RWE neemt deel aan offshore wind tender Hollandse Kust West. Onderdeel van het bod is 600 megawatt elektrolysecapaciteit voor de productie van groene  waterstof,  e-boilers voor verwarming en batterijopslag.

RWE neemt deel aan de Nederlandse offshore wind tender voor Hollandse Kust West (HKW). Het bedrijf heeft biedingen ingediend voor zowel HKW locatie VI als HKW locatie VII. De locaties liggen in de Noordzee, ongeveer 53 kilometer uit de Nederlandse kust. Beide velden zullen elk meer dan 760 megawatt (MW) aan offshore windcapaciteit leveren. Daarnaast streeft het door RWE beoogde ontwerp voor HKW locatie VI naar een netto positief effect voor het ecosysteem van de Noordzee.

Ecologie

RWE’s concept voor het ontwerp van HKW VI beperkt de negatieve effecten van offshore wind op flora en fauna – boven én onder de zeespiegel. Er worden bijvoorbeeld innovatieve oplossingen gerealiseerd om vogels en vleermuizen veilig tussen de turbines en onder het rotor oppervlak door te laten vliegen. Verder wil RWE het gebied opnieuw laten verwilderen door er kunstmatige riffen en drijvende tuinen aan te leggen. Dit zal het leefgebied verbeteren, de voedselketen versterken en ten goede komen aan alle soorten, zoals vogels, vissen en zeezoogdieren. De bescherming van de fauna is ook tijdens de bouw een belangrijk punt: om de verstoring door het plaatsen van monopile funderingen tot een minimum te beperken, zal RWE een speciale vibro heitechniek toepassen.

Elektrolyzer

RWE combineert het HKW VII offshore wind park met een 600 megawatt elektrolyzer voor de productie van groene waterstof op land, waarbij zowel waterstof als elektriciteit geleverd wordt aan bestaande en nieuwe klanten en de industrie. Verder wil de onderneming e-boilers bouwen voor warmtevoorziening voor woonwijken, batterijopslag en laadvoorzieningen voor elektrische voertuigen realiseren. Een groot deel van de investeringen wordt gepland in de provincies Groningen en Brabant. Daarnaast is RWE ook van plan om de commerciële toepassing van nieuwe technologieën te versnellen, door een groot aantal innovatieve bedrijven en startups te ondersteunen bij het demonstreren van hun innovatie in een operationele omgeving. Het uiteindelijke doel van het bedrijf is om de vraag naar energie af te stemmen op het flexibele opwekprofiel van het windpark en zo bij te dragen aan de netstabiliteit.

De kolencentrale van RWE in de Eemshaven kan blijven door produceren. De bestuursrechter wees het verzoek voor intrekking van de natuurvergunning af.

De Coöperatie Mobilisation for the Environment (de MOB) verzocht aan Gedeputeerde Staten van Groningen de natuurvergunning voor de kolencentrale aan de Eemshaven in te trekken. Die vergunning kreeg RWE in 2014, na uitgebreide beroepsprocedures bij de Afdeling bestuursrechtspraak. De meervoudige kamer van de bestuursrechter heeft dat verzoek afgewezen.

De bestuursrechter concludeerde dat bij een verzoek om intrekking van een vergunning eerst moet worden beoordeeld of de staat van instandhouding van het Natura 2000-gebied aanleiding geeft tot het treffen van passende maatregelen.

De rechtbank oordeelde wel dat wanneer de intrekking van de vergunning een passende maatregel voor dat gebied zou zijn, Gedeputeerde staten die vergunning dan ook moet intrekken. Daarbij heeft het provinciebestuur een zekere mate van beoordelingsruimte als het gaat om de vraag welke maatregel passend is voor het betrokken Natura 2000-gebied.

Meerdere vergunningen

Volgens de bestuursrechter zijn er vaak meerdere bedrijven met een vergunning die voor stikstofdepositie in een bepaald gebied verantwoordelijk kunnen worden gehouden. De Provincie Groningen zou dan ook opnieuw moeten beoordelen of intrekking van een vergunning de passende maatregel voor het gebied is. En zo ja, welke vergunning dan zou moeten worden ingetrokken.

Gedeputeerde staten van Groningen kan overigens alleen een oordeel vellen over het Natura-2000 gebied in de eigen provincie: Liefthingsbroek. Eventuele schade aan Natura-2000 gebieden in Friesland en Drenthe zouden die gedeputeerde staten moeten beoordelen. Het Groningse provinciebestuur had dat deel van het verzoek door te sturen naar Friesland en Drenthe.

De rechtbank beoordeelde daarom alleen of de staat van instandhouding van het Natura 2000-gebied Lieftinghsbroek aanleiding geeft tot het treffen van passende maatregelen. De rechtbank is tot de conclusie gekomen dat verweerder ontoereikend heeft gemotiveerd dat daar geen reden toe zou zijn.

Conclusie

Tot slot heeft de rechtbank de stellingen van de MOB beoordeeld met betrekking tot de vraag of de centrale van RWE opnieuw zou moeten worden beoordeeld. Dat is niet het geval.

Energiebedrijf RWE heeft haar zonnepark in Kerkrade vorige week in gebruik genomen. Het park bestaat uit 36.000 zonnepanelen en heeft een geïnstalleerd vermogen van 14,7 megawattpiek (MWp).

Zonnepark Kerkrade is het eerste grondgebonden zonneproject (PV) in Nederland van RWE. De groene stroom die het zonnepark opwekt, is vergelijkbaar met het gemiddelde jaarlijkse elektriciteitsverbruik van ongeveer 4.000 Nederlandse huishoudens.

In maart maakte RWE bekend het eerste drijvende zonneproject te gaan realiseren als onderdeel van Zonnepark Amer in Geertruidenberg. Dit jaar breidt RWE Zonnepark Amer ook nog uit met een innovatief drijvend zonneproject en een grondgebonden zonneproject. Eind 2021 zal RWE in Nederland een zonportfolio hebben met een totaal geïnstalleerd vermogen van 23,1 MWp. Momenteel onderzoekt het bedrijf verdere mogelijkheden om zonneprojecten te ontwikkelen in de buurt van eigen windparken.

RWE ontwikkelt ook zonneprojecten in verschillende landen in Europa en Noord-Amerika met een totale capaciteit van meer dan 7,6 gigawatt (GW).

 

RWE bouwt bij de Amercentrale zijn eerste drijvende zonneproject met een geïnstalleerd vermogen van 6,1 megawatt piek. Op het meer bij de kolencentrale in Geertruidenberg legt RWE 13.400 drijvende zonnepanelen neer.

RWE is ook begonnen met de bouw van een grondgebonden PV-project van 2,3 megawatt piek op het terrein van de Amercentrale. Beide projecten, drijvend en grondgebonden, maken deel uit van Zonnepark Amer.

Zonnepark Amer

In 2018 realiseerde RWE de eerste fase van Zonnepark Amer en legde ruim 2.000 PV-panelen met 0,5 megawatt piek op het dak van de Amercentrale. Het zonnepark wordt nu uitgebreid. De bouw van het drijvende zonneproject zal naar verwachting begin augustus starten. Waarna het eind 2021 in gebruik wordt genomen. De bouw van het project op de grond is al begonnen en zal naar verwachting in augustus 2021 klaar zijn. De groene stroom die Zonnepark Amer opwekt (PV op het dak, op de grond en drijvend) is gelijk aan het jaarlijkse elektriciteitsverbruik van ongeveer 2.300 Nederlandse huishoudens.

Wind en zon

Nederland is een van de strategische markten van RWE. Het bedrijf blijft bijdragen aan de groei van hernieuwbare energie, evenals aan CO2-vrije flexibele capaciteit. Momenteel breidt RWE zijn Nederlandse portfolio uit met vier nieuwe onshore windparken en een zonnepark in Kerkrade. CEO Roger Miesen: ‘Beide nieuwe PV-projecten laten zien dat we conventionele productielocaties kunnen omvormen tot locaties met innovatieve oplossingen die bijdragen aan het verduurzamen van het elektriciteitssysteem.’

RWE exploiteert momenteel zeven onshore windparken in Nederland met een totaal geïnstalleerd vermogen van 268 MW. Daarnaast bouwt het bedrijf momenteel vier nieuwe onshore windparken met een totaal opgesteld vermogen van meer dan 115 MW. Net als een 14 MW zonnepark in Kerkrade. Al deze projecten zullen in de loop van 2021 in bedrijf worden genomen.

Energiebedrijf RWE bouwt in de Eemsdelta aan een industriële waterstofketen. Niet alleen wil het concern groene waterstof produceren naast de energiecentrale in Eemshaven, ook wil ze het gas leveren als grondstof aan de nabijgelegen chemische industrie. Zo heeft de energiereus een intentieverklaring getekend voor de toekomstige levering van waterstof aan BioMCN in Delfzijl.

Sinds een paar jaar produceert BioMCN extra methanol door een reststroom waterstof aan pure CO2 verbinden. Daarmee slaagde het bedrijf als eerste in Nederland om op industriële schaal CO2 als grondstof in te zetten. Een volgende stap is opschaling met groen geproduceerde waterstof, zodat BioMCN nog meer CO2 in waardevolle chemische bouwstenen en brandstof kan omzetten.

Windpark

Ook is RWE van plan groene waterstof te leveren aan Evonik, eveneens in Delfzijl. Over de precieze hoeveelheden groene waterstof die het energiebedrijf aan beide bedrijven zal leveren, wordt nog gesproken. Het sluiten van deze overeenkomsten brengt de bouw van elektrolyse-installatie dichterbij. In het begin moet die een vermogen krijgen van vijftig megawatt en is dan direct gekoppeld aan RWE’s windpark Westereems in Eemshaven.

Opschalen

Naar verwachting neemt RWE  volgend jaar een definitieve investeringsbeslissing, waarna ze vanaf 2024 groene waterstof kan produceren. Het concern denkt volgend jaar een definitieve investeringsbeslissing te nemen. Afhankelijk van de marktontwikkelingen en regelgeving kan RWE  het elektrolyse-vermogen op de langere termijn verder opschalen.  RWE is momenteel ook in gesprek met ontwikkelaars van elektrolyzers over de technische mogelijkheden om flexibel waterstof te produceren, gekoppeld met variabele elektriciteitsproductie uit wind.

Na de consultatie van minister Wiebes van EZK voor het sluiten van een kolencentrale lijkt alleen Riverstone interesse te hebben. Volgens de NOS kan het investeringsbedrijf dat de Rotterdamse centrale vorig jaar overnam van Engie 240 miljoen euro krijgen. Dat is een hoger bedrag dan Riverstone betaalde aan Engie.

Om de Urgenda-doelen te kunnen halen, moet Eric Wiebes alles uit de kast halen om de CO2-uitstoot te temperen. Met het uit bedrijf nemen van een van de moderne kolencentrales zou de minister in één klap een grote sprong daarin nemen. Vandaar dat Wiebes in September een rondje maakte langs de laatste grote Nederlandse centrales. Zowel RWE als Uniper meldden geen belangstelling te hebben voor de regeling die ze 328 duizend euro per megawatt zou opleveren.

RWE

De 1560 megawatts van de Eemshavencentrale van RWE zou het bedrijf ruim vijfhonderd miljoen euro opleveren. Dat is fors minder dan de investeringssom van 2,8 miljard euro. De centrale die nu vijf jaar draait, kan ook op alternatieve brandstoffen draaien zoals biomassa.

Uniper

Ook de Maasvlakte centrale van Uniper is gloednieuw. De in 2016 opgeleverde 731 megawatt centrale zou 360 miljoen euro opbrengen, wat een afschrijving betekent van ruim een miljard euro. Ook deze centrale zou deels op biomassa kunnen draaien. Daarnaast zijn er in Rotterdam plannen voor het afvangen en ondergronds opslaan voor CO2 (Porthos).

De Riverstone centrale ligt overigens al sinds begin dit jaar stil vanwege een technisch defect.

Het kabinet wil dat RWE, Onyx-power en Uniper de productie van hun kolencentrales met 25 procent terugdringen. Het zou zelfs kunnen dat  een van de drie centrales helemaal sluit. De Amercentrale is nog buiten schot omdat deze ook warme levert aan de directe omgeving.

Dit jaar sloot Vattenfall nog de kolencentrale op zijn Hemweglocatie. Het Urgenda-vonnis dwingt het kabinet echter drastischere maatregelen te nemen. Volgens NOS wil het kabinet verder gaan en ook de overige, nieuwe kolencentrales aan banden leggen. Bijvoorbeeld door de productie per centrale fors te verlagen. Sluiting van een van de centrales zou ook nog als optie worden overwogen.

Inmiddels zijn al maatregelen genomen om de CO2-uistoot te beperken. De sluiting van oude centrales, de verlaging van de maximumsnelheid naar 100 en andere maatregelen leveren echter een terugdringing van 19 tot 21 procent van de CO2-uitstoot. De laatste zes tot vier procent, oftewel zo’n negen megaton, moet van extra maatregelen komen. Zoals wellicht de beperking van de productie van de kolencentrales.

3430 megawatt

Als alle drie de centrales zouden worden gesloten, kan het kabinet het Urgenda-vonnis gemakkelijk uitvoeren. Die stap zou wel een behoorlijke hap nemen uit de basislast. De centrales van Onyx Power (voormalige Engie centrale), Uniper (voormalig E.ON) en RWE hebben een gezamenlijk vermogen van 3430 megawatt. Bij sluiting zal Nederland sterker afhankelijk worden van import. Bovendien zullen de eigenaren van de centrales een compensatie moeten krijgen van de overheid.

De zeshonderd megawatt Amercentrale in Geertruidenberg komt voorlopig niet voor sluiting in aanmerking omdat daar een uitgebreid warmtenet op aangesloten is. De centrale draait al grotendeels op biomassa.

Brinkhorst

E.ON, Engie en Eneco begonnen in 2003 met het plannen van hun centrales op verzoek van minister Laurens Jan Brinkhorst. Diversificatie van het energieaanbod, lage energieprijzen en leveringszekerheid werden zwaarder gewogen dan de nadelen voor het milieu. De publieke opinie is sindsdien behoorlijk verschoven, net als de koers van de Rijksoverheid. Volgens de NOS zal het kabinet de komende maanden in gesprek gaan met de eigenaren van de centrales om de mogelijkheden en hoogte van eventuele compensatievergoedingen te bespreken.

Alternatieven

RWE zet intussen in op het bijstoken van biomassa en denkt in de toekomst zelfs volledig op biomassa te kunnen draaien. Het liefste als onderdeel van een keten waar eerst hoogwaardige biochemicaliën en brandstoffen worden geproduceerd. Uniper onderzoekt de mogelijkheden voor de inzet van zogenaamde metal fuels. Onyx Power, een bedrijf dat onderdeel is van het investeringsvehicel Riverdale, nam vorig jaar de kolencentrale van Engie over. Het bedrijf bezit ook de voormalige kolenassets van Engie in Duitsland.

Strenge hygiënemaatregelen en kleinere teams die anderhalve meter afstand houden; de plantmanagers van de Nederlandse energiecentrales doen er alles aan om corona buiten de deur te houden. Zelfs het onderhoud aan de Eemscentrale gaat door. Maar dan wel wat voorzichtiger dan voorheen.

Hoewel vorige week nog niet geheel duidelijk was of de energiecentrales tot de vitale sector behoren, is Nederland meer dan ooit afhankelijk van elektriciteit. Natuurlijk kunnen ziekenhuizen altijd terugvallen op hun noodstroomvoorzieningen, maar dat is een scenario dat ze liever niet er bij willen krijgen. Bovendien werken veel Nederlanders thuis en zijn afhankelijk geworden van digitale communicatiemiddelen. Stroomuitval zou echt de maatschappij ontwrichten. Dat gaat volgens de plantmanagers dan ook niet gebeuren.

Kleinere ploegen

Ook Harry Talen werkt zoveel mogelijk vanuit huis, om de kans op besmetting zoveel mogelijk te voorkomen. De plantmanager van Engie heeft meerdere centrales onder zijn hoede en hoeft daarvoor niet altijd ter plekke aanwezig te zijn. ‘We volgen natuurlijk de richtlijnen van het RIVM, maar we hebben weinig moeite gehad de nieuwe werkwijzen tussen de oren van onze medewerkers te krijgen. Iedereen is zeer doordrongen van de ernst van de situatie. En dus werken we met kleinere ploegen zodat we anderhalve meter afstand kunnen houden, maken toetsenborden schoon als een ander er aan gaat werken en zo voorts.’

Revisie

‘We stellen dezelfde hoge eisen aan onze contractors’, vervolgt Talen. ‘We zijn al eerder begonnen met de revisie van twee turbines die een tijdlang in de mottenballen hebben gestaan. Na zorgvuldig overwegen besloten we de onderhoudswerkzaamheden wel door te laten gaan. Dat betekent echter wel dat er maar een kwart van de mensen op de site aanwezig is van wat er normaal gesproken zou rondlopen. Alleen wie fysiek aanwezig moet zijn, mag op de site rondlopen. Op die manier kunnen ze de noodzakelijke afstand bewaren. Wie ook maar de lichtste ziekteverschijnselen vertoont wordt naar huis gestuurd. Maar ook hier geldt dat mensen het zelf zeer serieus nemen en zelf al thuis blijven bij twijfel over hun gezondheid.

Meerdere scenario’s

De plantmanager van de Eemshavencentrale van RWE Marinus Tabak vertelt dat ook RWE maatregelen heeft genomen. Toen een medewerker na een wintersportvakantie in Oostenrijk besmet bleek te zijn met corona, werd direct de hele ploeg naar huis gestuurd. De ploeg heeft inmiddels veertien dagen in quarantaine gezeten en niemand is besmet geraakt. En gelukkig maakt de medewerker en zijn gezin het ook goed.

Volgens Tabak zijn van de 350 medewerkers op de centrale een zestigtal onmisbaar voor het bewaken en bedienen van de centrale. Die werken in vijf ploegendiensten. Mochten er mensen om wat voor reden ook thuis moeten blijven, dan heeft hij de scenario’s al klaarliggen.

Uniper

Een rondje langs de andere energiebedrijven levert hetzelfde beeld op als bij RWE en Engie. Ook Uniper heeft inmiddels maatregelen getroffen om het risico op besmetting met het coronavirus tot een minimum te beperken. Het bedrijf kent tot nog toe geen coronagevallen. Woordvoerder Michel Groeneveld: ‘De mensen die niet per se op de locatie hoeven te werken, werken thuis. Mensen die op kritieke functies zitten, proberen we zoveel mogelijk te isoleren. En uiteraard bekijken we per project die in de planning staat of deze echt nodig is of ook kan worden uitgesteld.’

E.ON

E.ON baas Johannes Teyssen ging bij bekendmaking van de jaarcijfers ook in op de mogelijke gevolgen van de coronacrisis voor de onderneming. ‘Over het geheel genomen zal de energie-industrie ongetwijfeld niet zo hard getroffen worden als andere industrieën’, aldus Teyssen. ‘Maar we verwachten nog steeds dat de crisis zijn stempel zal drukken op ons resultaat. Industriële en commerciële klanten verbruiken beduidend minder energie. Dit zal een tijdelijke impact hebben op ons netwerk en onze verkoopactiviteiten. Er kunnen vertragingen optreden in ons vermogen om energie-infrastructuurprojecten op te leveren.’

Vattenfall meldt dat het al een paar weken maatregelen treft om de energieproductie en de overige essentiële activiteiten veilig te stellen. Dat gebeurt aan de hand van bedrijfscontinuïteitsplannen die Vattenfall voor zijn bedrijfsonderdelen opstelde en die het bedrijf in werking stelt bij buitengewone situaties, zoals de huidige verspreiding van COVID-19.

Het doel is om de bezetting veilig te stellen en de leveringszekerheid van elektriciteit, gas en warmte in stand te houden. Daarmee ligt de focus op het operationeel houden van de centrales van Vattenfall in Nederland en de overige markten.

Genoeg elektriciteit

Over tekorten hoeft Nederland zich in ieder geval voorlopig nog geen zorgen te maken. Talen: ‘De afgelopen weken hebben we veel wind en zon gehad, wat natuurlijk gunstig is voor het elektriciteitsaanbod. We verwachten bovendien dat de industriële elektriciteitsvraag dankzij de crisis zal afnemen. Dat zelfde beeld was ook in Italië te zien.’

Sommige dingen gaan gewoon door tijdens de coronacrisis. Zo ook de bekendmaking van de jaarcijfers van E.ON over 2019. E.ON baas Johannes Teyssen waarschuwde er wel voor dat de coronacrisis ook de energiesector zal treffen. Met name omdat industriële klanten minder energie gebruiken. Afgelopen jaar boekte het bedrijf nog een behoorlijke omzetgroei van tien procent. Dat was met name te danken aan de overname van de Innogy-activiteiten van RWE.

In het licht van de corona-crisis benadrukte E.ON SE CEO Johannes Teyssen dat energiebedrijven een bijzondere verantwoordelijkheid hebben. ‘Wij zijn de grootste exploitant van energienetwerken in Europa. Hun betrouwbaarheid en continue beschikbaarheid is van het grootste belang voor de gezondheidszorg, de openbare orde en de mensen overal ter wereld. Wij zullen alles in het werk stellen om de continuïteit van de energievoorziening te waarborgen, ook in deze situatie.

Minder energieconsumptie

Teyssen ging ook in op de mogelijke gevolgen van de coronacrisis voor de onderneming: ‘Over het geheel genomen zal de energie-industrie ongetwijfeld niet zo hard getroffen worden als andere industrieën. Maar we verwachten nog steeds dat de crisis zijn stempel zal drukken op ons resultaat. Industriële en commerciële klanten verbruiken beduidend minder energie. Dit zal een tijdelijke impact hebben op ons netwerk en onze verkoopactiviteiten. Er kunnen vertragingen optreden in ons vermogen om energie-infrastructuurprojecten op te leveren.’

E.ON anticipeert ook op een tijdelijke daling van de vraag bij haar B2B-bedrijf. Na de huidige crisis zal de uitbreiding van het netwerk en de installatie van een klimaatvriendelijke energie-infrastructuur echter zeker nog crucialer zijn.

Winst

De overname van voormalig RWE-dochter innogy was de meest opvallende stap in 2019.  Daarmee vergrootte E.ON zijn omzet tot 41,5 miljard euro (2018: € 30,1 miljard). De gecorrigeerde EBIT steeg aanzienlijk, met negen procent tot 3,2 miljard euro. Het gecorrigeerde nettoresultaat van 1,5 miljard euro lag op het niveau van het voorgaande jaar.

Diverse media besteden vandaag aandacht aan het onderzoek van het Ministerie van EZK naar mogelijkheden om in Nederland versneld meer CO2 te besparen om te voldoen aan de zogenoemde Urgenda uitspraak. Daarin spreekt men ook over het op korte termijn sluiten van de Eemshavencentrale. Daarvan is echter geen sprake.

Het nieuws werd vanochtend gebracht door NRC Next en is overgenomen door DvhN. Daarin wordt de suggestie gewekt dat wordt gesproken over de sluiting van de Eemshavencentrale.

‘Zoals alle grote bedrijven is ook RWE in regelmatig overleg met de overheid over bijdragen aan het behalen van klimaat- en energietransitie doelen’, aldus Taco Douma. ‘Versnelde sluiting van RWE centrales maakt hier geen onderdeel van uit.’

Marinus Tabak, plantmanager van de Eemshaven: ‘We laten met biomassaprojecten op de Amer en de Eemshaven juist zien hoeveel wij kunnen bijdragen aan het Urgenda vonnis. Deze projecten leveren veruit de grootste bijdrage aan CO2 reductie in Nederland. Daar moeten we op vertrouwen. En in deze tijden van crisis is het eens te meer duidelijk wat voor vitale rol wij spelen.’

CO2-afvang en opslag

Marinus Tabak werd vorig jaar nog verkozen tot Plantmanager of the Year. In een interview met het vakblad Petrochem vertelde hij dat de kolencentrale in de Eemshaven, waarover hij de scepter zwaait, voor een ombouw staat naar biomassa als brandstof. ‘Afval dat bijna nergens anders meer voor kan worden gebruikt’, voegt hij er direct aan toe. Vooral om niet meteen in een andere felle discussie over het verbranden van biomassa terecht te komen.

En daarmee is de kous nog niet af. Er zijn inmiddels plannen om straks de CO2 van de centrale af te vangen. Tabak: ‘We zijn straks niet CO2-neutraal, maar zelfs CO2-negatief. We willen een technologie toepassen waarmee we negentig procent van de kooldioxide kunnen afvangen. Twintig procent gaat dan naar BioMCN een eindje verderop op Chemiepark Delfzijl dat er methanol van kan maken door het aan waterstof te binden. En we zoeken ook een oplossing voor de overige zeventig procent. Mogelijk gaan we die ondergronds opslaan.’