De Vlaming Peter Vandenborne is sinds 1 juli de nieuwe directeur van ExxonMobil’s raffinaderij in Antwerpen. Hij volgt daarmee Shawn Kuntz op die na bijna drie jaar regional manufacturing manager voor Noord-Amerika wordt. Dat liet het bedrijf maandag weten in een persbericht.

Peter Vandenborne is geen onbekende voor de Antwerpse site. Na zijn studies ingenieurswetenschappen (KU Leuven, 1989) startte hij als process ingenieur op de raffinaderij in Antwerpen. Daarna voerde Vandenborne verschillende functies uit in binnen- en buitenland. Hij deed daarbij ervaring op in raffinage en chemie in verschillende fabrieken en het regionale hoofdkwartier in Brussel. Voor zijn terugkeer naar Antwerpen, was hij vier jaar raffinaderijdirecteur in het Franse Port-Jérôme-sur-Seine.

Vandenborne kijkt uit naar zijn nieuwe opdracht: ‘Het is voor mij als thuiskomen, al is er sinds 2007 ook veel veranderd. De voorbije vijftien jaar waren er grote investeringsprojecten op deze site, met onder andere de warmtekrachtcentrale, de ontzwavelingsplant en de nieuwste fabriek voor schonere transportbrandstoffen die in 2019 werd opgestart.’ Deze projecten betekenden een investering van ongeveer 2,6 miljard euro in de Antwerpse site.

Daarmee heeft ExxonMobil een hypermoderne en efficiënte raffinaderij in de Antwerpse haven. ‘Nu is het zaak om deze positie in de Europese raffinagemarkt volop te bestendigen. De nadruk ligt op performante en veilige operaties, in het belang van onze klanten, medewerkers en omgeving. Daarbij hebben we uiteraard ook oog voor duurzaamheid. Zo zijn we deelnemer in het Antwerp@C consortium dat de haalbaarheid bestudeert om capaciteit en infrastructuur te bouwen voor koolstofafvang- en opslag.’

Het Finse UPM heeft groeiplannen voor biobrandstof en start met de eerste engineeringsfase voor een geavanceerde bioraffinaderij. Deze krijgt een capaciteit van 500.000 ton hooogwaardige hernieuwbare brandstoffen. UPM ziet Rotterdam als mogelijke plek voor de nieuwe raffinaderij.

UPM is een Fins bedrijf dat van reststromen hernieuwbare materialen maakt. De producten uit de geplande bioraffinaderij kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt als duurzame vliegtuigbrandstof. Grondstof voor de raffinaderij zijn houtige biomassa en duurzaam vloeibaar afval en andere restgrondstoffen.

Het bedrijf gaat nu een engineeringstudie doen om de businesscase op te stellen, technologie te selecteren en kijken welke investeringen nodig zijn. Ook kijkt UPM of ze groene waterstof kan gebruiken in de raffinaderij. Daarnaast onderzoekt ze waar de fabriek kan komen te staan. Daarvoor heeft het bedrijf Rotterdam en Kotka (Finland) op het oog.

De verwachting is dat de engineeringfase voor de nieuwe bioraffinaderij een jaar duurt.

Het is haast een voldongen feit. Tankopslagbedrijf Vopak verwacht dat zijn opslagtanks voor olie de komende tijd voller zullen raken door de scherp gedaalde olieprijzen. De bezettingsgraad van de opslagtanks van Vopak kwam in het eerste kwartaal uit op 86 procent, zo meldt het concern bij de presentatie van de kwartaalcijfers. Die veertien procent ‘leegstand’ loopt momenteel in enorm tempo vol. Is het niet voor, dan wel na raffinage. Maar wat gebeurt er als alles in het hele opslag- en distributiesysteem vol zit? Dat kan verstrekkende gevolgen hebben.

Het hele mondiale oliesysteem kraakt in zijn voegen. De vraag naar kerosine en benzine is door de wereldwijde corona-maatregelen enorm gekelderd. Eerder spraken de OPEC-leden al af om in mei minder olie te produceren. Too little, too late. Nu al zijn er negatieve prijzen op de oliemarkt, omdat producenten hun olie nergens meer kwijt kunnen. Terecht suggereert Saoedi-Arabië om productie verminderingen eerder en wel direct willen doorvoeren. ‘Er moet iets gedaan worden aan dit bloedbad’, vertelde een Saoedische beleidsmaker aan Wall Street Journal.  ‘Maar mogelijk is het al een beetje te laat.’ Een beetje??? En voeg er gerust aan toe: veel te weinig.

Onvermijdelijke overschot

Alle olietankers zitten tot aan de nok vol, er worden zelfs oude olietankers uit de mottenballen gehaald om als opslag te fungeren. Pijpleidingen zijn ook volledig gevuld en er is nog maar weinig ruimte in opslagtanks. Misschien dat alle vliegtuigen in de wereld volgetankte moeten worden en ook alle benzineauto’s. Daar zit ook een kleine bonus aan. De prijzen zijn nu laag… Voor vliegmaatschappijen is het daarom interessant om zoveel mogelijk opslag te huren, want de kerosine is nu bijzonder goedkoop. Wellicht een druppel op de gloeiende plaat.

De centrale vraag: kan het systeem het überhaupt aan? Want vol is vol. Er loopt wel wat uit, maar lang niet genoeg om bijvoorbeeld alle raffinaderijen te laten draaien. Ongetwijfeld zullen installaties worden stilgelegd. Oliebedrijven moeten daar nu toch al rekening mee gaan houden. En dat heeft ook consequenties in de chemische industrie. Heeft die straks voldoende beschikking over grondstoffen. De vraag naar chemische producten staat veel minder onder druk en op  bepaalde gebieden neemt die juist toe. Denk aan ontsmettingsmiddelen en kunststoffen voor mondkapjes en pakken in de zorg. Mogelijk is een deel van het zwaardere nafta om te buigen van benzine naar chemische bouwstenen, maar er kan niet onbeperkt aan de knoppen worden gedraaid. Vitale sectoren houden de dieselvraag nog redelijk op peil, maar het onvermijdelijke overschot aan kerosine, benzine, stookolie en bitumen… Waar moet het allemaal heen?

Prijzenoorlog

Meer zorgen maak ik me over wat allemaal voor de raffinage gaat gebeuren, als die deels stil komt te liggen. De olieproducerende landen kunnen niet blijven bekvechten. Het stopt gewoon een keer. De negatieve prijzen zijn nog ad hoc, maar ze zijn wel een signaal. Het vliegverkeer komt voorlopig niet op gang en ook het autoverkeer zal niet snel op het oude niveau komen. Het fysieke systeem en de markt zal de producenten dwingen om de productie rigoureus terug te schroeven.

Maar wat dan?  De rijkere olielanden kunnen het misschien nog even uithouden. Maar wat gebeurt er bijvoorbeeld Indonesië, Mexico, Brazilië en wat met Venezuela. Het zijn niet alleen relatief arme landen, maar ook nog eens minder stabiel. Ook is bekend dat het humeur van Poetin meebeweegt met de olieprijs. Een kat in nood maakt vreemde sprongen. Dat bleek de laatste tijd eens te meer in de prijzenoorlog waarin Rusland en Saoedi-Arabië verwikkeld raakten.

Armoebestrijding

Al eerder pleitte ik voor een systeembenadering van de corona-crisis. We moeten het virus zeker niet onderschatten, maar we moeten ons bij de maatregelen wel goed afvragen welke gevolgen ze nog meer hebben. De ziekte moet zeker bestreden worden. En het is geen keuze tussen gezondheid en economie. Maar als je iets breder durft te kijken zijn zaken als armoebestrijding en wereldvrede in het geding. En daarmee ook de gezondheid van miljarden mensen…

 

De wereldwijde coronamaatregelen brengen de aanvoer van ethyleen naar de chemische industrie in gevaar. Volgens marktanalisten van ICIS is een reductie mogelijk van minstens 26 procent. Als oplossing kunnen raffinaderijen minder benzine en meer nafta produceren.

Ethyleen wordt geproduceerd door kraakinstallaties in raffinaderijen. De raffinagesector wordt momenteel getroffen door een ineenstorting van de vraag naar vliegtuigbrandstof en benzine. Door de corona-beperkingen is het vervoer over de weg en door de lucht beperkt. Het terugschroeven van de productie hangt daarom in de lucht.

Aanvoer nafta

Er zijn weliswaar enkele geplande onderhoudsstops van raffinaderijen. Maar die zijn tijdelijk en zullen de terugval in vraag niet volledig compenseren. Analisten van ICIS vrezen daarom dat binnenkort verschillende raffinaderijen stilgelegd moeten worden. En dat kan verstrekkende gevolgen hebben voor de chemische industrie. Ethyleenkrakers moeten dan mogelijk ook hun capaciteit verlagen omdat zij hoofdzakelijk afhankelijk zijn van nafta of lpg, afkomstig uit de raffinage. Dus ook de aanvoer van nafta kan zodoende stokken.

Groter aandeel nafta

De marktanalisten zien wel mogelijkheden als grote geïntegreerde raffinaderijen, bijvoorbeeld in Rotterdam en Antwerpen, iets aan de knoppen gaan draaien. Een deel van de nafta wordt doorgaans omgezet in benzine. Dat deel kan nu richting stoomkrakers worden gevoerd. De aanvoer heeft dan wel iets lagere kwaliteit dan de normale lichte nafta die naar de krakers gaat. Het zorgt echter wel voor een groter aandeel nafta in de raffinagemix.

De turn around van de raffinaderij van Gunvor in de Europoort gaat voorlopig niet door als gevolg van de coronacrisis, zo meldt RTV Rijnmond. De beslissing houdt in dat de raffinaderij voorlopig buiten bedrijf blijft. Gunvor verwacht dat de verplichte pauze zeker zes maanden duurt.
Voor het werk waren 2500 werknemers nodig, van wie 1500 van buiten Nederland zouden komen. Door de coronavirus hebben de buitenlandse arbeidskrachten zich ook meer aan regels te houden. De voorbereiding voor de turnaround aan de Moezelweg waren al begonnen. Vanaf maandag 6 april zou het werk starten. De klus zou een aantal weken duren.

Voldoende maatregelen

Diverse betrokken werklui maken zich zorgen over hun gezondheid. Ze vrezen dat het tijdens de werkzaamheden onmogelijk wordt om voldoende afstand te houden. Het bedrijf en ook de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid waren er echter van overtuigd dat voldoende maatregelen waren genomen om aan de regels van het RIVM te voldoen.

In 2016 nam Gunvor de raffinaderij over van KPE, een dochter van Q8.

Total heeft een bioraffinaderij opgestart bij Marseille in het zuidoosten van Frankrijk. Nu de eerste batches biobrandstof worden geproduceerd, is er een einde gekomen aan de ombouw van een eerder verlieslatende olieraffinaderij. Het project werd in 2015 aangekondigd en heeft 275 miljoen euro gekost.

Total heeft de bestaande nafta-reformer in gebruik gehouden om het benodigde waterstof voor de bioraffinage te produceren. Het La Mède complex omvat naast een bioraffinaderij met een capaciteit van 500.000 ton biobrandstof per jaar ook een zonnepark dat energie kan leveren aan dertienduizend mensen. Verder staat er een eenheid die 50.000 kubieke meter AdBlue per jaar kan produceren, een additief waarmee vrachtwagens minder stikstofoxide uitstoten. En tot slot is het complex nu een hub voor logistiek en opslag geworden, met een capaciteit van 1,3 miljoen kubieke meter per jaar.

De bioraffinaderij kan allerlei soorten olie omzetten in biodiesel en biokerosine. Zestig tot zeventig procent van de olie komt van plantaardige oliën als zonnebloem-, raapzaad- en palmolie. De resterende dertig tot veertig procent van de olie komt van afval, zoals dierlijke vetten en frituurolie. Op het gebruik van palmolie in de bioraffinaderij heeft de Franse regering een maximum gezet van 300.000 ton per jaar. Dat is minder dan vijftig procent van het totale volume aan ruwe olie die in de raffinaderij zal worden verwerkt.

Lees hier ook over de ombouw van de raffinaderij van Eni bij Venetië tot bioraffinaderij.

BP, Nouryon en Havenbedrijf Rotterdam onderzoeken samen de haalbaarheid van een waterelektrolyse-installatie van 250 megawatt. Daarmee zou maximaal 45.000 ton groene waterstof per jaar kunnen worden geproduceerd voor de raffinaderij van BP in Rotterdam. De partners willen in 2022 een definitieve investeringsbeslissing over het project nemen.

Op dit moment gebruikt de BP-raffinaderij waterstof gemaakt uit aardgas voor de ontzwaveling van producten. Groene waterstof wordt geproduceerd door elektrolyse van water met hernieuwbare elektriciteit van bijvoorbeeld windmolens op zee. ‘Het gebruik van groene waterstof, gemaakt uit water met hernieuwbare energie, heeft de potentie om een aanzienlijke vermindering van emissies in Rotterdam te realiseren’, stelt Ruben Beens, CEO BP Nederland.

In 2017 liet BP Raffinaderij Rotterdam al een haalbaarheidsonderzoek doen naar een fabriek voor groene waterstof in de Europoort. Begin 2018 stelde Beens naar aanleiding van het onderzoek op de site van de VNPI dat het verdienmodel ervan nog wankel was. ‘Het zou het mooiste zijn als we zelf een waterstoffabriek zouden kunnen bouwen. Maar daar zijn wel een aantal dingen voor nodig. Enerzijds moet je een goede businesscase hebben. Het maken van waterstof door middel van elektrolyse blijkt namelijk nog erg kostbaar. Anderzijds moet wanneer je duurzame energie gaat gebruiken in het productieproces van fossiele energie, daar wel maatschappelijk draagvlak voor zijn.’

Infrastructuur

Inmiddels zijn we ruim een jaar verder en liggen er nieuwe plannen met partners Nouryon en Havenbedrijf Rotterdam. Nouryon, dat een leidende positie heeft op het gebied van elektrochemie, zou de installatie kunnen bouwen en exploiteren. En Havenbedrijf Rotterdam kan de lokale infrastructuur faciliteren. Het gaat dan in eerste instantie om de locatie van de electrolyser. De installatie kan geplaatst worden waar de stroom aan land komt, op het BP-terrein of eventueel op een andere locatie. Deze keuze bepaalt wat uiteindelijk zal worden getransporteerd: groene stroom of waterstof. Daarnaast gaat het ook om de infrastructuur die nodig is voor aanlevering van water. Een electrolyser heeft immers water nodig om deze H2O-moleculen te splitsen in waterstof en zuurstof.

Verder zal ook worden gekeken of dit project de opmaat is naar een ringleiding voor waterstof in het havengebied. Er loopt al een haalbaarheidsstudie naar de bouw van een installatie voor blauwe waterstof, het H-vision project. Hierbij wordt de waterstof geproduceerd op basis van aardgas waarbij de vrijkomende CO2 wordt afgevangen en gebruikt in kassen of opgeslagen in gasvelden onder de Noordzee. Blauwe waterstof geldt als versneller en wegbereider van groene waterstof, onder andere omdat voor de productie van blauwe waterstof zuurstof nodig is. Bij productie van groene waterstof komt juist zuurstof vrij.

Grootschalige productie

Voor een CO2-neutrale Rotterdamse industrie in 2050 is grootschalige productie van waterstof nodig. Volgens studies van het Wuppertal Institut gaat het dan om tien tot dertig maal de capaciteit van de beoogde 250 megawatt elektrolyse-installatie. En dat is dan alleen nog maar de vraag van de industrie in Rotterdam. Het Havenbedrijf onderzoekt daarom ook de ontwikkeling van een zogenoemd conversiepark van 2 gigawatt. Hier zou een concentratie van elektrolyse-installaties kunnen komen. Dat zou onder andere moeten leiden tot lagere kosten, met name voor de verbindende infrastructuur.

De raffinaderij van ExxonMobil in Rotterdam is in groot onderhoud. Het geplande groot onderhoud zal enkele weken duren.

De raffinaderij verwerkt verschillende soorten ruwe olie, van lichte laagzwavelige olie tot zware hoogzwavelige olie. De olie wordt verwerkt tot diverse producten, waaronder LPG, benzine, kerosine en diesel. Al sinds de jaren tachtig produceert de raffinaderij – dankzij de Flexicoker –geen zware stookolie meer.

Uitbreiding hydrocracker

In 2016 begon ExxonMobil met de uitbreiding van de hydrocracker. Het gaat om een investering van ruim een miljard dollar. Met de nieuwe installatie gaat de raffinaderij voortaan naast brandstoffen en chemische grondstoffen ook hoogwaardige basisoliën voor een nieuwe generatie smeermiddelen produceren.

Neste, producent van hernieuwbare diesel, wil van plastic afval een grondstof maken voor brandstoffen en kunststoffen. Het doel is om volgend jaar een proef op industriële schaal te hebben en tegen 2030 wil het bedrijf meer dan een miljoen ton plastic afval verwerken.

Neste is wereldwijd de grootste producent van hernieuwbare diesel uit afval en residuen. Het bedrijf wil ook leider worden in koolstofarme raffinage en de circulaire economie door innovatieve oplossingen te ontwikkelen op basis van afvalplastic.

Chemische recycling

In Europa wordt jaarlijks 25 miljoen ton wegwerpplastic gebruikt, daarvan wordt minder dan dertig procent ingezameld voor recycling. De Europese Unie wil het hergebruik van plastic verhogen naar 50 procent in 2025 en 55 procent in 2030.

‘Om de ambitieuze EU-doelstellingen voor het recyclen van plastics te halen, moeten zowel chemische als mechanische recycling worden erkend in de EU-verordening’, zegt Matti Lehmus, executive vice president van de olieproductendivisie van Neste. Bij chemische recycling wordt afvalplastic als grondstof ingezet in de raffinage- en petrochemische industrie om brandstoffen, chemicaliën en kunststoffen te produceren. Volgens Neste kan chemische recycling nieuwe afzetmogelijkheden creëren voor kunststofafval, waardoor traditionele mechanische recycling wordt aangevuld.

Partners nodig

Om productie op industriële schaal te bereiken moeten technologieën en waardeketens worden ontwikkeld. Om de ontwikkelingen te versnellen zoekt Neste naar partners in bijvoorbeeld het afvalbeheer.

Avantium houdt vandaag in Amsterdam een openingsceremonie voor zijn pilotplant in Delfzijl. In deze proeffabriek voor bioraffinage valideert het bedrijf de technische en economische haalbaarheid van het Zambezi-proces, dat vanaf nu de naam Dawn draagt. Met deze technologie worden houtsnippers en andere tweede generatie biomassa omgezet in suikers en lignine. Vrijdag volgt ook nog een officiële opening, maar dan bij de pilotplant op locatie.

De provincie Groningen steunt het pilotproject met een subsidie van 1,8 miljoen euro. ‘We kijken nu al verder dan de pilotfase’, aldus CEO Tom van Aken. ‘We hebben een consortium van partners dat zich inzet voor de ontwikkeling van een fabriek op commerciële schaal.’ In het consortium zijn AkzoNobel, RWE, Staatsbosbeheer en Chemport Europe verenigd.

‘Het leuke is dat een dergelijke raffinaderij gewoon in Nederland kan worden gebouwd, gevoed met lokale grondstoffen’, zegt CTO Gert-Jan Gruter. ‘We hebben met Staatsbosbeheer berekend hoeveel wij nodig hebben en hoeveel organisch afval er jaarlijks uit de bossen komt. Dat komt aardig met elkaar overeen.’

Grondstoffen

De suikers uit het Zambezi-proces, zoals glucose, zijn uitstekende grondstoffen voor chemie- en fermentatieprocessen om een breed scala aan producten te produceren. Avantium heeft zelf al een aantal processen ontwikkeld om suikers als grondstof te gebruiken. Zo zet het bedrijf met de Mekong-technologie suikers om in mono-ethyleenglycol, een grondstof bij de productie van onder andere polyester textiel en plastics. Ook dit proces wordt in een demonstratiefabriek op grotere schaal onderzocht. Waar deze proeffabriek komt te staan is nog niet bekend, maar de ingebruikname is al wel gepland voor 2019.

Daarnaast werkt het bedrijf binnen Synvina, een joint venture met BASF, ook al aan een full scale furaandicarbonzuur-fabriek in Antwerpen. Deze fabriek zal eveneens suikers als grondstof gebruiken. De proeffabriek voor deze YXY-technologie draait al een poosje in Geleen, waardoor deze bijna rijp is om te worden opgeschaald. De fabriek in Antwerpen krijgt een capaciteit van 50.000 ton furaandicarbonzuur per jaar en zal in 2023-2024 operationeel zijn.

Lees hier meer over de fabriek in Delfzijl.