Concurrenten Shell en TotalEnergies mogen samenwerken bij de CO2-opslag in lege gasvelden op de Noordzee. Dat stelt de Autoriteit Consument & Markt (ACM) vast na bestudering van de plannen. Door CO2 door buizen te vervoeren en in oude gasvelden op te slaan komt dit broeikasgas niet in de atmosfeer terecht. Dit initiatief draagt daarmee bij aan de klimaatdoelstellingen.

Omdat samenwerking noodzakelijk is om dit initiatief van de grond te krijgen en de klimaatvoordelen te realiseren, is het niet erg dat de concurrentie tussen Shell en TotalEnergies in geringe mate wordt beperkt. De voordelen voor de klanten van beide bedrijven en voor de maatschappij als geheel zijn groter dan de negatieve effecten van die beperking.

Aramis

Shell en TotalEnergies willen grootschalig CO2 opslaan in lege gasvelden in de Noordzee. Dit is een onderdeel van het project ‘Aramis’ waarbij overheid, Gasunie en Energie Beheer Nederland met Shell en TotalEnergies samenwerken om onder meer een pijplijn met hoge capaciteit aan te leggen om lege gasvelden daarop aan te sluiten.

Afvang en opslag van CO2 draagt bij aan de vermindering van de CO2-uitstoot van bedrijven gevestigd in Nederland die op dit moment nog weinig alternatieven hebben. Het vergt forse investeringen omdat het om een hoge capaciteit en nieuwe innovatieve methode gaat. Om het project op gang te krijgen, moeten Shell en TotalEnergies gezamenlijk de CO2-opslag aanbieden. En gezamenlijk daarvoor de prijs bepalen met het oog op de ingebruikname van de eerste twintig procent van de capaciteit van de pijplijn. Voor de resterende tachtig procent worden geen gezamenlijke afspraken gemaakt.

Concurrenten

Shell en TotalEnergies zijn concurrenten van elkaar. Een samenwerking tussen twee concurrenten kan de prijs, kwaliteit en innovatie negatief beïnvloeden maar dat kan worden gecompenseerd door bepaalde voordelen die de samenwerking biedt voor de klanten van de bedrijven en de samenleving als geheel. Daarom hebben de partijen aan de ACM een informeel oordeel gevraagd of deze samenwerking past binnen de concurrentieregels die een uitzondering bieden op het verbod om de concurrentie te beperken als, kort gezegd, de voordelen opwegen tegen de nadelen.

Besluit

De ACM ziet dat er bij dit project een nieuwe markt wordt gemaakt: die van de opslag van CO2 in lege gasvelden. De startfase waarbij Shell en TotalEnergies samen hun opslag aanbieden krijgt door het project ‘Aramis’ een grootschalig en commercieel vervolg waar ook andere bedrijven die lege gasvelden beheren kunnen aansluiten op de pijplijn. Bedrijven moeten daarvoor flink investeren.

De ACM heeft gekeken of het initiatief past in de uitzonderingen die de concurrentieregels bieden. De ACM heeft hierbij bekeken of de bedrijven zelfstandig tot hetzelfde resultaat zouden kunnen komen. Verder heeft de ACM  speciaal gelet op de voordelen voor klanten van beide bedrijven en op de bijdrage die dit project levert aan de vermindering van de CO2-uitstoot, en daarmee aan de bijdrage die het levert aan het klimaatakkoord van Parijs. De ACM concludeert dat deze samenwerking noodzakelijk is om dit project succesvol te laten zijn. Daarbij zijn de voordelen voor de klanten en de maatschappij als geheel groter dan de nadelen van de beperking van de concurrentie. Daarbij is van belang dat de concurrentie niet wordt beperkt bij de resterende 80% van de capaciteit van het transport en de opslag. Daarom mogen volgens de ACM zowel op grond van de Nederlandse als van de Europese mededingingsregels deze bedrijven hun onderlinge concurrentie beperken bij de verkoop van de eerste twintig procent van het transport en de opslag van CO2 in hun lege gasvelden.

Duurzaam

De ACM heeft bij de beoordeling onder andere de concept leidraad duurzaamheidsafspraken toegepast. Daarin staat onder andere dat als een project bijdraagt aan de klimaatdoelstellingen van Parijs, de voordelen voor de hele maatschappij mee mogen wegen als een uitzondering wordt gemaakt op de concurrentieregels. Op die manier kan samenwerking tussen bedrijven een bijdrage leveren aan de klimaatdoelen.

Shell, Equinor en Total hebben een definitief investeringsbesluit genomen voor een CO2-opslagproject in Noorwegen. Equinor leidt het Northern Lights project, dat moet zorgen voor de opslag van 1,5 miljoen ton CO2 per jaar.

Dankzij het project kunnen Europese industriële bedrijven die CO2-uitstoot moeilijk kunnen reduceren, hun CO2 opslaan. Northern Lights kan daardoor bijdragen aan het halen van de klimaatdoelstellingen.

Het project wordt in fases opgestart. Fase 1 moet het mogelijk maken om CO2 te transporteren, injecteren en op te slaan in een leeg gasveld 2500 meter onder de zeebodem. Om dit mogelijk te maken komt er een speciale terminal in Øygarden (in het westen van Noorwegen). In eerste instantie gaat het om 1,5 miljoen ton CO2 per jaar. De capaciteit kan later worden uitgebreid als er meer vraag is van CO2-uitstoters in Europa. De investering voor deze eerste fase is omgerekend 630 miljoen euro.

2024

Namens de drie partijen heeft Equinor al niet-bindende overeenkomsten gesloten met verschillende Europese bedrijven voor de ontwikkeling van een waardeketen voor de afvang en opslag van CO2.

De plannen voor het project liggen nu bij het ministerie van olie en energie. Die moet nog toestemming geven voor het project. Als die toestemming er is, dan is de verwachting dat fase 1 in 2024 operationeel is.

Total verkoopt dochteronderneming Total E&P Deep Offshore Borneo aan Shell. Het bedrijf heeft 86,95 procent van het belang in Block CA1, honderd kilometer uit de kust van Brunei. Met de overeenkomst is driehonderd miljoen euro gemoeid.

Blok CA1 beslaat 5850 vierkante kilometer, met waterdieptes variërend van 1000 tot 2500 meter. Total exploiteert momenteel het blok samen met partners Murphy Oil (8,05 procent) en Petronas (5 procent).

De transactie wordt naar verwachting in december van dit jaar afgerond. ‘Deze transactie past in onze strategie om onze portefeuille actief te beheren en zal bijdragen aan ons programma om in de periode 2019-2020 5 miljard dollar aan niet-kernactiva af te stoten’, aldus Arnaud Breuillac, president exploration & production bij Total.

Total heeft een bioraffinaderij opgestart bij Marseille in het zuidoosten van Frankrijk. Nu de eerste batches biobrandstof worden geproduceerd, is er een einde gekomen aan de ombouw van een eerder verlieslatende olieraffinaderij. Het project werd in 2015 aangekondigd en heeft 275 miljoen euro gekost.

Total heeft de bestaande nafta-reformer in gebruik gehouden om het benodigde waterstof voor de bioraffinage te produceren. Het La Mède complex omvat naast een bioraffinaderij met een capaciteit van 500.000 ton biobrandstof per jaar ook een zonnepark dat energie kan leveren aan dertienduizend mensen. Verder staat er een eenheid die 50.000 kubieke meter AdBlue per jaar kan produceren, een additief waarmee vrachtwagens minder stikstofoxide uitstoten. En tot slot is het complex nu een hub voor logistiek en opslag geworden, met een capaciteit van 1,3 miljoen kubieke meter per jaar.

De bioraffinaderij kan allerlei soorten olie omzetten in biodiesel en biokerosine. Zestig tot zeventig procent van de olie komt van plantaardige oliën als zonnebloem-, raapzaad- en palmolie. De resterende dertig tot veertig procent van de olie komt van afval, zoals dierlijke vetten en frituurolie. Op het gebruik van palmolie in de bioraffinaderij heeft de Franse regering een maximum gezet van 300.000 ton per jaar. Dat is minder dan vijftig procent van het totale volume aan ruwe olie die in de raffinaderij zal worden verwerkt.

Lees hier ook over de ombouw van de raffinaderij van Eni bij Venetië tot bioraffinaderij.

Total Polymers Antwerp heeft gisteren haar vijftigjarig bestaan gevierd. Total produceert hier hoge-densiteitspolyethyleen (HDPE), een kunststof die wordt verwerkt tot allerlei consumptiegoederen en constructiematerialen.

De fabriek is niet altijd van Total geweest. In 1968 startte de polymeerfabriek in de haven van Antwerpen onder de naam Polyolefins, een joint venture tussen Rhône Poulenc, Phillips Petroleum en Petrofina. Over de jaren heen werd de site meermaals uitgebreid en na het vertrek van Rhone Poulenc in 1979 en Phillips Petroleum in 1986 kwam de fabriek volledig in handen van PetroFina. Door de fusie van PetroFina met Total en Elf maakt Total Polymers Antwerp sinds 2001 deel uit van de Total-groep.

Productieproces

In de fabriek van Total Polymers Antwerp wordt de grondstof ethyleen, die vanuit het zusterbedrijf Total Olefins Antwerp per pijpleiding wordt aangevoerd, door polymerisatie omgezet tot specialiteiten HDPE, een kunststof die wordt gebruikt in onder andere kinderspeelgoed, kunstgras, water- en gasleidingen, de brandstoftank van auto’s en de dopjes van drankflessen.

Jaarlijks wordt 510.000 ton HDPE geproduceerd, waarvan een aanzienlijk deel is gerecycled. Het staat op de planning om de gerecyclede polyethyleenproductie op basis van consumptieverpakkingsafval verder te ontwikkelen. Ook is zijn er plannen voor de ontwikkeling en industrialisatie van nieuwe metalloceen polyethyleenproducten door verbeterde katalysatoren.

Het Antwerpse platform van Total telt ongeveer 1700 medewerkers, waarvan er 162 werken voor Total Polymers.

Een topman van een multinational loop je niet vaak tegen het lijf. Voor journalisten zijn er daarom gelukkig nog steeds persconferenties. Het liefst om een paar vragen te stellen na het officiële gedeelte. De setting is deze keer heel bijzonder. Topman Patrick Pouyanné van Total in Saoedi-Arabië, kort na de aankondiging van een mega-investering in Jubail: ‘Hier gaat het niet om een modernisering, maar om nieuwbouw van een volledig petrochemisch complex.’ Een volgende stap naar meer diversificatie.

Maandag 8 oktober was topman Patrick Pouyanné even in Saoedi-Arabië om een belangrijke handtekening te zetten. Naast die van de CEO van Saudi Aramco, Amin Nasser. De twee bedrijven willen onder de naam Amiral een groot petrochemisch complex bouwen in Jubail, aan de oostkust van Saoedi-Arabië, naast hun eveneens gezamenlijke raffinaderij Satorp (62,5 procent Saudi Aramco, 37,5 procent en Total 37,5 procent). De nog nieuwe raffinaderij, die in 2014 in gebruik is genomen, verwerkt momenteel 440.000 vaten ruwe olie per dag.

Daar komt nu dus een kraker bij met een capaciteit van anderhalf miljoen ton etheen per jaar. De twee tekenden een overeenkomst voor de front-end engineering en design van een kraker met bijbehorende onderdelen. Bijzonder is dat Saudi Aramco en Total kiezen voor een integratie tussen de raffinaderij en de kraker. Deze zal voor vijftig procent worden gevoed met ethaan en afgassen van de raffinaderij. Total heeft een dergelijke integratie al eerder toegepast in haar Antwerpse raffinaderij, maar voor het Midden-Oosten zal het een primeur zijn.

De kosten voor het project van Saudi Aramco en Total worden geschat op vijf miljard dollar. Daarnaast zullen derde partijen naar verwachting nog zo’n vier miljard dollar investeren in petrochemische fabrieken in Jubail en daarbuiten. Deze zullen gebruikmaken van de feedstock die de kraker hen vanaf 2024 zal kunnen leveren. Bij elkaar dus maar liefst negen miljard dollar.
Voor Saudi Aramco past deze stap naadloos bij Vision 2030 van kroonprins Mohammed bin Salman om de economie van Saoedi-Arabië minder afhankelijk te maken van aardolie en van brandstoffen in het bijzonder. De vraag naar petrochemische producten blijft voorlopig enorm groeien, met name in Zuidoost-Azië, terwijl de toekomst van benzine, diesel en kerosine ongewis is. Een grote groei wordt niet meer verwacht en een daling van de vraag naar brandstoffen is op termijn is zelfs niet uitgesloten.

Nieuwbouw

Voor Total geldt eigenlijk een vergelijkbare redenering. Pouyanné: ‘Door verder de downsteam-keten in te gaan, winnen we aan veerkracht. Datzelfde geldt ook voor de verschuiving naar aardgas als grondstof. In het verleden werden polymeren direct gelinkt aan aardolie. Dat verandert. Steeds meer wordt aardgas de grondstof en dat is echt een voordeel.’ Het levert volgens hem niet alleen meer flexibiliteit op, maar ook winst voor het milieu. Aardgas is de schoonste fossiele grondstof.

De nieuwbouw van een volledig petrochemisch complex in Saoedi-Arabië is op dat vlak een belangrijke mijlpaal, stelt Pouyanné: ‘Natuurlijk ging het in Antwerpen ook om een grote investering (1,1 miljard euro, red.). Maar dat was een modernisering, hier gaat het om nieuwbouw van een volledig petrochemisch complex. Ook is de totale investering vele malen groter.’

Trump

Total investeert weer volop. Maar wel anders dan voor de financiële crisis, die net op zijn einde liep bij het plotselinge aantreden van Pouyanné. Oktober 2014 volgde hij Christophe de Margerie die tragisch om het leven was gekomen bij een vliegtuigongeluk in Rusland. Vers in zijn nieuwe ambt moest Pouyanné de val van de olieprijs onder ogen zien, naar onder de 25 dollar per vat. Hij gebruikte die lage prijs als onderbouwing om verder in de kosten te snijden. Nu de olieprijs weer boven tachtig dollar is geschoten, levert dat extra grote marges op.

tekst gaat verder onder de afbeelding
Total

Patrick Pouyanné (CEO Total): ‘Donald Trump zegt dat hij de prijs van een vat wil verlagen, maar zijn beleid heeft dat effect nog niet gehad.’ (c) Wim Raaijen

De schommelingen van afgelopen jaren zijn ongekend, met name als gevolg van internationale, politiek-economische ontwikkelingen. In het laatste jaar is de prijs per vat meer dan verdubbeld. Volgens Pouyanné had niemand dat verwacht. Saoedi-Arabië verhoogde weliswaar haar productie, maar de productie van Venezuela stortte in en ook de burgeroorlog in Libië zorgde ervoor dat daar de olieproductie verminderde. En dan natuurlijk het nieuwe Amerikaanse embargo van Iran. Daarmee werd een miljoen vaten per dag uit de markt gehaald. Pouyanné in Le Monde: ‘Donald Trump zegt dat hij de prijs van een vat wil verlagen, maar zijn beleid heeft dat effect nog niet gehad. Wel zal de groeiende Amerikaanse productie vroeg of laat op de wereldmarkt terechtkomen.’

EU

Eerder dit jaar besloot Total zich onder druk van de Amerikaanse sancties terug te trekken uit Iran, terwijl het bedrijf een jaar eerder nog van plan was om 4,8 miljard dollar te investeren in een nieuw gaswinningsproject. Ook de inspanningen van de EU, Rusland en China om de internationale deal met Iran overeind te houden, hebben het energiebedrijf niet op andere gedachten kunnen brengen. Pouyanné: ‘We leven in een wereld waarin één land haar wil oplegt. Wij als Total, een wereldwijd bedrijf dat actief is in honderddertig landen over de hele wereld, kunnen ons niet veroorloven om het risico te nemen dat we verbannen worden van het gebruik van het Amerikaanse financiële systeem. Dat is de realiteit van deze wereld. De EU probeert wat stappen te zetten, die volgens mij meer gericht zijn op het midden- en kleinbedrijf dan op de grote bedrijven.’

Polyetheenfabriek

De grilligheid van de internationale politiek en de daaruit voortvloeiende olieprijs sterken Total alleen maar in de gekozen strategie. Minder kwetsbaar worden door meer te investeren in petrochemische activiteiten, in aardgas als grondstof en ook groene energie en grondstoffen.

Op het vlak van petrochemische groei stelt Pouyanné dat ook buiten Frankrijk, Saoedi-Arabië en Antwerpen de strategie van diversificatie wordt gevolgd. Dat gebeurt ook met verschillende investeringen in de rest van de wereld. ‘Denk ook aan onze investeringen in de VS en Zuid-Korea.’ Zo bouwt Total (vijftig procent) momenteel met Borealis en Nova (samen vijftig procent) een nieuwe stoomkraker in Port Arthur, Texas. Onlangs kondigde deze joint venture ook de bouw van een nieuwe polyetheen-fabriek aan.

LNG-bedrijf

Ook de verschuiving naar aardgas is een belangrijk onderdeel van diversificatie. Onlangs zei Pouyanné daarover in de Le Monde: ‘Olie blijft nog lange tijd de dichtste energiebron en het gemakkelijkst te vervoeren. Maar het is niet langer een bron van sterke groei voor de lange termijn. We zullen het olieverbruik zien stabiliseren of zelfs licht dalen. Tegelijkertijd is gas voor ons een groeimotor: het is twee keer zo schoon als steenkool, vooral vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit. China vertrouwt op gas om het milieu in de steden te verbeteren. Ten slotte is het een ideale aanvulling van hernieuwbare energiebronnen. We zijn net klaar met de acquisitie van het LNG-bedrijf van Engie, waarmee Total de nummer twee in de branche ter wereld is geworden. In gas willen we aanwezig zijn in de hele keten, van productie tot distributie, via elektrische opwekking met gascentrales.’

Alternatieve brandstoffen

De meest opvallende verschuiving is misschien wel die in de richting van meer groene energie en grondstoffen. Zo versterkte Total recent haar positie op de Franse en Belgische energiemarkt door de overname van het energiebedrijf Direct Energie. Mogelijk is het ook in de race voor het overnemen van energieonderneming Eneco. Ook Shell zou zijn oog hebben laten vallen op het Nederlandse bedrijf.

tekst gaat verder onder de afbeelding
total

Pouyanné: ‘In het verleden werden polymeren direct gelinkt aan aardolie. Dat verandert.’

Voor Direct Energie, dat actief is in Frankrijk en België, betaalt Total 1,4 miljard euro en krijgt daarmee bijna 74,33 procent van de aandelen in handen. ‘De overname is onderdeel van onze strategie om de volledige keten van gas en elektriciteit uit te bouwen en te werken aan het ontwikkelen van energie met een lage CO2-uitstoot’, stelde Pouyanné bij de acquisitie.

De koers die Total op dit moment vaart, maakt deel uit van de strategie om de koolstofarme activiteiten uit te breiden. Het bedrijf wil komende jaren uitgroeien van olie- en gasconcern naar een brede leverancier van energie. In 2017 werd ook het Nederland gevestigde Pitpoint, dat zich bezighoudt met ontwikkeling van verschillende alternatieve brandstoffen, al overgenomen.

Total ziet een grote toekomst voor elektriciteit als energiedrager. De wereldeconomie wordt steeds meer geëlektrificeerd door de digitale en klimaatkwesties. Als gevolg hiervan zou het aandeel elektriciteit, momenteel twintig procent van alle energie van de energie in de wereld, de komende twintig jaar kunnen oplopen tot veertig procent. Het bedrijf wil daarom volgens Pouyanné investeren in koolstofarme elektriciteit en producent worden van elektriciteit uit gas en vooral ook hernieuwbare bronnen zoals zonne-, wind- en waterkrachtcentrales.

Solar adventure

Ook in Saoedi-Arabië ziet Pouyanné kansen. Tijdens de persconferentie windt hij er daarom ook geen doekjes om. ‘Er is hier enorm veel zon en ook veel ongebruikte ruimte voor zonnepanelen.’ Natuurlijk kent hij de plannen van de kroonprins op dit gebied en solliciteert dan ook opzichtig. ‘Total wil graag deel uitmaken van het solar adventure in Saoedi-Arabië.’

Saudi Aramco en Total willen een groot petrochemisch complex opzetten in Jubail, aan de oostkust van Saoedi-Arabië. De twee partijen hebben een overeenkomst getekend voor de front-end engineering and design (FEED) van een kraker met bijbehorende units.

De twee partijen hebben in Jubail al een raffinaderij waarin 440.000 vaten ruwe olie per dag kunnen worden verwerkt. Daar komt nu dus een kraker met een capaciteit van 1,5 miljoen ton etheen per jaar bij. Bijzonder is dat Saudi Aramco en Total kiezen voor een integratie tussen de raffinaderij en de kraker. Deze zal namelijk voor vijftig procent worden gevoed met ethaan en afgassen van de raffinaderij. Total heeft deze integratie al eerder toegepast in haar Antwerpse raffinaderij, maar voor de golfkust zal het een primeur zijn.

De kosten voor het project van Saudi Aramco en Total worden geschat op vijf miljard dollar. Daarnaast zullen derde partijen naar verwachting nog zo’n vier miljard dollar investeren in petro(chemische) fabrieken in Jubail en daarbuiten. Deze zullen gebruikmaken van de feedstock die de kraker hen vanaf 2024 zal kunnen leveren.

Lees meer over het project van Total in Antwerpen.

Total en Saudi Aramco investeren 5 miljard dollar in  een groot petrochemisch complex bij hun raffinaderij in het Saudische Jubail. Het gaat om een investering van 5 miljard dollar.

Het nieuwe complex in Jubail is een uitbreiding van de bestaande samenwerking tussen de bedrijven. De petrochemische installatie wordt ingepast in een bestaande raffinaderij van de joint venture Satorp. De Satorp-raffinaderij is voor 62,5 procent van Saudi Aramco en voor 37,5 procent van het Franse Total en produceert 440.000 vaten per dag. Naast de raffinaderij verrijst straks een grote stoomkraker, voor de helft gevoed met ethaan en voor de helft met andere koolwaterstofgassen uit de raffinaderij.

Aziatische markt

De kraker kan 1,5 miljoen ton etheen en verwante petrochemische producten produceren. Etheen wordt onder andere gebruikt als basis voor de kunststof polyetheen. De installatie zal andere fabrieken voorzien van grondstof. Andere partijen zullen daarin 4 miljard dollar investeren. Het project moet 8.000 banen opleveren en meer dan 2,7 miljoen metrische ton aan hoogwaardige chemieproducten.Het is Saudi-Arabië wil minder afhankelijk worden van de brandstoffemarkt. Investeren in chemie is een van de manieren om meer waarde uit de vaten opgepompte olie te halen. Total zegt met het project te willen inspelen op de snelgroeiende Aziatische markt voor polymeren.

 

In de stromende regen heeft Total in Antwerpen gisteren verschillende nieuwe installaties officieel in gebruik genomen als onderdeel van een enorm moderniseringsproject. Totale investering: 1,1 miljard euro.

Total denkt met de investering de uitdagingen in de Europese raffinagesector het hoofd te bieden. De vraag naar geraffineerde olieproducten daalde lange tijd, de kosten voor energie en personeel zijn hoog, de industrie is gefragmenteerd en installaties zijn op leeftijd. Bovendien is er al een tijdje sprake van overcapaciteit.

Laag zwavelgehalte

De Total-raffinaderij wil vanaf nu flexibel kunnen reageren op de vraag van de Europese markt naar meer diesel en stookolie, en minder naar benzine en zware stookolie. Bovendien wil het anticiperen op nieuwe regelgeving voor scheepsbrandstof die ingaat in 2020 en de vraag naar stookolie met een lager zwavelgehalte.

De modernisering gaat veel verder dan alleen de raffinaderij. Het Total-complex bestaat in Antwerpen uit drie productiesites; naast de raffinaderij ook een olefinen- en een polymerenfabriek.

Nafta vervangen

Waar de verschillende onderdelen van Total Antwerpen in het verleden nogal eens langs elkaar heen werkten, is met de modernisering meer dan ooit de integratie gezocht. Met het refinery offgas (ROG) project als lichtend voorbeeld. Sitemanager Jacques Beuckelaers: ‘Het is een erg simpel concept. In de restgassen  van de raffinaderij zit bijvoorbeeld veel ethaan, het is zonde om dat te verbranden. Nu kunnen we het upgraden naar een hoogwaardige grondstof voor de stoomkraker.’  Daarmee kan maar liefst twintig procent van de dure grondstof nafta worden vervangen.

Schaliegas

Een nog grotere klapper bij de vervanging van de nafta maakt Total met een derde, in verhouding kleine investering van vijftig miljoen euro. Afgelopen zomer begon Total Antwerpen met de productie van ethyleen met als grondstof ethaan, dat uit aardgas wordt geëxtraheerd en aanzienlijk goedkoper is dan feedstock uit olie. Beuckelaers: ‘Ethaan is aan de aardgasprijs geligneerd, waardoor we de ethyleen via de nieuwe route beduidend goedkoper kunnen produceren.’ Daartoe heeft het een van de twee stoomkrakers omgebouwd en de opslagterminal van de site aangepast. Jaarlijks wordt vanaf nu 200.000 ton ethaan per schip vanuit Noorwegen aangevoerd om er ethyleen van te maken.

Door ethaan en afgassen als feedstock te gebruiken lijkt Total een antwoord te hebben op de schaliegasrevolutie die in de VS een enorm investeringsgolf heeft teweeggebracht in de petrochemische industrie.

Lees uitgebreide artikelen over het moderniseringsproject van Total Antwerpen in het decembernummer van Petrochem.

Total neemt de olietak van het Deense A.P. Møller – Maersk over voor 7,5 miljard dollar.

Maersk ontvangt aandelen van Total met een waarde van bijna vijf miljard dollar en een belang van 3,75 procent. Daarnaast neemt het Franse olieconcern een schuld van 2,5 miljard dollar over van de Denen. De autoriteiten moeten nog wel akkoord gaan met de overname, de verwachting is dat de deal in het eerste kwartaal ban 2018 echt rond is.

De combinatie met Maersk Oil zal het concurrentievermogen van Total verbeteren. Het bedrijf verwacht dat het door het combineren van assets 400 miljoen dollar per jaar aan kostenvoordelen te hebben.