar, winter en voorjaar. De inzet wordt bepaald op basis van een profiel van de vraag. De dag ervoor wordt de exacte opstart- en shutdowntijd bepaald. In het weekeinde zal geen elektriciteit worden opgewekt. Dat betekent dat de start op maandag “koud” is en iets langzamer zal verlopen.

Bij de voortdurende behoefte om haar processen te verbeteren, schakelt chemiebedrijf Nouryon de hulp in van technostarters. Zo gaat het met Semiotic Labs een stevige samenwerking aan op het gebied van voorspellend onderhoud. Innovatiedirecteur Marco Waas is bijna vereerd dat Nouryon strategische partner van de technostarter kan zijn.

Sinds 2017 organiseert chemiebedrijf Nouryon haar Imagine Chemistry Challenge. Een wedstrijd waarbij met name technostarters opdrachten en samenwerkingscontracten kunnen verdienen, om zo de transities waarvoor het bedrijf staat waar mogelijk te versnellen. De eerste drie edities leverden al interessante samenwerkingen op. Opvallend is dat innovaties op het gebied van inspectie en voorspellend onderhoud het snelst uit de startblokken lijken te schieten.

Zo mag een van de winnaars van de 2019-editie al bijzondere sensoren leveren aan Nouryon. Ingu Solutions – van origine Nederlands, maar opererend vanuit Canada – ontwikkelde sensoren met de grootte van een pingpongbal, ook wel motes of pipers genoemd. Die kunnen op eigen kracht door pijpleidingen bewegen en informatie verzamelen. Ze worden al gebruikt in de Canadese olie- en gasindustrie. Toepassing in de chemie is echter nieuw. Nouryon start in februari twee proeven waarbij de motes een zoutleiding inspecteren. In Hengelo gaat het om een leiding van enkele kilometers lang en in Denemarken om een pijp van 27 kilometer.

Innovatiedirecteur van Nouryon, Marco Waas, is daarnaast enthousiast over Invert Robotics. Dit bedrijf uit Nieuw-Zeeland was een van de winnaars in 2018. Het ontwikkelde een robot die tegen wanden van opslagtanks kan opklimmen en die zowel van binnen als van buiten kan inspecteren. ‘In Deventer hebben we een lege tank staan, waar we verschillende test mee hebben gedaan. De robot blijkt defecten foutloos te detecteren. Net zo goed als mensen. Dat biedt alleen al op het vlak van functionaliteit veel kansen. De robot kan tijd en kosten besparen omdat er bijvoorbeeld voor inspectie geen steigers hoeven te worden opgebouwd. Er zijn bovendien minder mensen nodig en ook op het gebied van veiligheid kan het voordelen opleveren.’ De robots kunnen ook op plaatsen komen die voor mensen relatief onveilig en misschien zelfs onbereikbaar zijn.

Betrouwbaarheid

Qua omvang van de samenwerking zet het Nederlandse Semiotic Labs, gespecialiseerd in het voorspellen van onderhoud, vooralsnog de toon. Het is zeer snel gegaan nadat de technostarter een van de winnaars was in 2018. Binnen anderhalf jaar hebben Nouryon en Semiotic Labs een technologie op het gebied van predictive maintenance beproefd en geïmplementeerd in een Duitse chloorfabriek. Onlangs maakte het chemiebedrijf bekend dat alle zeven Europese fabrieken van het onderdeel Industrial Chemicals de technologie de komende tijd uitrollen. In Nederland gaat het om fabrieken in Rotterdam, Delfzijl en Hengelo.

tekst gaat verder onder de afbeelding

Marco Waas (Nouryon): ‘De basis moet goed staan om echt stappen te zetten op het gebied van industrie 4.0.’

De technologie maakt gebruik van elektrische golven om in te schatten wanneer roterende onderdelen als pompen, compressoren en bijvoorbeeld transportbanden zouden kunnen falen. Tot zelfs vijf maanden van tevoren. Dit geeft tijd om kritieke apparatuur te repareren of te vervangen tijdens een geplande onderhoudsstop. Daardoor zijn onverwachte productieonderbrekingen te voorkomen. Bovendien verwacht Nouryon de betrouwbaarheid en veiligheid van productieprocessen te verbeteren.

Ervaren technicus

Marco Waas is haast vereerd dat Nouryon met Semiotic Labs mag samenwerken. De technostarter heeft naast het chemiebedrijf ook Vopak en Schiphol uitgekozen als belangrijkste strategische partners. Door de samenwerking kan Nouryon versneld stappen zetten op het gebied van voorspellend onderhoud. De informatie die Semiotic Labs bij andere partners ophaalt, kan ook waardevol zijn voor Nouryon. ‘Om de toestand van bijvoorbeeld pompen goed te kunnen voorspellen, heb je heel veel informatie nodig van heel veel pompen in uiteenlopende omstandigheden. Dat is nodig als je statistisch te werk gaat. Semiotic Labs verzamelt niet alleen informatie over onze installatie-onderdelen, maar brengt ook de informatie van andere partners in. Daardoor worden de voorspellingen steeds betrouwbaarder.’

Voor het opereren van industriële installaties kan deze aanpak een behoorlijk stap voorwaarts zijn. Waas: ‘Vooropgesteld dat de fabrieken van Nouryon al heel efficiënt werken. Er gaan niet zo vaak onderdelen kapot, maar als dat wel gebeurt, heeft dat ook meteen grote gevolgen. Dus dat willen we met alle macht voorkomen.’ Dat moet echter niet leiden tot een doorlopende angst dat onderdelen kapot gaan. Waas: ‘We zitten niet te wachten op veel valse alarmen, dat werkt ook verstorend. Doordat we de toestand van onderdelen preciezer kunnen voorspellen, kunnen we dat voorkomen.’

Overigens ziet hij voorlopig nog wel een belangrijke rol voor ervaren vakmensen. De informatie moet nog steeds worden geïnterpreteerd en daarbij zijn mensen vooralsnog onmisbaar. ‘Een ervaren technicus kan aan het geluid van een motor horen of en wat er mee aan de hand is. Het is belangrijk dat die kennis ook aan het informatiesysteem wordt toegevoegd. Zodat dat ook steeds beter kan analyseren. Of intelligente systemen die interpretatie op den duur ook beter doen dan mensen? Ongetwijfeld.’

Maar zo ver is het volgens Waas nog lang niet en de mens zal nog lang een rol blijven houden bij het interpreteren van de data en de controle daarvan.

Extra motivatie

Dat digitalisering de industrie aantrekkelijker maakt voor meer jonge mensen, staat volgens Waas wel buiten kijf. Maar dat geldt volgens hem ook voor andere uitdagingen binnen de industrie. ‘We merken dat onze hele transitieagenda aantrekkingskracht uitoefent op onder andere jonge academici. Speerpunten als groen waterstof, circulaire processen en het hergebruik van CO2 zijn net als industrie 4.0 erg belangrijk voor ons bedrijf en werken stimulerend.’

Dat geldt niet alleen voor jonge mensen. Ook veel ervaren medewerkers willen onderdeel zijn van de transitie. Nouryon wil dat aanwakkeren en heeft daar een speciaal programma voor opgesteld: Reboot Yourself. De doelstelling van het programma is om alle medewerkers en ook het bedrijf ‘fit for the future’ te krijgen. Elk jaar wordt een nieuwe groep mensen grofweg twintig procent van hun tijd uit hun vertrouwde omgeving gehaald om in projectteams met automatiseringsprojecten bezig te gaan. Daarbij worden ze begeleid en extra opgeleid. Niet alleen worden die projecten daarmee versneld, ook komen de meeste mensen na dat jaar fris en geïnspireerd in de productie-omgeving terug. Waas ziet dat ouder personeel weer extra motivatie krijgen.

Nouryon

Marco Waas (Nouryon): ‘De afgelopen jaren hebben we veel aandacht besteed aan digitalisering en een agenda opgesteld.’

Industry-4.0-ready

Die motivatie toont ook dat ze zien welke voordelen digitalisering met zich mee kan brengen. Het is volgens Waas belangrijk om werknemers mee te krijgen. Er zijn mooie verhalen over de mogelijkheden van Industrie 4.0, maar je tovert een fabriek niet zo maar van de ene dag op de andere om. ‘De afgelopen jaren hebben we veel aandacht besteed aan digitalisering en een agenda opgesteld. Vier elementen zijn heel belangrijk. Allereerst moet je de basis goed op orde zien te krijgen. Een bestaande fabriek is niet meteen industry-4.0-ready. Er moet bijvoorbeeld een volledige data-architectuur worden opgebouwd.’ Op dat vlak is de kennis van ervaren technici heel belangrijk.

Cybersecurity

Ten tweede is het belangrijk om processen verregaand te automatiseren. Ze moeten onder andere worden voorzien van sensoren om data te verzamelen. Het kan ook zijn dat installaties al sensoren hebben die nog niet worden gebruikt voor analyses en sturing. Drie jaar geleden begon Nouryon op haar Rotterdamse site sensoren af te lezen die al in elektrolyzers voor chloorproductie waren ingebouwd. Door de informatie die beschikbaar kwam goed te analyseren, ontdekte het bedrijf mogelijkheden om structureel energie te besparen.

‘Wel heeft het twee jaar geduurd om dat voor elkaar te krijgen. Het was een uitdaging om de basisinfrastructuur die nodig was, goed aan te leggen. En om bijvoorbeeld de stroomleverancier bij het proces te betrekken.’ Een chloorfabriek kan namelijk een rol spelen bij het balanceren van vraag en aanbod van elektriciteit in het net. Op zonnige en winderige dagen is er meer aanbod en de stroomprijs lager. Dan kan de chloorfabriek het beste op volle toeren draaien. Op het moment dat er minder aanbod is en de prijs hoger ligt, schakel je het liefst wat terug. Om dit goed te doen, is een nauwe betrokkenheid van de stroomleverancier, Vattenfall in dit geval, heel belangrijk. Waas: ‘Met meteen uitdagingen op het gebied van onder andere cybersecurity.’

Bij verder automatiseren spelen tegenwoordig ook de zogenoemde digital twins een belangrijke rol, stelt Waas. Het is zeer handig om een digitaal equivalent van een installatie te hebben. Op die manier kunnen ontwerpers en bijvoorbeeld datawetenschappers – vaak op afstand – samen met operationele mensen werken aan de optimalisatie van fabrieken en ‘wat als’-scenario’s ontwikkelen. Zo kunnen ontwerpfouten worden opgespoord, bijvoorbeeld tijdens de bouwfase van een fabriek, het onderhoud en de revisie van installaties. Het maakt het ook mogelijk om bijvoorbeeld op grond van data-analyse de productiecapaciteit te vergroten. Tegenwoordig wordt bij nieuwe fabrieken vaak een digitale tweeling ontwikkeld, maar het is volgens Waas ook goed mogelijk om digitale kopieën van bestaande installaties te bouwen.

Real-time

Pas het derde element in de digitaliseringsagenda van Nouryon is predictive maintenance. Uit onderzoek blijkt dat niet veel bedrijven op dit vlak al forse stappen hebben gezet. Waas heeft niet het overzicht hoe andere bedrijven er voor staan. Als hij voorzichtig een verklaring zoekt, dan heeft hij het idee dat het vooral aan de basis ligt. ‘Wij zijn er achter gekomen dat de basis goed moet staan om echt stappen te zetten op het gebied van industrie 4.0 en het voorspellen van onderhoud.’

Bij het vierde onderdeel van de digitaliseringsagenda gaat het om inspectie en controle. ‘Denk aan drones en robots, om real-time te kunnen reageren op afwijkingen op plekken waar mensen normaal gesproken niet kunnen komen. Die motes van Ingu zijn daar een voorbeeld van.’

Door de samenwerking met Semiotic Labs lijkt Nouryon haar stappen dus te versnellen op het gebied van industrie 4.0. ‘Voorlopig gaan we de technologie eerst uitrollen naar onze Europese chloor- en zoutfabrieken, te beginnen bij de pompen. Eerst proberen we daarvan de vingerafdrukken goed te analyseren. Er is heel veel informatie nodig om de patronen te herkennen. Daarna komen andere apparaten aan de beurt, zoals bijvoorbeeld de compressoren.’

Met nieuwe technologie kan chemiebedrijf Nouryon tot vijf maanden van tevoren voorspellen wanneer roterende fabrieksonderdelen kunnen falen. Na succesvolle implementatie in een Duitse chloorfabriek gaat het bedrijf de innovatie ook in zeven andere fabrieken in Europa uitrollen. De Nederlandse technostarter Semiotic Labs ondersteunt Nouryon daarbij met zelflerende technologie.

De technologie maakt gebruik van elektrische golven om in te schatten wanneer pompen, compressoren en bijvoorbeeld transportbanden zouden kunnen falen. Dit geeft tijd om kritieke apparatuur te repareren of te vervangen tijdens een geplande onderhoudstop. Daardoor zijn onverwachte productieonderbrekingen te voorkomen. Bovendien verwacht Nouryon de betrouwbaarheid en veiligheid van productieprocessen te verbeteren.

Predictive maintenance

De Nederlandse startup Semiotic Labs was een van de winnaars van Nouryon’s 2018 Imagine Chemistry Challenge. Innovatiedirecteur Marco Waas Nouryon is enthousiast over de samenwerking met kleine technologiebedrijven. ‘Door samen te werken met startups zoals Semiotic Labs hebben we toegang tot nieuwe technologieën die echte game changers kunnen zijn voor onze industrie. Met predictive maintenance kunnen we het productieproces aanzienlijk verbeteren en tegelijkertijd de kosten verlagen.’

CO2-uitstoot

Ook oprichter van Semiotic Labs, Simon Jagers is content met de uitbreiding van de samenwerking. ‘Sinds de Imagine Chemistry Challenge in 2018 werken we samen met Nouryon aan een pilotprogramma om onze technologie te testen en te verbeteren. Ik ben erg enthousiast over de resultaten die we tot dusver hebben gezien in de productieomgeving en ik kijk uit naar de verdere implementatie in fabrieken van Nouryon.’

Nouryon en Semiotic Labs zullen ook kijken naar verdere verlaging van CO2-uitstoot en energieverbruik door de elektrische golven van apparatuur verder te analyseren en het gebruik hierop aan te passen.

Nu de naam Nouryon bekend is, wordt ook steeds meer van de strategie van het nieuwe bedrijf duidelijk. Het voormalige AkzoNobel-onderdeel Specialty Chemicals blijft onverminderd inzetten op innovatie en vergroening. Ook in Nederland, waar het bedrijf sterk is vertegenwoordigd. Topman van Nouryon Nederland, Knut Schwalenberg: ‘We moeten nu zeker geen pas op de plaats maken.’

Toch wel met enig pijn in het hart heeft Knut Schwalenberg afscheid genomen van de naam AkzoNobel. Persoonlijk, maar vooral ook als voormalig managing director van AkzoNobel Industrial Chemicals. ‘Vergeet niet dat Akzo al heel lang verbonden is aan onze zoutdivisie en in Zweden is Nobel natuurlijk een grote naam met historie.’

Opvallend is dat het afgescheiden, nieuwe bedrijf Nouryon vooral in Nederland veel activiteiten heeft. Meer dan de verf-
divisie die nu als AkzoNobel doorgaat. Schwalenberg: ‘Een kwart van de mensen van Nouryon werkt in Nederland, op onder andere de productielocaties Rotterdam, Delfzijl, Hengelo en Deventer.’

Ook blijft het hoofdkantoor voorlopig in Amsterdam en huisvest het bedrijf de internationale project- en engineeringafdeling in Arnhem. Het was echter onvermijdelijk dat op zoek moest worden gegaan naar een nieuwe naam.

Broodproducten

Het bedrijf dook bij de zoektocht voor de nieuwe naam in zijn eigen geschiedenis. Uiteindelijk ontleende het zijn nieuwe naam aan chemiebedrijf Noury & Van der Lande, opgericht in 1838 in Deventer. Dat veel later, in 1967, werd overgenomen door AkzoNobel. ‘Het moest een naam met een legacy zijn, uiteraard niet bezet en ook moest het in geen taal een vreemde connotatie hebben. Daar zijn we in geslaagd. De kleur oranje in ons nieuwe logo is gekozen om ons te differentiëren in de industrie. Misschien kijken ze in het buitenland nog een beetje op van die kleur, maar in Nederland vinden we het natuurlijk prachtig’, stelt de van oorsprong Duitse directeur, die inmiddels in de wij-vorm spreekt als het over Nederland gaat.

Dat het nieuwe chemiebedrijf bij Noury & Van der Lande uitkwam heeft nog een andere reden. Schwalenberg: ‘Dat bedrijf was in zijn tijd heel innovatief, opgericht door twee nieuwsgierige ondernemers. Zij deden toen al veel research in een eigen lab, om onder andere broodproducten te verbeteren.’

Profiel

Net als de verre ‘voorouders’ wil Nouryon ook innovatie centraal stellen. Of beter gezegd: het bedrijf wil de inmiddels ingeslagen weg van AkzoNobel Specialty
Chemicals onverminderd blijven volgen. Geen tijdelijke pas op de plaats dus, wat je vaak ziet als bedrijven net zijn afgesplitst. Schwalenberg: ‘Waarom zouden we dat willen? De trends en de omstandigheden blijven hetzelfde. In Europa moeten we het niet hebben van de groei van de populatie. Er zijn andere groeimotoren. Europa is koploper op het gebied van digitalisering en oplossingen voor de klimaatverandering. Als we daar als Nouryon een belangrijke rol in willen spelen, dan moeten we nu zeker geen pas op de plaats maken.’

Dat Nouryon niet meer op de beurs is genoteerd, kan daar zelfs een voordeel bij zijn. Het is minder afhankelijk van de kortetermijnvisie van een deel van de aandeelhouders, met name de activistische. AkzoNobel heeft de afgelopen jaren aan den lijve ondervonden welke druk dat met zich mee kan brengen. Schwalenberg: ‘Ik ben zeker niet treurig over de gevolgde weg. Ik heb altijd achter de splitsing gestaan. Vergeet niet dat onze nieuwe eigenaar Carlyle tot de Champions League van de private equity hoort. Onder andere pensioenfondsen stoppen geld in de fondsen van Carlyle. Die kijken doorgaans ook naar het profiel van bedrijven en hebben duurzaamheid hoog staan. De scope is in ieder geval minder korte termijn gericht dan bij veel aandeelhouders van beursgenoteerde bedrijven. Gemiddeld blijft een bedrijf vijf jaar in handen van een dergelijk fonds.’

Knut Schwalenberg

Meer focus

Daarnaast laat de geschiedenis zien dat afgesplitste bedrijven in de chemie het vaak goed doen. Covestro, het voormalige chemie-onderdeel dat binnen Bayer niet altijd op de eerste plaats kwam, is daar een recent voorbeeld van. Focus op chemische activiteiten gaf het bedrijf nieuw elan. Volgens Schwalenberg kan Nouryon op een soortgelijke wijze profiteren van de afsplitsing. ‘Chemie is bij Nouryon corebusiness. Overigens kijken analisten daar weer op een eigen manier naar. Als onderdeel van AkzoNobel werden we nog niet zo lang geleden ingeschat op een waarde van vijf miljard euro. Bij de verkoop was dat tien miljard. Een verdubbeling in een jaar. Bij analisten speelt mee dat ze niet dol zijn op samengestelde bedrijven. Nouryon heeft nu sowieso meer focus en dat wordt gewaardeerd.’

Het nieuwe bedrijf blijft dus plannen maken en innoveren. Dat bleek wel uit de recente aankondiging over de mogelijke bouw van een groene waterstoffabriek op het terrein van Tata Steel in IJmuiden. Een samenwerking met Tata en de haven van Amsterdam moet het grootste duurzame waterstofcluster van Europa opleveren.

Het project past uitstekend bij eerder aangekondigde voornemens van Tata en Dow Chemical om uit restgas van staalproductie, koolmonoxide (CO) en methanol te gaan produceren. ‘Voor die reactie heb je toch waterstof nodig’, stelt Schwalenberg. Momenteel wordt CO gebruikt om energie van te maken. Daarbij ontstaat veel CO2. Door er hoogwaardige chemicaliën van te maken, kan een dergelijke fabriek de CO₂-uitstoot met vier tot vijf miljoen ton per jaar verminderen. Het project kan zodoende een enorme stap betekenen binnen het Klimaatakkoord. De potentiële CO2-reductie van vier tot vijf miljoen ton per jaar is maar liefst een kwart van het totaal dat de energie-intensieve industrie voor 2030 moet reduceren.

Schaalvoordelen

Er is nog een andere interessante bestemming voor groen waterstof bij Tata Steel. Schwalenberg: ‘De verwijdering van zuurstof bij de staalproductie gebeurt nu nog met cokes. Ook daarbij ontstaat veel CO2. De reductie van ijzeroxide kan ook met waterstof. Daarbij is water het enige restproduct. Een veel schonere methode dus. De oplossingen liggen er dus om staalfabrieken koolstofvrij te maken.’

Overigens is dit niet het eerste grote waterstofplan van Nouryon. Begin dit jaar maakte het, toen nog als AkzoNobel Specialty Chemicals, bekend dat het samen met Gasunie mogelijkheden voor waterstofproductie in de Eemsdelta onderzoekt. Op Chemiepark Delfzijl willen de bedrijven een installatie ontwikkelen die, met een twintig megawatt waterelektrolyse-unit, duurzaam geproduceerde elektriciteit omzet in drie kiloton groene waterstof per jaar. Beide projecten kunnen samen een flinke stap in het verder opschalen van de elektrolyse-
technologie betekenen. Elektrolyse is vooralsnog duur, maar brede inzet kan de technologie beduidend goedkoper maken, door schaalvoordelen.

Tekst gaat verder onder de foto.

Knut Schwalenberg
Langere afstanden

Groen waterstof kan wel een belangrijke stap zijn in de energietransitie, met name in een land als Nederland. Zeker als we fossiele grondstoffen en brandstoffen willen uitbannen, stelt Schwalenberg. ‘Dan moet je naar de mogelijkheden van het land kijken. In landen met bergen, zoals in Scandinavië, kan waterkracht een belangrijke rol spelen. Nederland is daarentegen heel vlak, maar water is overal beschikbaar. De grote ontwikkelingen op het gebied van zon en wind hebben we gemist. Denemarken en Duitsland hebben daar een industrie omheen kunnen bouwen. Laten we niet nog een keer de boot missen. Veel technologie is al aanwezig en op verschillende terreinen kan waterstof de oplossing bieden. Bijvoorbeeld bij de opslag van energie en ook in de mobiliteit, met name voor de langere afstanden. Denk vooral aan vrachtauto’s en bussen. Voor kortere afstanden en kleinere wagens zijn er al prima alternatieven.’

Chemische bouwstenen

Toch zal het nog lang duren voordat groen waterstof qua prijs kan concurreren met bijvoorbeeld blauw of grijs waterstof, geproduceerd uit aardgas. Schwalenberg is daar heel eerlijk in. Hij ziet daarom een belangrijke rol voor de overheid. Die heeft voldoende financiële instrumenten om het succes van waterstof te beïnvloeden. Waardoor bijvoorbeeld investeringen in waterstofinstallaties en –infrastructuur aantrekkelijker worden.

Ook in de chemie kan waterstof een belangrijke rol spelen. Alleen is nog niet veel technologie voorhanden om er koolwaterstoffen van te maken. Schwalenberg in jargon: ‘We zoeken alternatieve routes van C1 tot C5.’ Daarmee duidt hij op de volledige verzameling aan chemische bouwstenen voor de industrie.

Groene methanol

Mede daarom is het voor Nouryon belangrijk om ook de bioroutes te volgen. ‘We moeten meer wegen bewandelen om fossiel uit te bannen’, stelt hij. Zo is Nouryon betrokken bij plannen voor de bioraffinaderij van Avantium in Delfzijl. De proeffabriek is afgelopen zomer geopend. De installatie zet houtsnippers en andere tweede generatie biomassa, op een kosteneffectieve manier om in zuivere glucose, lignine en een gemengde suikerstroop. De bioraffinaderij zal vooral reststromen uit de Nederlandse bossen gebruiken. Glucose is nodig voor de productie van producten zoals vitamines, enzymen en andere duurzame chemicaliën en materialen. Lignine is een uitstekende grondstof voor hernieuwbare energie en andere toepassingen. De gemengde suikerstroop kan worden toegepast in de productie van ethanol en andere biofuels.

Schwalenberg heeft ook veel vertrouwen in de komst van een waste-to-chemistry-
fabriek in Rotterdam. Met Air Liquide, Havenbedrijf Rotterdam en het Canadese Enerkem wil Nouryon een installatie bouwen die 360.000 ton afval per jaar verwerkt tot 220.000 ton of 270 miljoen liter groene methanol. Het project zit nog in de financieringsfase, maar de eerste spade zou in 2019 de grond in moeten gaan. De fabriek die ongeveer tweehonderd miljoen euro kost, moet in 2021 of 2022 operationeel zijn.

Nouryon, Tata Steel en Port of Amsterdam willen samen een groene waterstoffabriek bouwen op het terrein van Tata in IJmuiden. De samenwerking moet het grootste duurzame waterstofcluster van Europa opleveren.

Nouryon, voorheen AkzoNobel Speciality Chemicals, wil de fabriek met een capaciteit van 100 megawatt bouwen op het terrein van Tata Steel. Het staalbedrijf heeft de waterstof nodig voor de productie van staal, en kan hiermee de staalproductie verduurzamen. Het bedrijf denkt hiermee 350.000 ton minder CO2 uit te stoten. Gelijk aan de CO2-uitstoot van 40.000 huishoudens.

Windparken

Voorwaarde om de fabriek te bouwen is wel dat er groene stroom geleverd wordt door windmolenparken op de Noordzee. Heel veel windmolens want er is ook heel veel groene stroom nodig om voldoende duurzame waterstof te produceren. Dat is volgens de bedrijven een taak van de overheid maar wel essentieel.

Het havenbedrijf van Amsterdam  gaat vooral kijken hoe de groene waterstof gedistribueerd kan worden en hoopt op de komst van nieuwe industrie. Dat is nodig om de terugloop van fossiele brandstoffen in de haven straks op te vangen. De waterstof kan ook een grote bijdrage leveren aan emissievrij transport in de regio. Bovendien kan waterstof een alternatief zijn voor verwarming van huizen in de stad.

Investering

De komende twee jaar gaan de bedrijven onderzoeken of de plannen technisch en financieel haalbaar zijn. En in 2021 wordt een definitief besluit genomen. Het gaat om een flinke inverstering die de bedrijven niet alleen willen en kunnen dragen. De overheid of EU zullen financieel bij moeten dragen.

Delfzijl

Begin dit jaar maakte Nouryon (toen nog AkzoNobel) bekend dat het samen met Gasunie de mogelijkheden voor waterstofproductie in de Eemsdelta onderzoekt. Op Chemiepark Delfzijl willen de bedrijven een installatie ontwikkelen die, met een 20 megawatt waterelektrolyse-unit, duurzaam geproduceerde elektriciteit omzet in drie kiloton groene waterstof per jaar.

Beide projecten kunnen samen een flinke stap in het verder opschalen van de elektrolysetechnologie. Elektrolyse is vooralsnog duur, maar brede inzet kan de technologie beduidend goedkoper maken, door schaalvoordelen.