Shell heeft het zonnepark Sas van Gent-Zuid in de gemeente Terneuzen officieel geopend. Het park heeft 55.000 zonnepanelen met een piekcapaciteit van 30 megawatt en is gebouwd op 24,2 hectare grond waar vroeger een suikerfabriek stond.

Shell heeft nu vier operationele zonneparken in Nederland. Naast Sas van Gent-Zuid heeft het bedrijf zonneparken in Moerdijk (76.000 panelen, 27 MW), Heerenveen (34.300 panelen, 14 MW) en Emmen (28.500 panelen, 12 MW). In aanbouw is energiepark Pottendijk bij Emmen, waar zonne-energie wordt gecombineerd met windenergie. Het gaat om 90.000 panelen (50 MW) en 14 windturbines (50 MW). Shell rekent op een jaarlijkse productie van 170 GWh. Eind 2022 moet volgens planning het windpark in bedrijf gaan, het zonnepark volgt begin 2023.

Op de foto: Zonnepark Moerdijk.

Een consortium onder leiding van TNO onderzoekt flexibele zonne-energiesystemen op water; het Solar@Sea II project. Het systeem bestaat uit flexibele drijvers met daarop gemonteerde flexibele zonnepanelen. De afgelopen dagen is het geïnstalleerd in het Oostvoornse Meer, vlak bij de Maasvlakte.

Het concept bestaat uit twee drijvers van 7×13 meter met daarop 20 kWp aan zonnepanelen. Het bijzondere aan de opstelling is dat zowel de zonnepanelen als de drijvers van flexibel materiaal zijn gemaakt. Daardoor buigen de drijvers en de panelen mee met de golven. Ze bieden minder weerstand aan de golven waardoor de drijvers en de verankering lichter, en daarmee goedkoper, kunnen worden uitgevoerd dan bij starre drijvers. Het consortium kijkt in dit onderzoek naar verschillende aspecten, zoals energieopbrengst, gedrag van de flexibele drijvers bij golven en harde wind, aangroei van organisch materiaal en economische rendabiliteit.

Commercieel systeem

De pilot loopt tot de zomer van 2022 en is de eerste stap in het realiseren van economisch rendabele zonnepaneelsystemen op zee. Een vervolgstap is het installeren van een systeem op de Noordzee. In eerste instantie is het doel om daarmee een efficiënte installatie- en onderhoudsmethode te testen die het consortium nu al aan het ontwikkelen is. Dit is belangrijk omdat de installatie en het onderhoud van drijvende systemen op zee veel lastiger zijn dan op land en daarmee zomaar veel duurder kan uitpakken.

Het is de ambitie van het consortium om rond 2024 een commercieel systeem van 1-5 MWp te bouwen. Dit zou dan elektrisch aangesloten moeten worden op een van de nieuwe windparken op de Noordzee. Omdat de productie van zon- en windenergie in de tijd elkaar weinig overlappen hoeven hiervoor geen extra kabels naar land te worden gebracht.

Partners

Naast TNO zijn Bluewater Energy Services, Genap, Marin, Endures en Avans Hogeschool als partners betrokken bij het consortium. Bluewater is verantwoordelijk voor de verankering van het systeem, Genap heeft de flexibele drijvers ontwikkeld en Marin heeft de hydrodynamische eigenschappen van de drijvers getest. Endures onderzoekt (het voorkomen van) organische aangroei op de panelen en drijvers en Avans ontwikkelt onderhoud- en recyclingstrategieën voor dit concept.

Energie-Nederland is blij met het nieuws dat het demissionair kabinet volgend jaar ruim 6,8 miljard euro extra uittrekt voor het verminderen van de CO2-uitstoot. Het geld zal onder andere worden gebruikt voor investeringen in noodzakelijke energie-infrastructuur zoals waterstof en de verduurzaming van huizen. De belangenvereniging vraagt wel om ook na 2030 oog te houden voor ondersteuning van duurzame energieprojecten.

De urgentie om méér te investeren in de klimaatmaatregelen wordt met de gepresenteerde begroting onderstreept. Om ook na 2022 te kunnen blijven toewerken naar de doelen van 2030, roept Vereniging Energie-Nederland het kabinet op om snel besluiten te nemen over het vergroten van het aanbod CO2-vrije elektriciteit. Daarnaast is het cruciaal dat het kabinet stuurt op voldoende en tijdige investeringen in de energie-infrastructuur.

Meer aanbod CO2-vrije elektriciteit

Voor de elektrificatie van de industrie, vervoer en gebouwde omgeving is, bovenop de reeds bestaande plannen, extra aanbod van CO2-vrije elektriciteit nodig. Het extra budget van 3 miljard euro voor de SDE++ kan onder andere worden ingezet voor de ontwikkeling van extra zon- en windprojecten, maar helpt ook duurzame warmte en projecten in de industrie.

Om de komende jaren te kunnen blijven investeren in de verdere verduurzaming van de elektriciteitsproductie blijft een stabiel investeringskader ook na 2025 nodig. Dit kan door ontwikkelaars van zon- en windprojecten zekerheid te geven dat hun elektriciteit zal worden gebruikt door het gebruik van groene elektriciteit in de industrie te stimuleren. De verhoging van het SDE++ budget is hiertoe een eerste stap, maar er is ook een specifiek steunmechanisme nodig dat afkoerst op de concrete doelstellingen in 2030 en daarna. Door een koppeling aan te brengen tussen elektrificatie en extra productie van CO2-vrije elektriciteit, wordt de transitie verder versneld.

Naast deze koppeling tussen vraag en aanbod, blijft ook het financiële aspect aandacht vragen. Volgens de huidige plannen is de SDE++ al vóór 2025 niet meer beschikbaar voor nieuwe aanvragen voor zonne- en windenergie. Bij onzekerheid over de groei van de vraag naar duurzame elektriciteit, zullen investeerders niet geprikkeld zijn om nog grootschalig te investeren in duurzame productie. Dit terwijl de doelstellingen voor 2030 nog zullen worden verhoogd als gevolg van de Europese plannen, en daarnaast moet in 2050 onze gehele energievoorziening CO2-vrij zijn. Energie-Nederland pleit daarom voor bodemprijsregeling die de grootste risico’s bij tegenvallende elektrificatie wegneemt.

Noodzakelijke investeringen infrastructuur

In de begroting wordt ook aandacht besteed aan de noodzakelijke investeringen in het elektriciteitsnet. Het is cruciaal dat het kabinet stuurt op voldoende en tijdige investeringen door (regionale) netbeheerders in elektriciteitsnetten. Er moet voldoende ruimte zijn om anticiperend te investeren en dit moet gemakkelijker worden, bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van publieke middelen zoals het Recovery & Resilience fund. Tegelijkertijd blijven netbeheerders verplicht om tijdig te investeren. Er moet gekeken worden hoe netbeheerders gestimuleerd kunnen worden om anticiperend te investeren en of er andere structurele belemmeringen zijn die aangepakt moeten worden.

Energie-Nederland verwelkomt het vrijmaken van 750 miljoen euro voor een landelijke transportinfrastructuur voor groene waterstof (‘Waterstof Backbone’). En het extra budget voor het warmtetransportnet Zuid-Holland. Dit zijn belangrijke eerste stappen in de ontwikkeling van een waterstof-economie. Infrastructuur voor het transport van CO2-vrije waterstof is onontbeerlijk en de Europese Green Deal heeft dit belang verder vergroot.

De afgelopen periode waren de elektriciteitsprijzen hoog. Dit heeft gevolgen voor ondernemers die over 2021 subsidie ontvangen voor de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (en Klimaattransitie), de SDE+(+). De kans is groot dat zij hierdoor te veel subsidie hebben ontvangen. Ondernemers voor wie dit geldt, ontvangen hierover bericht, aldus Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

De hoogte van de subsidie is gekoppeld aan de gemiddelde marktwaarde voor elektriciteit. Hiermee bedoelt RVO de opbrengst van de geproduceerde elektriciteit. Hoe hoger de marktwaarde, hoe minder subsidie ondernemers ontvangen. Zij ontvangen dan namelijk meer van de energieafnemer. Bij een lagere marktwaarde krijgen ondernemers meer subsidie. Zij ontvangen dan immers minder van hun energieafnemer.

Jaarlijks subsidievoorschot

Ondernemers ontvangen ieder jaar een voorschot op de subsidie. Dit voorschot is gebaseerd op de jaarlijks vastgestelde, gemiddelde marktwaarde voor elektriciteit. RVO, die de regeling uitvoert, corrigeert het subsidiebedrag ieder jaar. Dit doet zij aan de hand van het vastgestelde, definitieve correctiebedrag. En de productiegegevens van het afgelopen kalenderjaar. Dit heet ‘bijstellen van de subsidie’.

Trend zet door

De trend van hoge elektriciteitsprijzen van de afgelopen maanden zet waarschijnlijk door. De verwachting is dan ook dat de definitieve correctiebedragen in 2021 hoger zijn dan de voorlopige correctiebedragen, waarop het voorschot was gebaseerd. De kans is groot dat ondernemers hierdoor te veel subsidie hebben ontvangen. Dit leidt tot een negatieve bijstelling.

Op Valuepark Terneuzen start Gutami Holding met de bouw van een 60 megawatt zonnepark, dat zonne-energie opwekt voor ruim 14.000 huishoudens.

Valuepark Terneuzen, een samenwerking tussen Dow Benelux en North Sea Port, heeft in 2019 de bouw en exploitatie van een 60 MW zonnepark aan Gutami Holding gegund. Inmiddels is het Duitse Pfalz Solar gestart met de bouw ervan op de locatie Mosselbanken. Het zonnepark is in november 2021 operationeel. En is dan het grootste zonnepark van Zeeland. Het park produceert meer dan 56 miljoen KWh per jaar, wat neerkomt op 22.600 ton CO2 besparing per jaar.’

De locatie Mosselbanken maakt onderdeel uit van het Valuepark Terneuzen. ‘Dankzij de groene stroomvoorziening op de Mosselbanken wordt de locatie extra aantrekkelijk voor nieuwe bedrijven om zich er te vestigen’, aldus Geerten van Dijk, directeur Valuepark Terneuzen.

Groene waterstof

Daan Schalck, CEO North Sea Port: ‘De bouw van dit zonnepark zorgt voor de verankering van bedrijvigheid en werkgelegenheid in het havengebied. Dit gaat hand in hand met de energietransitie en het behalen van de klimaatdoelstellingen waar Dow en andere bedrijven in North Sea Port aan meewerken. De productie van groene elektriciteit in de regio levert bovendien ook een bijdrage voor de productie van groene waterstof.’

ABNAMRO en Meewind zijn de financiële partners in het project. ABNAMRO verstrekt een lange termijn lening en Meewind maakt het via een achtergestelde lening mogelijk voor particulieren te investeren in dit project.

Afbeelding: artist impression

Energiebedrijf RWE heeft haar zonnepark in Kerkrade vorige week in gebruik genomen. Het park bestaat uit 36.000 zonnepanelen en heeft een geïnstalleerd vermogen van 14,7 megawattpiek (MWp).

Zonnepark Kerkrade is het eerste grondgebonden zonneproject (PV) in Nederland van RWE. De groene stroom die het zonnepark opwekt, is vergelijkbaar met het gemiddelde jaarlijkse elektriciteitsverbruik van ongeveer 4.000 Nederlandse huishoudens.

In maart maakte RWE bekend het eerste drijvende zonneproject te gaan realiseren als onderdeel van Zonnepark Amer in Geertruidenberg. Dit jaar breidt RWE Zonnepark Amer ook nog uit met een innovatief drijvend zonneproject en een grondgebonden zonneproject. Eind 2021 zal RWE in Nederland een zonportfolio hebben met een totaal geïnstalleerd vermogen van 23,1 MWp. Momenteel onderzoekt het bedrijf verdere mogelijkheden om zonneprojecten te ontwikkelen in de buurt van eigen windparken.

RWE ontwikkelt ook zonneprojecten in verschillende landen in Europa en Noord-Amerika met een totale capaciteit van meer dan 7,6 gigawatt (GW).

 

RWE bouwt bij de Amercentrale zijn eerste drijvende zonneproject met een geïnstalleerd vermogen van 6,1 megawatt piek. Op het meer bij de kolencentrale in Geertruidenberg legt RWE 13.400 drijvende zonnepanelen neer.

RWE is ook begonnen met de bouw van een grondgebonden PV-project van 2,3 megawatt piek op het terrein van de Amercentrale. Beide projecten, drijvend en grondgebonden, maken deel uit van Zonnepark Amer.

Zonnepark Amer

In 2018 realiseerde RWE de eerste fase van Zonnepark Amer en legde ruim 2.000 PV-panelen met 0,5 megawatt piek op het dak van de Amercentrale. Het zonnepark wordt nu uitgebreid. De bouw van het drijvende zonneproject zal naar verwachting begin augustus starten. Waarna het eind 2021 in gebruik wordt genomen. De bouw van het project op de grond is al begonnen en zal naar verwachting in augustus 2021 klaar zijn. De groene stroom die Zonnepark Amer opwekt (PV op het dak, op de grond en drijvend) is gelijk aan het jaarlijkse elektriciteitsverbruik van ongeveer 2.300 Nederlandse huishoudens.

Wind en zon

Nederland is een van de strategische markten van RWE. Het bedrijf blijft bijdragen aan de groei van hernieuwbare energie, evenals aan CO2-vrije flexibele capaciteit. Momenteel breidt RWE zijn Nederlandse portfolio uit met vier nieuwe onshore windparken en een zonnepark in Kerkrade. CEO Roger Miesen: ‘Beide nieuwe PV-projecten laten zien dat we conventionele productielocaties kunnen omvormen tot locaties met innovatieve oplossingen die bijdragen aan het verduurzamen van het elektriciteitssysteem.’

RWE exploiteert momenteel zeven onshore windparken in Nederland met een totaal geïnstalleerd vermogen van 268 MW. Daarnaast bouwt het bedrijf momenteel vier nieuwe onshore windparken met een totaal opgesteld vermogen van meer dan 115 MW. Net als een 14 MW zonnepark in Kerkrade. Al deze projecten zullen in de loop van 2021 in bedrijf worden genomen.

Op het waterbekken van productielocatie Kralingen opende Evides Waterbedrijf Europa’s grootste zonvolgende drijvende zonnepark. Dit laatste levert optimaal rendement op aan duurzame energie. Het is een nieuwe, innovatieve stap naar het energieneutraal maken van de drinkwaterproductie van Evides.

Het drijvende park meet één hectare. Annette Ottolini, directeur van Evides Waterbedrijf en Kees-Jan van der Geer, directeur van Floating Solar openden het zonnepark. Van der Geer: ‘Omdat de installatie met speciale sensoren de zon kan volgen, wordt zoveel mogelijk zonnekracht effectief benut. Het meedraaien gebeurt met lieren. Sensoren meten de sterkte van de zon, de windkracht en andere parameters en zorgen voor een optimaal resultaat aan duurzame energie. De omvang van zo’n zonnepark is vooralsnog uniek in Europa.’

Tussen het waterbekken en het Evides hoofdkantoor ligt nog een halve hectare aan zonnepanelen. Annette Ottolini: ‘Het geheel is het zichtbare én meetbare resultaat van de bijdrage van Evides aan de energietransitie. Wij willen het leveren van betrouwbaar drink- en industriewater zo inrichten en organiseren, dat de energiebalans uiteindelijk neutraal is.’ Op een zonnige dag wekt Evides zo’n 9.500 kilowattuur duurzame energie op. Hiermee kan het vijftien procent van de productielocatie in Rotterdam laten draaien.

Zon op Water

Met het landelijke pilotproject ‘Zon op Water’ op de Maasvlakte deed Evides ervaring op met drijvende zonnepanelen. Komend jaar onderzoekt het bedrijf de effecten van drijvende zonnepanelen op de waterkwaliteit en de ecologie in en rond het spaarbekken. Daarbij wordt gekeken naar onder andere algengroei, verspreiding van bacteriën uit uitwerpselen van vogels, verminderde uv-straling op het water en de invloed van de wind. Het is van essentieel belang dat de waterkwaliteit in het spaarbekken goed blijft.

Samenwerking

Op Kralingen werkt Evides samen met Floating Solar, die het zonnepark levert. Zij financieren, plaatsen en beheren het zonnepark en blijven eigenaar van de panelen. Evides neemt de groene stroom af die wordt geproduceerd. De in totaal 4.787 panelen met een vermogen van 1.628 kilowattpiek hebben een jaaropbrengst van ruim twee miljoen kilowattuur aan duurzame energie. Ter vergelijk: dit is net zoveel als 650 huishoudens gemiddeld per jaar verbruiken.

Uitbreiding

Het spaarbekken in Kralingen heeft met drie hectare maar een relatief klein wateroppervlak. De drie spaarbekkens in de Biesbosch zijn bijvoorbeeld 650 hectare groot. Evides berekende dat het mogelijk is om honderd procent van het stroomverbruik zelf op te wekken op de spaarbekkens. Daarbij wordt maximaal dertig procent van het wateroppervlak afgedekt met panelen.

Energieneutraal in 2025

Zon op Water maakt onderdeel uit van programma ‘Evides Energie Neutraal’ (EEN). Hiermee wil het waterbedrijf bijdragen aan de versnelling van de energietransitie. Het doel is om in 2025 zowel energieneutraal als klimaatneutraal te zijn. Eind 2018 is op de productielocatie Braakman in Zeeuws-Vlaanderen het eerste zonnepark in gebruik genomen. Dit zonnepark op land levert 25 procent van de voor productie benodigde stroom op.

Een nieuw te ontwikkelen zonnecel combineert silicium heterojunctie met achterzijde contact moduletechnologie. De combinatie levert een rendementsverbetering van vier procent op en een kostendaling van drie procent. De zonnepanelen worden ook nog eens mooier.

TNO, Eurotron, Groenleven en SIEC bundelen hun krachten in het Whooper-project. Doel is een nieuw zonnepaneel te ontwikkelen dat meer stroom genereert en de elektriciteitskosten verlaagt. Deze Whooper-module brengt twee uitstekende PV-technologieën, silicium heterojunctie (HJ)-zonnecellen en achterzijde-contact moduletechnologie, samen. De combinatie is geschikt voor grootschalige productie.

Met het Whooper-project willen de betrokken partijen aantonen dat de innovatie op industriële schaal kan worden uitgevoerd. Heterojunctie-zonnecellen hebben al recordopbrengsten laten zien. Bij de geavanceerde achterzijde-contact moduletechnologie, hoeven cellen niet aan elkaar te worden gesoldeerd zodat de elektrische weerstand in de module wordt verlaagd. Deze techniek is bijzonder goed geschikt in combinatie met de heterojunctie-zonnecellen. Het maakt de voorkant van het paneel bovendien esthetisch aantrekkelijker, aangezien de meeste contactpunten aan de achterkant worden geplaatst.

Hoger rendement, lagere kosten

Projectcoördinator Gianluca Coletti: ‘Deze combinatie van technologieën leidt tot een doorbraak in zonne-energietechnologie die geschikt is voor grootschalige productie. Het integreert de cel- en modulearchitecturen die individueel al op de markt zijn en worden toegepast. Daarnaast zorgt dit ontwerp voor een beduidend lager zilververbruik voor de heterojunctie zonnecellen. Het ontwerp verkleint bovendien het rendementsverlies van zonnecel naar zonnepaneel. De combinatie levert tot vier procent toename op van het rendement en drie procent vermindering in kosten voor de opgewekte elektriciteit. Tenminste: als men overschakelt van conventionele silicium heterojunctie-zonnepanelen naar Whooper-panelen.

Aluminiumproducent Aldel wil met partner Ecorus een microgrid in Farmsum aanleggen. Daardoor kunnen twee nabijgelegen zonne-energieprojecten, die vastlopen door netcongestie, toch worden gerealiseerd. ‘Dit is een mooi voorbeeld van de industrie als katalysator van de energietransitie’, vindt Eric Wildschut, CFO van Aldel.

Aldel gaat zonne-energie voor eigen gebruik produceren op haar daken en terrein. In totaal gaat het over ongeveer twintig megawattpiek. Het op- en overslagbedrijf Gebr. Borg, een halve kilometer ten oosten van Aldel wil echter ook zonnepanelen op het dak. En nog eens een paar honderd meter verder wil Eneco een zonnepark van zeventien megawatt aanleggen. Maar op deze twee locaties is de netaansluiting een probleem wegens capaciteitsgebrek van het net.

Een microgrid is daarvoor een relatief eenvoudige oplossing. Wildschut: ‘We trekken een paar honderd meter kabel en koppelen die zonne-installaties aan Aldel. Dat is technisch geen enkel probleem, want onze aansluiting is zwaar genoeg en wij kunnen de stroom van die lokale energiehub direct gebruiken. Bovendien is het een investering die je snel terug verdient.’

Aldel werkt samen met Ecorus bij het realiseren van haar zonnedak op de productiehallen en de grondgebonden installatie op het terrein. Deze partner bracht ook alle betrokken partijen voor het microgrid bij elkaar en zocht technisch en juridisch alles uit. ‘De huidige netcongestie zet een rem op de verduurzaming’, stelt Wildschut. ‘Maar door samenwerking met relevante marktpartijen en creativiteit kun je daaraan het hoofd bieden.’

Flexibele productie

Op dit moment produceert de aluminiumsmelterij van Aldel al flexibel. Is er een overschot aan wind en zonne-energie dan neemt het bedrijf een groot volume af. Waait de wind niet en schijnt de zon niet, dan schakelt het de ovens deels uit. Dankzij deze flexibele productie verbruikt het bedrijf een groter aandeel hernieuwbare stroom. Bovendien draagt het bij aan het balanceren van het net.