Deze week beginnen de stopwerkzaamheden van de chloorfabriek van Nobian en de monochloorazijnzuurfabriek van Nouryon op Chemie Park Delfzijl. Ook Delamine begint aan een grote onderhoudsstop.

De chloorfabriek van Nobian, officieel het Membraan-Elektrolysebedrijf (MEB) genoemd, scheidt pekel met stroom in chloorgas, waterstofgas en natronloog. Het chloorgas gaat onder andere naar de MCA-fabriek van Nouryon. De onderhoudsstops zijn daarom op elkaar afgestemd.

Ook de onderhoudsstop van Delamine is gepland in dezelfde periode. De joint venture van Nouryon en het Japanse Tosoh maakt ethyleenaminen. Het productieproces is gebaseerd op de omzetting van dichloorethaan met ammoniak. Hierbij wordt ook natronloog van de chloorfabriek gebruikt.

Online startwerkinstructie

Nobian heeft voor de chloorfabriek een online startwerkinstructie opgezet. Tijdens de Covid-19 pandemie in 2020 heeft deze uit nood zijn intrede gedaan. De digitale instructie is echter zo goed bevallen, dat Nobian deze manier van werken ook bij deze stop heeft opgezet. Contractors kijken vooraf op een zelfgekozen moment via een website naar de instructie. Zo kunnen ze vrijwel meteen aan de slag. 

Lees meer over de digitale startwerkinstructie.

De digitale startwerkinstructie die tijdens de Covid-19 pandemie zijn intrede heeft gedaan, heeft zijn nut bewezen. Het lijkt nu de standaard voor de toekomst te worden. Dat schrijft Chemie Park Delfzijl op zijn website.

Contractors kijken vooraf op een zelfgekozen moment via de website naar de instructie. Zo kunnen ze vrijwel meteen aan de slag. De digitale startwerkinstructie is in 2020 voor het eerst ingezet bij de onderhoudsstop van MCA-en MEB-fabrieken van Nouryon. Daarna is hij ook ingezet bij de stop van Nobian Zout. Projectleider Jeroen Knol (Nobian): ‘Dit draagt bij aan standaardisatie en professionalisering. We brengen de informatie op een eenduidige wijze over en het scheelt tijd en geld.’

Op de kop

Tijdens de stop van MCA-MEB ging het in totaal om zo’n vierhonderd man, waarvan de eerste maandag al meteen driehonderd mensen aan de slag gingen. Projectleider Vincent Thole: ‘In de statistieken van de website was te zien dat verreweg de meeste mensen, ook die uit het buitenland, de instructie hadden bekeken. Door de registratieknop op de website was aantoonbaar dat ze dit met goed gevolg hadden gedaan.’

De route van verdere standaardisatie ligt volgens de projectleiders voor de hand. Knol: ‘Je kunt beginnen met een persoonlijke introductie en specifieke informatie over de stop. En dan een algemene introductiefilm over de site en veiligheid.’ Thole vult aan: ‘In 2020 gingen veel dingen op de kop, maar met deze digitale startwerkinstructie bracht het ook iets goeds. Dit lijkt ons een aanpak om voort te zetten.’

Alco Energy Rotterdam, Europa’s grootste producent van bio-ethanol, veevoeder en groene CO2, kent jaarlijks drie stops van vijf dagen: in maart, juli en november. De juli-stop sloeg het bedrijf vanwege de pandemie over, die van november is vervroegd uitgevoerd. Ondanks de sterker vervuilde installatie was maar een stukje van de extra geplande stopdag nodig.

Broer de Boer

Tien jaar geleden bouwde Abengoa een grote bioraffinaderij in Rotterdam-Europoort. Inmiddels is deze bioraffinaderij van Alco Energy. ‘Eigenlijk is deze plant een enorme kopie van een kleinere Spaanse bio-ethanolfabriek’, vertelt shutdown coördinator Erik Matser. ‘In bedrijf en tijdens onderhoudsstops levert dat soms bijzondere uitdagingen op: alle installaties, zelfs de vorstgevoelige, staan in de buitenlucht. Alle dimensies zijn dus groter, het productieproces zeer dynamisch en als alles eenmaal draait, moet het ook doordraaien. De plant is na de overname in 2016 alweer ruim vier jaar in bedrijf, maar nog niet alle kinderziektes zijn er uit.’Het blijkt dat de aandeelhouders een maximale bedrijfstijd willen. Voor groot onderhoud, inspecties en innovaties heeft Matser jaarlijks slechts drie korte mogelijkheden. Dat betekent op maandag volledig uit en op vrijdagavond weer volop draaien. ‘Dat vraagt dus om een nauwgezette planning, waarbij ik niets aan het toeval overlaat’, zegt hij. ‘Zelfs de beschikbaarheid van antistatische zeiltjes om bij regen verantwoord buiten te kunnen lassen ontkomen niet aan mijn aandacht.’

Matser ziet zijn stopbudget dan ook deels als een verzekeringspremie. ‘Die betaal je ook, terwijl je hoopt nooit een uitkering te hoeven claimen.’ Hij vervolgt: ‘Om aan die strakke tijdseis te voldoen, betekent dit dat we soms werkzaamheden moeten doorschuiven. Dat gebeurt vóór, maar ook tijdens de stop. Het uit bedrijf stellen begint al in het weekend. Dan draaien we transportbanden en andere onderdelen zoveel mogelijk leeg. Een aantal onderdelen laten we onder controle zelfs gevuld staan. Een eventuele kwaliteitsvermindering van de inhoud houden we uiteraard in de gaten. Onderdelen waar we bij of in moeten, koppelen we af en verzegelen we. Onderdelen die niet toegankelijk zijn als de plant in bedrijf is, ontdoen we van isolatie om inspectiewerkzaamheden mogelijk te maken. Dat is ook het moment om de laatste hand aan de steigerbouw te leggen.’

‘Gebruikmaken van kleinere huiscontractors vergroot onze flexibiliteit.’

Erik Matser, shutdowncoördinator Alco Energy Rotterdam

In de installatie is onder meer sprake van biofouling. ‘Die moeten we eerst grondig reinigen, voordat de sleutelaars, medewerkers van piping-bedrijven en elektrotechnici aan de slag kunnen. Het sleutelen en inspecties aan de schone, koude en beveiligde installatie-onderdelen start op maandag klokslag 07.00 uur. Ook de inspectie van anders niet-toegankelijke installatie-onderdelen als druk- en stoomvaten en de corrosie onder isolatie kunnen dan plaatsvinden. We zijn immers voortdurend in bedrijf.’

Onderhoudsploeg

Zo’n klus lijkt een eenvoudig repeterend proces, maar Matser waarschuwt dat dit zeker niet het geval is. ‘Vooral door die beperkte windows. Op de piekdagen van de stops werken hier overdag 350 man en ’s nachts 200 tot 250 man. Dat zijn deskundigen voor regulier onderhoud aan specifieke installaties, industriële schoonmaakploegen, monteurs, lassers en dergelijke. Daarnaast werkt er ook nog circa vijftig man eigen personeel in vijfploegendienst, tezamen met onze tien man sterke onderhoudsploeg in twee ploegendienst.’

AlcoAlco Energy geeft bij het uitbesteden van werkzaamheden tijdens de stops de voorkeur aan een aantal vaste, kleinere contractors. ‘De reden daarvoor is dat we een relatief klein bedrijf zijn; grotere contractors concentreren zich vaak op veel grotere bedrijven in onze omgeving. Gebruikmaken van kleinere huiscontractors vergroot onze flexibiliteit in de keuze als een contractor onverhoopt niet beschikbaar is. De contractors die we inschakelen, zetten zich in om goed technisch personeel aan onze stops te laten werken, zoals vaste voormannen. Naast een veilige stop willen we ook een efficiënte stop. Een goede learning curve hierin is natuurlijk lastig te realiseren, want je krijgt ook medewerkers over de vloer vanuit de flexibele schil van contractors.’

Dat Alco Energy Rotterdam ook zelf over de nodige flexibiliteit beschikt, bleek tijdens de geplande stop in coronatijd. ‘Sommige bedrijven stelden hun stops uit. Wij hebben hem door laten gaan en zelfs volgens planning kunnen afronden’, vertelt Matser. ‘Maar denk eens aan de extra organisatie rond toegang en verblijfsfaciliteiten en tijdens de werkzaamheden. Er liepen steeds vier extra veiligheidscoördinatoren om toe te zien op de naleving van de coronaregels die we zelf bij de veiligheidsregio moesten indienen. Deze ‘corona-stop’ heeft aan inspanningen meer dan een ton extra gekost om tijdig te kunnen opleveren.’

Dat er nog geen enkele pleister verbruikt is tijdens de laatste stop, getuigt van een uitstekende incidentbewaking. Het bedrijf realiseert dit dankzij de planning, voorlichting en de inzet van veiligheidsdeskundigen, zowel interne als afkomstig van contractors. ‘Naast traditionele beheersbare risico’s hebben we op deze plant te maken met twee ‘sluipmoordenaars’: alcoholdampen en kooldioxide die bij het proces en tijdens het luchten vrijkomen en schadelijk zijn voor de medewerkers. Voortdurend verrichten we in en rondom de installatie metingen naar deze stoffen tijdens de stop’, aldus Matser.

Planning

Tijdens het interview, een maand na de laatste stop en met verplicht mondkapje, breken de steigerbouwers hun laatste materiaal af. Matser denkt alweer aan de te nemen hordes voor de stop van maart 2021. ‘Dat start met evalueren. We kregen bij de laatste stop een dag extra, doordat we voorzagen dat de installatie extra vervuild zou zijn. Schoonmaken in de daarvoor bestemde tijd was namelijk fysiek onmogelijk. Daardoor zijn ook onderhoudsklussen doorgeschoven.’

Matser is de enige binnen het bedrijf die fulltime met de stops bezig is. Hij maakt geen gebruik van onderhoudssoftware, maar registreert en maakt planningen vanuit een Excel-sheet, die hij overigens regelmatig met de operationele afdeling afstemt. ‘Er staat alweer veel overleg met deze afdeling op het programma, maar ook met inspecterende partijen en contractors. Voorbereiding op basis van gegronde aannames is hier essentieel. Het herplannen is ook actueel, omdat bepaalde acties in oktober niet gerealiseerd zijn.’

‘We hebben specifiek voor de stop de hoeveelheid reserveonderdelen vergroot en zijn naar een hoger kwaliteitsniveau gegaan.’

Erik Matser, shutdowncoördinator Alco Energy Rotterdam

Hij wil het onderhoud in de vrij nieuwe plant graag verder professionaliseren. ‘Daarbij richt ik me op onze huisaannemers en hun personeel, maar ook intern kunnen we nog stappen maken. Zo hebben we specifiek voor de stop de hoeveelheid reserveonderdelen vergroot. Daarbij zijn we ook naar een hoger kwaliteitsniveau gegaan. Daarmee verhogen we de betrouwbaarheid en de integriteit van de plant.’

Soms zit efficiencyverbetering van onderhoud in een heel klein hoekje. Matser geeft hierbij een voorbeeld op het gebied van hulpgereedschap. ‘Door de grote dimensies hebben we op grote hoogte vrij zware hulpmiddelen nodig. Ze zijn vaak een aantal maal groter dan bij de plant die model stond voor deze installatie. De stalen uitvoeringen hiervan zijn onhanteerbaar. Ik laat ze nu in kunststof uitvoeren. Dat maakt het gemakkelijker om ermee op grote hoogtes te kunnen werken.’

Volgens Matser, die twee jaar geleden vanuit de offshore kwam en shutdowncoördinator werd bij Alco Energy Rotterdam, valt er in de voorbereidingsfase nog een slag te maken. ‘Details moeten nog eerder en beter op papier komen’, vindt hij. ‘De operationele en onderhoudsafdelingen hebben de handen al vol bij normaal bedrijf. De voorbereiding van onderhoudstops is dan niet altijd de eerste prioriteit. Overigens is hun toewijding tijdens de stop groot.’

Ambitie

De geproduceerde bio-ethanol, in twee kwaliteiten, zet Alco Energy via tanktransporten af bij de grote brandstofleveranciers. In alle sectoren neemt volgens het bedrijf de behoefte aan fossiele brandstoffen af, waardoor de vraag naar hernieuwbare energie, zoals bio-ethanol, juist toeneemt. Over strategische keuzes kan Matser niets zeggen. ‘We vallen onder een wereldwijde onderneming, de Alcogroup met meerdere plants, ook buiten Europa. Naast de productie van ethanol is Alcogroup ook een belangrijke speler in de wereldwijde handel en distributie van ethanol voor verschillende markten zoals energie, chemie en menselijke consumptie.’

Alco Energy Rotterdam produceert nu jaarlijks ongeveer 550.000 kubieke meter bio-ethanol. ‘De eerste coronagolf zorgde voor een afzetdip en we zijn toentertijd ethanol voor ontsmettingsgels gaan produceren. Onze ambitie is echter een jaarproductie van 700.000 kubieke meter bio-ethanol. Daarnaast oriënteren we ons ook op het beter verwaarden van ingrediënten uit onze reststromen. Maisolie zou daarvan één kunnen zijn.’

Productieproces

De grondstof, voornamelijk voedermais, wordt per schip aangevoerd en opgeslagen in silo’s. De geschoonde mais wordt onder toevoeging van onder andere water en gist voorverwarmd. Daarna start het fermentatieproces, wat batchgewijs in acht fermentatietanks gebeurt, met een verblijfsduur van circa 55 uur.

Belangrijke stap is de afscheiding van bio-ethanol uit dit ‘bier’. Daarbij worden technieken ingezet als ontwatering door verdamping, gebruikmaking van zeolieten en de zuivering van de alcoholen in een destillatiekolom. De CO₂ die tijdens de fermentatie ontstaat, wordt afgevangen en uiteindelijk via Linde afgezet op het Ocap-gasnet. Bij de vochtige maisresten hanteert het bedrijf een decanteringsproces, gevolgd door een verblijf in een van de drie droogtrommels. Na pelleteren is dit als grondstof voor veevoeding te gebruiken.

De plant heeft een eigen gasgestookte 48 megawatt WKK-installatie om elektriciteit en stoom te produceren. Zo’n zeventig procent van deze duurzame opgewekte elektriciteit wordt afgezet op het grid. Mocht de geproduceerde stoom ontoereikend zijn voor de primaire processen, dan staan er in het enorm ketelhuis branders stand-by om de stoomproductie te verhogen.

Een lagere gasrekening vormt een uitdaging, maar kan onder meer door warmteverliezen te beperken. Dat gebeurt door de efficiëntie van warmtewisselaars te verhogen, bijvoorbeeld door product/product-warmtewisselaars toe te passen. Vergeleken met het aanvankelijke plantconcept in de Europoort is al een belangrijke efficiency-slag gerealiseerd. Bij het fermentatieproces is het waterverbruik met twintig procent gereduceerd en dat bespaart veel energie.

Teijin Aramid in Delfzijl heeft volgend jaar vanaf begin april tot medio juni een grote stop. Het bedrijf noemt het zelf de grootste stop in de geschiedenis van de locatie. De voorbereidingen zijn in volle gang.

Een goede planning is cruciaal. Waar staan alle benodigdheden en wat is er op welke plek nodig om onnodige verplaatsing van mensen en materiaal te voorkomen? Het stopteam onderzoekt op dit moment of het mogelijk is om tijdelijk een stuk terrein van Delesto te gebruiken.

Met het oog op Corona wil het stopteam onder andere festivaltenten plaatsen, zodat er voldoende ruimte en ventilatie is voor de 850 mensen die in de piekperiode dagelijks in de stop aan het werk zullen zijn. In samenspraak met Security wordt gekeken naar de impact op het verkeer op de site. Er is een grote dagelijkse in- en uitstroom van mensen en er komen veel meer verkeersbewegingen.

Polymerisatie-unit

Teijin Aramid produceert in Delfzijl de grondstof voor Twaron, een supersterke vezel die het bedrijf in Emmen spint. De fabrieken in Delfzijl produceren allereerst de monomeren PPD en TDC. Deze monomeren gaan naar de polymerisatie-unit waar ze in een gesloten proces worden samengevoegd, zodat er een aramidepolymeer ontstaat. In een aparte installatie wint het bedrijf ook nog oplosmiddelen terug voor hergebruik.

Om zich heen zag Shell Pernis veel bedrijven hun onderhoudsstop uitstellen vanwege corona. Heel even overwoog ze hetzelfde te doen. Uiteindelijk zette ze haar turnaround in mei toch door. Het plan dat Shell indiende bij de Veiligheidsregio dient nu voor veel andere bedrijven als inspiratie om ook door te gaan met hun stop. Bij Shell was het een succes. Er zijn nul coronabesmettingen voorgekomen en het effect van alle maatregelen op de productiviteit was ‘niet noemenswaardig’. Sommige maatregelen blijken zelfs voor extra efficiëntie te zorgen en worden in volgende stops ook meegenomen.

Toen corona zich in Nederland aandiende, moest Shell beslissen of ze haar zesjaarlijkse onderhoudsstop aan tien fabrieken zou doorzetten. Jan van IJperen (turnaround event manager): ‘We zagen om ons heen dat veel bedrijven hun turnaround uitstelden naar het najaar. Dat hebben wij ook heel even overwogen. Maar het kon niet. We hebben namelijk het hele jaar door turnarounds en maken onderdeel uit van een hele keten van productstromen die op elkaar zijn afgestemd. Het heeft een enorme impact als wij een stop naar achteren verplaatsen.’

Het zorgde voor een grote uitdaging. Er moest een extra vergunning worden aangevraagd en een plan bedacht om de turnaround door te laten gaan terwijl de RIVM-maatregelen in acht worden genomen. Van IJperen: ‘De hele industrie zat met hetzelfde dilemma. Hoe kan je een onderhoudsstop doen en zorgen dat iedereen ‘s avonds gezond naar huis gaat? De ogen waren op ons gericht, want Shell zet door.’

Maatregelen

Van IJperen concentreerde zich als turn-around event manager op de coronamaatregelen. Zijn collega nam de rest van de onderhoudsstop op zich. Van IJperen: ‘Ik ben met een team van aannemers, de beveiliging, veiligheidsafdelingen, operatie en Shell Health om tafel gaan zitten om te kijken hoe we de turnaround veilig door konden laten gaan.’

Uiteindelijk is een hele rits maatregelen ingevoerd. Omdat er werkzaamheden zijn, die niet op anderhalve meter afstand van elkaar konden worden uitgevoerd en het grotere aantal medewerkers in de fabriek is, naast zoveel mogelijk de anderhalve meter afstand in acht te nemen, verplicht op de fabriek een gelaatscherm te dragen.

Het concern verdriedubbelde ook ruimtes. Er kwamen bijvoorbeeld extra kleedkamers, douches en wc’s. In de kantine plaatste ze schotten en in de rookruimte had iedereen een eigen vak. In auto’s en busjes mochten maar twee personen rijden, anderhalve meter uit elkaar.

Coaches

Een extra complicatie was dat er een paar honderd man uit het buitenland via aannemers bij Shell werkten. Zij konden vanwege lockdowns niet meer terug naar huis. Van IJperen: ‘De buitenlandse werknemers waren onder andere op vakantieparken ondergebracht. Daar moest ook een vorm van controle op komen, want je wilt dat daar ook de Nederlandse RIVM-maatregelen worden opgevolgd. Met de vakantieparken hebben we afspraken gemaakt. Er mochten maximaal vier mensen in een huisje, want dan kan je genoeg afstand houden en iedereen moest een eigen slaapkamer hebben. En wie samen werkt, zat ook samen in een huisje. Als er dan ergens een uitbraak is, hoef je maar een klein team uit de organisatie te halen.’

Jan van IJperen (Shell): ‘We hebben de druk van performancecontracten gehaald.’

De eerste weken moest er echt worden geholpen om het gedrag te veranderen. ‘Het gaat niet vanzelf, het kost energie’, zegt Van IJperen. ‘We hebben zogenaamde social distance coaches ingezet om mensen er op te wijzen om afstand te houden. Gelukkig hebben we niemand weg hoeven sturen, maar we hebben wel wat waarschuwingen moeten uitdelen.’

Stress eruit

Op de piek van de stop zouden 1800 man extra op het terrein zijn. ‘We hebben gekeken of we dat wat konden spreiden’, zegt Van IJperen. ‘Het onderhoud van een unit HV (High Vacuüm unit, red.) hebben we daarom naar voren gehaald. Hierdoor zijn 350 man drie weken eerder begonnen. Zo konden we de piek lager houden en kleinschalig kijken of onze maatregelen succesvol waren. Als dat niet zo was, konden we nog bijsturen of besluiten om de turn-around alsnog niet door te laten gaan.’

Het ging goed en de rest van de planning is niet aangepast. Maar aan die planning werden werknemers niet zo strak gehouden als anders. ‘Als we werkzaamheden door de coronamaatregelen minder efficiënt kunnen doen omdat er anders bijvoorbeeld te veel mensen bij elkaar zijn, dan is dat maar zo’, zegt Van IJperen. ‘Ook hebben we de druk van performance contracten gehaald. We wilden dat het werk veilig en kwalitatief goed werd gedaan. De stress wilden we eruit hebben. Het uitlopen van het evenement is minder belangrijk dan het veilig door laten gaan van de turnaround. Het mooiste is dat de impact op productiviteit nauwelijks te becijferen is. Het effect is niet noemenswaardig, het komt niet boven de twee à drie procent uit.’

Toekomst

Dat de impact op productiviteit minimaal is, komt waarschijnlijk omdat bij sommige werkzaamheden juist efficiënter is gewerkt. Inspecties zijn daar een voorbeeld van. Van IJperen: ‘Waar voorheen drie mensen inspectie moesten doen, hebben we nu gevraagd of één persoon het kon doen. Andere inspecteurs zaten thuis of op een andere locatie op het terrein en konden via video of foto’s meekijken. Dat is wonderwel goed gegaan.’

Het is volgens de turnaround event manager iets om mee te nemen naar stops in de toekomst. Net als de spreiding van lunchpauzes. ‘Niet iedereen hoeft tegelijkertijd de fabriek uit als de fluit gaat. Als je het goed organiseert, kan de ene groep best apart van de andere pauze nemen, zonder dat het werk sterk wordt beïnvloed. Spreiding helpt voor de veiligheid, want er zijn minder mensen tegelijk aan het lopen. Maar je krijgt ook geen opstoppingen bij de koffieautomaat of rookhokken. Uiteindelijk ben je dan misschien wel effectiever.’

shell pernis

‘Door de maatregelen rondom Covid-19 leek de veiligheid waar we normaal altijd uitgebreide plannen voor hebben nu minder aandacht te krijgen.’

Ook de nieuwe indeling van de dagshift en avonddienst is goed bevallen. De avonddienst is gevraagd eerder te komen zodat medewerkers helemaal omgekleed buiten stonden voor de startwerkbespreking, voordat de dagshift in de kleedkamers kwam. Van IJperen: ‘Uiteindelijk waren ze al helemaal paraat en konden ze het werk van de dagdienst gelijk overnemen. We gaan evalueren of we dit in de toekomst willen blijven doen.’

Niet inboeten op veiligheid

Terugkijkend op de onderhoudsstop is Van IJperen tevreden. Niemand is besmet geraakt tijdens de turnaround en er zijn geen grote veiligheidsincidenten voorgekomen. Op veiligheid moet niet worden ingeboet en dat is volgens Van IJperen nu wel een gevaar. ‘Door de maatregelen rondom Covid-19 leek de veiligheid waar we normaal altijd uitgebreide plannen voor hebben nu minder aandacht te krijgen. Gelukkig hebben we dat tijdig ingezien. De basis moet natuurlijk wel blijven.’

Dat heeft hij ook aan andere bedrijven meegegeven die het plan dat Shell bij de Veiligheidsregio indiende wilden inzien. ‘We zijn daar heel vrijgevig in geweest omdat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten. We zijn concurrenten, maar ook collega’s. Daarnaast willen we de BV Nederland helpen door toeleveringsbedrijven en aannemers aan het werk te houden. Dat is belangrijk voor de continuïteit van die bedrijven.’

Wat is er gedaan tijdens de onderhoudsstop?

Tijdens de zesjaarlijkse onderhoudsstop heeft Shell Pernis aan tien fabrieken gewerkt. Die zijn van binnen en buiten geïnspecteerd en verbeterd. Onder andere vaten, torens en warmtewisselaars zijn geïnspecteerd, vervangen en gereinigd, zodat ze er weer drie tot zes jaar tegenaan kunnen. Daarnaast heeft Shell tijdens de stop onder andere een grote strippenkolom van 32 meter vervangen. De capaciteit van de nieuwe kolom is groter dan de oude.Shell Pernis is de grootste raffinaderij van Europa. De 66 fabrieken op het terrein verwerken samen twintig miljoen ton olie per jaar. Vorig jaar heeft het bedrijf ook al dertien fabrieken onder handen genomen tijdens een onderhoudsstop in februari en maart.

Hopelijk heeft u allen een gezonde en fijne zomer gehad. We hebben weer een goedgevulde editie van Petrochem voor u gemaakt! Om zich heen zag Shell Pernis veel bedrijven hun onderhoudsstop uitstellen vanwege corona. Heel even overwoog ze hetzelfde te doen. Uiteindelijk zette ze haar turnaround in mei toch door. Het plan dat Shell indiende bij de Veiligheidsregio dient nu voor veel andere bedrijven als inspiratie.

En verder in dit nummer:

Voor Vlaanderen en Nederland liggen er voldoende kansen in de energietransitie, bijvoorbeeld op het gebied van waterstof, CCS en wind op zee. Nederlandse consul-generaal in Antwerpen Bert van der Lingen: ‘Het zou mooi zijn als we partijen bij elkaar kunnen brengen.’

In juli keurden de Europese leiders een voorstel goed om vanaf 2023 CO2-belasting te heffen op geïmporteerde goederen. Daarmee zou de decarbonisatie van de Europese industrie wel eens een versnelling kunnen krijgen.

De nieuwe poging van BP om minder op fossiele bronnen te leunen lijkt serieuzer dan twee decennia geleden. Hoe zit het met andere oliebedrijven? Willen ze net als BP richting duurzame energie of slaan ze juist een andere weg in?

Geen suikerproducent, maar bietenverwerker. Dat is Cosun Beet Company, tot voor kort bekend als Suiker Unie. ‘Het lijkt een nuance, maar het is een groot verschil’, zegt plantmanager Luc Kroes.

Thema: Procesautomatisering

Hoewel digitale simulaties van de fysieke wereld niet nieuw zijn, is de daadwerkelijke koppeling van de twee werelden dat wel. Een digital twin kan de industrie helpen om complexe systemen zoals een petrochemische plant te optimaliseren met behulp van kunstmatige intelligentie.

Petrochem 5 ligt 8 september bij de lezers op de mat. U kunt het blad nu ook tijdelijk alvast online lezen!

Shell Moerdijk start eind augustus met groot onderhoud. Het gaat om onderhoud aan een van de fabrieken. Dit zou eigenlijk in mei al hebben plaatsgevonden, maar is toen uitgesteld.

In april maakte het bedrijf bekend het onderhoud dat gepland stond voor mei uit te stellen. Shell Moerdijk is een essentiële schakel in de keten ‘Rotterdam en België/Duitsland’. Het uitstel van groot onderhoud langs deze lijn heeft geleid tot onze beslissing om ook tot uitstel over te gaan. ‘Zo zorgen we ervoor dat er juist in deze coronatijden geen kinken komen in de vitale processen en productleveranties’, schreef Shell in april.

Tijdens de stop komen 700 extra mensen op de site. Door het uitstel kan Shell Moerdijk de RIVM-maatregelen nog beter doorvoeren. In een filmpje van het bedrijf zegt Cornee van der Wel (turn around event manager) dat ze hebben kunnen leren van stops op de eigen site en de turnaround bij Shell Pernis.

‘Het lijkt op de foto’s misschien een bescheiden fabrieksonderdeel, maar met zijn diameter van ongeveer zeven meter én een gewicht van vijfenvijftig ton was de nieuwe top van onze crudetoren niet zomaar even omhoog getakeld.’ Met deze post op LinkedIn hield Zeeland Refinery haar volgers onlangs kort op de hoogte van de lopende turnaround. Het bedrijf begon half mei met de grote onderhoudsstop en deze duurt ook nog wel tot half juli.

Sommige bedrijven kiezen ervoor om vanwege het coronavirus de niet per se noodzakelijke deelprojecten bij hun stop uit te stellen. Zeeland Refinery heeft echter vastgehouden aan het uitvoeren van alle voorgenomen werkzaamheden. Wel worden deze uitgevoerd met een ruimere planning. ‘Op die manier zijn er minder mensen tegelijkertijd op het terrein aanwezig, zodat we de anderhalve meter afstand beter kunnen hanteren’, vertelt Alex van Schaik, manager HRCS en corona-crisismanager.

Spannend

Toch blijkt het bewaren van die anderhalve meter afstand tijdens sommige werkzaamheden nog best lastig. ‘Daarom hebben we het dragen van helmen met gelaatschermen ingevoerd’, vertelt Van Schaik. ‘Verder verloopt de stop goed en is de sfeer ook goed. We zien dat maatregelen als extra handen wassen en het aanhouden van looprichtingen snel gemeengoed zijn geworden.’

Aankomst van de nieuwe Texas tower in de haven

Wat betreft de aanvoer van materieel en materialen dreigde corona nog wel roet in de planning te gooien, maar tot nu toe zijn er geen echte leveringsproblemen geweest. ‘Het was af en toe wel spannend. Sommige fabrieksdelen, zoals onze nieuwe Texas tower, moesten bijvoorbeeld uit Italië komen en in Italië was een aantal fabrieken enkele weken gesloten.’ De Texas tower, een verticale warmtewisselaar, gaat warmte terugwinnen uit het productieproces van nafta en aromaten.

Hoogste prioriteit

Naast het noodzakelijke groot onderhoud heeft het aansluiten van een derde reactor de hoogste prioriteit tijdens de stop. Deze dertig meter hoge en zeshonderd ton wegende reactor is bijna een jaar geleden al op zijn plek gehesen. Het is de kern van de uitbreiding van de hydrocracker, een investering van zo’n veertig miljoen euro. Dankzij deze uitbreiding kan de kraker straks niet alleen een breder scala aan grondstoffen omzetten, maar ook energie-efficiënter produceren. Zeeland Refinery kan daardoor straks een CO2-reductie van ongeveer tienduizend ton per jaar realiseren.

Daarnaast lopen er ook nog diverse projecten op het gebied van veiligheid, energie, milieu en procesverbetering. Zo heeft Zeeland Refinery twee procestorens vervangen: een zuurwaterstripper en een gasabsorber. De torens zijn meer dan twintig meter hoog en wegen dertig ton. Ze staan in een klein hoekje van de plant tussen leidingen, vaten en equipment. Het verwijderen van de oude torens en het terugplaatsen van de nieuwe torens was daardoor een uitdagende klus.

Extra kosten

Op de voorgrond: de tijdelijke turnaround-parkeerplaats en het turnaround-dorp.

Tijdens de onderhoudsstop zijn er tijdelijk ruim 1.600 extra arbeidskrachten op het raffinaderijterrein werkzaam. Het is al een hele klus op zich om dat in goede banen te leiden. Het implementeren van coronamaatregelen met de stop al in zicht kwam daar nog bij. Zeeland Refinery deed dat in nauwe en goede samenwerking met Veiligheidsregio Zeeland en de GGD. Van Schaik: ‘Het implementeren van alle coronamaatregelen vlak voor de grote stop, heeft in korte tijd wel voor veel werk en extra kosten gezorgd.’

Een groot deel van de extra maatregelen heeft betrekking op het houden van anderhalve meter afstand. Zo zijn acht extra omkleed- en pauzeruimtes op het terrein geplaatst en de werk-, rust- en rookplekken zijn anders ingericht dan gebruikelijk. Tafels zijn verder uit elkaar geplaatst en er zijn tussenschotten geïnstalleerd. Om gedrang te voorkomen in omkleedruimtes en het restaurant, verdeelt het bedrijf medewerkers in verschillende groepen die allemaal in een bepaald tijdvak toegang tot de ruimtes hebben.

(luchtfoto’s: @BlikvanBoven)

Het is een tijd waarin de chemische industrie haar waarde bewijst. Dat benadrukt site director John Bruijnooge graag, bijvoorbeeld op social media. Om de medewerkers van Sabic een hart onder de riem te steken, maar ook om de samenleving het belang van de chemie te laten zien. Wel had hij van de overheid wat meer flexibiliteit verwacht bij het uitstellen van onderhoudsstops. Ook dat steekt hij niet onder stoelen of banken.

De chemische industrie is de laatste maanden zichtbaarder dan daarvoor. En zeker ook positiever. Ze is aangemerkt als vitaal en gedraagt zich daar ook naar. Chemiebedrijven leveren handgels en andere ontsmettingsmiddelen, doneren mondkapjes, produceren halffabricaten voor spatschermen en noem maar op. Zelfs kunststoffen krijgen een imagolift. Ze verdwijnen niet alleen als afval in de oceanen, maar blijken toch zeer functionele en bruikbare eigenschappen te hebben. Zoveel wordt nu wel duidelijk.Positieve zichtbaarheid, daaraan heeft het vaak ontbroken. Volgens John Bruijnooge, site director van Sabic op Chemelot zit dat vooral in de aard van het beestje: ‘We zijn in de fabrieken veelal technisch opgeleid. We weten wel wat we willen, maar we weten vaak niet zo goed hoe we het moeten zeggen of hoe we het willen uitdragen.’

Frontlinie

Misschien dat Bruijnooge op dat vlak ietwat atypisch is. Al eerder was hij zichtbaar op social media. En nog intensiever vanaf het begin van de coronacrisis. ‘Ik vind dat je als leider van een fabriekscomplex sowieso alle communicatiemiddelen en publiciteit moet aanwenden. Helemaal onder de huidige omstandigheden. In eerste instantie om onze eigen mensen te bereiken. Ik wil ze vertellen waar we als management mee bezig zijn. Zij zijn ook ieder op hun positie zeer betrokken met het bedrijf. We willen ze vooral nog meer duidelijk maken dat ze in een vitale sector werken. Waarom zij wel naar het werk gaan en een buurman die in een schoenenfabriek werkt niet. En dat ze daar trots op mogen zijn.’

Daarnaast ligt Chemelot ook nog eens in een bijzondere regio. ‘Vergeet niet dat Oost-Brabant en Zuid-Limburg in het begin van de coronacrisis het hardst zijn getroffen. Daar komen precies onze mensen en contractors vandaan. Daar zijn we vanaf het begin ook bovenop gaan zitten, om uitbraken op het chemiepark te voorkomen. Op Chemelot lopen dagelijks negenduizend mensen rond, waarvan ruim achthonderd bij ons. We hebben vanaf het begin de operators en onderhoudsmensen optimaal beschermd. Zij staan in de frontlinie en zorgen voor continuïteit. Alle andere mensen vroegen we om vanuit huis te werken. Deze strategie heeft ons geholpen om focus aan te brengen en er goed bovenop te zitten.’

Sabic heeft tot nu toe vier bevestigde gevallen van corona. ‘Uiteindelijk zijn het er natuurlijk meer. We hebben verschillende verdachte gevallen. Als iemand klachten had en het riekte maar naar corona, dan stuurden we die meteen naar huis.’

Opinievorming

De communicatie is niet alleen gericht op de eigen mensen van Sabic en Chemelot. De coronacrisis biedt volgens Bruijnooge ook een uitgelezen kans om de industrie beter aan de samenleving te laten zien. ‘We kunnen de buitenwereld nu vertellen hoe vitaal en cruciaal onze industrie is.’ Maar hij is ook realistisch. Hij weet dat het goede imago nu voor de verandering eens te paard komt, maar dat het straks ook weer te paard kan gaan. Hij haalt daarbij een opiniestuk aan van Loek Radix, directeur van Chemelot, onlangs in regionaal dagblad De Limburger.

Bruijnooge: ‘Nu zijn we vitaal en belangrijk, maar we zijn best wel bang dat we straks, als we enigszins weer uit de coronacrisis kruipen, weer gewoon de vieze industrie zijn. Die mensen die al die plastics in de oceanen pompen. We nemen daarom nu de kans om het imago wat extra op te poetsen. Dat is ook nodig. In imago-onderzoek bungelen we altijd onderaan.’ Dat imago wordt steeds belangrijker. ‘Vooral als het gaat om het aantrekken van goed personeel. Dat is al schaars en daar hebben alle sectoren behoefte aan. Maar als mensen in hun privé-situatie steeds meer van anderen horen dat ze in die vieze petrochemie werken, die de meeste CO2 uitstoot en veroorzaker is van de plastic soep… Die opinievorming doet ons geen goed.’

Rode cijfers

Dat communicatie belangrijk is, merkte hij ook in zijn vorige – vergelijkbare – baan in Engeland. ‘We hadden daar ook last van een negatief imago. We hebben toen bewust de publiciteit opgezocht en kwamen op de BBC en in de regionale pers. Zo  lieten we zien dat we goodwill hadden opgebouwd in de omgeving. In Nederland zorgt de overheid goed voor de inwoners. In Engeland is dat vaak anders. Met relatief weinig geld konden we veel doen. Bijvoorbeeld in verpleeghuizen in de gehandicaptenzorg en voor voedselbanken. We konden laten zien dat we een belangrijke maatschappelijke rol konden vervullen.’

John Bruijnooge (Sabic): ‘We weten wel wat we willen, maar we weten vaak niet zo goed hoe we het moeten zeggen.’

In Nederland is liefdadigheid minder nodig, hoewel het doneren van mondkapjes op veel waardering kon rekenen. ‘Maar onze tentakels in de maatschappij reiken ver. Loek Radix liet in zijn artikel zien dat Chemelot per jaar meer dan een miljard euro aan belastingen binnenbrengt. Daar draait half Limburg op. Dat soort kentallen kent niemand.’

De chemie is ook een van de weinige sectoren die momenteel nog vol draait, stelt Bruijnooge. ‘We vragen geen loonoffers, zetten geen mensen op straat. We klagen niet. Natuurlijk doet de huidige crisis ook ons pijn. Sabic heeft in het eerste kwartaal wereldwijd voor het eerst in haar 45-jarige bestaan rode cijfers geschreven. Dat doet echt wel zeer.’

Staal rechttrekken

Het Saoedische concern heeft daarom wel aangekondigd dat wereldwijd de hand op de knip gaat. ‘Vooropgesteld dat we geen concessies doen aan veiligheid en betrouwbaarheid van bestaande activiteiten, worden vooral veel grote investeringen opnieuw beoordeeld. Met name voor de VS, China en in het thuisland Saoedi-Arabië staan enorme investeringsprojecten op de rol. Begrijpelijk dat daar nu met een andere blik naar wordt gekeken.’

In Geleen sprong de laatste tijd vooral het investeringsproject voor pyrolyse van plastic afval in het oog. De komende jaren wil Sabic steeds meer gemengde stromen plastic afval aan de kraker voeden. Dat project is nog steeds in volle gang.
Bruijnooge: ‘Ik heb nu tien mensen rondlopen die momenteel operationele en opstartprocedures schrijven en bijvoorbeeld onderhoudsplannen. Het equipment komt eraan. De grond is inmiddels gelijkgetrokken. De komende maanden gaan we er heien, graven, betonstorten en staal rechttrekken. Dit is echt een van de grote strategische pijlers die we in Europa – en gelukkig dus in Geleen – hebben.’

Irritatie

De meeste berichten en reacties van Bruijnooge, op met name LinkedIn, zijn positief en motiverend. Toch was één reactie van hem wat narriger van toon. Het was naar aanleiding van een bericht over dat stilstand van fabrieken dreigt als ze niet op tijd worden gekeurd. Installaties die in 2019 moesten zijn gekeurd, hebben volgens de normale wetgeving – indien goed onderbouwd – een uitstelmogelijkheid van zes maanden. Dat loopt dus af op 30 juni. In een brief houdt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vast aan de normale regelgeving, die volgens haar genoeg flexibiliteit biedt.

Daarop reageerde Bruijnooge op LinkedIn wat geïrriteerd: ‘Waar doen wij nu risk based inspection voor? Waarom doen wij non-destructive and non-intrusive inspection als we het resultaat daarvan niet mogen gebruiken? Dit is een van onze weinige mogelijkheden om effectiever en efficiënter te worden en de concurrentieslag met de rest van Europa en de wereld te overleven. Meer dan wie ook zullen wij als eerste geen domme dingen doen. Maar laat ons ons ding doen.’

Linker- en rechterarm

Hij wil zijn irritatie wel nader verklaren. ‘Door de enorme druk op de arbeidsmarkt is het heel moeilijk om onderhoudsstops in te plannen. Daardoor moeten we regelmatig gebruik maken van de optie tot uitstel. Wij hadden in het voorjaar ook een stop gepland van een relatief kleine fabriek, die in 2019 voor keuring stond. Op het hoogtepunt van corona hebben we elkaar in de ogen gekeken, ook met de contractors erbij. Vanuit veiligheidsoverwegingen leek het ons echt beter om de stop uit te stellen naar september. Het stoppen en opstarten van installaties is veel gevaarlijker dan ze een paar maanden langer te laten draaien. Helemaal onder de huidige extreme omstandigheden. We wilden een besmettingshaard voorkomen.’

Bruijnooge: ‘Twee maanden langer doordraaien levert veel minder risico’s op dan de fabriek op het hoogtepunt van corona stil te leggen.’

In september is de installatie twee maanden uit de keuring. ‘Daar kan juist risk based inspection ons helpen. In samenspraak met de veiligheidsregio en de keuringsinstanties hebben we daar de laatste jaren juist veel in geïnvesteerd. We weten dus heel goed wat de toestand van onze installaties is. Echt, twee maanden langer doordraaien levert veel minder risico’s op dan de fabriek op het hoogtepunt van corona stil te leggen.’

De regionale afdeling van Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de uitvoerende inspecteurs van Lloyd’s vonden het ook veel beter om de installatie een paar maanden door te laten draaien, stelt Bruijnooge. ‘Twee weken later stuurde het ministerie van SZW de brief. Daar waren we toch wel lichtelijk ontstemd over. Het is ook een kwestie van linker- en rechterarm van de overheid. Aan de ene kant worden we door de veiligheidsregio geholpen om steeds nauwkeuriger onze installaties te inspecteren. Bij de krakers in Geleen is daardoor een interval tussen onderhoudsstops mogelijk van zes jaar, terwijl onze collega’s in Saoedi-Arabië eens per vier jaar een stop moeten plannen. Aan de andere kant komt Den Haag dan met die politiek gekeurde brief. Volgens mij zijn we echt niet de enige met dit probleem.’

Moderne samenleving

Echter, naast wat irritaties straalt John Bruijnooge vooral trots uit. Op social media en ook tijdens het interview in Microsoft Teams. Hij is positief over de industrie waarin hij werkzaam is en over de bijdrage die ze levert aan de behoeften van de moderne samenleving. Waarin kunststoffen niet meer zijn weg te denken. ‘We moeten erg blij zijn dat Nederland nog zo’n brede basisindustrie heeft binnen haar economie.’ Landen zonder basis-industrie hebben het volgens hem een stuk moeilijker.

Op het hoogtepunt van de coronacrisis besloot Gunvor om de onderhoudsstop van haar raffinaderij in Rotterdam op te schorten. Inmiddels is besloten om de turnaround binnen enkele weken aan te vangen. Daarna kan de raffinaderij op zijn minst weer vijf jaar door.

Een paar maanden geleden was er in de industrie veel meer onzekerheid dan nu over de coronamaatregelen en ook het gedrag van mensen. Inmiddels is de situatie gewijzigd. Zo is meer duidelijk over de mogelijkheden in de industriële omgeving, zijn er meer oplossingen en blijkt dat mensen prima hun gedrag kunnen veranderen. Ook zijn verschillende stops bij andere asset owners die iets later waren gepland, toch begonnen. Met tal van aanpassingen, dat wel.

Meer activiteit

Gunvor heeft de afgelopen maanden gebruikt om met haar contractors te onderzoeken hoe ze wel een stop zonder gezondheidsrisico’s kunnen uitvoeren. Dat resulteerde in een andere planning en extra maatregelen om besmetting te voorkomen. De stop zal langer duren en dat maakt het bijvoorbeeld mogelijk om met gemiddeld minder mensen tegelijk op de raffinaderij de werkzaamheden uit te voeren. Oorspronkelijk zouden gemiddeld 2500 mensen op de site gaan werken tijdens de stop, nu zal dat nog niet eens de helft zijn, mogelijk zelfs een derde.

Vijf jaar

Voor de stop is een uitgebreid plan ingediend bij de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond en dat is inmiddels ook goedgekeurd.  De voorbereidingen zijn weer begonnen en de komende weken zal er meer activiteit te zien zijn op de raffinaderij.

Voor de werknemers van Gunvor en ook betrokken contractors is dit het meest positieve nieuws sinds maanden. Het hoofdkantoor van Gunvor laat met deze grote investering zien dat het vertrouwen heeft in de Rotterdamse raffinaderij. In de onzekere raffinagebranche lijkt het voortbestaan van de Rotterdamse raffinaderij met ten minste vijf jaar zeker gesteld.

KPE

Eind maart werd bekend Gunvor de stop aan haar raffinaderij in de Europoort ging opschorten. Toen verwachtte het bedrijf dat de verplichte pauze zeker zes maanden ging duren. Dat lijkt nu dus mee te vallen. Wel lag de raffinaderij vanaf dat moment stil, omdat niet aan verplichte inspectietermijnen kon worden voldaan.

In 2016 nam Gunvor de raffinaderij over van KPE, een dochter van Q8.