In een nieuwe studie actualiseerde TNO de twee jaar geleden opgestelde toekomstscenario’s voor de Nederlandse energievoorziening. Via deze scenario’s onderzocht TNO wat de aanscherping van de klimaatdoelstellingen betekent voor het verduurzamen van het Nederlands energiesysteem na 2030.  De studie geeft een beeld van ons toekomstig energiesysteem met onder andere het gebruik van hernieuwbare energiebronnen, groene waterstof en eventueel kernenergie. Eén conclusie blijft onverkort overeind: een scenario met hogere ambities leidt niet tot hogere kosten.

De twee scenario’s, Adapt en Transform, schetsen toekomstbeelden voor de Nederlandse energievoorziening na 2030 en geven inzicht wat de gevolgen zijn van de aangescherpte doelstellingen.  Het kabinet streeft naar tenminste 55 procent CO2 reductie in 2030 en klimaatneutraal in 2050. De twee scenario’s laten zien hoe een klimaatneutraal energiesysteem is te realiseren met verschillende verduurzamingsambities. Uitgangspunt is het streven naar een energiesysteem tegen de laagste kosten voor de maatschappij.

Groene moleculen

Beide scenario’s gaan uit van dezelfde hoeveelheid CO2-reductie in 2050, maar Adapt is minder ambitieus en draagt minder bij aan het halen van de Parijse klimaatdoelstellingen. In het scenario zijn fossiele brandstoffen nog steeds een grondstof en de emissies door de internationale lucht- en zeevaart dalen slechts met de helft.

Het Transform-scenario legt de lat veel hoger. Door gedragsverandering en verdergaande energiebesparing daalt allereerst de energievraag. Bovendien kan Nederland in hoge mate zelf in de energievraag voorzien dankzij de opwek van elektriciteit door de windparken op de Noordzee.

Hoofdauteur Martin Scheepers: ‘We hebben het vaak over decarboniseren van de industrie, maar dit scenario gaat ook over recarbonisatie. Je zorgt ervoor dat alle moleculen in kunststoffen en brandstoffen uiteindelijk groen worden. Voor de productie van duurzame chemicaliën en brandstoffen gebruikt de industrie hiervoor koolstof uit bio-grondstoffen, uit gerecyclede plastics en CO2 die wordt afgevangen uit de lucht. Minder vraag en meer hergebruik gaan hier hand in hand.’

Grondstoffen

In het dankzij gedragsverandering vergaande Transform-scenario gaat het om het verduurzamen van niet alleen energie maar ook van grondstoffen. Hierin is een grote rol weggelegd voor de lokale productie van groene chemicaliën en brandstoffen voor de internationale lucht- en zeevaart. In 2050 zullen hoogwaardige chemicaliën voor negentig procent worden gemaakt van hernieuwbare koolstof, afkomstig van biomassa of CO2 uit de lucht. Een tweede belangrijke veronderstelling is het recyclen van plastics om een circulaire economie dichterbij te brengen.

Zelfvoorzienend

In de toekomst zal Nederland energie- en grondstoffen blijven importeren. Door over te schakelen naar hernieuwbare energiebronnen daalt de afhankelijkheid van kolen, olie en aardgas in 2030 met zo’n 26 procent en aardgas met 33 tot 46 procent.

In het Transform-model gaat TNO er bewust van uit dat Nederland in het overgrote deel van de energievraag zelf kan voorzien met hernieuwbare energiebronnen. Import van bio-grondstoffen en uitwisseling van elektriciteit met het buitenland blijft nog wel nodig. TNO zocht de grenzen van het mogelijke op en rekende het scenario door. Waterstof speelt hier een cruciale rol en is in grote hoeveelheden nodig voor de productie van groene chemicaliën, kunststoffen en synthetische brandstoffen. Om de waterstof volledig in eigen land te kunnen produceren, moet in 2050 de inzet van zonne- en windenergie maximaal zijn. Als die niet toereikend blijkt, is kernenergie als aanvullende bron onvermijdelijk.

Kernenergie

Beide scenario’s zien nog een rol voor kernenergie. Scheepers: ‘We streven naar een zo groot mogelijke inzet van zon en wind voor onze energievoorziening en verduurzaming van de zware industrie. Kernenergie kan daarop een noodzakelijke en CO2-vrije aanvulling zijn, maar mag de ambities voor zon en wind niet overschaduwen. In de scenario’s redeneren wij namelijk vanuit de voor onze samenleving meest kosteneffectieve oplossing. Kernenergie een grotere rol geven dan zon en wind past daar niet bij. De energievraag gaat, vooral door elektrificatie van de industrie, richting 300 terawattuur of zelfs meer dan 500 TWh is niet uit te sluiten. In dat laatste geval red je het niet meer met alleen zon en wind.’

Negatieve emissies

Een groot verschil tussen beide scenario’s heeft betrekking op CO2. In Adapt is een grote rol weggelegd voor de afvang en ondergrondse opslag van CO2 uit fossiele bronnen. In het ambitieuzere Transform-model is de meeste CO2 biogeen en vormt dit de basis voor groene chemicaliën en brandstoffen. Overigens blijft het ook in Transform nog nodig een beperkte hoeveelheid CO2 ondergronds op te slaan. Dit ter compensatie van andere moeilijk te reduceren broeikasgasemissies zoals methaan en lachgas.

TNO’s Biorizon spin-off Relement vestigt zich op de Green Chemistry Campus. Het bedrijf gaat op commerciële schaal bio-aromaten produceren en verkopen voor toepassing in onder meer smeermiddelen en coatings.

De spin-off Relement komt voort uit het Shared Research Center Biorizon van TNO. Sinds 2013 werkt Biorizon aan technologieën voor de productie van functionele bio-aromaten. Aromaten zijn essentiële bouwstenen voor de chemische industrie. Ze voegen functionaliteit toe aan producten zoals kunststoffen, verven, coatings en smeermiddelen, waaronder krasvastheid, stabiliteit en UV-bestendigheid.

Relement zet biomassaresiduen om in hoogwaardige bio-aromaten. Deze vormen een duurzamer alternatief voor fossiele aromaten in bestaande producten.

Beter en duurzamer

Relement is afgelopen zomer opgericht om de bio-aromaten die binnen Biorizon zijn ontwikkeld op commerciële basis te produceren en verkopen. Op termijn wil Relement commerciële fabrieken bouwen voor diverse premium bio-aromaten en zo bijdragen aan een groenere chemische industrie.

Een van de eerste bio-aromaten die Relement op de markt brengt, is een alternatief voor fossiel phthalic anhydride. Dit wordt onder meer toegepast in alkydverf. Met de bio-aromaten kan voor het eerst honderd procent biobased alkydverf worden gemaakt. Deze verf gaat niet alleen langer mee door een betere krasvastheid en UV-bestendigheid, hij is ook duurzamer, zo bleek vorige maand uit een onderzoek van CE Delft. Door het vervangen van petrochemische phthalic anhydride door biobased 3-methylphtalic anhydride kan Relement vanaf 2027 per kilogram een CO2-reductie van 3,1 kg CO2-eq. realiseren. In totaal betekent dit een jaarlijkse CO2-reductie van 94 kt CO2-eq.

Relement maakt aromaten, chemische bouwstenen, op basis van bio-residuen in plaats van aardolie. Deze week is bekend gemaakt dat Relement het 25ste spin-off bedrijf van TNO is.

Aromaten zijn essentiële grondstoffen voor coatings, lijmen, isolatieschuim en andere hoogwaardige toepassingen. De aromaten op basis van bio-residuen helpen de industrie verduurzamen. Daarnaast hebben ze een betere kwaliteit dan fossiele varianten. Zo is verf met bio-aromaten beter bestand tegen zonlicht en wordt isolatieschuim sterker.

Relement is een spin-off van TNO en is opgezet voor de ontwikkeling, productie en marketing van bio-aromaten die TNO heeft ontwikkeld binnen het Biorizon Shared Research Center. Relement komt voort uit het Tech Transfer programma dat ruim drie jaar geleden is opgezet om de kennis van TNO naar de markt te brengen en daarmee maatschappelijke impact te realiseren.

 

De provincie Noord-Brabant vroeg TNO te onderzoeken welke rol kernenergie kan spelen in de provincie. TNO kijkt samen met de Nuclear Research & Consultancy Group naar de kritische factoren die van invloed zijn bij het gebruik van conventionele reactoren. Maar ook naar nieuwe kernreactoren, zoals concepten die thorium en gesmolten zout toepassen.

‘De opwekking van kernenergie is welkom’, aldus gedeputeerde Eric de Bie (Energie). ‘Kernenergie kan Nederland minder afhankelijk maken van fossiele brandstoffen en biedt veel leveringszekerheid, onafhankelijk van zon en wind.’

Thorium

Het onderzoek zal ingaan op alle aspecten van kernenergie: technische mogelijkheden, economische aspecten, inpasbaarheid in het energiesysteem, ontwikkeltijd, kostprijs, risico’s en veiligheid. Daarnaast vroeg de provincie specifiek naar de status van thorium reactoren.

Nog geen Rijksbeleid in Brabant

De rijksoverheid is het bevoegd gezag voor vergunningen voor kerncentrales. De ontwikkeling van een kerncentrale in Noord-Brabant past nu niet in het rijksbeleid. Die staat kerncentrales alleen toe in Borssele, de Groningse Eemshaven en de Rotterdamse Maasvlakte.

Kernfusie

Kernenergie gaat niet alleen over kernsplitsing maar ook over kernfusie. Eric de Bie: ‘Het Brabantse kennisinstituut Differ speelt een belangrijke rol in het internationale onderzoek naar kernfusie. De provincie steunt dergelijk onderzoek al langer en beschouwt een positieve rol van de overheid inzake fundamenteel onderzoek als onontbeerlijk om snelheid te krijgen in innovatie van kernenergie, inclusief kernfusie.’

Het onderzoek van TNO zal in januari 2021 gereed zijn, zodat Provinciale Staten in het voorjaar een koers voor de provincie kunnen bepalen ten aanzien van kernenergie.

 

Het kabinet Rutte III maakt 18,3 miljoen euro vrij voor versterking van de onderzoeksfaciliteiten gericht op de energietransitie. TNO EnergieTransitie gebruikt het geld voor het oprichten van vijf onderzoekslaboratoria. Onderzoeksgebieden zijn nieuwe generatie zonne-energietoepassingen, afvang en hergebruik van CO2, industriële elektrificatie, industriële droogtechniek en de ecologische en veiligheidseffecten van zonne- en windenergieprojecten.

De onderzoeksfaciliteiten moeten een bijdrage leveren aan de versnelling van de energietransitie. Maar ook aan verbetering van de kennispositie van het Nederlands bedrijfsleven en aan de bedrijvigheid en werkgelegenheid. De vijf onderzoekslaboratoria ontwikkelen en testen verschillende pilot- en demonstratieprojecten met potentie voor opschaling.

Eric Wiebes, Minister van Economische Zaken en Klimaat: ‘Ook in deze onzekere tijden is het belangrijk om te investeren in versnelling van de energietransitie. Door slimme inzichten, technieken en toepassingen uit de wetenschap in samenwerking met Nederlandse bedrijven in de praktijk te testen, kunnen wij nieuwe bedrijvigheid en banen creëren. Die kunnen een impuls geven aan een duurzaam herstel van de Nederlandse economie.’

Paul de Krom , Voorzitter Raad van Bestuur/CEO TNO: ‘De faciliteiten leveren door de innovaties en een nauwe samenwerking met het Nederlandse bedrijfsleven, overheid en andere kennisinstellingen een substantiële bijdrage aan de klimaatdoelen en concurrentiepositie van Nederland. Zo willen we in de zonne-energieketen door onderzoek en innovatie de productie van de volgende generatie zonne-energie toepassingen voor integratie in onze leefomgeving, weer naar Nederland toetrekken.’

TNO opent de volgende vijf labs:

  1. Mass Customization Lab Solar

Dit lab onderzoekt de volgende generatie zonne-energietoepassingen (halffabricaten) met een hoog rendement. Voor toepassing in de gebouwde omgeving, de infrastructuur en voer- en vaartuigen.

  1. Negative Emissions Technology Lab (NET-LAB)

In het NET-LAB creëert TNO een test- en demonstratie omgeving  voor negatieve emissie-technologieën.

  1. Het Fieldlab Industriële Elektrificatie

Dit onderzoekslab wordt samen met Deltalinqs, FME, Havenbedrijf Rotterdam, InnovationQuarter en Voltachem in de haven van Rotterdam vormgegeven. Het lab is gericht op integratie, demonstratie en verbetering van Power-to-Heat technologie, Power-to-Chemicals/-Fuels en CO2 hergebruik technologie.

  1. Het Mollier Lab

Het onderzoek in het Mollier Lab richt zich op innovatieve en energie-efficiënte industriële droog- en ontwateringstechnologieën.

  1. Environmental Impact and Safety Lab for Renewable Energy

In dit (mobiele) lab kan de impact van windturbines en zonneparken op de ecologie van land en water worden vastgesteld.

Een nieuw te ontwikkelen zonnecel combineert silicium heterojunctie met achterzijde contact moduletechnologie. De combinatie levert een rendementsverbetering van vier procent op en een kostendaling van drie procent. De zonnepanelen worden ook nog eens mooier.

TNO, Eurotron, Groenleven en SIEC bundelen hun krachten in het Whooper-project. Doel is een nieuw zonnepaneel te ontwikkelen dat meer stroom genereert en de elektriciteitskosten verlaagt. Deze Whooper-module brengt twee uitstekende PV-technologieën, silicium heterojunctie (HJ)-zonnecellen en achterzijde-contact moduletechnologie, samen. De combinatie is geschikt voor grootschalige productie.

Met het Whooper-project willen de betrokken partijen aantonen dat de innovatie op industriële schaal kan worden uitgevoerd. Heterojunctie-zonnecellen hebben al recordopbrengsten laten zien. Bij de geavanceerde achterzijde-contact moduletechnologie, hoeven cellen niet aan elkaar te worden gesoldeerd zodat de elektrische weerstand in de module wordt verlaagd. Deze techniek is bijzonder goed geschikt in combinatie met de heterojunctie-zonnecellen. Het maakt de voorkant van het paneel bovendien esthetisch aantrekkelijker, aangezien de meeste contactpunten aan de achterkant worden geplaatst.

Hoger rendement, lagere kosten

Projectcoördinator Gianluca Coletti: ‘Deze combinatie van technologieën leidt tot een doorbraak in zonne-energietechnologie die geschikt is voor grootschalige productie. Het integreert de cel- en modulearchitecturen die individueel al op de markt zijn en worden toegepast. Daarnaast zorgt dit ontwerp voor een beduidend lager zilververbruik voor de heterojunctie zonnecellen. Het ontwerp verkleint bovendien het rendementsverlies van zonnecel naar zonnepaneel. De combinatie levert tot vier procent toename op van het rendement en drie procent vermindering in kosten voor de opgewekte elektriciteit. Tenminste: als men overschakelt van conventionele silicium heterojunctie-zonnepanelen naar Whooper-panelen.

Duurzaam warmtecollectief WarmingUP ontvangt een 9,3 miljoen euro subsidie van RVO uit het Meerjarige Missie-gedreven Innovatieprogramma (MMIP). Met een investering van 9,6 miljoen euro van de samenwerkingspartners komt het totaal aan financiële middelen op 18,9 miljoen euro. WarmingUP, onder leiding van TNO, is als collectief in staat om vraagstukken over kostenreductie en verduurzaming in de warmteketen integraal aan te pakken.

Als onderdeel van het Klimaatakkoord wordt de gebouwde omgeving aardgasvrij gemaakt. Warmtenetten zijn daarbij één van de oplossingen. Uitdaging daarbij is om in de bestaande bouw op een kosteneffectieve manier, duurzame warmte te leveren. Verder is een versnelling van het realisatietempo nodig. Gezien de grote opgave waar Nederland voor staat. Een consortium van partijen die actief zijn in de hele keten, van warmtebron tot klant, ging hiervoor een samenwerking aan. RVO maakte bekend dat het nieuwe innovatief duurzaam warmtecollectief WarmingUP 9,3 miljoen euro subsidie ontvangt. Dit geld komt uit het Meerjarige Missie-gedreven Innovatieprogramma (MMIP). Met een investering van 9,6 miljoen euro door de samenwerkingspartners zelf komt het totaal aan beschikbare financiële middelen op 18,9 miljoen euro.

Warmteketen

In de integrale warmteketen van bron tot klant, werken verschillende partijen. Om de hele warmtevoorziening efficiënter te ontwerpen, aan te leggen en te beheren zijn systeem- en procesinnovaties noodzakelijk. Het warmtecollectief WarmingUP is opgericht om deze innovaties in samenhang en in hoger tempo te ontwikkelen.

Doel

WarmingUP, onder leiding van TNO, is als collectief in staat om vraagstukken over kostenreductie en verduurzaming integraal aan te pakken. Ze kan oplossingen daarvoor ontwikkelen die op vele locaties toepasbaar zijn.

Het belangrijkste doel van WarmingUP is de ontwikkeling van collectieve warmtesystemen die betaalbaar, duurzaam, betrouwbaar, praktisch uitvoerbaar en maatschappelijk aanvaardbaar zijn. Het betekent bijvoorbeeld dat met nieuwe kennis duurzame warmtebronnen met verschillende niveaus van temperatuur en volumes slim kunnen worden gecombineerd. Ook kennisontwikkeling voor het realiseren van grootschalige warmteopslagsystemen en het integreren daarvan in warmtenetten is een beoogd resultaat. Het collectief onderzoekt bijvoorbeeld waar en tegen welke kosten ze warmte kunnen winnen via aquathermie of geothermie. Tot slot richt het samenwerkingsverband zich op de ontwikkeling van nieuwe samenwerkings- en financieringsvormen én nieuwe werkwijzen om maatschappelijk draagvlak te realiseren.

TNO heeft de duurzaamheidsverkiezing Enlightenmentz 2019 gewonnen. De onderzoeksinstelling maakt met methaanpyrolyse waterstof uit aardgas met met koolstof – en niet CO2 – als waardevol bijproduct. Het is betaalbaarder dan de alternatieven, kost relatief weinig energie en levert een extra waardevol product op. TNO/Voltachem verwacht dat deze technologie over enkele jaren marktrijp is. Het ontwikkelt bovendien een methode om koolstof zuiver uit de reactor te scheppen. TNO nam het op tegen Asbeter en Vertoro.

Methaanpyrolyse kan grootschalige inzet van emissieloos waterstof enorm versnellen. Voor de benodigde energie kan ook duurzame stroom worden ingezet. Dan is de totale CO2-uitstoot dus nihil. Bovendien is er per waterstofmolecuul beduidend minder energie nodig dan bij steam methane reforming, dan wel bij elektrolyse van water. Daardoor is het proces zeer competitief. Een potentiële gamechanger. Lees hier een uitgebreid artikel over de innovatie van TNO.

Bij Enlightenmentz 2019 verkiezing kijkt Industrielinqs pers en platform (uitgever van o.a. Het Nieuwe produceren en Petrochem) welke bedrijven in TRL (Technology Readiness Levels) 4, 5, 6, 7, of 8 met hun proces de industrie kunnen helpen verduurzamen. De winnaar wordt bepaald door een vakjury, internetstemmen en de bezoekers van het congres Het Nieuwe Produceren.

Om interessante innovaties de nodige aandacht te geven en om de kans op succes te vergroten krijgt de winnaar een zogenoemd slow money pakket. Dat betekent onder andere veel aandacht in onze vakbladen, websites en nieuwsbrieven. Ook krijgt de winnaar een jaar lang toegang tot het netwerk van Het Nieuwe Produceren.

De doorbraak van waterstof als schone energiedrager en grondstof lijkt nabij. Probleem is echter de CO2-uitstoot bij productie. Dat is te reduceren door na het traditionele proces kooldioxide af te vangen en ondergronds op te slaan; ofwel de blauwe variant. Of met groen waterstof, via elektrolyse van water. Maar er is nog een derde, minder bekende optie. Met methaanpyrolyse wordt waterstof uit aardgas gemaakt met koolstof – en niet CO2 – als waardevol bijproduct. Betaalbaar en binnen enkele jaren commercieel toepasbaar. Overal in de wereld wordt er onderzoek naar gedaan. Ook in Nederland. Door TNO bijvoorbeeld.

TNO is finalist van de Enlightenmentz 2019 verkiezing. Bij deze verkiezing kijkt Industrielinqs pers en platform (uitgever van o.a. Het Nieuwe produceren en Petrochem) welke bedrijven in TRL (Technology Readiness Levels) 4, 5, 6, 7, of 8 met hun proces de industrie kunnen helpen verduurzamen. Tijdens Het Nieuwe Produceren congres op 16 mei wordt de winnaar bekend gemaakt. Vanaf 9 mei kunt u op deze site op uw favoriet stemmen. TNO neemt het op tegen Vertoro en Asbeter.

Waarom is methaanpyrolyse zo interessant?
Groen waterstof is voorlopig nog heel duur en je hebt er veel energie voor nodig. Blauw waterstof is minder elegant. Je stopt CO2 onder de grond en ook daar zijn dure installaties voor nodig. Methaanpyrolyse is een emissieloze route die uitkomst kan bieden. De route is en betaalbaar, gebruikt minder energie en levert een extra waardevol product op: koolstof. De toepassingen zijn divers. Denk daarbij aan additief voor staal, vulmiddel in autobanden, grafiet, kleurstof en bodemveredelaar. Een potentiële groeimarkt. Een bijkomend voordeel van deze turquoise route is dat ook de CO2-emissie die vrijkomt bij de traditionele productie van de koolstof wordt voorkomen.

Wie zitten erachter?
TNO en het onderzoeksprogramma Voltachem, dat is opgericht om de chemische industrie verder te elektrificeren.

Hoe werkt het?
Bij deze technologie wordt bij hoge temperatuur in een gesmolten metaallegering methaan gesplitst tot waterstof en pure koolstof. De reactie heeft plaats in een bad van ongeveer 900 graden Celsius met gesmolten metaal. Aardgas vliegt er aan de bovenkant uit en vaste koolstof komt bovendrijven. Aardgas is nog steeds de voornaamste grondstof, naast mogelijk biomethaan. De uitstoot kan echter enorm worden gereduceerd en zelfs geneutraliseerd.

Wat is er bijzonder aan het onderzoek van TNO?
TNO is inmiddels bezig met een verfijning van het proces, om ook zuivere koolstof te produceren. Bij veel toepassingen is vervuiling met metaaldeeltjes niet gewenst. Bovendien wil je ook zuinig omspringen met het metaal. TNO-onderzoeker Rajat Bhardwaj heeft daarom boven het gesmolten metaal een extra zoutlaag aangebracht, zwaarder dan koolstof maar lichter dan het metaal. Als een filter. Boven de zoutlaag ontstaat zodoende de koolstof. Dat is er gemakkelijk van af te scheppen en extra te filteren.

Hoe snel is de technologie marktrijp?
Rond 2021 wil TNO een pilot-installatie bouwen en niet lang daarna kan commerciële toepassing volgen. Opschalen is bij deze technologie namelijk niet bijzonder ingewikkeld. Je kunt er meerdere in een fabriek neerzetten en elk molten metal bad is hetzelfde. Fabrieken zijn zodoende modulair op te bouwen en uit te breiden.

Waarom moet turquoise waterstof Enlightenmentz 2019 winnen?
Methaanpyrolyse kan grootschalige inzet van emissieloos waterstof enorm versnellen. Voor de benodigde energie kan ook duurzame stroom worden ingezet. Dan is de totale CO2-uitstoot dus nihil. Bovendien is er per waterstofmolecuul beduidend minder energie nodig dan bij steam methane reforming, dan wel bij elektrolyse van water. Daardoor is het proces zeer competitief. Een potentiële gamechanger.

Congres Het nieuwe Produceren. Thema: Briljante mislukkingen

De Enlightenmentz 2019 worden bekend gemaakt tijdens Het nieuwe Produceren congres op 16 mei bij Plant One in Rotterdam. Het thema van het congres is Briljante mislukkingen. Hoe komt het dat briljante ideeën in de realiteit toch regelmatig mislukken? Ook op het vlak van innovatie en verduurzaming in de industrie zijn verschillende voorbeelden te noemen. Wat zijn de oorzaken? En wat kunnen we ervan leren?

Wilt u er bij zijn? Dat kan! Schrijf u in via deze website.

Om te kunnen onderzoeken of op een veilige en duurzame manier energie kan worden opgewekt voor wegverlichting en matrixborden, of voor levering aan het elektriciteitsnet, zijn op een vangrail naast de provinciale weg N194 bij Heerhugowaard zonnecellen aangebracht. Deze proef met flexibele folie met zonnecellen duurt een jaar.

Naast de toepassing in de bekende zonnepanelen, kunnen zonnecellen ook ingebouwd worden in flexibele folies. Deze technologie is volop in ontwikkeling, de toepassingsmogelijkheden zijn groot en het rendement wordt steeds beter dankzij nieuwe ontwikkelingen in materialen. Onlangs werd de flexibele folie met zonnecellen over een lengte van 72 meter aangebracht in de dubbele vangrail naast de provinciale weg N194 bij Heerhugowaard. Het is wereldwijd voor het eerst dat zonnecellen zijn aangebracht op een vangrail.

Praktijkproef

Vorig jaar is al ervaring opgedaan met een kleine pilot-opstelling. Dit gaf vertrouwen om de proef bij de N194, onderdeel van project N23 Westfrisiaweg, te bouwen. Nu is het wachten op de eerste resultaten: is en blijft er een goede elektriciteitsproductie? Blijft de folie goed functioneren langs een weg in alle seizoenen? Kan de energie goed worden verzameld en getransporteerd, ook als er bijvoorbeeld een onderdeel uitvalt? Om op deze en andere vragen antwoord te geven, is er apparatuur geplaatst die veel data verzamelt van de pilot en deze doorstuurt voor analyse.

Of de proef met zonnecellen op de vangrail succesvol is, wordt najaar 2019 bekend. De volgende stap is om onderzoek te doen op grotere schaal, langs verschillende soorten wegen. Het project wordt uitgevoerd door de provincie Noord-Holland, TNO, Solliance Solar Research, Heijmans, Femtogrid en de Hogeschool van Amsterdam.