Victor van der Chijs wordt de nieuwe voorzitter van de Rotterdamse ondernemersvereniging Deltalinqs en Rotterdam Port Promotion Council (RPPC). Hij zal hij op 1 april 2021 officieel als voorzitter van start gaan. Hij volgt Atzo Nicolaï op die begin 2020 startte en in de afgelopen zomer onverwachts overleed. 

Van der Chijs was de afgelopen zeven jaar bestuursvoorzitter van Universiteit Twente met daarnaast diverse nevenfuncties. Daarvoor bouwde hij het Rotterdamse architectenbureau OMA van architect Rem Koolhaas uit tot wereldspeler en was hij voorzitter van de topsector Creatieve Industrie. In het verleden heeft hij ook uiteenlopende managementfuncties gehad bij Schiphol.

Schakel

Deltalinqs behartigt de gezamenlijke belangen van de logistieke, haven- en industriële bedrijven in de mainport Rotterdam. Bij de ondernemersvereniging zijn ruim 700 bedrijven aangesloten uit veertien verschillende sectoren. RPPC wil als internationale netwerkorganisatie de verbindende schakel zijn tussen het havenbedrijfsleven, internationale verladers en expediteurs, overheden en andere stakeholders.

Alle projecten op het gebied van havenontwikkeling in de Rotterdamse haven worden in een bepaalde mate vertraagd doordat er een streep is gezet door het huidige stikstofbeleid.

Onlangs oordeelde de Raad van State dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet langer mag worden gebruikt als basis voor het verlenen van vergunningen. De PAS zou de natuur onvoldoende beschermen. Het besluit heeft grote gevolgen voor de bouw van nieuwe industrie, wegen, huizen en bijvoorbeeld boerderijen. Projecten kunnen niet doorgaan of lopen vertraging op.

Alternatief

Voor de Rotterdamse haven resulteert het besluit in vertragingen van projecten en extra kosten laat een woordvoerder weten. Het bedrijf onderzoekt momenteel nog welke projecten en bedrijven er precies vertraging door oplopen. ‘Wij dreigen opdrachten te verliezen door het stikstofbeleid’, zegt de woordvoerder. ‘Projecten moeten worden uitgesteld of bedrijven blazen een project af omdat ze niet weten waar ze aan toe zijn. We hopen dat de overheid op korte termijn duidelijkheid geeft over alternatieven anders blijven er allerlei investeringen in de ijskast liggen. Dat zou jammer zijn.’

Fnuikend

Op de website van Havenbedrijf Rotterdam liet COO Ronald Paul al eerder weten dat hij de maatregel fnuikend vindt voor het vestigingsklimaat in de Rotterdamse haven en de voortgang van de energietransitie. ‘Er dient snel een alternatief te komen die ook de belangen van de Nederlandse havens en industrie behartigt.’

Volgens de woordvoerder is het voor de petrochemische industrie moeilijk om nog grote verbeteringen aan te brengen in het verlagen van de stikstofemissie. De afgelopen decennia is namelijk al veel gedaan om deze te reduceren.

Wij onderzoeken momenteel de gevolgen van het stikstofbeleid voor de industrie. Meer informatie volgt op onze website en in onze magazines.

De haven van Rotterdam bereidt zich voor op een toekomst met autonoom varen. Een drijvend laboratorium gaat data verzamelen als input voor slimme algoritmes die als kunstmatige kapitein moeten gaan fungeren. ‘Die kunstmatige kapitein kan over één jaar zelfstandig varen op een speciaal daarvoor afgezet stuk haven’, verwacht rijkshavenmeester René de Vries.

Het Floating Lab is een omgebouwd patrouillevaartuig dat is voorzien van twee stereocamera’s en zes 360º-camera’s. De beelden van die camera’s worden samen met andere data, zoals de geografische positie, stuurinformatie, motorvermogen, vaarsnelheid, stroomsnelheid, weersinformatie en getijdeninformatie, vastgelegd. Andere partijen kunnen de beelden en data gebruiken om een digitaal model van de haven te creëren.

Het eerste bedrijf dat de data gaat gebruiken is Captain AI. Deze startup voegt kunstmatige intelligentie toe aan de data die uit het drijvende laboratorium worden verkregen. ‘Wij gebruiken de maritieme simulator van het Rotterdamse bedrijf Vstep om onze kunstmatige kapitein te trainen. Net zoals een mens eerst traint in een simulator en daarna pas aan boord van een echt schip stapt. Vervolgens gebruiken wij de data van het Floating Lab om te valideren of onze kunstmatige kapitein de situaties in de echte wereld ook aan kan’, vertelt Vincent Wegener, oprichter en ceo van Captain AI.

De uitdaging is groot. Autonoom varen is bijvoorbeeld een stuk lastiger dan autonoom rijden op de weg. Wie in zijn auto op de rem trapt, weet precies wanneer hij stil staat. Dat is met een schip niet het geval. Dus zijn complexere algoritmes nodig.

Vivienne de Leeuw (1975) wordt per 1 juli de CFO (chief financial officer) van Havenbedrijf Rotterdam en lid van de algemene directie. De Leeuw volgt daarmee Paul Smits op, die na acht jaar afscheid neemt.

De Leeuw was hiervoor onder meer CFO bij RTL Nederland en KPN Consumer Residential. Zij begon haar financiële carrière in 1999 en bekleedde onder andere leidinggevende functies op het terrein van Corporate Finance en Investor Relations bij Arthur Andersen/Deloitte en Unibail-Rodamco. Tijdens haar carrière heeft zij ruime ervaring opgedaan als strategisch bestuurder op thema’s als data intelligence, procesoptimalisatie en transitie naar nieuwe verdienmodellen.

‘Ik zie een cruciale rol voor het Havenbedrijf Rotterdam in de energietransitie en digitalisering, waar ik graag mijn steentje aan bijdraag’, zegt De Leeuw. ‘In een sterk veranderende omgeving, kijk ik er naar uit de brug te slaan tussen de organisatie, haar strategie en de stakeholders en verdere professionalisering van de financiële processen te realiseren. De trots die het bedrijf uitstraalt is bijna tastbaar, dat is prachtig om te zien.”

Om de CO2 uitstoot in de Rotterdamse haven drastisch te reduceren, moeten in 2030 elektrificatietechnologieën klaar zijn voor commercieel gebruik, als vervanging van productie op basis van gas, kolen en olie. Grootschalige elektrificatie maakt het industrieel havencomplex duurzamer en zorgt voor de nodige flexibiliteit en stabiliteit in het nieuwe energiesysteem. Om daar te komen is nog veel innovatie nodig.

In samenwerking met bedrijven en de wetenschap zet SmartPort zich sinds 2016 in om deze innovaties aan te jagen en te verbreden. Informatie die samen met kennisinstellingen en bedrijven is vergaard uit eerdere studies, wordt nu toegepast in vervolgstappen. Elektrificatie en de sterkte van het energie- en chemiecluster in de haven, helpt de energietransitie te versnellen.

Circulariteit versterkt elektrificatie

In 2016 lag de focus op de meest effectieve scenario’s om CO2 te reduceren. Het Wuppertal Instituut heeft, in opdracht van het Havenbedrijf Rotterdam en SmartPort, drie scenario’s uitgewerkt die in 2050 voor 75-98 procent CO2 reductie kunnen zorgen. Een van de conclusies was dat elektrificatie sterk kan bijdragen aan de verduurzaming.
Bedrijven in de Rotterdamse haven produceren de basis voor producten voor dagelijks gebruik, zoals flessen, kleding, brandstof en elektronica. Waterstof en koolstof zijn de hoofdingrediënten van deze producten. Deze worden nu vanuit gas, kolen en olie vervaardigd. Om deze producten schoner, klimaatneutraal, te produceren, is er een nieuwe wijze van produceren nodig. Zo kan door middel van elektriciteit waterstof worden geproduceerd (elektrificatie) en koolstof kan worden afgevangen uit de lucht of uit reeds bestaande processen.

Haalbaarheid

In 2017 kreeg SmartPort de volgende vraag voorgelegd: ‘Wat is de value case van groene productie van waterstof?’ SmartPort heeft dit onderzoek – genaamd Power-2-Gas-2-Refineries – uitgezet bij TNO. De studie laat zien dat de installatie van een 20MW elektrolyser al 30 kton CO2 per jaar kan besparen. Ter vergelijking: een raffinaderij van flinke omvang heeft zo’n 1GW waterstof nodig, waardoor de opschaling van groene waterstofproductie potentieel veel CO2 kan besparen.
Binnen het onderzoek ‘Flexnet‘ wordt door de TU Delft, in samenwerking met Huntsman, Nouryon, Air Liquide en Deltalinqs, onderzocht hoe Power-2-Heat technologieën in kunnen worden gezet voor systeemintegratie. Binnen Flexnet wordt voor de adoptie van Power-2-Heat technologieën gekeken hoe investeringen gezamenlijk kunnen worden aangepakt. Samenwerkende bedrijven in de keten kunnen gezamenlijke voordelen behalen door onderlinge uitwisseling van (grond)stoffenstromen, diensten en producten. Ook kan het innovatieproces worden geoptimaliseerd als vanuit de keten wordt geredeneerd. Een concreet project dat hieruit is voortgekomen is het Power-2-Fuels project, waarin de (toekomstige) producenten van e-fuels en de gebruikers van deze schone brandstoffen gezamenlijk kijken naar benodigde innovatie op dit gebied.

Van lab naar commerciële plant

De volgende stap is om elektrificatietechnologieën op te schalen zodat zij commercieel aantrekkelijk worden. Om van het lab, via een pilot en een demonstratieproject, naar een commerciële fabriek te komen, is onderzoek nodig. Ook de wetgever moet leren hoe nieuwe technieken werken: welke uitstoot hebben nieuwe fabrieken en wat zijn de veiligheidscontouren?
Op verzoek van DCMR, Havenbedrijf Rotterdam en Deltalinqs heeft SmartPort het Governance Havenindustrieel Complex project opgezet, waarin wordt onderzocht hoe vergunningverlening, toezicht en handhaving beter kunnen bijdragen aan innoveren binnen de energietransitie. SmartPort faciliteert de interactie met bedrijven.

Voor de opschaling van elektrificatietechnologieën is het project Electrons-2-Chemicals (E2C) opgezet. Hier worden door diverse internationale onderzoeksinstellingen en bedrijven technologieën opgeschaald en dus in steeds grotere installaties toegepast, om duurzame energie CO2 om te zetten in dimethylether (DME) en mierenzuur.

Wilt u als bedrijf weten hoe u aan kunt sluiten bij elektrificatie onderzoek? Neem dan contact op met SmartPort: natalya.rijk@smart-port.nl of bel 010-4020343.

Om met de internationale zeevaart een belangrijke bijdrage te kunnen leveren aan de transitie naar een meer duurzame economie, wordt sterk ingezet op digitalisering. Nieuwe scheepstypen worden voorzien van innovatieve voortstuwingstechnologie en ook met de bestaande vloot valt veel milieuwinst te behalen.

De afspraken die zijn gemaakt voor het Klimaatakkoord van Parijs vereisen een forse reductie van de broeikasemissies. Ook het Rotterdamse industriecomplex, goed voor een CO2-uitstoot van 30 megaton per jaar, wordt in lijn gebracht met de klimaatdoelstelling. Het Havenbedrijf werkt samen met partners aan een CO2-neutraal industrielandschap. In samenwerking met het Wuppertal Institut für Klima, Umwelt & Energie is het transitieplan ‘In drie stappen naar een duurzaam industriecluster Rotterdam’ opgesteld. De industrie zet onder andere in op biomassa, windenergie en CO2-opslag in de zeebodem omdat op deze vlakken relatief snel veel CO2 kan worden bespaard. Daarnaast wordt via incentives duurzame scheepvaart gestimuleerd.

Duurzame scheepvaart

De zeevaart is namelijk ook een groot veroorzaker van broeikasgassen. De schepen die vanuit een andere haven naar Rotterdam komen, of vanuit Rotterdam doorvaren naar een andere haven, stoten op jaarbasis gezamenlijk zo’n 23 megaton CO2 uit. De Internationale Maritieme Organisatie (IMO) streeft naar een halvering van de CO2-uitstoot in de zeevaart in 2050. Schonere brandstoffen en nieuwe scheepsontwerpen met innovatieve voortstuwingstechnologie gaan dit mede mogelijk maken. Op korte termijn zijn LNG en biobrandstoffen goed voor het verbeteren van de luchtkwaliteit. Waterstoftechnologie is kansrijk, maar vooralsnog toekomstmuziek. Ook met de bestaande vloot valt nog veel milieuwinst te behalen. Digitalisering speelt hierin een sleutelrol.

Pronto-tool

Zo wordt onder andere ingezet op het verkorten van de wachttijden voor schepen in de haven. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de Pronto-tool dat real time inzicht biedt in de beschikbare ligplaats- en afhandelingscapaciteit. Als er nog geen ruimte is in de haven kunnen schepen hun vaarsnelheid verlagen waardoor ze minder lang hoeven te wachten. Dit reduceert de uitstoot tijdens de reis en op de ankerplaats en levert bovendien een brandstofbesparing op. Met de juiste vaarsnelheid, afgestemd op de ligplaats- en havencapaciteit, bereikt men de haven just-in-time en bespaart men op het liggeld. Er is dus ook een economisch voordeel.

Milieutools

Daarnaast beschikt Pronto ook over een CO2-module die op basis van de route, scheeps- en actuele terminalplanning en de vaarsnelheid de CO2-uitstoot van het schip kan berekenen. Hij vergelijkt dit met de optimale snelheid die het schip had kunnen varen. Hieruit valt per scheepsbezoek het besparingspotentieel af te leiden. En naast de CO2-uitstoot maakt Pronto ook de stikstofuitstoot van zeeschepen inzichtelijk. Deze draagt in hoge mate bij aan de vermesting van natuurgebied. Het Havenbedrijf hoopt met de milieutools binnen Pronto ook de bereidheid van marktpartijen te verhogen om nog actiever informatie te delen. Want hoe meer inzicht alle schakels hebben in elkaars activiteiten, hoe sterker de keten wordt.

Rotterdam Polymer Hub (RPH) gaat in de Rotterdamse haven twee loodsen bouwen voor de opslag en distributie van polymeren. De hub wordt een logistiek knooppunt, alleen voor polymeren, en is een gezamenlijk initiatief van het Havenbedrijf, de Euro-Rijn Group en ondernemer Geert Van De Ven.

De twee loodsen met een gezamenlijk vloeroppervlak van 35.000 vierkante meter (opslag capaciteit 550.000 ton) worden gebouwd op de Maasvlakte. De RPH zal bestaan uit een loods voor opslag van verpakte goederen, buitenruimte voor opslag in 30ft containers en op termijn verticale silo’s voor bulkopslag. De loodsen zullen naar verwachting operationeel zijn in het derde kwartaal van 2019.

In het eerste half jaar van 2018 heeft de haven van Rotterdam een overslag gerealiseerd van 232,8 miljoen ton en dat is 2,2 procent minder dan in het eerste halfjaar van 2017. Daarentegen is er wel sprake van een groei van de containeroverslag met 5,9 procent. Dit is een van de strategische speerpunten van het Havenbedrijf. Ook op het terrein van de energietransitie zijn de afgelopen zes maanden belangrijke stappen vooruit gezet.

De daling in de overslag is deels te wijten aan minder overslag van ruwe olie (-7,6 procent) en kolen (-11,9 procent). Ook de overslag van minerale olieproducten zoals stookolie is afgenomen. Opvallende groeisegmenten waren LNG en biomassa met ruime verdubbelingen ten opzichte van overslagvolumes in dezelfde periode vorig jaar.

Energietransitie

In de Tweede Kamer werd onlangs een Klimaatwet aangenomen. Ter invulling van de daarin neergelegde ambitie, werden aan de Industrietafel Rotterdam-Moerdijk een groot aantal maatregelen geïdentificeerd die de CO2-uitstoot met 10 miljoen ton kan reduceren. Havenbedrijf Rotterdam neemt zowel op nationaal als internationaal niveau zijn verantwoordelijkheid om een bijdrage te leveren aan de noodzakelijke energietransitie. Zo zoekt het havenbedrijf over de grens samenwerking met andere havens die toonaangevend willen zijn in duurzaamheid en efficiency. In samenwerking wordt een programma ontwikkeld met het doel de efficiency te vergroten zodat er minder CO2 wordt uitgestoten en het gebruik van schone brandstoffen en schone technieken in de scheepvaart wordt bevorderd.

Vooruitzichten

De wereldeconomie is gebaat bij vrije handel en maatregelen die vrije handel bevorderen. Importtarieven en handelsquota belemmeren de wereldhandel en zijn daardoor slecht voor de wereldeconomie. De relaties tussen grote handelsblokken in de wereld zijn momenteel gespannen. Daarnaast is onzeker of de onderhandelingen tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk leiden tot een nieuw handelsakkoord na de Brexit. Beide ontwikkelingen dragen ertoe bij dat de vooruitzichten voor verdere groei van de wereldhandel onzeker zijn. De volumebewegingen in de Rotterdamse haven lijken vooralsnog niet het gevolg te zijn van de recente handel-belemmerende maatregelen aangezien het effect daarvan pas na enige tijd zal doorwerken.

Rotterdam wil op de Tweede Maasvlakte een megawindmolen bouwen, is te lezen op de website van de Gemeente Rotterdam. Het gaat om een windturbine van 10 megawatt waarmee tenminste 8.000 huishoudens van stroom worden voorzien.

De gemeente onderzoekt of de Tweede Maasvlakte een goede locatie is voor deze windturbine of windmolen. Als de vergunning snel rond komt, kan de bouw van de windturbine in 2019 afgerond worden. De eerste twee jaar draait de turbine op proef. Daarna kan hij structureel ingezet worden voor het opwekken van energie. Wethouder Haven en Duurzaamheid Adriaan Visser: ‘Met dit tweejarige pilotproject is Rotterdam koploper en willen we nieuwe ontwikkelingen op gebied van wind blijvend stimuleren.’

Op de website van de Port of Rotterdam is te lezen dat het Havenbedrijf open staat voor de komst van nieuwe windturbines. ‘Een belangrijke locatie om nieuwe windturbines te realiseren is de buitencontour van Maasvlakte 2. Deze bestaat uit zachte zeewering (strand) en harde zeewering (blokkendam). De zeewering is eigendom van het Rijk. Het Havenbedrijf heeft tot 2023 de verantwoordelijkheid voor de realisatie en het beheer van de zeewering. Daarna gaat het beheer naar Rijkswaterstaat. Het Rijk betrekt het Havenbedrijf bij de realisatie van windturbines op de zeewering.’

De komst van deze mega-windturbine sluit aan op de ambitie van Rotterdam om dé duurzame energiecentrale van Noordwest-Europa te zijn.

Havenbedrijf Rotterdam heeft initiatieven genomen om een schonere scheepvaart te realiseren. En ook de Antwerpse haven heeft zich op de energietransitie gestort. Het verduurzamen van de havenactiviteiten is een van de speerpunten.

Met een positieve stimulans voor reders om de zeevaart te vergroenen, kiest het Havenbedrijf Rotterdam voor constructieve samenwerking binnen de keten. ‘Zonder die samenwerking, die ook de reders voorstaan, redden we het niet. Door deze handelswijze kunnen we echt iets bereiken in het sterk terugbrengen van de uitstoot van CO2’, zegt directeur Annet Koster van redersvereniging KVNR.

Ontwerpen met oog op milieu

De zeevaart is een mondiale industrie, goed voor het vervoer van ongeveer 90 procent van de wereldhandel. Relatief gezien is het één van de minst vervuilende vormen van transport, maar dat weerhoudt de reders er niet van om schoner te willen varen. Er wordt dan ook al veel gedaan in de zeevaart om steeds sneller te vergroenen. Nederlandse reders laten moderne schepen bouwen, ontworpen en ontwikkeld door een hoogwaardige kennisindustrie die permanent zoekt naar efficiëntie. Zo wordt op de tekentafel al rekening gehouden met het behalen van een zo groot mogelijke milieuwinst. De afgelopen jaren zijn door betere ontwerpen substantieel zuinigere schepen op de markt gekomen.

Alternatieve brandstoffen

Daarnaast spelen ook alternatieve brandstoffen een belangrijke rol. De ontwikkeling van varen op elektriciteit en waterstof staat nog in kinderschoenen, maar LNG is als scheepsbrandstof al steeds meer beschikbaar. LNG is voor schepen en zwaar wegtransport een goed alternatief om te kunnen instappen in de transitie naar minder broeikasgassen en een betere luchtkwaliteit. Overschakelen op LNG herleidt de uitstoot van zwavel en fijnstof bijna tot nul terwijl ook de emissie van stikstofoxides drastisch daalt en de koolstofuitstoot eveneens beduidend minder wordt.
In Rotterdam ligt al iedere week een cruiseschip dat LNG als brandstof gebruikt wanneer het aan de kade ligt. Dit zorgt niet alleen voor minder CO2-uitstoot, maar ook minder fijnstof in de stad. In de haven van Antwerpen gaat Fluxys aan kaai 526-528 de nodige infrastructuur aanleggen waarmee binnenschepen en kleine zeeschepen LNG kunnen tanken (bunkeren) aan een vaste installatie met LNG-opslag. De onderneming werkt daartoe nauw samen met G&V Energy Group, dat op de terreinen ook een LNG-tankstation voor vrachtwagens zal bouwen. Fluxys breidt de bestaande mobiele LNG-scheepsbevoorrading (met LNG-tankwagens) tegen eind 2019 ook uit met een vaste installatie

LNG Accreditation Audit Tool

Om LNG te bunkeren in de Antwerpse haven, moeten bunkerbedrijven beschikken over een vergunning van de havenkapiteinsdienst van het Havenbedrijf Antwerpen. Om het vergunningsproces te faciliteren, werken de havens van Antwerpen, Amsterdam, Rotterdam, Zeebrugge, Bremen, Le Havre en Marseille -onder auspiciën van de International Association of Ports and Harbours, samen aan een LNG Accreditation Audit Tool. Het ontwerp van die tool werd deze maand in Amsterdam enthousiast onthaald door een brede groep van stakeholders.