De pilotinstallaties van Impact Recycling en Uppact zijn gearriveerd in de Eemshaven. De installaties verwerken visnetten en ander maritiem kunststof afval van verwerker Beck & verburg tot polypropyleen, polyethyleen en gemengde halffabricaten.

Onlangs arriveerde de pilot machine van Impact Recycling vanuit het Verenigd Koninkrijk in de Eemshaven. Deze machine kan via de zogenaamde innovatieve BOSS-techniek kunststof (vis)netmateriaal recyclen polyetheen en polypropeen. De techniek gebruikt zogenaamde oscillatietechniek voor het scheiden van de twee polymeren.

Impact Recycling wil ook nieuwe verbindingen leggen met andere partijen in de circulaire keten. Het afval dat niet voor Impact Recycling geschikt is, net als twee reststromen, zal bij andere duurzame partners worden verwerkt.

Uppact

Ook Uppact bouwt op dit moment in de loods van Bek & Verburg een test- en demonstratiefaciliteit. Hun Australische pilot machine, the UnWastor, kwam recent in de Eemshaven aan. De komende maanden test Uppact verschillende stromen afvalplastic en -textiel met deze machine. De machine maalt de afvalstroom, dat smelt door de wrijvingswarmte. Het kunststofmengsel kan vervolgens worden gebruikt als dakpan, treeplank of plantenbak.

Uppact wil vooral afval uit de eigen regio upcyclen. De kunststofresten komen van de Waddenvereniging, de Jutfabriek Terschelling, NHL Stenden en Bek & Verburg. Ook verwerkt men reststromen van het UMCG en andere ziekenhuizen. Uiteindelijk wil men al het niet-recyclebare plastic en textiel afval in Nederland (en ook daarbuiten) op regionale basis circulair maken. De eerste twee grote verwerkingsinstallaties staan gepland voor 2023, waarvan de eerste met een geplande capaciteit van 15.000 ton per jaar in de Eemshaven komt.

De scale-up Ioniqa heeft een financieringsronde van tien miljoen euro afgerond voor een upcyclingproces om van PET-plastic een echt duurzaam materiaal te maken.

Ioniqa gebruikt de financiering om de tien kiloton-fabriek in Geleen verder op te voeren tot de volledige capaciteit. En ook om licentiepakketten voor te bereiden die begin 2022 op de markt komen. Het geld is afkomstig van één nieuwe investeerder, aangevuld met een aantal bestaande aandeelhouders.

Ioniqa is met haar proces in staat om alle soorten en kleuren PET-afval om te zetten in waardevolle ‘virgin-quality’ materialen voor voedselveilig PET-plastic. De scale-up onderzoekt ook upcycling processen voor andere soorten plastics en verwacht die in de nabije toekomst te lanceren.

De eerste tien kiloton fabriek van Ioniqa in Nederland is opgestart. Met de fabriek in Geleen kan het bedrijf PET-plastic op industriële schaal upcyclen.

Met haar technologie kan Ioniqa alle soorten en kleuren PET-afval omzetten in waardevolle grondstoffen voor zuiver, gerecycled PET. Deze zomer wordt het eerste PET-plastic afval ingenomen en verwerkt in de tien kiloton fabriek.

Tonnis Hooghoudt, CEO Ioniqa: ‘Met deze enorme stap voorwaarts levert Ioniqa in een keer de voornaamste wereldwijde bijdrage door daadwerkelijk PET-plastics eindeloos te recyclen in de circulaire economie.’

Andere plastics

Verdere optimalisaties vinden plaats om dit jaar nog op volledige capaciteit te gaan draaien. ‘De toekomst van plastic verpakkingen ziet er positief uit’, zegt Hooghoudt. Er wordt onderzoek gedaan naar processen voor het upcyclen van andere soorten plastic en de verwachting is dat deze in de nabije toekomst kunnen worden gelanceerd. ‘We passen een vergelijkbaar proces toe op andere plastics inclusief synthetische vezels en mogelijk zelfs bioplastics. Hiermee dragen we verder bij aan een schonere en gezondere omgeving voor de toekomstige generatie.’

Lees hier in een eerder artikel wat Ioniqa doet.

Ioniqa maakt nu echt de stap van scale-up naar de markt. Het technologiebedrijf bouwt zijn eerste PET-plastic up-cyclingfabriek, op de Brightlands Chemelot Campus in Geleen. In deze fabriek wordt vanaf de zomer 2019 PET-plasticafval volledig circulair omgezet naar hoogwaardige, pure PET-grondstof. Daar kunnen weer nieuwe producten voor voedselverpakkingen van worden gemaakt. 

In april maakte Ioniqa bekend dat het een samenwerkingsverband is aangegaan met Unilever en PET-producent Indorama. Volgens Tonnis Hooghoudt, CEO van Ioniqa, vormt de samenwerking met beide multinationals een belangrijke basis. ‘Sinds 2011 werken we in ons lab in Eindhoven aan de technologie om alle kleuren PET-plastic afval èn textiel op oneindige basis te kunnen up-cyclen. De voorbije twee jaar hebben we in onze demonstratiefabriek in Rotterdam-Botlek bij Plant One veel testen uitgevoerd. Dit deden we onder meer voor Unilever en Indorama, die onze grondstof hebben gevalideerd voor voedselverpakkingen. Dat was van groot belang, want zo’n validatie betekent heel veel voor de markt om een circulaire oplossing te omarmen.’

Fabriek

De Ioniqa-fabriek in Geleen komt in een nieuwe hal die eind dit jaar klaar zal zijn. In het eerste halfjaar van 2019 worden de fabrieksinstallaties geplaatst en daarna volgt het opstartproces. Het is de bedoeling dat het eerste product ook in 2019 wordt afgeleverd. De fabriek is goed voor een productie van 10.000 ton PET-grondstof. Daar kunnen weer PET-producten van alle mogelijke kleuren van worden gemaakt. ‘De aanvoer van het benodigde PET-afval is voor deze 10.000 ton-fabriek al verzekerd, evenals de afzet van onze nieuwe, pure PET-grondstof.’

Over de locatie, op de Brightlands Chemelot Campus, stelt Hooghoudt dat dit een perfecte plek is, op een goed geoutilleerd terrein waar de Ioniqa-fabriek volledig naar wens is te realiseren. En met een groot achterland voor aanvoer van grondstof (dicht bij Duitsland, België en Frankrijk). ‘Als plastic hub in Europa is Limburg een prima locatie.’

Licentie

Hooghoudt hoopt dat deze eerste Ioniqa-fabriek door vele gevolgd zullen worden. De 10.000 ton-fabriek is in vergelijking tot de vraag in de markt nog steeds relatief klein. Schaalvergrotingen tot 100.000 of 200.000 ton zullen zeker volgen. ‘Dat is meer iets voor kapitaalkrachtigere en wereldwijd opererende partijen’, aldus de CEO van Ioniqa. ‘Wij richten ons op het verlenen van licenties van onze technologie, wereldwijd. Daarmee zal ook zeker worden gesteld dat de technologie sneller wordt geïmplementeerd. Ioniqa zal zich in de toekomst blijven richten op verdere technologieontwikkeling om ook andere typen plastics – en in de toekomst ook bio-plastics – te kunnen recyclen.’

Het is zo goed als rond. Volgend jaar moet er in Nederland een fabriek draaien waarin petflessen volledig kunnen worden gerecycled. Voedselgigant Unilever deed de afgelopen maanden onderzoek met startup Ioniqa en PET-producent Indorama naar de mogelijkheden om PET-afval weer om te zetten in zuivere plastic bouwstenen. En met succes, want de bouw van een fabriek waarin dit proces wordt toegepast, lijkt werkelijkheid te worden. 

Het bleek tot nu toe vaak lastig bepaalde flessen te recyclen. Zo zaten er in een groot aantal flessen bepaalde stoffen, zoals ammoniak, die het materiaal ongeschikt maakte voor bijvoorbeeld de voedselindustrie. Ook was het lange tijd een probleem om gekleurde limonadeflessen en olijfolieflessen te recyclen, omdat het moeilijk was de kleur uit het materiaal te halen. Inmiddels heeft Ioniqa een gepatenteerde technologie ontwikkeld dat al het PET-afval – waaronder ook de gekleurde verpakkingen en de verpakkingen met schadelijke stoffen – kan omzetten in zuivere plastic grondstoffen.

Samenwerking

PET wordt veel gebruikt voor de productie van plastic verpakkingen. Wereldwijd wordt ongeveer twintig procent van dit materiaal gerecycled. De rest wordt verbrand, belandt op de vuilstortplaats of in de natuur. Unilever is een samenwerking aangegaan met PET-fabrikant Indorama en Ioniqa, een spin-off van de Technische Universiteit Eindhoven, om dit probleem aan te pakken.

De afgelopen maanden hebben de samenwerkende partijen een proefinstallatie gebouwd. Hierbij is ook getest of de gerecyclede flessen dezelfde kwaliteit vertonen als nieuwe petflessen. En het resultaat was positief: de kleur en eigenschappen van de gerecyclede fles zijn namelijk precies hetzelfde als die van een nieuwe fles. Door deze uitkomst hoopt men in de toekomst geen olie meer te hoeven gebruiken voor de productie van petflessen.

Akkoord

Als het aan Unilever ligt, komen in 2019 de eerste mayonaiseflessen van het gerecyclede materiaal op de markt. In 2025 wil de voedselgigant alleen nog maar herbruikbaar, recyclebaar of composteerbaar plastic verpakkingen gebruiken. En uiteindelijk wil het bedrijf helemaal van plastic af. Om dit te kunnen realiseren, streeft Ioniqa ernaar om volgend jaar al een fabriek operationeel te hebben. En het lijkt erop dat dit gaat lukken. Er is bijna een akkoord bereikt over een geschikte locatie, met een nog onbekende gemeente.

Duurzaam betekent in onze beleving nog te vaak houdbaar. Maar willen we nog rondrijden in vervuilende diesels uit de jaren negentig? En moeten we nog steeds fabrieken bouwen die twintig, dertig, veertig of zelfs vijftig jaar meegaan? Het Nieuwe Produceren 2018 op 19 april in Scherpenzeel gaat over Upcycling. Soms moeten we bestaande producten afbreken, om te kunnen verbeteren. 

Recycling betekent nog te vaak ‘downcycling’: hergebruik van materialen in producten met een lagere toegevoegde waarde. De grondstof degradeert als het ware. Ook het klassieke recyclen kent nadelen. Producten herleiden naar hun oorspronkelijke grondstof is namelijk in veel gevallen energieslurpend.

De staat waarin het recycleproces nu verkeert, moet en kan anders. Zodoende richten steeds meer grote organisaties, maar ook kleine bedrijven, zich op ‘upcycling’. Hierbij krijgt een grondstof een hogere zuiverheid dan voorheen. Denk bijvoorbeeld aan die dieselauto uit de jaren ’90. Deze kan men uit elkaar halen en de materialen hergebruiken in nieuwere en veel efficiëntere auto’s.

‘Niet compenseren, maar accelereren’

Kennisplatform ‘Het Nieuwe Produceren gaat op 19 april tijdens haar congres in Scherpenzeel onder andere op zoek naar voorbeelden van upcycling. Onder het motto ‘Niet compenseren, maar accelereren’ komen die dag verschillende sprekers aan het woord die vanuit hun eigen expertise ingaan op het thema.

VPRO Tegenlicht

De dag wordt geopend met een lezing door televisiemaker Rob van Hattum (VPRO Tegenlicht). Met zijn documentaires ‘Afval=Voedsel’ vestigde hij tien jaar geleden de aandacht op het idee van cradle-to-cradle, een gedachtegoed dat inmiddels wijdverspreid is. Maar hoe kijkt hij inmiddels aan tegen deze beweging?

In de middag volgt onder andere een lezing van prof. Henk Akkermans (World Class Maintenance). Volgens hem kan de enorme hoeveelheid beschikbare data ons helpen om verouderde industriële installaties te verbeteren, zodat ze ook in de toekomst zullen voldoen aan de steeds hogere eisen op het gebied van veiligheid, energie-efficiëntie en het verkleinen van de CO2-afdruk.

CO2 als grondstof

Verder zal Petrus Postma (Bloc) een presentatie verzorgen over CO2 als grondstof, volgens hem misschien wel de ultieme vorm van upcycling. Momenteel wordt er wereldwijd onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor CO2 als grondstof, en inmiddels zijn ook de eerste investeringsprojecten van de grond gekomen.

De afsluitende lezing wordt verzorgd door Rob Stevens (Wepa). Wepa Nederland produceert al meer dan tachtig jaar hygiënepapier en innovatieve oplossingen voor toiletruimten. Het bedrijf is toonaangevend op het gebied van duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Zo produceert het bedrijf bijvoorbeeld hygiënepapier dat cradle-to-cradle gecertificeerd is. Maar wat zijn precies de beweegredenen van de papierproducent?

Verkiezing

Speciale aandacht is er tijdens het congres voor de Enlightenmentz of the Year 2018. Deze duurzaamheidsverkiezing is bedoeld om producten en processen die de groene industriële revolutie kunnen veroorzaken een duwtje in de rug te geven. Aan het eind van het congres worden de winnaars van de verkiezing bekend gemaakt.

Meer informatie over het congres vindt u op:  www.hetnieuweproduceren.nu/jaarcongres

Waarom zouden chemieclusters geen netto-gebruikers van CO2 worden? Geestelijk vader van cradle-to-cradle Michael Braungart kan er zich aan ergeren dat CO2-neutraal en reductie van uitstoot ongeveer als het hoogste streven wordt gezien. ‘Bomen stoten ook uit, maar ze zijn carbon positive, ze zetten CO2 om in biomassa en zuurstof.’ Volgens Braungart moeten we af van ons calvinisme: ‘We moeten niet minder doen van wat slecht is, maar veel meer van het goede.’

Sinds chemicus Michael Braungart in 2002 samen met architect William McDonough het boek Cradle to Cradle schreef, wordt hij internationaal gezien als een invloedrijk denker. Het gedachtengoed is door velen – waaronder grote bedrijven – overgenomen en bedrijven kunnen hun producten tegenwoordig zelfs cradle-to-cradle certificeren. Ondertussen scherpten de heren hun ideeën aan.

Sinds hun tweede boek The Upcycle, rekenden Braungart en McDonough een paar jaar geleden af met begrippen als “duurzaamheid” en “circulaire economie”. ‘Helemaal jullie Nederlandse term “duurzaam” houdt ons af van wat nodig is. In Nederland betekent duurzaam dat je producten zo lang mogelijk moet gebruiken. Dat ze lang meegaan. Het werkt innovatie juist heel erg tegen’, stelt Braungart, die onder andere college geeft aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en wereldwijd nog steeds een veelgevraagde spreker is. ‘Ik wil pleiten voor overvloed voor iedereen, zonder dat we de aarde daarvoor uitputten. Daarbij draait alles om kwaliteit, schoonheid en innovatie’, vertelt hij net nadat hij een keynote heeft gegeven bij een congres voor het hoogste management van foodconcern Cargill in het Muziekgebouw aan het IJ in Amsterdam.

Oude Mercedessen

Braungart moet er niet aan denken dat we bijvoorbeeld nog massaal in verouderde, brandstof slurpende, vervuilende dieselauto’s zouden rondrijden, alleen omdat de auto’s zelf heel lang mee moeten gaan. De materialen die in deze auto’s zitten, kunnen juist weer een nieuwe bestemming krijgen in verbeterde producten. Bijvoorbeeld in zuinigere en schonere auto’s. Dat is het idee van upcycling. Het geldt natuurlijk op allerlei terreinen. Je zou bijvoorbeeld kunnen zeggen dat veel chemiebedrijven produceren met zwaar verouderde diesels. Chemische installaties worden voor dertig, veertig, vijftig jaar neergezet. En misschien zijn ze energie-efficiënter dan ooit, maar grote stappen worden niet gezet. Braungart: ‘Op deze manier blokkeer je chemische productie in wezen decennialang voor fundamentele innovatie.’

Er is volgens Braungart veel mis met onze denkmechanismen, te beginnen bij ons groene vocabulaire. En niet alleen het woord duurzaam. ‘We moeten ook af van termen als recycling en circulaire economie. Het lijkt heel wat, maar die begrippen staan nog steeds voor lineaire processen. Materialen worden bij recycling heel vaak hergebruikt in producten met een lagere waarde. Daarmee doe je geen recht aan innovatie. Met veel enthousiasme werd een tijdje geleden bijvoorbeeld gepresenteerd dat staal uit oude Mercedessen een nieuwe functie kan krijgen in de constructies van gebouwen. Ik ben daar minder positief over. Want in het staal zitten bijvoorbeeld ook nog concentraties zeldzame en dure aardmetalen, die in producten met een veel hogere toegevoegde waarde kunnen worden verwerkt, zoals in smartphones. Haal die er eerst maar eens uit. Dan doe je aan upcycling. Je geeft een deel van de materialen in het volgende product meer waarde dan daarvoor. En is het materiaal dat overblijft werkelijk het beste af in staalconstructies van gebouwen?’

tekst gaat door na de foto

michael-braungart-032-kopie

Carbon positive

In zijn gedachtegoed bouwt Braungart voortdurend voort op de basis van cradle-to-cradle: Producten moeten aan het einde van hun gebruiksfase niet worden gezien als afval. ‘Afval is een kwaliteitsprobleem. Producten zijn samenstellingen van waardevolle materialen. Of ik in dezelfde lijn denk als Thomas Rau? Het is andersom. Het is mijn werk! Rau borduurt voort op mijn gedachtegoed. Dat is wat architecten doen. Die laten zich inspireren. In dit geval is dat ook prima, want hoewel Rau geen klant volledig op eigen kracht heeft verworven, zorgt hij ervoor dat goede zaken verder worden gebracht. Het is sowieso veel beter dan dat we met ons allen terugvallen op mechanismen en termen als circulaire economie.’

Niets beter voor evangelisatie, dan je bijbel laten jatten? ‘Ja, dat is wel een goede vergelijking, hoewel het verband met religie hier misschien wat ongelukkig is. Het is juist het calvinisme dat ons in het Westen al heel lang op het verkeerde been zet. Het is ook niet verwonderlijk dat we momenteel in Japan het meest succesvol zijn met onze ideeën. Daar weten ze namelijk wat total quality management inhoudt. Het draait om continu verbeteren. Hier in het Westen en zeker ook in Nederland doen we vooral aan schuldmanagement. We voelen ons schuldig omdat we de natuur aan het vernietigen zijn en willen dat goedmaken. We zijn ons continu aan het verontschuldigen dat we hier zijn. Ook willen we terug naar de natuur en dan kijken we vanaf een terras naar mooie vergezichten.’

Braungart rekent graag af met dat romantische beeld. ‘Alles moet biobased worden? Uiteindelijk is aardolie ook gewoon biobased! Echt, de natuur is allesbehalve lieflijk. In de natuur komen stoffen voor die vele malen giftiger zijn dan de meest toxische synthetische stoffen. We moeten ophouden de natuur te romantiseren. Wel kunnen we de natuur zien als onze leermeester en partner.’

En dan moeten we direct af van het schuldgevoel en ons compensatiegedrag. Hoewel de toon van Braungart vaak heel kritisch is, is zijn boodschap positief en optimistisch. ‘We moeten niet minder doen van wat slecht is, maar veel meer van het goede. Het draait om kwaliteit, kwaliteit en nog eens kwaliteit. Een beter leven voor iedereen. We moeten doen wat goed is voor alle miljarden mensen. Een product dat niet goed is voor iedereen, is eenvoudig niet goed genoeg. Als we ons richten op meer van het goede, is ook veel meer mogelijk. Als we alleen maar compenseren wat niet goed is, dan tendeer je naar nul. Met steeds kleinere stapjes. Staat het goede centraal, dan wordt juist steeds meer mogelijk.’

Precies daarom ergert Braungart er zich aan als CO2-neutraal en reductie van uitstoot ongeveer als het hoogste streven wordt gezien. ‘De stad Amsterdam wil CO2-neutraal worden. Het is gewoon pervers! Heb je ooit van een CO2-neutrale boom gehoord? Bomen stoten ook uit, maar ze zijn carbon positive, ze zetten CO2 om in biomassa en zuurstof. Neutraal… Stel je voor dat een vader of moeder straks thuiskomt en zegt: ‘Vandaag ben ik eens kindneutraal’. Dat kan niet eens. Net zo goed dat CO2-neutraal gewoon niet bestaat.’

tekst gaat door na de foto

michael-braungart-031-kopie

NOx

Voor de chemische industrie heeft chemicus Braungart ook een positieve boodschap. Industriële clusters als Rotterdam, Antwerpen, Chemelot en de Eemsdelta kunnen carbon positive worden, is zijn overtuiging. ‘Ze kunnen CO2 uit de atmosfeer halen en er heel goede dingen mee doen. Ook chemiebedrijven moeten af van het concept afval. Denk alleen maar in nutriënten. Ook CO2 is gewoon voeding. De atmosfeer is een opslagmedium, een batterij voor onder andere CO2. In Dubai zijn we momenteel bij een project betrokken waar we methaan of methanol maken uit CO2 en water. Gewoonweg door ze samen tot de gewenste temperatuur op te warmen. Een eenvoudig thermisch proces dus.’

Hetzelfde geldt ook voor NOx. ‘We vinden dat we problemen als zure regen prima hebben opgelost door stikstofoxiden te neutraliseren. Maar waarom beschouwen we ze niet als waardevolle grondstoffen? In Ludwigshafen gebruikt BASF momenteel evenveel energie als Denemarken in totaal. Een groot deel daarvan is nodig voor de productie van ammoniak.’ Hiervoor zijn enorme hoeveelheden aardgas nodig als grondstof en als brandstof. Braungart: ‘Waarom gaan we niet met duurzaam opgewekte energie ammoniak maken van NOx?’

De chemische bouwstenen liggen dus voor het oprapen. Ook op het gebied van autobrandstoffen. ‘Ik geloof niet dat volledig elektrische auto’s de toekomst hebben. De infrastructuur ligt er nog niet en laadstations zijn bijvoorbeeld duur. Ik denk dat hybride auto’s met brandstofcellen en batterijen meer kans maken. Ze rijden dan op synthetische brandstoffen, bijvoorbeeld waterstof of methaan. Geproduceerd onder andere door elektrolyse van water met wind- of zonne-energie. Power to fuel.’

Het Nieuwe Produceren

Het Nieuwe ProducerenHet Nieuwe Produceren is een nieuw platform waarin industriële vooruitgang centraal staat. Het platform geeft informatie over ontwikkelingen en innovaties die de industrie duurzamer, slimmer en veiliger maken. Het platform wil de industrie bewuster maken van de mogelijkheden. Via artikelen in onze vakbladen, de website www.hetnieuweproduceren.nu, de nieuwsbrief en met diverse bijeenkomsten en congressen bereikt het platform haar doelgroep.

Al een tijdje worstel ik met de term duurzaam. Deels omdat er sleet op zit. Zo wordt het woord te veel in marketingslogans gebruikt, zonder al te veel inhoudelijke lading. Als een product het predicaat duurzaam krijgt, hoor ik mijn natuurkundeleraar van de middelbare school al streng vragen: ‘En hoeveel duurzaam dan wel?’ Het woord geeft de indruk dat er maar twee smaken zijn: duurzaam of niet duurzaam. Totaal niet realistisch dus. In die zin geven afgeleide woorden als duurzamer of verduurzamen tenminste nog ruimte voor ontwikkeling en verschillende tinten groen.

Ook heeft duurzaam te veel betekenissen. Zo betekent de term bij de notaris heel wat anders dan in de energiesector. In de industrie hoor ik steeds meer mensen worstelen met het woord. Innovatieve technologiebedrijven kommen niet binnen bij productiebedrijven met een belofte op het gebied van duurzaamheid. Wel met oplossingen die meer efficiëntie, bijvoorbeeld reductie kunnen brengen. Als techniekfilosoof van huis uit, stel ik mezelf meteen de waaromvraag. Waarom is dat dan zo?

Fundamentele innovatie

Onlangs mocht ik Michael Braungart interviewen voor deze Petrochem. Bij hem vond ik meer inzicht in mijn worsteling. Sinds de Zwitserse chemicus in 2002 samen met architect William McDonough het boek Cradle to Cradle schreef, wordt hij internationaal gezien als een invloedrijk denker. Hoewel je dat niet van een grondlegger van het cradle-to-cradle-principe zou verwachten, is hij helemaal klaar met de term duurzaam. Braungart in het hoofdinterview van deze editie: ‘Helemaal jullie Nederlandse term “duurzaam” houdt ons af van wat nodig is. In Nederland betekent duurzaam dat je producten zo lang mogelijk moet gebruiken. Dat ze lang meegaan. Het werkt innovatie juist heel erg tegen.’

Juist innovatie kan ons verder brengen. Braungart moet er niet aan denken dat we bijvoorbeeld nog massaal in slurpende dieselauto’s uit de jaren negentig van de vorige eeuw zouden rondrijden. Alleen omdat de auto’s zelf heel lang mee moeten gaan. De materialen die in deze auto’s zitten, kunnen volgens hem juist weer een nieuwe bestemming krijgen in verbeterde producten. Bijvoorbeeld in zuinigere en schonere auto’s. Dat is het idee van upcycling, het thema van een recenter boek van Braungart en McDonough: The Upcycle (2013). Een idee dat toepasbaar is op veel terreinen. Je zou bijvoorbeeld kunnen zeggen dat veel chemiebedrijven produceren met zwaar verouderde diesels. Chemische installaties worden voor dertig, veertig, vijftig jaar neergezet. Misschien zijn ze energie-efficiënter dan ooit, maar grote stappen worden niet gezet. Braungart: ‘Op deze manier blokkeer je chemische productie in wezen decennialang voor fundamentele innovatie.’

Het Nieuwe Produceren

Het draait volgens Braungart dus niet om duurzaamheid, niet om een stap terug zetten, en helemaal niet terug naar de natuur. Hij pleit juist voor technologische vooruitgang en oplossingen die overvloed bieden voor iedereen, maar wel zonder dat we de aarde daarvoor uitputten. Daarbij draait alles volgens hem om kwaliteit, schoonheid en innovatie.

Eerder dit jaar besloot Industrielinqs het platform Duurzaam Geproduceerd een nieuwe naam en een nieuwe lading te geven. Onder meer omdat we worstelden met de term duurzaam. Maar ook is ‘geproduceerd’ een voltooid deelwoord, terwijl er nog heel veel te verbeteren valt. We kozen daarom voor de titel Het Nieuwe Produceren, omdat juist innovatie de industrie kan verbeteren. En de ondertitel ‘duurzamer, veiliger, slimmer’ belichaamt de vooruitgang waarover we willen schrijven. Met dank aan Braungart weten we nu nog meer waarom.

Ik nodig u graag uit om alvast een kijkje te nemen op onze nieuwe site www.hetnieuweproduceren.nu. Uiteraard volgt er nog veel meer.

Reageren? Via de mail: wim@industrielinqs.nl
of via Twitter: @wimraaijen

Sinds chemicus Michael Braungart in 2002 samen met architect William McDonough het boek Cradle to cradle schreef, wordt hij internationaal gezien als een invloedrijk denker. Het gedachtengoed is door velen – waaronder grote bedrijven – overgenomen en bedrijven kunnen hun producten tegenwoordig zelfs cradle-to-cradle certificeren. Ondertussen scherpten de heren hun ideeen aan. Sinds hun tweede boek The Upcycle, rekent Braungart af met begrippen als duurzaamheid en CO2-neutraal.

‘Helemaal jullie Nederlandse term “duurzaam” houdt ons af van wat nodig is. In Nederland betekent duurzaam dat je producten zo lang mogelijk moet gebruiken. Dat ze lang meegaan. Het werkt innovatie juist heel erg tegen’, stelt Braungart, die onder andere college geeft aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. ‘Ik wil pleiten voor overvloed voor iedereen, zonder dat we de aarde daarvoor uitputten. Innovatie is daarbij juist heel belangrijk.’

Braungart moet er niet aan denken dat we bijvoorbeeld nog massaal in verouderde dieselauto’s zouden rondrijden, alleen omdat de auto’s zelf heel lang mee moeten gaan. De materialen die in deze auto’s zitten, kunnen juist weer een nieuwe bestemming krijgen in verbeterde producten. Dat is upcycling.

Upcycling

Er is meer mis met ons groene vocabulaire. Braungart: ‘We moeten ook af van termen als recycling en ciculaire economie. Die zorgen nog steeds voor lineair processen. Materialen worden bij recycling hergebruikt in producten met een lagere waarde. Met veel enthousiasme werd bijvoorbeeld gepresenteerd dat staal uit oude mercedessen een nieuwe functie krijgen in de constructies van gebouwen. Ik ben daar veel minder positief over. Want in het staal zitten ook nog concentraties zeldzame en dure aardmetalen, die in producten met een veel hogere toegevoegde waarde kunnen worden verwerkt. Haal die er eerst maar eens uit. Dan doe je aan upcycling.’

Ook kan hij er zich aan ergeren als CO2-neutraal en reductie van uitstoot ongeveer als het hoogste streven wordt gezien. ‘Bomen stoten ook uit, maar hebben CO2 juist als voeding. Ze zetten CO2 om in biomassa en zuurstof. Daar kunnen bedrijven ook naar streven. Niet minder doen van wat slecht is, maar meer van het goede.’