Gerhard Schubert, producent van verpakkingsmachines, en Ultimaker, specialist op het gebied van desktop 3D-printen, slaan de handen ineen om onderdelen voor deze machines op locatie te printen.

Onderdelen van de modulaire machines van Gerhard Schubert kunnen dankzij 3D-printen snel en eenvoudig gefabriceerd en geïnstalleerd worden. Op deze manier wordt het productieproces in verschillende sectoren, waaronder de voedings-, cosmetica- en geneesmiddelensector, flexibeler. Dankzij de op maat gemaakte producten, die met behulp van Ultimaker worden geproduceerd, behalen de klanten van Schubert maximale productiviteit, voorkomen zij logistieke en transportproblemen en is de uptime van machines gegarandeerd.

De verpakkingsmachines van Gerhard Schubert worden gebruikt door onder andere Ferrero, Nestlé en Unilever. Het Duitse bedrijf heeft geïnvesteerd in het creëren van een digitaal warehouse en 3D-printers van Ultimaker. Hiermee wordt de modulaire opzet van de machines, waarbij bijvoorbeeld mallen regelmatig worden verwisseld (in het voorjaar chocoladepaashazen, in het najaar chocoladekerstmannen), naar een nog hoger niveau getild. Hiermee kunnen klanten op ieder moment functionele onderdelen vervaardigen en gericht voorspellen wanneer een nieuw onderdeel klaar is om te installeren.

Met de 3D-printers van Ultimaker kan met een breed assortiment aan materialen worden geprint. Het ontwerp wordt door de klant geselecteerd in het digitale warehouse en vervolgens wordt het gecertificeerde .gcode bestand naar de Ultimaker S5 gestuurd. Het ontwerpen van onderdelen gebeurt dus op een centrale locatie, maar het printen gaat lokaal. Klanten betalen maandelijks een kleine bijdrage voor toegang tot het platform.

Producenten zetten in het vierde kwartaal van 2018 1,8 procent meer om dan in dezelfde periode een jaar eerder. Dat percentage was kleiner dan in de voorgaande zeven kwartalen. De maandomzet was in december voor het eerst sinds oktober 2016 lager dan een jaar eerder. Dit meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers over de industrie.

Binnen Nederland zetten producenten in het vierde kwartaal 7,5 procent meer om dan een jaar eerder. De buitenlandse omzet was daarentegen 1,4 procent lager. In oktober was de buitenlandse omzet nog hoger dan in oktober van 2017, maar in de loop van het vierde kwartaal nam die af.

De totale industriële omzet kwam in december lager uit dan een jaar eerder: -2,6 procent. Het was voor het eerst na oktober 2016 dat de maandomzet lager was dan een jaar eerder. De afzetprijzen in de industrie stegen voor het negende kwartaal op rij; ditmaal met 2,9 procent.

Omzet papier- en grafische industrie 13,5 procent hoger

In de meeste hoofdbranches was de omzet in het vierde kwartaal hoger dan een jaar eerder. In de hoofdbranche papier- en grafische industrie was het verschil het grootst (+13,5 procent). De papierproducenten zetten jaar op jaar zelfs 19,2 procent meer om.

Ook de transportmiddelenindustrie zette fors meer om dan een jaar eerder, 12,9 procent. Binnen deze hoofdbranche was de omzet van de producenten van overige transportmiddelen zoals schepen, treinen, vliegtuigen en (brom)fietsen 28,1 procent hoger dan een jaar eerder. De producenten in deze deelbranche behaalden gezamenlijk binnen de gehele industrie het grootste positieve verschil ten opzichte van het vierde kwartaal van 2017.

Bij de hoofdbranches behaalde alleen de textiel-, kleding- en lederindustrie een lagere omzet dan een jaar eerder: -5,1 procent. De textielindustrie, die het grootste aandeel heeft in deze branche, zette 3,9 procent minder om.

Verwachtingen industriële producenten positief

Hoewel de omzet in december van 2018 daalde, zijn producenten in de industrie wel positief gestemd over de omzetontwikkelingen in de eerste drie maanden van 2019. Per saldo 8 procent van hen geeft aan dat ze voor het eerste kwartaal van 2019 een omzetstijging verwachten. De verwachtingen voor de eerste drie maanden van 2019 met betrekking tot de personeelssterkte zijn opnieuw positief. Per saldo voorziet, net als vorig jaar, 13 procent van de producenten een toename van de personeelssterkte.

De naderende brexit zal naar de verwachting van industriële producenten invloed hebben op de omzetontwikkeling in het eerste kwartaal van 2019. Bij 2,5 procent van hen leeft de verwachting dat de brexit een positief effect zal hebben op de omzet. Daarentegen verwacht 13,6 procent een negatief effect op de omzet. Voor de industrie geldt dat er meer bedrijven zijn die een negatief effect op de omzet verwachten dan bedrijven die een omzetgroei voorzien.

De gemiddelde dagproductie van de Nederlandse industrie was in oktober 3,4 procent hoger dan in oktober 2017, maakt het CBS bekend. De stijging is iets groter dan in september. De productie van de transportmiddelenindustrie groeide het sterkst.

De transportmiddelenindustrie produceerde in oktober bijna tien procent meer dan in oktober 2017. Ook de productie van de metaalproducten- en machine-industrie groeide sterker dan gemiddeld in de totale industrie.

Hoogste niveau ooit

Voor het bepalen van de kortetermijnontwikkeling van de productie kan het beste worden gekeken naar voor seizoen- en werkdageffecten gecorrigeerde cijfers. Van september op oktober 2018 steeg de productie met 0,4 procent. De industriële productie lag niet eerder zo hoog.

De voor seizoen- en werkdageffecten gecorrigeerde productie fluctueert aanzienlijk. Dalingen en stijgingen volgen elkaar snel op. Sinds medio 2014 is er sprake van een stijgende trend van de industriële productie.

Producentenvertrouwen

Het producentenvertrouwen industrie steeg in november 2018. Producenten waren vooral positiever over de verwachte bedrijvigheid en de voorraden gereed product. Het vertrouwen ligt ruim boven het gemiddelde van de afgelopen twintig jaar.

Duitsland is een belangrijke afzetmarkt voor de Nederlandse industrie. De vertrouwensindicator van de Duitse industriële producenten (Ifo-index) daalde in november. De producenten zijn door de toenemende internationale onzekerheid een stuk minder optimistisch over zowel de huidige economische situatie als de verwachte bedrijvigheid. De gemiddelde dagproductie van de Duitse industrie was in oktober ruim één procent hoger dan een jaar eerder.

De gemiddelde dagproductie van de Nederlandse industrie was in juni 3,4 procent hoger dan in juni 2017, maakt het CBS bekend. De stijging is iets groter dan in mei. Al bijna drie jaar produceert de industrie meer dan in dezelfde periode een jaar eerder. De productie van de elektrische-apparatenindustrie groeide in juni 2018 het sterkst.

De elektrische-apparatenindustrie produceerde in juni bijna veertien procent meer dan in juni 2017. Ook de productie van de farmaceutische en voedingsmiddelenindustrie groeide sterker dan gemiddeld in de industrie.

Voor het bepalen van de kortetermijnontwikkeling van de productie kan het beste worden gekeken naar voor seizoen- en werkdageffecten gecorrigeerde cijfers. Van mei op juni 2018 daalde de productie met 0,1 procent.

De voor seizoen- en werkdageffecten gecorrigeerde productie fluctueert aanzienlijk. Dalingen en stijgingen volgen elkaar snel op. Sinds medio 2014 is er sprake van een stijgende trend van de industriële productie.

Producenten opnieuw minder positief

Producenten in de industrie waren in juli 2018 voor de tweede maand op rij minder positief dan een maand eerder. Ze waren vooral minder positief over de orderportefeuille en de verwachte bedrijvigheid.

Duitsland is een belangrijke afzetmarkt voor de Nederlandse industrie. De vertrouwensindicator van de Duitse producenten (Ifo-index) was in juli voor de zesde achtereenvolgende maand minder positief dan een maand eerder. De indicator blijft echter, net als het Nederlandse producentenvertrouwen, ruim boven het langjarig gemiddelde liggen. De gemiddelde dagproductie van de Duitse industrie was in juni ruim drie procent hoger dan een jaar eerder.

‘Ik heb al jonge vrouwen zien rondlopen met de tekst Forget Princess – Want to be scientist op hun shirt’, stelt de CEO van Havenbedrijf Antwerpen Jacques Vandermeiren. BASF-directeur Wouter 
De Geest is zeker zo enthousiast over de tijdgeest en de mogelijkheden van innovatie. Voordeel van digitalisering is dat ze de industrie veel beter kan maken zonder echt disruptief te zijn.

Analyseer eens de maandelijkse projectenupdate in Petrochem. Een belangrijke conclusie: de industrie in de haven van Antwerpen groeit als kool. Grote investeringsprojecten worden afgerond of zijn net opgeleverd. Denk aan de uitbreidingen van de raffinaderijen van Total en Exxon. Beide miljardenprojecten.

Nippon Shokubai investeert 350 miljoen euro in de uitbreiding van de productie van superabsorberende polymeren en acrylzuur. Dat gebeurt op het terrein van Ineos in Zwijndrecht, waar een ander Japans bedrijf, Kuraray, net heeft uitgebreid. Ineos breidt zelf haar productie, opslagfaciliteiten en infrastructuur uit. Een half miljard aan investeringen op één terrein.

Ook de tankopslag groeit hard mee. ATPC, OTAG, Seatank-terminal, Total, Vopak en Zenith Energy investeren momenteel bij elkaar rond een miljard euro in nieuwe opslagcapaciteit. En inmiddels kondigen nieuwe investeringen zich aan. Zo wil Borealis een fabriek bouwen voor propaanhydrogenering en Ineos overweegt honderden miljoenen te investeren in de productie van vinylacetaatmonomeer.

Arbeidsethos

Volgens Jacques Vandermeiren, nu ruim een jaar CEO van Havenbedrijf Antwerpen, is het succes geen toeval. ‘We hebben de luxe dat veel grote internationale chemiespelers in de Antwerpse haven productielocaties hebben. Dat is historisch zo gegroeid. Sinds BASF zich halverwege vorige eeuw hier vestigde, zijn er veel chemiebedrijven bijgekomen. Ze versterken elkaar enorm: zijn goed met elkaar geïntegreerd. Dat Verbund, zoals BASF dat noemt, is door de jaren heen een enorme motor voor groei geweest. En nog steeds.’

De link met het Duitse achterland is daarbij essentieel. ‘Antwerpen is een international gateway voor Duitsland, nog meer dan Rotterdam. Antwerpen ligt dichter bij het grootste deel van de afzetmarkt in West-Duitsland dan bijvoorbeeld Hamburg. In het verleden hebben veel Duitse chemiebedrijven de kracht van onze ligging ingezien en hebben zich dan ook in Antwerpen gevestigd. Naast BASF, hebben bijvoorbeeld Covestro, Evonik en Lanxess hier grote productiesites. We hebben ze door de jaren heen ook niet teleurgesteld. Er is hier een geweldig arbeidsethos en de productiviteit ligt erg hoog.’

Plug and play

‘Waar vind je in Europa zo’n haven?’, vult Wouter De Geest, CEO van BASF Antwerpen, hem aan. ‘Nergens toch? Alle belangrijke building blocks voor een sterk chemisch cluster zijn hier aanwezig. Vooral de fijnmazigheid van de ketens en bijvoorbeeld de aanwezige utilities is uniek. Het cluster is de afgelopen decennia systematisch uitgebouwd. Daardoor hebben we ook goed kunnen profiteren van de sterke economie in Duitsland.’

Antwerpen staat goed op de kaart bij verschillende hoofdkantoren wereldwijd. De Geest: ‘Als een chemisch bedrijf een investering in Europa wil doen, dan kijkt het al snel naar Antwerpen als potentiële vestigingsplaats. Er is een stijgende lijn in het aantal aanvragen, ook als het gaat om green field investeringen.’

Het voordeel van de fijnmazige infrastructuur is dat een nieuw bedrijf niet alles opnieuw hoeft op te bouwen. ‘Er zijn hier veel mogelijkheden voor plug and play.’

Geen gold plating

Ook helpt het mee dat de Vlaamse regering de groei van de industrie ondersteunt. Onder leiding van voormalig Vlaams premier Kris Peeters is na het debacle met Opel een duidelijk industriebeleid opgesteld. Vandermeiren: ‘Ook de huidige premier is zeer ondersteunend. De regering doet echt moeite voor de haven.’

Volgens De Geest heeft de Vlaamse politiek juist in de crisisjaren het belang van de procesindustrie nadrukkelijk gevoeld. ‘Tijdens de crisis zijn in Antwerpen maar weinig arbeidsplaatsen verloren gegaan. Met de regering van Kris Peeters kwam de industrie voor het eerst prominent in het regeerakkoord voor. Vlaanderen heeft vanaf dat moment ingezien dat de overheid de industrie moet flankeren en faciliteren. En dat er een gelijk spelersveld moet zijn. Geen gold plating! Geen extra regelgeving boven bestaande Europese regelgeving.’

Starters

Op een specifiek gebied juicht De Geest het ook toe dat de overheid verder gaat dan alleen ondersteuning. Innovatie. ‘Het is heel goed dat de overheden de kar trekken van innovatie van de industriële clusters. Ter bevordering van bijvoorbeeld biochemische ketens. Maar denk bijvoorbeeld ook aan het BlueChem-initiatief, waarin ook verschillende overheden zijn betrokken.’

Met BlueChem willen acht publieke en private partijen starters en innovatieve projecten in de duurzame chemie op weg helpen. Het voortouw wordt genomen door Essenscia, de federatie van de chemie en life sciences.
Voor de incubator komt een ruimte van 3.375 vierkante meter beschikbaar. Het zal een mix zijn van flexplekken voor starters, individuele kantoren en laboratoria voor kleine tot middelgrote bedrijven, deelprojecten van grote ondernemingen en kennisinstellingen. Het is de planning dat deze faciliteit begin 2020 wordt geopend.

Transportmodus

Ook op het gebied van infrastructuur kan de overheid een belangrijke faciliterende rol spelen. Het Havenbedrijf Antwerpen ziet vooral veel in uitbreiding van de infrastructuur voor pijpleidingen. Vandermeiren: ‘Door pijpleidingen over te nemen en in nieuwe trajecten te investeren, willen we de drempel voor nieuwe investeringen verlagen.’

tekst gaat verder onder de afbeelding
digitalisering

Jacques Vandermeiren: ‘De jongere generatie wil CO2 uit de lucht halen en inzetten als grondstof.’

Zo werd eind 2017 bekend dat het Havenbedrijf de Nationale Maatschappij der Pijpleidingen (NMP) over heeft genomen van de huidige aandeelhouders. Door de NMP-pijpleidingen gaan nu vooral ethyleen en propyleen en technische gassen voor afnemers in de haven en in het achterland. Met de overname is een bedrag van 44 miljoen euro gemoeid. Het Havenbedrijf krijgt door de overname het beheer en eigendom van ruim zevenhonderd kilometer pijpleidingen in handen.

Een belangrijke stap, volgens Vandermeiren: ‘Pijpleidingen vormen de meest milieuvriendelijke, energie-efficiënte en veilige transportmodus.’ Pijpleidingen kunnen ook een belangrijke rol spelen bij de energietransitie, stelt de haven-
directeur. Bijvoorbeeld bij de aanleg van warmtenetten.

Gaming

Het huidige succes van de haven en de economische groei in het algemeen zetten wel extra druk op de arbeidsmarkt. De Geest: ‘In het besturen van de fabrieken neemt de behoefte aan hoogopgeleide mensen toe. De installaties in de chemie worden steeds verder geautomatiseerd. Ze worden bij het besturen samengevoegd, waardoor de verantwoordelijkheid van een operator steeds groter wordt.’

Het is belangrijk om jongeren al vroeg voor de industrie te interesseren. Om de vijver voor toekomstige medewerkers groter te maken. De Geest: ‘Als BASF werken we daarom al geruime tijd samen in een netwerk van 38 scholen. Het begint bij korte bedrijfsstages voor scholieren om vooroordelen over de industrie weg te nemen. Laat ze het zelf maar beleven.’

tekst gaat verder onder de afbeelding
digitalisering

Wouter De Geest: ‘Waarom niet een virtuele chemische fabriek ontwikkelen waarin kinderen alles kunnen uitproberen?’

Ook vindt hij het belangrijk om aan te sluiten bij moderne leermethoden. ‘Hoe leren kinderen nu? Daarbij wordt bijvoorbeeld gaming steeds belangrijker. Waarom niet een virtuele chemische fabriek ontwikkelen waarin kinderen alles kunnen uitproberen?’

Alternatief

De Geest is verheugd dat het ‘duaal leren’ in Vlaanderen nu definitief van de grond komt. Na twee proefjaren zal vanaf september 2018 het nieuwe systeem van onderwijs op school, gecombineerd met opleiding op de werkvloer, verder worden uitgerold. Het wettelijk kader is er. In het Vlaamse systeem worden leerlingen theoretisch opgeleid in bestaande technische scholen. Binnen het duaal leren krijgen ze, gespreid over drie blokken, liefst vijftien weken opleiding op de werkvloer. Dat is meer dan de helft van hun lesuren. Ze doen ervaring op die ze nergens anders kunnen halen.

Wouter De Geest hoopt dat het duaal leren ook voor hogere opleidingen mogelijk wordt en een sterk alternatief kan vormen voor de nog ‘vrijblijvende’ stages in ondernemingen. ‘Die hoger opgeleiden zullen we zeker nodig hebben, willen we onze industrie 4.0 op gang trekken en realiseren.’

Postgraduaat

Industrie 4.0, big data, digitalisering, het heeft allemaal meer dan gemiddelde aandacht van De Geest en Vandermeiren. Zo stapte het Havenbedrijf eind 2017 in het dataplatform NxtPort. Hiermee willen de initiatiefnemers data inzichtelijk en transparant maken voor alle spelers in de logistieke keten, dus ook industriële partijen. Verregaande digitalisering moet de logistiek slimmer en kostenefficiënter maken.

Voordeel van digitalisering is dat het de industrie veel beter kan maken zonder echt disruptief te zijn, stelt De Geest. Maar het vraagt wel om andere vaardigheden. ‘We komen straks echt in een ander tijdperk, waarin bijvoorbeeld data-scientists heel belangrijk gaan zijn. Ik geloof er ook niet in dat we de uitstroom door vergrijzing volledig een-op-een gaan vervangen. Ook op dit vlak werken we samen met bijvoorbeeld de Universiteit van Antwerpen om elkaar de juiste impulsen te geven. Ingenieurs kunnen daar inmiddels een postgraduaat halen in het internet of things.’

CCU

Ook Jacques Vandermeiren is erg enthousiast. ‘Digitalisering biedt een enorme opportuniteit. Ook om andere groepen te interesseren. Ik heb al jonge vrouwen zien rond lopen met Forget Princess – Want to be scientist op hun shirt.’

De Geest en Vandermeiren zijn heel hoopvol over de jongere generatie. Vandermeiren: ‘De jongere generatie wil CO2 uit de lucht halen en inzetten als grondstof. Het past helemaal bij de moderne ambities, van bijvoorbeeld de onlangs opgerichte CO2 Value Europe Association.’ Het Havenbedrijf Antwerpen is een van de 43 initiatiefnemers. Industrie, onderzoek en overheden willen CCU (Carbon Capture & Utilisation, red.) een stevige impuls geven. Door met name industriële processen te ontwikkelen die CO2 omzetten in bouwstenen voor de chemie, brandstoffen en bouwmaterialen.

Zelf onderzoekt het Havenbedrijf onder meer de mogelijkheid om opgevangen CO2 om te zetten in methanol. Vandermeiren: ‘We hebben in de haven alle spelers aanwezig om zulke projecten van de grond te krijgen.’

In de automotive sector en in de architectuur wordt glas steeds vaker toegepast om functies te vervullen op het gebied van veiligheid en gebruikscomfort. Sekisui S-Lec, producent van een speciaal PVB-folie voor gelamineerd glas, werkt aan nieuwe technologieën en innovaties die op deze onderdelen voor verbeteringen moeten zorgen. Dat dit Japanse bedrijf kiest voor uitbreiding, is voor alle betrokkenen glashelder.

‘De vraag naar ons product groeit’, vertelt Jan Lemmens, ‘en met name de vraag vanuit de automotive sector.’ Lemmens is director production bij Sekisui S-Lec. Hij is verantwoordelijk voor de operations op de twee Nederlandse vestigingen. ‘In Geleen, op het Chemelot-terrein, produceren we de kunststoffen die vervolgens in de fabriek in Roermond worden gemixt en met andere producten worden geëxtrudeerd tot een folie.’

Lemmens houdt ook een vinger aan de pols op het gebied van ideeën over nieuwe technologieën. ‘Dat folie is namelijk het geheim van het glaswerk. Dat dit folie voorkomt dat je voorruit verbrijzelt als er een steentje tegenaan vliegt, is nog maar het topje van de ijsberg.’

Technologische ontwikkelingen

Autoruiten, en dan met name de voorruiten, zijn gemaakt van gelaagd glas, bestaande uit twee stukken ruit met daartussen een laag polyvinylbutyral (PVB). Het PVB-folie van Sekisui wordt toegepast om veiligheid, zekerheid en bescherming te waarborgen. ‘Dat niet alle splinters in het rond vliegen als het glas breekt, is al een oude ontwikkeling. We hebben in de tussentijd niet stilgezeten’, vertelt Lemmens. Iedere ontwikkeling komt voort uit de behoeften vanuit de markt. ‘Veiligheid blijft belangrijk, ook als we straks zelfrijdende auto’s hebben en de kans op een ongeluk kleiner wordt. Daarnaast zetten we ook in op comfort. Zo wordt dankzij het folie uv-licht geblokt. En denk bijvoorbeeld ook aan de vermindering van geluidsoverlast door sound acoustic folie of aan het blokkeren van infrarood licht, zodat het op warme dagen niet snikheet wordt achter glas.’

Ook wordt bij Sekisui gewerkt aan een folie dat de toepassing van dunner glas mogelijk maakt. ‘Dit scheelt gewicht en dus brandstof.’

De toekomst van autorijden

Een meer recente ontwikkeling is het Head-Up Display (HUD), dat bijvoorbeeld de rijsnelheid en de rijbaan op de voorruit kan projecteren. Op deze manier hoeft de bestuurder niet constant de zichtlijn te veranderen om te zien hoe hard er wordt gereden. Hiermee wordt de rijveiligheid verbeterd. Door verschillende technologieën te combineren, is Sekisui erin geslaagd een folie te maken dat niet alleen HUD mogelijk maakt, maar ook geluidsisolatie en zonne-warmte-reducerende functies biedt.

Lemmens: ‘Voor de toekomst denken we ook aan het weergeven van informatie op ruiten. Die zou bestemd kunnen zijn voor de eigenaar of voor andere verkeersdeelnemers. Kunnen we bijvoorbeeld kenbaar maken dat de auto op slot is en goed beveiligd? Of kunnen we iemand die het zebrapad wil oversteken laten weten dat de bestuurder hem heeft gezien? Of juist niet heeft gezien. Of kunnen we de bestuurder waarschuwen voor bijvoorbeeld een persoon die in het donker onverwachts de straat over wil steken? Of denk aan een hert dat vlak naast de rijbaan staat. De bestuurder kan er op worden geattendeerd door een visuele waarschuwing op het raam.’

Research en design

Het bedrijf verwacht dat de wereldwijde autoproductie de komende jaren zal stijgen. De vraag naar het folie zal meegroeien. Daarnaast is de automotive sector enorm in beweging en de folieproducent beweegt mee. ‘We zien dat er meer glas wordt verwerkt in auto’s. Neem de nieuwste modellen van Tesla. Deze hebben allemaal een groot glazen oppervlak, met donker glas in het dak dat overgaat in helder glas in de voorruit.’ Met enige trots voegt Lemmens hier aan toe: ‘Het folie voor dit glaswerk wordt in Roermond geproduceerd.’

De uitbreiding in zowel Roermond als Geleen betekent een aanvulling op de bestaande productielijnen. ‘Maar het geeft ons ook de kans om een aantal nieuwe technieken waar te maken’, vertelt Lemmens. ‘Een aantal is al bekend in Japan en deze worden te zijner tijd ook hier toegepast.’

Maar er wordt ook ingezet op innovaties, nieuwe technologieën. Op de Brightlands Chemelot Campus is een Research Center van Sekisui gevestigd. ‘Hier wordt gewerkt aan nieuwe ontwikkelingen. Dit gebeurt met voeding vanuit sales en marketing, omdat we het belangrijk vinden dat we aansluiten op de behoeften van de markt.’

Volgens Japans gebruik

Begin april zijn op beide locaties de bouwwerkzaamheden officieel van start gegaan met een Ground Breaking Ceremony. ‘In Japan zijn ceremonies enorm belangrijk. Op Chemelot is het ritueel geleid door een Japanse Shinto-priester. Hij heeft de zegeningen uitgesproken over de bouw en alle mensen die hier werkzaam zijn. Dit zijn gebeden voor safety, maar ook voor voorspoed en succesvol zaken doen.’ In Geleen wordt de bouw uitgevoerd door de Japanse contractor Takanaka.

uitbreiding

Ground breaking ceremony in Geleen

Voor Roermond is er sprake van een primeur: ‘Het is de eerste keer dat Sekisui kiest voor een niet-Japanse hoofdaannemer. We hebben een tenderprocedure gevolgd en hieruit is de combinatie Heijmans en Engie als beste uit de bus gekomen.’ Met deze Europese contractors als uitvoerende partij is de Ground Breaking Ceremony in Roermond uitgevoerd in Europese stijl. ‘We hebben de grond gebroken met een graafmachine en een rol perkament met daarop alle goede wensen voor de bouw in beton gegoten en deze in de fundering verwerkt. En Europese stijl betekent natuurlijk ook dat we straks bij het bereiken van het hoogste punt een feestje vieren. Maar wel verantwoord natuurlijk.’

Virtual reality

De uitbreiding op beide vestigingen wordt mogelijk gemaakt door een investering van Sekisui Chemical Group van ongeveer 155 miljoen euro. Het zal zorgen voor 40 tot 45 nieuwe vaste banen in Limburg. Lemmens is ook blij met de medewerking van de gemeenten Sittard-Geleen, Roermond, het LIOF, de NIFA, Chemelot en de Provincie Limburg.

Natuurlijk gaat productie op beide locaties gewoon door en dat is een uitdaging. ‘Het vraagt om coördinatie en een zeer goede voorbereiding’, legt Lemmens uit. Zo wordt in Roermond het gebouw aangemeten aan de productielijn die erin komt te staan. ‘We moeten zorgen dat het gebouw de machine past en dat komt zeer precies. Om te zorgen dat we in een vroeg stadium noodzakelijke aanpassingen kunnen doorvoeren, hebben we gebruik gemaakt van virtual reality. Hiermee geven we medewerkers, en dan vooral de technici die er straks moeten werken, de gelegenheid om er alvast virtueel rond te lopen.’ Deze techniek wordt bij beide projecten toegepast en in beide gevallen werd de mogelijkheid door de contractors aangeboden.

De verwachting is dat Roermond in het vierde kwartaal van 2019 operationeel is en Geleen in het derde kwartaal van 2020. Lemmens: ‘Met deze gedegen voorbereiding en de zegeningen van een Shinto-priester, heb ik alle vertrouwen in een goed bouwproces.’

 

Openingsfoto: artist impression van de uitbreiding van Sekisui op Chemelot in Geleen.

De gemiddelde dagproductie van de Nederlandse industrie was in januari 7,1 procent hoger dan in januari 2017, maakt het CBS bekend. Dit is de grootste stijging na februari 2011. Al ruim twee jaar produceert de industrie meer dan in dezelfde periode een jaar eerder. De productie van de machine-industrie groeide in januari 2018 opnieuw het sterkst.

De machine-industrie produceerde in januari bijna 13 procent meer dan in januari 2017. Ook de productie van de chemische en de rubber- en kunststofindustrie groeide sterker dan gemiddeld in de industrie.

Productie op hoog niveau

Voor het bepalen van de kortetermijnontwikkeling van de productie kan het beste worden gekeken naar voor seizoen- en werkdageffecten gecorrigeerde cijfers. Van december 2017 op januari 2018 daalde de productie met 0,4 procent. Desondanks ligt de productie de laatste maanden rond het hoogste niveau ooit.

De voor seizoen- en werkdageffecten gecorrigeerde productie fluctueert aanzienlijk. Dalingen en stijgingen volgen elkaar snel op. Sinds medio 2014 is er sprake van een stijgende trend van de industriële productie.

Opnieuw record producentenvertrouwen

Het producentenvertrouwen ging van 10,3 in januari naar 10,9 in februari 2018. Nooit eerder waren industriële ondernemers zo optimistisch. In januari werd het eerdere record al gebroken.

Duitsland is een belangrijke afzetmarkt voor de Nederlandse industrie. Het vertrouwen van de Duitse producenten daalde in februari. In januari werd het hoogste niveau ooit van november 2017 geëvenaard. De gemiddelde dagproductie van de Duitse industrie was in januari ruim 6 procent hoger dan een jaar eerder.

De gemiddelde dagproductie van de Nederlandse industrie was in november van het afgelopen jaar 4,4 procent hoger dan in november 2016. Dit blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bekendmaakt. De stijging is een fractie groter dan in oktober. Al ruim twee jaar produceert de industrie meer dan in dezelfde periode een jaar eerder.

De grootste stijging bereikt de farmaceutische industrie. Hier is in november ruim 19 procent meer geproduceerd dan in november 2016. Ook de productie van de transportmiddelen-, de elektrische-apparaten-, de machine- en de rubber- en kunststofindustrie groeide sterker dan gemiddeld in de industrie. Ook de productie van de chemische industrie en de metaalindustrie is toegenomen, maar de stijging is minder groot dan in andere branches.

groei-productie-industrieDe genoemde bedrijfsklassen in deze grafiek zijn goed voor circa 70 procent van de industriële productie. (Afbeelding: CBS, de cijfers in dit bericht zijn voorlopig en kunnen worden bijgesteld)

We staan aan het begin van een nieuw industrieel tijdperk. Stap voor stap ontdekken we nieuwe mogelijkheden met big data, sensortechniek, virtual en augmented reality, 3D-printing en drones. Ook het werken met robots maakt enorme ontwikkelingen door. Sietse Wijnstra, directeur van Engie Industrial Services Noord, denkt dat smart industry de stuwende kracht kan zijn achter de terugkeer van de industrie. ‘We kunnen massaproductie vervangen door massapersonalisatie door met robots flexibele productiefaciliteiten te creëren.’ In Emmen is inmiddels een proeffabriek ingericht.

Productie in lagelonenlanden is voor de maakindustrie al niet meer zo interessant als het vroeger was. Wijnstra: ‘Waar het productieproces tot op heden vrij star en immobiel was, bereiken we met smart industry meer veelzijdigheid en flexibiliteit. Hiermee gaan we de concurrentie aan met landen als China en Taiwan. Productie die eerst werd uitbesteed, kunnen we dankzij nieuwe ontwikkelingen in eigen land houden. Reshoring dus. Dit is goed voor onze economie en werkgelegenheid. Bovendien kun je hiermee de transportkosten en -tijd wegstrepen, wat ook nog eens een positief effect heeft op de CO2-uitstoot.’

Kortom, volgens Wijnstra loont het de moeite om te investeren in smart industry. Daarom heeft hij namens Engie onlangs een handtekening gezet onder een samenwerkingsovereenkomst met Technologies Added, de eerste Nederlandse Smart Shared Factory, waar gebruik wordt gemaakt van het robot-in-a-day-concept van Engie.

Productiefaciliteit met robots

Op de High Tech Campus, in een oude Philips-fabriek in Emmen, biedt Technologies Added een centrale productieomgeving voor een diversiteit aan technologiebedrijven die op zoek zijn naar een duurzaam partnership. Dat houdt in dat bedrijven gebruik kunnen maken van de gezamenlijke productiefaciliteit en hier hun specifieke deelprocessen aan kunnen koppelen. Wijnstra: ‘Producenten zoeken naar kansen voor gepersonaliseerde producten. Maatwerk dus. Wat hier wordt aangeboden, is een flexibele productie-faciliteit met robots die eenvoudig kunnen switchen tussen taken.’

Vanuit die vraag naar flexibiliteit heeft Engie het robot-in-a-day-concept ontwikkeld. ‘Als een bedrijf de productielijn moet aanpassen naar een nieuw model, dan kost dit erg veel tijd. Met dit concept kunnen we snel schakelen tussen productie-processen. De basis hiervoor zijn industriële robots die worden geprogrammeerd met het besturingssysteem- en merkonafhankelijke software platform Roxy.’

Runtime

Maarten Essers, innovation officer bij Engie, heeft samen met zijn team dit softwareplatform ontwikkeld. Hij is onlangs gepromoveerd op industriële robotica en hoe je hier intelligentie aan kunt toevoegen voor het mkb. ‘Die intelligentie komt overigens van de mens. De robot doet slechts wat de mens hem vertelt’, zegt Essers. ‘Met dit softwareplatform kan iedereen snel en eenvoudig een programma invoeren – dat overigens een runtime wordt genoemd – waarmee je een robot een serie aan opdrachten geeft. Vervolgens kun je een volgende robot, desnoods van een ander merk, zodanig programmeren dat deze de volgende stap in het productieproces uitvoert. Je laat de robots als het ware met elkaar praten. Ook kunnen we heel snel omschakelen en met andere gereedschappen, andere taken uitvoeren.’

Ongeacht de runtime die is geprogrammeerd, wordt te allen tijde de veiligheidsmodus geactiveerd zodra iemand te dicht in de buurt van de robot komt. ‘Als iemand de robot nadert, worden de bewegingen vertraagd. Komt iemand te dichtbij, dan stopt de robot met zijn taken. Binnen de industrie staat veiligheid bovenaan, dus dat is ook zo bij de industriële robots.’

Robot of mens?

Met iedere nieuwe ontwikkeling lijkt de scheidingslijn tussen mens en robot dunner te worden. Essers: ‘Ik begrijp dat sommige mensen de komst van de robot bedreigend vinden, maar de robot gaat ons juist helpen. We laten mensen doen waar ze goed in zijn – robots programmeren, afwijkingen constateren, zaken controleren enzovoorts – en we laten robots doen waar ze goed in zijn: zwaar tillen, eindeloos priegelwerk en bijvoorbeeld ook vies werk. Het werk dat wij niet willen doen, kunnen we door robots laten doen.’

Wijnstra geeft een voorbeeld vanuit een andere branche: ‘Kijk eens naar de boeren die vroeger de complete veestapel met de hand moesten melken. Zij hadden grote zorgen over de komst van de stoommachine, de basis voor de melkmachine. Zij willen nu niet meer terug. Veel boeren hebben inmiddels zelfs een melkrobot aangeschaft. En de boer zelf heeft nog altijd een dagtaak aan het runnen van zijn bedrijf.’ Het is vooruitgang die je niet tegen kunt houden. Wijnstra: ‘En dat willen we ook niet. Met een dergelijke flexibele productielijn kan de klant op tien procent van de ruimte en tegen tien procent van de tijd produceren. Dat is winst en toekomst voor de Europese industrie.’

tekst gaat door onder de afbeelding
Sietse Wijnstra (l) en Maarten Essers

Sietse Wijnstra (l) en Maarten Essers

Verschuiving van taken

Professor Tom Vaneker van de Universiteit Twente is ook van mening dat het werk voor de mens met deze ontwikkelingen leuker en uitdagender wordt. ‘De taak op de werkvloer verschuift. Wie nu zwaar of saai, repeterend werk moet doen, staat straks wellicht aan het eind van die productielijn die dankzij de robots veel sneller draait. Dan heb je daar extra mensen nodig.’
Ook denkt hij dat niet moderniseren juist arbeidsplaatsen kost. ‘Ik zie fabrieken die hier moeilijk mensen kunnen vinden, verhuizen naar Oostbloklanden. Daarmee vertrekt ook de werkgelegenheid.’

Vaneker ziet aan de nieuwe generatie leerlingen die nu op de UT lessen volgen dat zij al een hele andere mindset hebben. ‘Deze generatie is opgegroeid met een mobiel en een tablet in de hand. Voor deze nieuwe instroom is het heel normaal dat robots de vervelende klussen opknappen en dat zij deze robots aansturen om dit te doen.’

Uitbreidingsmogelijkheden

Tijdens de ontwikkeling van dit robot-in-a-day-concept is volop samengewerkt met Universiteit Twente. Essers: ‘Er was bijvoorbeeld een configureerbare gripper nodig. Deze vraag is opgepakt door de studenten. Voor de gripper is een ontwerp gemaakt, vervolgens is deze in 3D geprint en natuurlijk uitgebreid getest.’

Ook wordt nagedacht over verdere opties die kunnen worden toegevoegd. ‘De gripper is voorzien van een druksensor die kan nagaan in hoeverre de robot het object goed vast heeft en niet te hard knijpt. Maar denk bijvoorbeeld ook aan een camera, zodat de robot de exacte plek van een object kan bepalen op basis van ‘zicht’.’ Essers en zijn team denken graag in mogelijkheden: ‘De Microsoft Xbox beschikt over ideale sensoriek. Je kunt een figuurtje op het scherm laten dansen zoals jij danst. Kunnen we de robot laten dansen? En als dat kan, wat kan hij dan nog meer?’ Wel loopt het team aan tegen het feit dat bij de industrie nog veel onbekendheid is over flexibele robotica en de relatief lage investeringskosten daarvan. ‘Daardoor zijn nog niet heel veel bedrijven bezig met het ontwikkelen van speciale toepassingen. Maar deze nieuwe markt is upcoming en groeiende.’ Engie en Technologies Added dragen hier graag een steentje aan bij en geven zowel start-ups als gevestigde bedrijven de gelegenheid om productiecapaciteit te huren.

Producenten in de industrie zagen de omzet in het tweede kwartaal van 2017 voor de derde keer op rij groeien, deze keer met 7,3 procent ten opzichte van een jaar eerder. De omzetten groeiden in alle onderliggende branches. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers.

In tegenstelling tot het vorige kwartaal nam de buitenlandse omzet steviger toe dan de Nederlandse. De industriële omzet in het buitenland steeg met 9,1 procent, de omzet in Nederland nam met 4,0 procent toe.

Omzetgroei in alle branches

In het tweede kwartaal van 2017 groeide de omzet in alle branches van de industrie. De elektrotechnische en machine-industrie noteerde de hoogste groei, 15,6 procent ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder.

Evenals in het eerste kwartaal noteerden ook de producenten van transportmiddelen in het tweede kwartaal één van de hoogste groeicijfers, met 13,2 procent. Binnen deze hoofdbranche groeide de omzet van de autoproducenten het sterkst, met 24 procent.

De producenten in de aardolie-industrie hadden niet zulke goede resultaten als in het eerste kwartaal. De omzetgroei in het tweede kwartaal stopte bij 6,7 procent en was lager dan de omzetgroei van 19,6 procent in het eerste kwartaal.

Opnieuw stijgende prijzen

De afzetprijzen van de industrie zijn in het tweede kwartaal met 5,9 procent gestegen ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. De prijzen ontwikkelden zich binnen en buiten Nederland ongeveer hetzelfde.

Opnieuw stegen de prijzen het meest in de chemische, farmaceutische, rubber- en kunststofproducten- en aardolie-industrie. Deze groep producenten had te maken met een prijsstijging van 10,1 procent. In het vorige kwartaal was de groei met 23,7 procent nog sterker. De prijsontwikkelingen in deze deelbranches lopen samen met die van ruwe aardolie.

Ook afzetprijzen in de basismetaal- en metaalproductenindustrie en de voedings- en genotmiddelenindustrie stegen meer dan gemiddeld. In de elektrotechnische en machine-industrie vond de grootste daling plaats, 3,4 procent vergeleken met het tweede kwartaal van 2016.